Volgende vrijdag wordt wellicht duidelijk of de Brusselse en Brugse hegemonie van de afgelopen jaren wordt doorbroken. Als Standard na de kraker op Anderlecht nog bovenaan staat, is de kans groot dat de Rouches in de twee resterende partijen de eerste plaats niet meer uit handen geven. Dat zou geen onverdiende bekroning zijn in een seizoen waarin Standard bij vlagen het beste voetbal serveerde. Vooral in de heenronde, toen Sérgio Conceição nog wervelde en nadrukkelijk leiding gaf aan de ploeg, was Standard bij vlagen een niet af te stoppen pletwals. De wedstri...

Volgende vrijdag wordt wellicht duidelijk of de Brusselse en Brugse hegemonie van de afgelopen jaren wordt doorbroken. Als Standard na de kraker op Anderlecht nog bovenaan staat, is de kans groot dat de Rouches in de twee resterende partijen de eerste plaats niet meer uit handen geven. Dat zou geen onverdiende bekroning zijn in een seizoen waarin Standard bij vlagen het beste voetbal serveerde. Vooral in de heenronde, toen Sérgio Conceição nog wervelde en nadrukkelijk leiding gaf aan de ploeg, was Standard bij vlagen een niet af te stoppen pletwals. De wedstrijden die de Luikenaars thuis tegen Club Brugge en Anderlecht speelden, hoorden qua spektakel bij de uitschieters van deze competitie. Standard gaf toen zowel technisch, tactisch als fysiek voetballes en verpletterde de tegenstand. Die overwinningsdrang kon de ploeg niet in alle wedstrijden opbrengen. Dat Standard thuis tegen Beveren en La Louvière vijf punten te grabbel gooide, is daar net zo illustratief voor als de vijf punten die op eigen veld tegen de nieuwkomers Roeselare en Zulte Waregem werden verspeeld. Standard maakte vooral op het tactische vlak veel vooruitgang. Vorig seizoen verbaasde de ploeg door constant de buitenspelval open te trekken en steeds weer dezelfde fouten te maken. Er zat geen structuur in de defensie. Juist die is er nu wel. Sterker zelfs : Standard buigt op zijn granieten verdediging, met 24 tegendoelpunten de minst gepasseerde van het land. Maar op hetzelfde moment is die achterste lijn ook de meest potige en genadeloze : geen club die meer gele en rode kaarten incasseerde dan Standard. In vergelijking met Anderlecht kreeg Standard zes keer meer rood en liefst 44 keer meer geel. Standard drijft van oudsher op passie en vuur en wordt opgezweept door het ongeduld van een publiek dat onrechtstreeks zijn invloed uitoefent op de ploeg : niet toevallig kiest Standard constant voor het wapen van de lange bal. Toch werd dit engagement altijd gemengd met techniek en zelfs een vleugje gratie. Tussen 1969 en 1971 bijvoorbeeld, toen de ploeg drie titels op rij veroverde en er in de verdediging een veldheer ( Nico Dewalque) en drie houthakkers ( Jacky Beurlet, Léon Jeck en Jean Thissen) stonden en het middenveld werd bevolkt door een rauwe schoffelaar ( Louis Pilot), een technische alleskunner ( Henri Depireux) en een geniale strateeg ( Wilfried Van Moer). En dezelfde symbiose was er ook in 1982 en 1983, toen Standard zijn laatste titels behaalde : van de onverzettelijkheid van Erik Gerets tot de subtiliteit van Simon Tahamata. Nu is er, zeker zonder Conceição, minder zuivere klasse. Daartegenover staat een ijzeren wil om zich te bevrijden van 23 jaar frustratie. Juist voor die continuïteit in het beleid koos ook Standard dit seizoen. Geholpen door het toeval : het is pas nadat eerst Trond Sollied en daarna Erik Gerets afzegden, dat de Luikenaars met Dominique D'Onofrio verder gingen. JACQUES SYS