"De slag der titanen", kondigde de speaker de wedstrijd zaterdagavond aan. "Oorlog voor de eerste plaats", had Het Belang van Limburg er in de ochtendkrant zelfs van gemaakt. Om maar te zeggen dat ze bij Noliko Maaseik gebrand waren op een nieuwe thuisoverwinning tegen de enige Belgische concurrent die naam waardig.
...

"De slag der titanen", kondigde de speaker de wedstrijd zaterdagavond aan. "Oorlog voor de eerste plaats", had Het Belang van Limburg er in de ochtendkrant zelfs van gemaakt. Om maar te zeggen dat ze bij Noliko Maaseik gebrand waren op een nieuwe thuisoverwinning tegen de enige Belgische concurrent die naam waardig. Hetzelfde gold overigens voor de tegenstander. Vier jaar lang al kon Knack Roeselare niet meer winnen in Maaseik, maar de 3-0-overwinning in de supercup en de wetenschap dat er een slagvaardiger team staat dan vorig seizoen, had het vertrouwen bij de West-Vlamingen opgekrikt. Dat bleek van bij het begin : Roeselare toonde zich bijzonder gedreven en speelde met minder schrik dan de voorbije jaren in de Stedelijke Sporthal van Maaseik het geval was. Bij de supporters van Roeselare was de honger zichtbaar even groot als bij de spelers. De winst in de eerste set ging meteen gepaard met een staande ovatie vanuit het bezoekende supportersvak. De uren videoanalyse vooraf zorgden ervoor dat beide teams tactisch nauwelijks of niet konden verrassen. Dat Robert Horstink aan de kant van Maaseik het vaakst onder vuur zou genomen worden in receptie en Kristof Hoho aan Roeselaarse zijde, verbaasde niemand. Knack, iets minder behept met power aan de servicelijn dan zijn opponent, varieerde qua opslag ietsje meer door zware sprongopslagen af te wisselen met dwarrelende floats, maar ging er desondanks meestal met de moker tegenaan. Getuige daarvan de in totaal vijfentwintig opslagmissers, waarvan maar liefst elf in de tweede, nochtans gewonnen, set. Daar lag het verschil dus niet, concludeerde ook Maaseikcoach Anders Kristiansson na de wedstrijd. Een verschil dat er - zo geeft een 3-2-eindstand met 18-16 in de tiebreak op het eerste zicht aan - nauwelijks één was. Kristiansson analyseerde het zijn voornaam getrouw 'anders'. En het moet gezegd, de setstanden gaven hem gelijk. "De eerste twee sets lag het bijzonder dicht bij elkaar, details beslisten", aldus de Zweed. "Ik ben dan ook blij en fier op mijn spelers dat ze bleven vechten na een 0-2-achterstand en meer en meer controle kregen over de wedstrijd. Vanaf set drie domineerden wij en in een tiebreak weet je nooit, daarin kan van alles gebeuren." Waar Maaseik zich wél van Roeselare onderscheidt - en dat is niet nieuw - is in de kwalitatieve breedte van de kern. Bij Roeselare halen ze terecht aan dat de bank dit seizoen meer mogelijkheden biedt dan twaalf maanden geleden, maar tussen dat en wat Maaseik zaterdag voor elkaar kreeg, bestaat nog een hemelsbreed verschil. Kristiansson kon niet beschikken over een honderd procent fitte Bruno Furtado en koos dus voor Mika Pyr-hönen als hoofdaanvaller. Dat het verre van vaststaat dat een Furtado zonder lichte schouderperikelen wél in de basiszes had gestaan, is al veelbetekenend. Kristiansson : "Bruno is een heel spectaculaire speler, met een uitstekend blok, grote sprongkracht en in goeie dagen is zijn aanval niet af te stoppen en zijn service niet te pakken, maar Pyrhönen is momenteel nog constanter, maakt minder fouten. Ik geloof in ál mijn spelers, ze hebben allemáál kwaliteiten." De wissels die "de meester zelf"- zoals de (soms te ?) fanatieke Maaseikse speaker Kristiansson voorstelde - na twee sets doorvoerde, bleken geen verzwakking. Integendeel. "Die vervangingen zorgden voor minder foutenlast bij Maaseik", zag Roeselaretrainer Dominique Baeyens. Een waarheid, zij het een halve. Mikko Esko liet Noliko béter draaien dan Vital Heynen tot dan toe in de wedstrijd kon doen en scoorde onder meer drie punten met een slimme tweede bal. "Mikko is een échte lefgozer. Zelfs een actie die hij minder beheerst, zal hij toch uitvoeren als het strategisch de beste optie is", ontdekte Kristiansson vorig jaar al. "Die man is mentaal ijzersterk." Ralph Bergmann nam, net als Esko voor de rest van de partij, bij 0-2 de plaats in van Jan-Willem Roex en betekende in blok en in aanval een meerwaarde. Kristiansson : "Met drie evenwaardige middenmannen is het soms moeilijk een keuze te maken. Jan-Willem kon zich niet echt manifesteren, maar het is vaak makkelijker als middenman om in te vallen, om te spelen wanneer de anderen wat vermoeid raken." Roeselaretrainer Dominique Baeyens blijft ondertussen, wellicht noodgedwongen wegens minder potentieel achter de hand, vasthouden aan een vaste basiszes, -zeven inclusief libero. Bram Van Ghelue, Brecht Van Kerckhove, Ward Loyson en Ruben Van der Ougstraete mochten nog voor enkele punten opdraven toen in de vierde set het kalf al lang verdronken was en werden nadien weer naar de kant gehaald. Wel lovenswaardig : op een bepaald moment stonden bij Europese (sub)topclub Roeselare zes Belgen in de ploeg. Helaas voor Roeselare kenden ook de tactische wissels geen succes, andermaal in tegenstelling tot Maaseik. Furtado scoorde zijn blokpuntje en de amper twintigjarige geboren Maaseikenaar Jimmy Prenen deed met enkele opslagbommen de zaal ontploffen. Voor de tweedubbele confrontatie met de Russische, en zeg dus ook maar Europese, top in de Champions League deden beide Belgische vaandeldragers vertrouwen op, zo klonk het aan zowel Maaseikse als Roeselaarse kant. Maar of dat zal volstaan voor een goed resultaat ? Kristiansson : "We versloegen ooit al een erg sterk Macerata, Treviso en Olympiacos. Het kán altijd, we geven ons niet op voorhand gewonnen, maar in principe ligt het niveau van Belgorod hoger dan het onze. Van bij de loting stelde ik dat het tussen ons en Friedrichshafen zou gaan voor de derde plaats. We verloren in Duitsland en zullen dat nu thuis moeten rechtzetten. Dat gewonnen setje tegen Iraklis Thessaloniki en de 0-3 tegen Sosnowiec kunnen achteraf nog zeer belangrijk blijken."Eenzelfde geluid bij Dominique Baeyens. "Onze slotmatch in Parijs beslist allicht over al dan niet kwalificatie voor de volgende ronde. Op papier maken we tegen Moskou immers geen kans, maar gold dat ook niet tegen Piacenza ?"door Roel Van den broeck'Ik geloof in ál mijn spelers, ze hebben allemáál kwaliteiten.' (Anders Kristiansson)