Pension Anarbella biedt een mooi uitzicht op de stad Nitra, beneden in het dal. Hier, op een uurtje rijden van Bratislava, geeft Milan Lednicky een feestje. Een centrale plek in het restaurant heeft een spelerstruitje van FC Twente. Ernaast ligt een kartonnen kopie van de kampioensschaal van de Eredivisie. Obers komen rond met witte, Slowaakse wijn, op tafel staat Tsjechisch bier en er is pikante Slowaakse worst. Het feestje is ter ere van de thuiskomst van Miroslav Stoch. Het 20-jarige Slowaakse talent, dat net kampioen is geworden met Twente, komt thuis even uitblazen voor hij zich met de nationale ploeg voorbereidt op het WK in Zuid-Afrika.
...

Pension Anarbella biedt een mooi uitzicht op de stad Nitra, beneden in het dal. Hier, op een uurtje rijden van Bratislava, geeft Milan Lednicky een feestje. Een centrale plek in het restaurant heeft een spelerstruitje van FC Twente. Ernaast ligt een kartonnen kopie van de kampioensschaal van de Eredivisie. Obers komen rond met witte, Slowaakse wijn, op tafel staat Tsjechisch bier en er is pikante Slowaakse worst. Het feestje is ter ere van de thuiskomst van Miroslav Stoch. Het 20-jarige Slowaakse talent, dat net kampioen is geworden met Twente, komt thuis even uitblazen voor hij zich met de nationale ploeg voorbereidt op het WK in Zuid-Afrika. Milan Lednicky, ex-spits van het plaatselijke FC Nitra, Inter Bratislava, Dukla Banskaen FC Mainz, is Stochs makelaar, een van de dertien erkende Slowaakse makelaars en een man met een eigen visie op het vak. Die visie bestaat erin om Slowaaks talent zo jong mogelijk naar het buitenland te brengen bij een grote club. Lednicky bracht Stoch op zijn zestiende bij Chelsea. Twee seizoenen geleden speelde hij daar af en toe, afgelopen jaar trad hij op het voorplan met Twente. Dat Slowakije nu naar het WK gaat, betekent niet dat het land plots bulkt van het talent, zegt de manager. Hij heeft net de interland Slowakije-België bij de min 18-jarigen gezien. "Bij de Belgen zag ik minstens vijf spelers die straks moeiteloos meedraaien bij topclubs. Bij onze ploeg zag ik die niet." Miroslav Stoch is een sympathieke knul, wiens kennis van het Nederlands zich beperkt tot 'kleine Slowaak' en 'goeie speler'. Engels praat hij na drie jaar Chelsea uitstekend. "Maar toen ik daar op mijn zestiende aankwam, sprak ik alleen Slowaaks. Gelukkig kwam ik in een gastgezin terecht, waar ik snel de taal oppikte." Wat Slowakije straks op het WK waard is, kan de linksbuiten niet inschatten: "We willen van het moment genieten en de mensen thuis een goed gevoel geven. Als we onze eerste match van Nieuw-Zeeland winnen, kan het dat we daar iets bereiken. Het probleem is dat iedereen in Slowakije ervan uitgaat dat we die match met de vingers in de neus winnen." Vanavond is de glimlach geen moment van zijn gezicht te bannen. "Had iemand me twee jaar geleden voorspeld dat ik op mijn twintigste in het eerste van Chelsea gespeeld zou hebben, kampioen van Nederland geworden zou zijn, international zou zijn en zou mogen meegaan naar het WK, ik had hem voor gek verklaard." Aan tafel schuiven de genodigden aan. Het zijn niet de minsten in het Slowaakse voetbal. Er is assistent-bondscoach Michal Hipp, ook ex-speler van FC Nitra en zelf voormalig international van zowel Tsjecho-Slowakije als Slowakije. Een andere ex-speler van Nitra, Lubomir Moravcik, is een van de grote namen uit het TsjechoSlowaakse (42 A-caps) en Slowaakse (37 A-caps) voetbal van de jaren negentig. Hij was erbij toen Tsjecho-Slowakije zijn allerlaatste interland speelde, in Brussel op 17 november 1993. Moravcik voetbalde in het buitenland bij Saint-Etienne, Bastia, Duisburg, Celtic Glasgow en het Japanse JEF United. Zijn afscheidswedstrijd in 2003 bij zijn eerste club Nitra, toen in tweede klasse, trok liefst 10.000 kijkers. Tegenwoordig trekt Nitra in de hoogste afdeling nog geen 2000 man. Vanavond wil Moravcik, die uitstekend Frans