Nooit eerder zagen we zoveel kleine kinderen voetballen als in de hobbelige zandstraten van de volkswijken van Ziguinchor. Volgens onze gids in de hoofdstad van Casamance barst het er van het talent, maar ontbreken de financiële middelen om het groot te brengen. Het is Briegel die dat zegt, de eerste coach van Krepin Diatta. Sinds hij tijdens zijn spelerscarrière bij Casa Sport naar de gewezen Duitse international Hans-Peter Briegel werd genoemd, is hij Briegel gebleven. 'Dit is', zal hij meermaals herhalen, 'een echte voetbalregio.'
...

Nooit eerder zagen we zoveel kleine kinderen voetballen als in de hobbelige zandstraten van de volkswijken van Ziguinchor. Volgens onze gids in de hoofdstad van Casamance barst het er van het talent, maar ontbreken de financiële middelen om het groot te brengen. Het is Briegel die dat zegt, de eerste coach van Krepin Diatta. Sinds hij tijdens zijn spelerscarrière bij Casa Sport naar de gewezen Duitse international Hans-Peter Briegel werd genoemd, is hij Briegel gebleven. 'Dit is', zal hij meermaals herhalen, 'een echte voetbalregio.' Het begint al wanneer je de luchthaven buitenkomt: aan de rechterkant van de weg bevindt zich het Stade Jules François Bertrand Bocandé, genoemd naar de Senegalese spits die in de jaren tachtig onder meer voor US Doornik en FC Seraing speelde. 'Hij is naar België kunnen vertrekken dankzij een neef die daar woonde, nadat hij hier in de bekerfinale de scheidsrechter had geslagen en levenslang geschorst werd', vertelt Briegel in de taxi die ons naar het centrum brengt. 'Toen hij in Europa succesvol werd, scholden ze hem zijn schorsing kwijt om hem te kunnen oproepen voor de nationale ploeg. Hij overleed in 2012 en ligt sindsdien begraven op het kerkhof naast het Stade Aline-Sitoe Diatta. Nog altijd zingen de supporters van Casa Sport elke wedstrijd een lied voor hem. Jules Bocandé was onze eerste superster. Ik was ballenraper in die tijd en hij droeg bij aan mijn grote liefde voor het voetbal.' Intussen zijn er in Casamance nieuwe inspirators van de jeugd opgestaan: gevestigde waarde Sadio Mané (27), die vorig seizoen met Liverpool de Champions League won, en rijzende ster Krepin Diatta. 'Zowat elke dag krijg ik sollicitaties binnen van ouders die mij vragen of ik hun zoontje wil begeleiden om profvoetballer te worden', zegt Briegel. 'Dit is een landbouwstreek, er is hier weinig ander werk en het leven is er keihard. Een voetballer van hoog niveau in de familie kan voor mensen veel veranderen. Maar het probleem is: hier is maar één eersteklasser, Casa Sport, en de rest van de clubs is klein, arm en speelt in de lagere afdelingen. Er is in heel deze provincie één centre de formation, terwijl er in Dakar zoveel zijn. Hier zijn alleen écoles de foot en daar wordt maar drie keer per week getraind: op woensdagnamiddag, zaterdagnamiddag en zondagochtend.' Het probleem is ook dat Casamance een enclave is: het ligt in het zuiden van het land tegen Guinee-Bissau en om naar de rest van Senegal te rijden moet je doorheen Gambia. 'Ik ben coach van Olympique de Ziguinchor in National 1, de derde klasse, en als we in Dakar moeten spelen, doen we dat met een minibus. We vertrekken om 7 uur 's ochtends en komen daar een eind na middernacht aan. Maar het is ook al gebeurd dat we aan de veerpont in Gambia moesten wachten om 's anderendaags overgezet te kunnen worden. We sliepen in het busje. Onlangs werd er wel een brug geopend over de Gambiarivier en dat scheelt toch al enkele uren.'Na zijn spelerscarrière begon Briegel in Ziguinchor een eigen voetbalschool. Daar meldde zich op een dag ene Krepin Diatta, een jongentje van acht. 