In de wedstrijd tegen Everton gaat Standard donderdagavond op zoek naar zijn internationale grenzen. De Rouches hadden het vrijdagavond moeilijk tegen het stug georganiseerde Anderlecht, maar dat neemt niet weg dat Standard tijdens deze voetbaljaargang bij vlagen met veel zwier voetbalde, geheel naar de hand van de nieuwe trainer Laszlo Bölöni.
...

In de wedstrijd tegen Everton gaat Standard donderdagavond op zoek naar zijn internationale grenzen. De Rouches hadden het vrijdagavond moeilijk tegen het stug georganiseerde Anderlecht, maar dat neemt niet weg dat Standard tijdens deze voetbaljaargang bij vlagen met veel zwier voetbalde, geheel naar de hand van de nieuwe trainer Laszlo Bölöni. Het vertrek van Michel Preud'homme zorgde een paar maanden geleden voor een rouwstemming, maar met Bölöni haalde Standard een topper binnen, die de ploeg op zijn kompas laat varen. De Roemeen irriteerde door tijdens de eerste weken het gebrek aan techniek te hekelen en de trainingen om de haverklap stil te leggen. Nu probeert hij van Standard een goed combinerende ploeg te maken en het creatieve potentieel dat in het elftal zit verder te ontwikkelen. Standard frappeert dit seizoen door veel beweging en een goeie balcirculatie, Bölöni wil in één tijd voetballen, met een ploeg die als een harmonica in en uit mekaar schuift en spelers die de intelligentie hebben om ruimte te creëren en die te benutten. Het is een cultuurbreuk in een club die van oudsher de neiging heeft naar het wapen van de lange bal te grijpen. Vaak opgezweept door het ongeduld van het publiek. Steeds weer zijn het in dit land buitenlandse trainers die eigen accenten leggen. Bij Club Brugge gebruikte Ernst Happel als allereerste ooit de buitenspelval als offensief wapen, als middel om de tegenstander zijn wil op te leggen. Bij Anderlecht verbaasde Tomislav Ivic door de beste voetballers centraal achteraan te plaatsen omdat daar de meeste ruimte lag. Met een toen controversieel systeem, met Kenneth Brylle als eenzame spits, werd hij kampioen met elf punten voorsprong. Arie Haan innoveerde bij Standard toen hij als eerste trainer twee centrale verdedigers, André Cruz en Stéphane Demol, op één lijn liet spelen en vaak bezongen werden de looplijnen van Trond Sollied, die zich verbaasde dat vele ploegen in België eigenlijk maar één plan hadden: hoe verdedigen we? Het was geen nieuwe constatering. Veel eerder al vond de Nederlander Hans Croon, de eerste trainer die Anderlecht een Europacup bezorgde, dat er in België zakenvoetbal werd gespeeld. In zijn trainingsaanpak ging Croon terug naar het straatvoetbal: met acht tegen acht werden er matchen over de breedte van het veld gespeeld, zodat iedereen veel aan de bal kwam en er voortdurend werd bewogen. Hoogst ongewoon was ook de aanpak van Aad de Mos in zijn Mechelse periode: hij werkte op een zeer directe en vaak botte manier in op de rancunegevoelens van afgeschreven voetballers, gebruikte in zijn aanvallende denkbeelden optimaal de flanken en verwonderde zich erover dat hij in het begin van zijn Mechelse periode spelers vooral een hoop moest afleren. Belgische trainers zijn niet echt avonturiers. Vorig seizoen maakte Glen De Boeck bij Cercle Brugge indruk door telkens voor hetzelfde concept te kiezen, maar na de stroeve start dit seizoen is er geen sprake meer van een geraamte en kwam het vooral in het middenveld tot veel verschuivingen. Hein Vanhaezebrouck, die als geen ander boeiend over voetbal kan praten, doet het dit seizoen met KV Kortrijk schitterend, interessant zal het zijn om na te gaan of hij ook in moeilijke tijden zijn aanvallende voetbalfilosofie handhaaft. Jacky Mathijssen gold als de kroonprins van de Belgische trainers toen hij bij Club Brugge arriveerde, maar ook hij krijgt blauw-zwart niet op de rails en staat donderdagavond tegen Young Boys Bern voor een cruciaal duel. Het is frappant hoe Club Brugge na het vertrek van Sollied, goed drie jaar geleden, naar een nieuwe identiteit blijft zoeken. Met vier trainers werd er sindsdien gewerkt, 23 spelers werden aangetrokken. De club raakte geen stap vooruit. De aanpak van Sollied heette na vijf jaar verstikkend te werken, iedere verrassing was weggevloeid. Het spel bleek monotoon. Maar toen de Noor in zijn vijfde en laatste seizoen de (tweede) titel pakte, werden er in de competitie 83 goals gescoord. De twee daaropvolgende jaren stokte de productie met 51 en 58 doelpunten. En vorig seizoen daalde dit cijfer verder: amper 45 goals. S door JACQUES SYS