praat, weten hoe dat in België nu met die taalkwestie zit en hoe het gaat met zijn vriend Joos Valgaeren, met wie hij nog bij Celtic speelde. Even later wordt de ereplaats tegenover Miroslav Stoch vrijgemaakt. Daar is Vladimir Weiss (45), de Slowaakse bondscoach en op dit moment waarschijnlijk de populairste man in het land. De laatste maanden is Weiss wel diep gefrustreerd over de manier waarop hij moet werken. Sinds de kwalificatie moet hij zelf op zoek naar sponsors. Net voor de lottrekking in Zuid-Afrika gaf de toenmalige vrouwelijke perschef haar vliegtuigticket terug en stapte op. Daardoor was Slowakije op die lottrekking het enige land zonder perschef. Twee maanden voor de start van het WK kreeg Peter Surin, de toonaangevende journalist van het dagblad Sport, van de bond de vraag of hij geen geschikte perschef kende. Surin weet niet waarheen met aanvragen voor interviews met de Slowaakse bondscoach, uit Engeland, Tsjechië, nu ook uit België. Hij kent Weiss goed, ze hebben als jongeren nog tegen elkaar gevoetbald in de regio van Bratislava. Maar Weiss neemt de laatste tijd zijn telefoon nog amper op. Op het feestje van Stoch wil de bondscoach wel praten, al moet er vertaald worden: Weiss begrijpt enkel Slowaaks, Tsjechisch en Russisch. De voetbalgeschiedenis van de familie Weiss is uniek, met drie generaties naeen in de nationale ploeg(en). De huidige bondscoach speelde met Tsjecho-Slowakije (negentien selecties) op het WK '90 in Italië, later verdedigde hij nog twaalf keer de Slowaakse kleuren. Het meest emotionele moment uit de afgelopen kwalificatiecampagne noemt hij de dag dat hij zijn zoon, Vladimir Junior (afgelopen seizoen door Manchester City uitgeleend aan Bolton Wanderers) opriep voor de nationale ploeg. "Ik wist dat hij die selectie waard was, maar ik was bang dat men zou zeggen dat ik het deed omdat hij mijn zoon was. Gelukkig deed hij het goed." Dat Slowakije na de splitsing langer op internationaal voetbalsucces moest wachten dan Tsjechië, dat al op het EK '96 de finale haalde, komt omdat de Tsjechen toen profiteerden van een gouden generatie, met Poborsky, Koller en Smicer. Weiss: "Nu hebben zij een mindere lichting en hebben wij een goeie generatie. Een klein land moet, om mee te kunnen aan de top, rekenen op een uitzonderlijke lichting." Dat Slowakije in zijn kwalificatiegroep Tsjechië klopte, was goed voor het zelfvertrouwen van de Slowaakse voetballers: "Tevoren keken we naar Tsjechië op zoals een jonger kind dat naar zijn oudere broer doet. Nu weten we dat we ook iets kunnen." Toen de voormalige trainer van Artmedia Brastislava (dat zich met hem in 2005/06 plaatste voor de groepsfase van de CL) bondscoach werd, wilde hij de mentaliteit in en rond de nationale ploeg veranderen: "Aan het begin van de WK-kwalificaties geloofde niemand dat we ons dit keer wel zouden plaatsen, na drie mislukte campagnes. Ik geloofde er wel in. Dat ik dat vertrouwen kon overbrengen op de kleedkamer, vind ik mijn belangrijkste realisatie. Vedetten hebben wij niet. De beslissende match, in Polen, wonnen we zonder vijf sterkhouders, met een jong, enthousiast team." Met de kwalificatie is slechts de helft van het traject afgelegd dat hij met het Slowaakse voetbal in gedachten had. "Ik wens dat in de toekomst de talenten niet meer op hun zestiende naar het buitenland vertrekken, maar in onze eerste klasse blijven tot ze twintig zijn. Zo verhogen ze het niveau van onze competitie en brengen ze met hun verkoop onze clubs meer geld op, dat vervolgens geïnvesteerd kan worden in betere stadions en werkfaciliteiten. De jeugd is al wat we hebben. Geld, moderne stadions, goeie werkfaciliteiten hebben we niet. Het is telkens herbeginnen. Op eigen kracht kunnen onze clubs niet vooruitgaan." Tot die conclusie kwamen ook de voetbalfederaties uit Slowakije en Tsjechië. Zeventien jaar na de splitsing is men van plan om de gesplitste voetbalcompetities weer