Vorig seizoen stond tijdens de laatste speeldag van de heenronde de derby tussen Cercle en Club geprogrammeerd. Het verschil tussen beide ploegen bedroeg vooraf zestien punten, er stroomden 19.000 toeschouwers toe in het Jan Breydelstadion. Cercle won met 1-0 en joeg Club met een forse kater de winterstop in.
...

Vorig seizoen stond tijdens de laatste speeldag van de heenronde de derby tussen Cercle en Club geprogrammeerd. Het verschil tussen beide ploegen bedroeg vooraf zestien punten, er stroomden 19.000 toeschouwers toe in het Jan Breydelstadion. Cercle won met 1-0 en joeg Club met een forse kater de winterstop in. Op de laatste speeldag van de competitie had Club het thuisvoordeel tegen Cercle. Eigenlijk ging het voor beide teams nergens meer om. Toch kwamen er 27.000 toeschouwers opdagen. De partij eindigde in een 3-3-gelijkspel nadat Cercle drie keer op voorsprong kwam. Het is typerend dat Cercle altijd minder volk lokt als het thuis tegen Club speelt dan omgekeerd. Tot in het midden van de jaren zeventig was dat ergens logisch. Beide clubs speelden toen in een ander stadion langs de Torhoutse Steenweg, op 800 meter van elkaar. Clubsupporters waren als de dood om het Cerclebastion te betreden, ze gunden de concurrent geen toegangskaart. Omgekeerd was het net zo. Die bitsige maar nooit tot agressie leidende rivaliteit tussen de beide supportersclans is gebleven. Ook sinds ze hetzelfde stadion delen. Cercle wentelde zich door de jaren heen altijd in een rol van underdog. Het werd conservatief bestuurd en waagde zich nooit op glad ijs. De vroegere voorzitter, Paul Ducheyne, die de club 32 jaar lang leidde, stond model voor die extreme voorzichtigheid : hij deed niet één ronkende uitspraak en werd ongemakkelijk als hij op zondagavond na acht uur door een journalist werd gebeld. Het paste bij de haast gewijde stilte die rond Cercle hing. Maar Ducheyne waakte over de identiteit van groen-zwart. Toen hij in 2002 werd opgevolgd door Frans Schotte, veranderde die filosofie niet. Hoewel Cercle altijd vrede leek te nemen met een plaats in de schaduw, keek het toch altijd nieuwsgierig naar het machtige Club. Het ergerde zich in het begin van de jaren zeventig aan de plots opkomende patserigheid van de vereniging. Club stortte zich toen in de schulden, trok dure buitenlanders aan en bracht die onder in chique villa's in Knokke. De toenmalige burgemeester en latere voorzitter Michel Van Maele redde de vereniging van de verdrinkingsdood. Club trok Ernst Happel aan als trainer en pakte uit met overdonderend voetbal. Cercle zat op dat moment vastgeroest in de anonimiteit : toen Club in 1978 de derde opeenvolgende titel pakte en de finale van de Europacup voor Landskampioenen speelde, zakte Cercle naar de tweede klasse. Nooit was het verschil tussen beide verenigingen zo groot als toen. Toch waren er eclatante overeenkomsten : ook bij Club slopen er geen escapades meer in het beleid maar overheerste het gezond boerenverstand. Cercle Brugge doorbrak de afgelopen vijfentwintig jaar de geruisloosheid maar sporadisch. Het won in 1985 de beker en speelde het jaar daarop in het Koning Boudewijnstadion de bekerfinale tegen Club. De Brusselse voetbaltempel lag toen onder een blauw-zwarte en groen-zwarte deken, een onwezenlijk beeld. Cercle verloor met 3-0, aan de onderlinge machtsverhoudingen viel niet te tornen. Cercle bleef een vereniging die nauwelijks aansprak, de foto's en televisiebeelden van een akelig kil Olympiastadion waren een beetje het handelsmerk. Cercle leerde ermee leven. Het was binnenin gezellig en familiaal, maar naar buiten grauw en grijs. Toen journalist Pol Van Den Driessche als woordvoerder naar de vereniging kwam, ontvouwde hij plannen om, zoals hij het zelf formuleerde, het Cercleverhaal beter te vertellen. Hij vroeg zich af wat je bent met een mooie loungebar als er geen mooie vrouwen zitten. Dat soort uitspraken paste niet bij Cercle maar het werkte wel. Het was alsof de rustig voortdobberende vereniging uit een lange slaap ontwaakte. Vandaag zijn de verschillen tussen Cercle en Club kleiner dan ooit. Sterker zelfs : het voetbal van groen-zwart is verfrissender. Het naar de leidersplaats geslopen Club telt na twaalf speeldagen drie punten meer, maar Cercle scoorde zeven doelpunten meer. Ook dat geeft deze clash een historische dimensie : Cercle-Club is op dit moment de confrontatie tussen subtiliteit en krampachtigheid. S door Jacques Sys