'Je zag meteen dat hij iets had', aldus Briegel. 'Twee, drie jaar later ben ik kadettentrainer geworden bij de derdeklasser Santhiaba FC en nam ik hem mee naar daar. Hij leerde er wat competitievoetbal is en geraakte bij de regionale selectie en van daar bij de nationale ploeg, eerst bij die van de U15 en daarna ook bij die van de U17. Via een ex-international en vertrouwenspersoon van mij die in Dakar leeft, is Krepin daar op zijn zestiende bij de Oslo Football Academy terechtgekomen en van daar naar Sarpsborg 08 FF in Noorwegen getransfereerd geweest. Maar daar wil hij niet meer over praten, omdat er problemen waren met de voorzitter van de Oslo Football Academy. Krepin wist niet eens hoeveel hij er verdiende. Sindsdien werkt hij samen met zijn huidige makelaar, Thierno Seydi, die hem naar Club Brugge bracht.' Briegel neemt ons mee naar le Terrain de Pedro Gomis, waar Krepin met de U15 van Santhiaba FC trainde. Hij stelt er ons voor aan Amadou Sekou Traoré, een collega van hem die Anderlecht ooit een speler aanbood. ' Ibrahima Dramé. Hij testte er in 2011 drie weken, maakte vijf goals in drie wedstrijden bij de U19 en mocht blijven, maar makelaar Nenad Petrovic en Anderlechtmanager Herman Van Holsbeeck kwamen niet tot een financieel akkoord.' Amadou Sekou Traoré was destijds coach van de U15 en de U17 van Casa Sport en daar kwam een tijdje ook Krepin Diatta trainen, vertelt hij. 'Maar opeens bleef hij weg. Hij deed het seizoen niet uit. Achteraf hoorde ik dat hij niet meer mocht komen van zijn vader omdat hij zijn studies verwaarloosde.' Hij prijst Briegel, de man hem begeleidde tot wie hij is geworden, en benadrukt het belang van de Navétanes, de interwijkencompetitie in de zomer, en van de voetbalscholen. 'Krepin is daar een product van, een jongetje dat niet alleen technisch heel onderlegd was maar ook heel veel lef had.' Hij toont op zijn gsm een jeugdfoto van Krepin. 'Kijk, toen hij de finale van de jonglagewedstrijd voor jonge voetballers van de regionale voetballiga van Ziguinchor won. Krepin is hier niet langs een grote club gepasseerd, hij werd niet gevormd in geweldige omstandigheden, maar dat maakte hem juist sterker. Hij past zich makkelijk aan. Die jongen verenigt heel veel kwaliteiten in zich, maar typisch voor Krepin is: als hij aan de bal is, gaat hij vooruit. Hij aarzelt niet, omdat hij weet: als je mij aanvalt, kan ik jou uitschakelen.' Op een veld dat bij ons afgekeurd zou worden wegens te gevaarlijk om geblesseerd te geraken, zien we kinderen zich bij 35 graden Celsius de ziel uit het lijf spelen. Briegel herkent in enkelen van hen de mentaliteit van Krepin. 'Je zag meteen dat hij een winnaar was. Ik weet nog dat we in de kwartfinale van de bekerwedstrijd tegen Casa Sport domineerden maar door een penalty op achterstand kwamen. Een kwartier voor tijd dribbelde Krepin de hele verdediging en zette hij met een millimeterpass de spits vrij voor open doel. Maar die schoof de bal naast. Krepin was furieus en weende als een klein kind. Het seizoen daarna wonnen we de bekerfinale met twee doelpunten van hem. Iedereen kon toen zien hoe goed hij was: zijn finesse, zijn snelheid, zijn verandering van richting en van ritme. Maar ik moet bekennen dat zijn mama en zijn broers mij moesten helpen om zijn vader te overtuigen om Krepin volledig voor het voetbal te laten kiezen.' In de buitenwijk Lyndiane wonen de Diatta's in een heel bescheiden woning. De vader is net aan het eten, de moeder en de jongste broer zijn niet thuis en de zus is achteraan het huis bezig. Het is Yvon Diatta, de zes jaar oudere broer, die ons ontvangt. Volgens Briegel was hij misschien zelfs een nog groter talent. 