samen te voegen, omdat men merkte tot wat de scheiding leidde: lege stadions, amper spankracht, geen interesse van sponsors, geen geld en een massale uittocht van jong talent. Ook Weiss hoopt vurig dat de eengemaakte Tsjecho-Slowaakse competitie er zo gauw mogelijk komt. Dat zou in het seizoen 2011/12 kunnen gebeuren. "Daar wordt iedereen beter van. De Tsjechen kijken uit naar de duels met Slovan, Zilina en Trnava, de Slowaken naar die met Sparta, Slavia en Ostrava." Het is zaterdag 17.45 uur als in Bratislava tram vier stopt aan het Pasienkystadion, het enige nog bespeelbare stadion in de hoofdstad zo lang het grote nationale stadion plat ligt voor renovatie. Wanneer het weer opengaat, weet niemand. Het Pasienkystadion is het oude stadion van Inter Bratislava, dat vorig jaar failliet ging en zijn licentie verkocht aan een ambitieuze vierdeklasser uit de naburige stad Senica, die daardoor nu voor het eerst in zijn bestaan in de hoogste klasse aantreedt. Hier in de Nove Mesto (nieuwe stad) spelen nu afwisselend FK Petrzalska en Slovan Bratislava hun thuiswedstrijden. Petrzalska, de 'moderne' wijk van Bratislava aan de zuidelijke oever van de Donau, drong voor een paar jaar onder de naam Artmedia Bratislava door tot de poules van de Champions League, maar degradeerde een paar weken geleden naar tweede klasse. De succestrainer van toen, Vladimir Weiss, is weg, net als de sterke man achter het succes. Eigenaar Ivan Kmotrik, een Slowaak met meer dan honderd bedrijven, is tegenwoordig eigenaar van Slovan Bratislava, van oudsher de trots van Slowakije. Over een kwartier speelt hier regerend kampioen Slovan tegen FC Dukla Banska Bystrica, de nummer twee tegen de nummer drie. Een echte topper dus, maar aan de ingang is amper iemand te zien. Controle is er niet, de toegangspoort staat wijd open, ook aan de persingang controleert niemand de toegangsbewijzen. Behalve een gammel biertentje net voorbij de ingang zijn er geen voedsel- of drankvoorzieningen in het stadion. Journalisten beklimmen de perstribune met een pakje, gekocht in de nabijgelegen MacDonald. Tijdens de rust is het wachten om het toilet binnen te kunnen tot een bezoekende speler buitenstapt. Bij de aftrap zitten er 1496 toeschouwers op de tribunes. Slechts 5 van de 22 spelers die het veld betreden, zijn buitenlanders. De bondscoach zit niet in de tribune. Amper drie spelers uit de Slowaakse competitie haalden de WK-preselectie: één van Zilina, één bij Trnava en verdediger Kornel Salata van Slovan. Graag had Vladimir Weiss ook Slovans verdedigende middenvelder Karim Guédémeegenomen, maar die heeft nog de Togolese nationaliteit (hij zat in de voorselectie van Togo voor het WK 2006). De FIFA liet weten dat zijn naturalisatie niet tijdig rond zou komen. Anders was Guédé de allereerste genaturaliseerde international uit de Slowaakse voetbalgeschiedenis geweest. Slovan wint makkelijk, maar omdat koploper Zilina ook wint, is die ploeg voor de vijfde keer kampioen. De toeschouwersaantallen leren echter dat de Corgon Liga, genoemd naar de brouwerij uit Nitra (eigendom van Heineken), geen succes is. Drie speeldagen voor het einde, toen alle prijzen nog verdeeld moesten worden, trokken de zes eersteklassewedstrijden samen geen 10.000 toeschouwers. Publiekstrekker was afgelopen seizoen Trnava (gemiddeld 5500), gevolgd door Slovan (4000). Kampioen Zilina bleef steken op een gemiddelde van 3700 toeschouwers, maar het heeft wel als enige club in Slowakije een modern stadion, opgetrokken door een rijke voorzitter, die zijn houtbedrijf voor veel geld verkocht aan een Finse onderneming. Daarom wil Weiss, als hij straks nog bondscoach is, de interlands van het krakkemikkige Pasienkystadion naar Zilina verhuizen. Zeventien jaar geleden was Bratislava, op de vooravond van de onafhankelijkheid van Slowakije op 1 januari 1993, een grauwe ingeslapen provinciestad waar de ambitieuze jongeren al gauw vertrokken, richting