Gelukkig wordt champagne niet al te snel slecht. Zaterdag dacht zowat iedereen dat de dure bubbels die de koelkasten van Maaseik bevolken, rijkelijk zouden vloeien. Maar uiteindelijk was er geen knallende kurk te horen in de Lotto Dôme. Als trainer Dominique Baeyens van Roeselare terugblikt op de wederopstanding van zijn team, wijst hij net naar die koude flessen.
...

Gelukkig wordt champagne niet al te snel slecht. Zaterdag dacht zowat iedereen dat de dure bubbels die de koelkasten van Maaseik bevolken, rijkelijk zouden vloeien. Maar uiteindelijk was er geen knallende kurk te horen in de Lotto Dôme. Als trainer Dominique Baeyens van Roeselare terugblikt op de wederopstanding van zijn team, wijst hij net naar die koude flessen. "Direct na de tweede wedstrijd dacht ook ik dat het voorbij was", zegt hij. "Het was een heel frustrerende match geweest. Maaseik speelde niet goed en wij kregen veel kansen, maar onze foutenlast was overdreven hoog. Zoiets ligt natuurlijk ook aan de kwaliteit van de tegenstander. Die kan je verplichten om risico's te nemen, om vanuit scherpere hoeken te slaan." Baeyens keert terug in zijn gedachten: "Achteraf zit ik bij mijn assistent om een strategie uit te tekenen voor de derde match. Samen beslissen we om met de groep op afzondering te gaan, als signaal. We willen tonen dat wij er nog in geloven. "Voorts besluit ik me toe te spitsen op het mentale vlak. Ik praat met de groep over de manier waarop iemand een tegenslag verwerkt. Kort en karikaturaal gesteld heb je twee soorten mensen: de vechters en de losers. Die laatsten klagen over alles. De eersten knokken tot de laatste snik. Ik laat dat vaak terugkomen in de besprekingen en speel zo in op de fierheid van mijn spelers als persoon, niet zozeer als volleyballer. "Daarnaast put ik uit mijn eigen ervaring om hen te wijzen op het fenomeen van de negatieve stress. Die slaat toe als je heel kort bij de titel staat. Het is een eigenaardig verschijnsel dat je overvalt als iets zo dichtbij ligt dat je er enkel nog naar moet grijpen. Met sloomheid of onderschatting heeft het niks te maken. Achter de schermen worden dingen georganiseerd, ter voorbereiding van de kampioenenviering. Als speler en coach vang je dat op. Een overwinning wordt als bijna vanzelfsprekend beschouwd. "Wij maakten dit seizoen bovendien nog niks klaar tegen Maaseik, werden constant van het kastje naar de muur gespeeld, op het belachelijke af. En dan weet die ploeg dat we nog eens afkomen. Als je in hun positie zit, denk je: Roeselare nog één keer afmaken en dan feesten we. Eigenaardig genoeg maakt dat alles net moeilijker in plaats van gemakkelijker. "Ik maak mijn jongens in de aanloop naar de derde wedstrijd dan ook duidelijk dat we kansen zullen krijgen. Ik zeg er wel bij dat we van bij het begin moeten laten zien dat we niet louter deel willen uitmaken van de feestviering." "De match begint en het loopt direct anders. Onze start is desastreus. We worden afgeslacht. Ik onderbreek het spel op alle mogelijke, reglementaire manieren, blijf op hen inpraten en voer veel wissels door. Die leveren telkens weer punten op. Fascinerend. "Plots begint ons team te draaien en komen we in de match. Net als in de vorige wedstrijden verdedigen we goed, maar nu maken we het ineens ook af. In de tweede set komt de stabiliteit enigszins terug. "En dan ja ... Enkele fouten van Maaseik heb je sowieso nodig en ook wat geluk. Maar veel heeft te maken met spelers die onverstoord blijven doorgaan. Op een bepaald moment beginnen wij zeventig procent van onze tegenaanvallen af te werken. Een hallucinant hoog percentage. Antonin Rouzier ( hoofdaanvaller, nvdr) haalt eindelijk het niveau dat we van hem verwachtten. We scoren op beslissende momenten en dat doet pijn aan de overkant. "Zo'n aanvaller komt in een momentum. Zonder dat het vooraf gepland is, slaat hij de bal niet net in de handen van het blok, maar juist ertussen. Heel de ploeg belandt in die flow. Alles valt in zijn plooi. Ballen waar je voordien net niet bij raakt, pak je ineens wel. Mysterieuze krachten. We winnen. Spectaculair." "Anderzijds moet je die comeback ook wat plaatsen", maakt Baeyens de volgende dag alweer nuchter een nabeschouwing. "We zaten in een opwaartse curve en komen niet totaal uit het niets. "We werden bestempeld als een ploeg met weinig karakter en er scheelde soms ook effectief iets aan die mentale weerbaarheid. Maar vorige maand zaten we nog in zak en as omdat we tegen Asse-Lennik verloren hadden. We zouden de finale misschien niet halen. Thuis tegen Averbode was puntenverlies dodelijk. Die match stonden we onder heel wat spanning, maar redden we het. Drie dagen later tegen Asse-Lennik: hetzelfde scenario. Weer een ongelooflijke druk op mijn team. Ook daar lieten we al zien dat we wel degelijk kunnen terugvechten. "Er is nu een zekere vertrouwensrelatie tussen mijn spelers onderling. In het begin van het seizoen was er op dat vlak een probleem. Daar zijn veel redenen voor. Rouzier traint bijvoorbeeld pas mee vanaf februari. Nu nog zijn de automatismen met de spelverdeler niet honderd procent in orde, en dat terwijl we in de allerlaatste fase van het kampioenschap zitten. De resultaten, die de zuurstof zijn voor een team, waren ook heel wisselvallig. Als je nooit eens positieve feedback krijgt, zit je met een dik probleem." "Nu moeten we gewoon ons niveau aanhouden en het hier en daar nog wat opkrikken. In feite verandert er voor ons niet zoveel. Maaseik is kwalitatief sterker. Als zij een degelijk niveau halen, moeten wij op de toppen van onze tenen lopen om mee te kunnen. Veel hangt af van de manier waarop onze Limburgse vrienden de tik verwerkten die we gaven. Wij kregen een mentale boost en zullen daar de vruchten van plukken. De kans dat wij het alsnog halen, is heel groot. "Als je als theoretisch minder sterke ploeg de titel binnenrijft, ben je een verdiende kampioen. Meer dan ooit. We hingen op een bepaald moment echt in de touwen. Wie vanuit die positie nog kan terugkomen, boekt de mooiste en meest legendarische overwinningen. Die onthouden de mensen het langst." S door kristof de ryck