Ik ken weinig mensen die Antwerpsupporter zijn uit sympathie. Dat ben je 100 procent. Fanatiek.' Wim Peters, acteur en theatermaker lacht. Vorige woensdag was hij tegen KRC Genk één van de supporters op de T4. 'Ik denk dat het geweldig moet hebben geklonken, maar voor ons is het nog wat zoeken. Jaren hadden de meesten een vaste plek op de T2 en het blijft een beetje wrang om daar niet langer te zitten, in die oude aftandse tribune waar je met wat pech als het regende net onder een kapotte regenpijp zat. Wat pijn doet, daar begin je soms toch nog van te houden. Maar dit is ook fantastisch, om aan een nieuw verhaal te kunnen beginnen. Qua klank is het nog moeilijk. Het dak is hoger, en door alle lawaai kun je moeilijk praten met je buur.'
...

Ik ken weinig mensen die Antwerpsupporter zijn uit sympathie. Dat ben je 100 procent. Fanatiek.' Wim Peters, acteur en theatermaker lacht. Vorige woensdag was hij tegen KRC Genk één van de supporters op de T4. 'Ik denk dat het geweldig moet hebben geklonken, maar voor ons is het nog wat zoeken. Jaren hadden de meesten een vaste plek op de T2 en het blijft een beetje wrang om daar niet langer te zitten, in die oude aftandse tribune waar je met wat pech als het regende net onder een kapotte regenpijp zat. Wat pijn doet, daar begin je soms toch nog van te houden. Maar dit is ook fantastisch, om aan een nieuw verhaal te kunnen beginnen. Qua klank is het nog moeilijk. Het dak is hoger, en door alle lawaai kun je moeilijk praten met je buur.' Die nadelen neemt hij er met de glimlach bij, want 'een jaar lang hebben we perfect analytisch alle matchen kunnen bekijken achter de tv. Je ziet het duizend keer beter, maar het compenseert nooit de beleving.' Zijn er voldoende tapkranen? Want de fan... die lust er wel eentje, ook tijdens de wedstrijd. Peters: 'Voor Antwerp zijn er nóóit voldoende tapkranen. Op Olympiacos hebben we er een uur lang over gedaan om aan nepbier te raken. Dat gaf me direct een flashback naar tweede klasse vroeger, toen het bier soms gewoon op was. We hebben nu meer faciliteiten, maar soms duurt het nog vlot vijf minuten. Gelukkig kun je tegenwoordig de match op je gsm blijven volgen en moet je niet meer afgaan op het geluid uit het stadion.' Wat hij er ook bij neemt: wisselende momenten, met Antwerp de ene keer goed en vervolgens barslecht. 'Gefrustreerd? Neen. Ik heb vijftien jaar tweede klasse achter de kiezen, ik kan moeilijk gefrustreerd geraken. Na Olympiacos kun je triest zijn óf denken: verdorie, we zitten hier wel met 400 Spartanen tussen al die Atheners, vijf jaar geleden was het nog in Virton. Ondanks die late 2-1 dus mét een smile. Europees voetbal was lang utopie, want we hébben wat meegemaakt. Zware pandoeringen, ook in lagere afdelingen. Ik weet nog goed hoe we terugkeerden met de bus en de hele tijd Goodnight Saigon van Billy Joel draaiden. ( zingt) And we will all go down together... De hele bus, en later op café. Op repeat. ' Paul Geens is leraar techniek op rust. Ook hij is blij met T4, alleen al omdat hij er 'ambetant' van werd dat hij wél kon gaan kijken en veel vrienden niet. Geens ging met pensioen in het jaar van de lockdown. Ineens viel alles weg. 'Luxe heb ik nooit gemist. Voetbal is méér dan een tribune met goeie toiletten en veel drankpunten. Een vaste vriendengroep, mee op verplaatsing... Naar het voetbal gaan, doe je niet rap-rap. Alles errond telt. Ik heb dat vorig jaar heel hard gemist. Pas dan besef je welke plaats voetbal in je sociale leven inneemt.' Is Antwerp een titelkandidaat? Geens: 'Ik heb genoten van de match tegen Genk, maar misschien is weer met de kameraden weg zijn nóg belangrijker dan kampioen worden. Ik denk dat het geen enkele supporter nu stoort dat de resultaten nog niet stabiel zijn.' De ploeg heeft tijd nodig, knikt Yves Mutambay, die vroeger nog bij Berchem voetbalde en nu op T1 een vast zitje heeft. Nieuwe kern, nieuwe trainer. 