'Er zijn mensen die dat vinden, ja, zoals er ook zijn die beweren dat onze vader het allergrootste talent was, maar Krepin is toch iets speciaals hoor', zegt hij. 'Toen hij heel klein was, zelfs nog niet kon lopen, begon hij te wenen wanneer hij mensen zag voetballen. Tot ze hem de bal gaven, dan werd hij op slag rustig. Namen ze de bal terug, dan begon hij weer te wenen. Is dat niet speciaal? Precies of hij toen al wist dat hij de weg van de bal moest volgen in zijn leven. 'Maar onze vader wilde niet dat Krepin alles op het voetbal zette. Hij is onderwijzer en wilde dat hij in zijn voetsporen trad, om iemand te worden in dit land en misschien ooit voor de staat te werken. Onze middelen waren heel beperkt. Het geld ontbrak om voor Krepin schoenen te kopen. Hij speelde op blote voeten of met gescheurde sandalen. Onze vader komt uit een grote familie, hij moest zijn inkomen behalve aan ons ook aan broers, zussen en neven besteden. Hij legde druk op ons om te studeren, maar na een tijd begreep hij toch dat het voetbal belangrijk was voor Krepin en liet hij hem zijn weg volgen. Hij nam Briegel in vertrouwen, omdat hij als coach en ex-voetballer het milieu heel goed kende, en zei: 'Zorg voor Krepin alsof het je eigen zoon is!' 'Onze opvoeding was heel strikt, zoals dat in het zuiden van het land gebruikelijk is. Als vader zegt dat er iets niet mag, dan doe je dat niet. Spreekt er iemand, dan luister je rustig. We zijn een kalme familie. Hoe moeilijk het leven ook is, we geloven in wat we doen en in God. Dat zie je ook aan Krepin: hij denkt niet aan negatieve dingen, hij doet positieve dingen. Hij dacht altijd alleen maar aan zijn toekomst als voetballer en wat hij daarvoor moest doen. Son boîte de nuit, c'etait le ballon ( lacht). Dat hij nu in de Champions League tegen Marcelo zo speelt en bij Senegal samen met Sadio Mané in de ploeg staat, is geweldig. Daar genieten wij enorm van. Al staat hij nog maar aan het begin van zijn carrière. 'Voor mij is Krepin een genie. Zie wat hij allemaal doet op het veld en welk soort doelpunten hij maakt! ( lacht) Hij gevormd als nummer tien maar hij is polyvalent. Zijn idool vroeger was Andrés Iniesta. Hij bekeek video's van hem en speelde het liefst met zijn nummer: 8. Veel mensen in de wijk noemden hem ook zo. Het meest houdt Krepin van het Spaanse voetbal. Volgens mij is zijn grootste droom ooit voor Barcelona spelen.' Intussen is ook de vader naast ons komen zitten. Hij draagt een AC Milanshirt van Ronaldinho. Blijkbaar is Joseph Diatta ook een genie. 'Wel, ik zag hem zelf nooit spelen, maar van de echo's die ik over hem hoor, weet ik dat hij technisch heel sterk was en geweldig kon dribbelen', merkt Yvon op. 'Het zit dus in het bloed.' Wat volgens vader Diatta ook in het bloed zit, is de zin voor sportiviteit. 'Ik heb Krepin altijd voorgehouden dat je als voetballer fair moet zijn', zegt hij. 'Dat je je niet moet opwinden wanneer je verliest, maar rustig en respectvol moet blijven.' Hij voegt er nog aan toe dat toen hij Krepin uiteindelijk toch voor het voetbal liet kiezen, en zo toeliet te stoppen met studeren, hij dat met overtuiging deed. 'Op school kreeg ik daarvoor kritiek van collega's, maar ik zei: op een dag zul je het wel begrijpen.' De zus van Krepin komt liever niet aan het woord. Het is de zus van de vader, Martha, die in haar plaats spreekt. 