De fotografen verdrongen elkaar al geruime tijd voor de trucks van het Renault-team. Teamchef Flavio Briatore stapte op hen toe. Naast hem : Fernando Alonso, Spanjaard, 21 jaar. Briatore legde zijn arm om de rijder en grijnsde breed. Alonso lachte schuchter. Briatore greep hem nog steviger vast, als was de jongeman een trofee die hij wilde tonen.
...

De fotografen verdrongen elkaar al geruime tijd voor de trucks van het Renault-team. Teamchef Flavio Briatore stapte op hen toe. Naast hem : Fernando Alonso, Spanjaard, 21 jaar. Briatore legde zijn arm om de rijder en grijnsde breed. Alonso lachte schuchter. Briatore greep hem nog steviger vast, als was de jongeman een trofee die hij wilde tonen. Goed tien jaar geleden poseerde Briatore min of meer op dezelfde, triomfantelijke manier met een jonge autocoureur voor de camera's. Toen leidde de pientere Italiaan het team van Benetton. En de jongeman die hij showde, luisterde naar de naam Michael Schumacher. Tien jaar later gelooft Briatore dat hij weer beet heeft. "Het is een killer", zegt hij over Alonso, en in de wereld van de Formule 1 geldt dat ongeveer als het grootste compliment dat een rijder in ontvangst kan nemen. Al een aantal weken wordt Alonso in één adem genoemd met de 23-jarige Fin Kimi Räikkönen. Beiden worden ze getypeerd als toekomstige wereldkampioenen. Meer en meer voelt de vijfvoudige wereldkampioen Schumacher de hete adem van de twee youngsters in zijn nek. Ze zijn de boegbeelden van een nieuwe generatie rijders. Alonso en Räikkönen zijn in principe jong genoeg om te wachten tot Michael Schumacher afhaakt. De Duitser is 34 jaar, hij nadert sowieso de houdbaarheidsdatum. Maar of ze zoveel geduld zullen betonen, is zeer de vraag. Net als Schumacher hebben Alonso en Räikkönen als kind hun reflexen gescherpt in karts. Op jonge leeftijd doken ze de Formule 1 binnen : Alonso was 19 jaar, Räikkönen 21. En met al heel vroeg heel opvallend succes, al laten ze zich niet meedrijven op de golven van euforie die hun prestatie ontlokken aan het brede publiek. Cooler dan Räikkönen kan je in het Formule-1-circuit niet aantreffen. En Alonso snoert de jubelkreten die in Spanje opstijgen kurkdroog de mond : "Het is niet normaal dat Renault zo vooraan eindigt. Twee slechte resultaten en de hype zakt als in een pudding in elkaar."Maar dat de twee hoogbegaafde jongelui heel ver kunnen komen, daaraan twijfelt zelfs Michael Schumacher niet. "Ze zijn de kampioenen van morgen. Het ligt alleen nog aan henzelf, het hangt ervan af of ze hun potentieel benutten." Met zulke woorden springt de wereldkampioen doorgaans spaarzaam om. Hij heeft al te veel hemelbestormers meegemaakt, die naderhand de verwachtingen niet inlosten. Op rijfouten vallen Alonso en Räikkönen alvast niet te betrappen. Geen wonder. Alonso, die op dertienjarige leeftijd al aan kartwedstrijden in Italië ging deelnemen en daarin twee jaar later wereldkampioen werd, heeft het beroep van Formule-1-rijder uiterst behoedzaam en grondig aangeleerd. Debuteren deed hij in 2001, in het team van Minardi. De perfecte start : bij Minardi kende de Spanjaard geen enkele druk en dus kon hij in ideale omstandigheden met de discipline kennismaken. Met de minderwaardige Minardi eindigde hij meermaals midden het peloton. Briatore haalde hem vervolgens naar Renault. Die teamwissel kwam Alonso aanvankelijk op een zware ontnuchtering te staan. In plaats van voor volle stadions races te rijden, moest hij een jaar lang proefstomen als testrijder en maalde hij duizenden kilometers af zonder toeschouwers. Ook verbleef hij veelvuldig in het hoofdkwartier van Renault in Oxford en bekwaamde zich in het samen met een staf van ingenieurs afstellen van de wagen. Alonso : "In dat jaar heb ik alles geleerd waaraan het me nog ontbrak. Na dat jaar was ik een betere rijder."Ook Räikkönen zat van kind af in de autosport. Eerst ploegde hij als knaap de tuin van zijn ouderlijk huis in Espoo om met een crossmotor, tot zijn ouders hem een kart cadeau deden. Toen de Fin nadien in een Britse jongerencategorie iedereen achter zich hield, oordeelde zijn Engelse manager Steve Robertson hem rijp voor de grote sprong. Räikkönen kreeg een driedaagse testperiode bij het Formule-1-team Sauber en overtuigde iedereen al op de tweede dag. Eigenaar Peter Sauber schoof "deze jongen met een bijzonder talent" een contract als Formule-1-rijder voor. Het was één van de beste beslissingen die de Zwitserse teamchef ooit heeft genomen. Een jaar later kocht McLaren-Mercedes Räikkönen over voor zeventien miljoen dollar en een paar vrachtwagens. Nog eens één jaar later won de Fin in Maleisië zijn eerste Grote Prijs. Zijn volkomen emotieloze commentaar : "Ik weet nu dat ik wedstrijden kan winnen. Daarover hoef ik me geen zorgen meer te maken." "Kimi gaat onbezwaard met de dingen om", zegt Norbert Haug, de baas van Mercedes Motorsport. "Voor onbelangrijke zaken heeft hij geen belangstelling." En behalve autoracen vindt Räikkönen eigenlijk alles onbelangrijk. Wellicht zelfs het feit dat hij inmiddels een jaarsalaris van vier miljoen dollar opstrijkt. Stoïcijns bedient hij de pers van replieken. "Ja, het zou mooi zijn de jongste wereldkampioen aller tijden te worden. Maar een dwanggedachte is dat voor mij niet." Hij zegt het allemaal op dezelfde, tamme toon - alsof hij vreest zijn stembanden te zullen breken. Toch vertellen Finse journalisten dat het Räïkkönen irriteert dat hij als onbenaderbaar en koud wordt voorgesteld. Maar waarom staat er dan Iceman op zijn helm geschreven ? "Dat was een idee van Ron Dennis", geeft hij aan. "Dat is correct", beaamt de teamchef van McLaren-Mercedes. "Toen ik eens de geschiedenis van de Formule 1 doorliep, viel het me op dat vele rijders bijnamen kregen die eigenlijk geen complimenten waren. Niki Lauda werd De Rat genoemd vanwege zijn naar voren stekende tanden. Ik wilde niet wachten tot men voor Kimi een weinig vleiende bijnaam verzon. Mij valt altijd op hoe cool hij is. Vandaar Iceman. Waarom hem zo niet noemen ? Het strookt met zijn persoonlijkheid." door Michael Wulzinger'Twee slechte resultaten en de hype zakt als in een pudding in elkaar.'