'Ik weet hoe een kleedkamer intern is, dat vraagt allemaal wat aanpassen.' Zijn eerste indrukken bij de vernieuwingen? 'De sfeer van T2 wordt moeilijk te evenaren, dat is een stuk geschiedenis. Misschien komt dat omdat het stadion nog niet volledig is afgewerkt, of misschien moeten we het allemaal nog gewoon worden.' Wat het ook is: de supporter is ook aan het veranderen. Nog steeds luid, maar minder volks. Mutambay: 'Een logische evolutie, de maatschappij verandert, de club ook. We moeten ook aan de economische belangen denken. Ergens voelen de anciens, waartoe ik mij ook reken, dan dat er iets aan het verdwijnen is. Het volkse maak je op verplaatsing nog mee: op de bussen en Europees zag ik het ook in Athene, maar thuis is het anders. Het is proper nu; dat ruwe kantje is afgevlakt. Zo braaf als in Genk of Gent zal het nooit zijn, maar we lopen wat meer in de rij. Wat ik anderzijds wél raar vind, is dat de jongeren de rivaliteit met Beerschot harder doordrijven dan wij vroeger. De entente van weleer - een Beerschotfan die eens meeging naar Wembley of een Antwerpfan die in Brussel naar de bekerfinale van de rivaal ging kijken - is aan het verdwijnen.' Mutambay, geboren en getogen in Antwerpen, heeft Duitse en Congolese wortels. Hoe divers is het op de tribunes? 'Het is nog geen weerspiegeling van de maatschappij, maar meer divers dan op Beerschot.' Vrijdagmorgen gingen Peters en co iets voor tien achter de computer zitten, bij de start van de verkoop van Europese mini-abonnementen. Wie problemen had of digitaal minder handig is, kon maandag bij de ticketcorner op de Bosuil terecht. Tegen Nicosia liep een en ander nog zwaar in het honderd. Antwerp heeft geleerd uit dat probleem. En maar goed ook, want de communicatie met de supporters is al even eenrichtingsverkeer, signaleert Ilse Van Elsacker, gewezen jeugdtrainer op Antwerp, afgevaardigde van diverse jeugdploegen, moeder van twee ex-jeugdvoetballers van Antwerp en al jaren bezitter van een abonnement. Eerst op T2, later T3. Voor de thuismatch tegen Nicosia zat ze op T4. 'Heel steil, maar wel leuk. Die avond was ze nog niet volzet, tegen Genk wel. En dan merk je wel dat het kuipgevoel enorm is. De gezangen komen wel met wat vertraging tot aan de overkant. Daardoor had ik het gevoel dat iedereen wat door mekaar zong.' De club is hard aan het veranderen, ziet ook zij. 'Noodzakelijk als je wil meedraaien aan de top. Maar veel mensen kijken met wat heimwee terug naar het ons kent ons en het gemoedelijke van vroeger. Ook wel het amateuristische, al is dat nog niet helemaal weg als je kijkt naar het gedoe rond de ticketing de afgelopen weken. Uiteindelijk zijn wij klanten, mensen betalen heel wat centen. Daar laten ze nog steken vallen. Soms krijg ik een klein beetje de idee van: de domme supporter zal wel zwijgen, want zijn drang om matchen te zien is zo groot en als hij kwaad is en zijn abonnement opgeeft, staan twintig anderen te springen om dat over te nemen. Een servicemanager die daar bovenop zit, zou dat snel kunnen veranderen. Op supportersfora is iedereen daar constant over bezig, maar de club zwijgt en dat vind ik niet netjes. Je supporters zijn de club. De rest passanten.' Ze hoopt dat het groeipijnen zijn. Van Elsacker: 'Eens Antwerp, altijd Antwerp, maar na corona beseffen mensen nog sterker dat je leeft om dingen te beleven in een aangename sfeer onder gelijkgezinden.' Dat botst met het cijfermatige dat voetbal kan zijn. Van Elsacker: 'Een moeilijke oefening, maar jammer als dat ten koste gaat van de achterban in Deurne, de gewone werkmens. Een match van Antwerp wordt nu gehypet, maar ik vind dat zoiets hand in hand kan met het volkse.'