'Bij Krepin was de passie groter dan bij anderen', vindt ze. 'Hij had zelfs geen tijd om te eten, omdat hij niet kon stoppen met voetballen.' Het college waar vader Diatta toezicht houdt en waar zijn kinderen school liepen, is vlakbij: het CEM Lyndiane. Op een muur staat voor de leerlingen een boodschap gekalkt: Travail Discipline Reussite. Krepin snapte het, zegt Mohamed El Badji, een collega van vader Diatta. 'Hij was een jongen die besefte dat als je gelooft in de bron en als je je volledig geeft, het dan goed komt. Krepin was op school een beetje timide, onopvallend, maar je zag aan alles dat hij wilde slagen in het leven en bereid was om daar alles voor te doen. Dat was het verschil met kameraden van hem die ook uitstekend konden voetballen.' Achter het college ligt het veld waar Krepin begon te voetballen in de école de foot van Briegel. Le Terrain de Diatir. Olympique de Ziguinchor is er aan het trainen. Een van de spelers is Alassane Sagna, een verdediger die nog twintig moet worden, samen met Krepin U15- en U17-international is geweest en nu aanvoerder is van het eerste elftal én van de regionale U20-selectie. Volgens Briegel is hij ook een jongen die ver kan geraken. 'Maar Krepin was de beste van onze generatie', zegt hij. 'Op het veld loste hij onze problemen op: hij motiveerde ons en je kon bij hem altijd de bal kwijt. Zijn vrienden van toen is hij niet vergeten. Wanneer hij hier is, roept hij ons bijeen.' De avond valt stilaan en Briegel nodigt ons uit bij hem thuis. Terwijl zijn vrouw voor ons kookt, zien we op televisie Senegal de finale van het U20-toernooi in Guinee van Mali winnen. Tussendoor lopen twee jeugdvrienden van Krepin binnen. Mathieu Mendy leerde Krepin kennen toen ze twaalf jaar waren. 'Wat vooral opviel, was zijn motivatie om een grote speler te worden', zegt hij. 'Wij gingen wel eens tot vier uur 's ochtends uit, maar hij deed dat nooit. Hij hield daar niet van, omdat hij ervan droomde een grote speler te worden. Liever voetbalde hij tot 's avonds laat. Meisjes interesseerden hem niet. Als je erover begon, zei hij: 'Stop daarmee.' Wou je met hem spreken, dan moest je over voetbal beginnen. Al zijn liefde en tijd ging naar de bal. De rest was daaraan ondergeschikt. Hij wist precies al op heel jonge leeftijd: ik heb iets. Dat dreef hem. Hij deed ook altijd alles om te winnen en als hij verloor, weende hij, alsof hij geboren was met de verplichting om altijd te winnen. Hij was heel getalenteerd, maar vooral: hij deed er meer voor dan wij. Het leek hem ook geen moeite te kosten om er zoveel voor te doen. Wat opvalt bij hem is dat hij heel de tijd progressie blijft maken. Krepin is speciaal: van nature wijs en een goed karakter. Iedere ziel is anders en bij hem kreeg je het gevoel dat hij geboren was om een grote speler te worden en zo zijn familie en zijn volk te helpen.' Mamadou Lamine Badji was de boezemvriend van Krepin, hij woonde in zijn buurt, zat bij hem op het college en bracht hem mee naar de voetbalschool van Briegel. 'Krepin was uniek', zegt hij. 