Praag. Nu is het een fiere kleine hoofdstad van net geen half miljoen inwoners (in een land van 5,5 miljoen Slowaken), met een autovrij en opgeknapt historisch centrum waar toeristen doorheen slenteren, van de Donau omhoog naar de Hrad, de burcht, hoog op de heuvel. Tot voor kort was de belangrijkste toegang tot de stad de luchthaven van het nabijgelegen Wenen, dat amper op een uur rijden ligt. Vandaag kan men vanuit Charleroi met Ryanair vijf keer per week naar de luchthaven van Brastislava zelf. De band met Wenen blijft: vijf keer per dag vaart een ferry heen en weer over de Donau tussen de twee zustersteden. Er is in het centrum lekkere Italiaanse espresso, en in Café De Zwaan in de autovrije Panska Ulica worden vooral Belgische bieren geserveerd. De prijzen worden aangeduid in euro (de officiële munt sinds 1 januari 2009) maar ook nog in oude Slowaakse kronen. Op het Hlavne Namestie, het stemmige plein aan het oude stadhuis, hangen aan de toeristenkraampjes truitjes van de nationale voetbalploeg naast die van die andere populaire sport, ijshockey. De enige naam die op de voetbaltruitjes staat, is die van de jonge middenvelder van Napoli, Marek Hamsik, de enige ster van het team naast verdediger Martin Skrtel van Liverpool. Maar dat het Slowaakse voetbal op het komende WK even hoog scoort als het ijshockeyteam op het WK 2002 (het werd toen wereldkampioen) is hoogst onwaarschijnlijk. "Ik hoop dat ik me vergis, maar het zou wel eens de eerste, maar ook de laatste keer kunnen zijn dat we erbij zijn op een WK", zegt Lubos Moravcik. "Het is niet omdat Slowakije naar het WK gaat, dat het goed gaat met het Slowaakse voetbal. De situatie van het Slowaakse voetbal is zo slecht dat, als de spelers niet op piepjonge leeftijd naar het buitenland gaan, het in de toekomst erg moeilijk wordt om nog een succesvol nationaal team te bouwen." Wat is Moravciks raad aan de steeds groter wordende groep Vlamingen die roepen dat België het voorbeeld van Tsjecho-Slowakije moet volgen en splitsen? Voor de identiteit van de Slowaken was de splitsing geen slechte zaak, zegt hij. "Tevoren werden we overal bekeken als Tsjechen. Niemand buiten Tsjecho-Slowakije realiseerde zich dat het land uit twee volkeren bestond. Na de splitsing leerde de wereld dat er ook Slowaken waren. Maar voor het voetbal was de splitsing een ramp. De Tsjecho-Slowaakse competitie stelde nog iets voor, de rivaliteiten tussen de regio's lokten volle stadions." Ook Moravcik hoopt dat de eengemaakte competitie er gauw komt, want ook Tsjechië heeft slechts een paar topclubs met een stevige structuur en een flinke aanhang (Sparta en Slavia Praag en Banik Ostrava) en amper sponsors en toeschouwers. Net als Slowakije kent het een massale exodus van piepjong talent. Moravcik: "Laat die eengemaakte competitie er maar snel komen. Het enige probleem is: wie mag na het seizoen Europa in? Daar moet de UEFA zich over uitspreken. Tot het zover is, moet elk talent zo gauw mogelijk weg. Niet alleen omwille van het geld, maar om in deftige omstandigheden te kunnen werken. De stadions in Slowakije zijn, op dat van Zilina na, nog dezelfde als veertig jaar geleden. Toen ik bij Nitra speelde, zat er gemiddeld 7000 man op de tribune, nu nog amper 1000. Terwijl een ticket maar twee euro kost, dat is amper meer dan de prijs van een pintje bier." Het WK zal daar niets aan veranderen: "Het WK zal de Slowaken een gevoel van trots geven, maar zal ze niet opnieuw naar de stadions lokken. De mensen komen maar terug als het voetbal van betere kwaliteit is, als er meer toiletten zijn en de tribunes overdekt zijn. Vandaag heeft in de hoogste klasse alleen Zilina vier overdekte tribunes." door geert foutré"Geld, moderne stadions, goeie werkfaciliteiten hebben we niet. Het is telkens herbeginnen." bondscoach Weiss"Een klein land moet, om mee te kunnen aan de top, rekenen op een uitzonderlijke lichting." bondscoach Weiss