'Je voelde echt zijn vriendschap. Hij deelde zijn persoonlijke waarden met mij, zijn geloof en zijn goeie wil, en als ik iets deed wat hij niet goed vond, zei hij mij dat. Ik was niet zo snel als hij en als hij mij passeerde, gebeurde het wel eens dat ik hem vasthield, om hem te plagen, maar daar kon hij niet tegen ( lacht). Dan werd hij gek en riep hij: 'Dat is geen voetbal!' Fairplay vond hij altijd al belangrijk. Het moet eerlijk verlopen. Hij was eerder introvert, maar enorm ambitieus. Hij wilde altijd winnen en zei mij dat hij een grote speler wilde zijn. Het was een ambitie die hij van klein af al in zich droeg en die hij intuïtief volgde.' Het is zaterdagavond en in het Stade Aline-Sitoe-Diatta worden de halve finales van de Navétanes gespeeld. Briegel neemt ons mee naar daar en onderweg komen we een oud-leraar van Krepin tegen: Didier Kanfomé. Hij zit buiten voor zijn huis, zoals zoveel anderen in de schaars verlichte volkswijken van Ziguinchor. 'Ik gaf Krepin twee jaar Portugees', zegt hij. 'Zijn punten heb ik nog altijd liggen. Die waren goed, al was hij meer bezig met voetbal. Het liefst wilde hij met school stoppen, maar zijn vader wilde dat hij ook een intellectuele bagage verwierf. Dat maakte die man mij op een dag heel duidelijk. Dus als Krepin wilde wegglippen of niet kwam opdagen, sloeg ik hem ( lacht).' 'Coach!' Terwijl we aan het uitkijken zijn naar een taxi roept een jongeman Briegel. Het is Yaya Diatta, de U20-coach van Olympique de Ziguinchor, de club waar Briegel hoofdcoach is. Wanneer hij verneemt dat we gekomen zijn voor Krepin drukt hij zijn bewondering uit voor de progressie die hij de laatste tijd maakt. 'Voorheen hield hij de bal langer bij zich', zegt hij. 'Ook zijn communicatie in de media is verbeterd. Hij slaagt er beter in wedstrijden en zijn prestaties te analyseren. Op de CAN gaf hij hele goeie antwoorden op vragen van journalisten, vond ik. Hij integreerde zich ook heel snel in de nationale ploeg. Ik denk dat hij definitief in de sporen van onze Sadio Mané is getreden.' In het Stade Aline-Sitoe-Diatta treffen we Demba Ramata N'Diaye, generatiegenoot van onder anderen Jules Bocande en Tew Mamadou. Tegenwoordig is hij technisch directeur bij Casa Sports, waar hij als speler en coach won wat er te winnen viel. Hij noemt Krepin Diatta een exponent van deze streek. 'Getalenteerd, maar ook strijdlustig. Hij geeft niet op, is vol vertrouwen in zichzelf en in zijn prestaties en als hij mist, wil hij meteen herbeginnen. Hier is veel ruimte en overal voetballen er kinderen. Dat is de basis van onze jeugdopleiding. Vaak zie je één bal en vijftien jongetjes die erachter lopen. Als je geen bal kunt bijhouden, zal je hem meteen kwijt zijn; en als je geen bal kunt afpakken of er niet in slaagt je vrij te zetten, zal je de bal niet raken. Ben je ontmoedigd, dan zal je opgeven. Het zijn de grondbeginselen van ons voetbal. Hier geven we niet op, zelfs als we 3-0 of 4-0 achter staan, geloven we nog in een ommekeer. Wij waren de eerste regio in Senegal met een competitie voor écoles de foot en daar komt de hele wijk naar kijken. Er is hier ook alleen maar training op momenten dat er geen school is, op woensdagnamiddag en in het weekend. In Dakar zag ik dat jongetjes van twaalf jaar elke dag overdag moesten trainen in plaats van naar school te gaan. Dat ze die kinderen niet leren lezen en schrijven is een schande. Hoe gaan die voor zichzelf kunnen opkomen? Hoe sterk zullen zij staan tegenover makelaars? Ik noem dat 'les nègres du foot'. Hier heerst een heel andere cultuur. Ga overal elders in Senegal maar kijken: je zult geen ploeg vinden waarvan niet minstens vijf spelers van de selectie hier hun basisvorming kregen. Alleen jammer dat hier geen middelen zijn om een centre de formation te creëren. De dag dat daar in Ziguinchor iemand in investeert, spreken we niet meer over Dakar.' Het is intussen bijna middernacht en in het Stade Aline-Sitoe-Diatta is net de tweede halve finale van de Navétanes begonnen.