'Blauw-zwart was destijds de fetisjclub van West-Vlaanderen. Ik heb ooit nog Anderlechtdoelman Jean Trappeniers aan het werk gezien op De Klokke. Het huisorkest speelde op de achtergrond, door de supporters werd er ein, twè, drieje en geef maar gazze gescandeerd. Fenomenaal. Daar opende zich een totaal nieuwe wereld. Luc Sanders en Fernand Boone zag ik op het einde van hun loopbaan, Pierre Carteus, Johny Thio, de opkomst van Rob Rensenbrink en Ruud Geels, ...

De vrouw van mijn beste vriend moet altijd blauw-zwarte lingerie aandoen als Club speelt.' Stéphane Buyens

'Mijn grootvader en oom - de enige broer van mijn moeder - waren Anderlechtfans, waardoor mijn pa als reactie op de schoonfamilie een felle aanhanger werd van Club Brugge in de jaren zeventig. Mijn vader, die zelfs nog de eerste Europese verplaatsingen meemaakte, had zeker vijftig jaar lang een abonnement. Hij ademde echt voetbal uit . Pappie, die tot een goed jaar geleden boven de zaak woonde, kwam geregeld naar beneden bij onze sommelier Vincent, een rasechte mauve. Hij kon het niet laten om hem te jennen. Fantastisch.

'Ik had dan weer het grote geluk dat ik vanaf mijn tiende ongeveer de gouden jaren beleefde onder Ernst Happel. Er lag toen nog geen autostrade, dus was de rit met de wagen van De Panne naar Brugge al een uitstap op zich. Ik herinner me nog levendig een van de meest markante feiten: die fameuze goal van René Vandereycken tegen Ipswich Town in 1975. Het werd toen 4-0. Het Olympiastadion bruiste, want we moesten 3-0 ophalen. Onvergetelijk, net als de 5-0 tegen Borussia Dortmund onder Henk Houwaart en met Kenneth Brylle - die nu trouwens in De Panne woont. Dat waren glorieuze momenten.

'Ik blijf een diehardfan. Dat zit in mijn bloed. Ik heb het geluk dat mijn keukenbrigade blauw-zwart getint is, terwijl de zaalbrigade eerder een voorkeur ontwikkelde voor dat ploegje uit Brussel. Ik moet toegeven: dat zorgt voor een beetje extra peper en zout. Tijdens de service zetten we de radio nu al een tijdje uit. Naar die verslagen luisteren was niet goed, want we verloren daardoor onze concentratie, een essentieel onderdeel toch van ons veeleisend beroep.

'Die titel in 2016, na elf jaar droogte, zorgde voor een ontlading. Daar liet ik wel een traantje bij. Een echte Clubspeler is voor mij Brandon Mechele. Die jongen weet heel goed tot wat hij in staat is en vooral wat hij niet kan. Dat verdient alleen maar mijn waardering. Ik heb daar een zwak voor, net zoals in het verleden voor monumenten als Jan Ceulemans, Franky Van der Elst, Vital Borkelmans en Timmy Simons. De Caje is voor mij de verpersoonlijking van Club Brugge. Iemand die nooit opgaf en altijd de juiste attitude toonde. Dany Verlinden wordt vaak vergeten, maar voor mij blijft ook hij een echt Clubicoon.

'Een middag of avond Club Brugge, dat betekent voor mij altijd stress. Ik ben er te veel mee bezig, ontspanning is dat niet voor mij. Ik vloek, ik juich én ik coach. Een goeie vriend is apotheker en samen analyseren we graag en veel. Ik ga erg op in het spel, constant schuif ik over mijn stoel. En als er iemand ambetant wordt voor mij, dan kan ik kregelig worden. Ik leef té sterk mee.

'Ik durf er geen termijn op te zetten, maar één ding weet ik nu al zeker: van zodra ik met pensioen ga, koop ik opnieuw een seizoenskaart. Want ik miste al te veel van mijn club. In mijn wagen ligt ook altijd een laken van Club Brugge. En de vrouw van mijn beste vriend moet altijd blauw-zwarte lingerie aandoen als Club speelt. Echt waar!' ( lacht)

'Blauw-zwart was destijds de fetisjclub van West-Vlaanderen. Ik heb ooit nog Anderlechtdoelman Jean Trappeniers aan het werk gezien op De Klokke. Het huisorkest speelde op de achtergrond, door de supporters werd er ein, twè, drieje en geef maar gazze gescandeerd. Fenomenaal. Daar opende zich een totaal nieuwe wereld. Luc Sanders en Fernand Boone zag ik op het einde van hun loopbaan, Pierre Carteus, Johny Thio, de opkomst van Rob Rensenbrink en Ruud Geels, ... 'Mijn grootvader en oom - de enige broer van mijn moeder - waren Anderlechtfans, waardoor mijn pa als reactie op de schoonfamilie een felle aanhanger werd van Club Brugge in de jaren zeventig. Mijn vader, die zelfs nog de eerste Europese verplaatsingen meemaakte, had zeker vijftig jaar lang een abonnement. Hij ademde echt voetbal uit . Pappie, die tot een goed jaar geleden boven de zaak woonde, kwam geregeld naar beneden bij onze sommelier Vincent, een rasechte mauve. Hij kon het niet laten om hem te jennen. Fantastisch. 'Ik had dan weer het grote geluk dat ik vanaf mijn tiende ongeveer de gouden jaren beleefde onder Ernst Happel. Er lag toen nog geen autostrade, dus was de rit met de wagen van De Panne naar Brugge al een uitstap op zich. Ik herinner me nog levendig een van de meest markante feiten: die fameuze goal van René Vandereycken tegen Ipswich Town in 1975. Het werd toen 4-0. Het Olympiastadion bruiste, want we moesten 3-0 ophalen. Onvergetelijk, net als de 5-0 tegen Borussia Dortmund onder Henk Houwaart en met Kenneth Brylle - die nu trouwens in De Panne woont. Dat waren glorieuze momenten. 'Ik blijf een diehardfan. Dat zit in mijn bloed. Ik heb het geluk dat mijn keukenbrigade blauw-zwart getint is, terwijl de zaalbrigade eerder een voorkeur ontwikkelde voor dat ploegje uit Brussel. Ik moet toegeven: dat zorgt voor een beetje extra peper en zout. Tijdens de service zetten we de radio nu al een tijdje uit. Naar die verslagen luisteren was niet goed, want we verloren daardoor onze concentratie, een essentieel onderdeel toch van ons veeleisend beroep. 'Die titel in 2016, na elf jaar droogte, zorgde voor een ontlading. Daar liet ik wel een traantje bij. Een echte Clubspeler is voor mij Brandon Mechele. Die jongen weet heel goed tot wat hij in staat is en vooral wat hij niet kan. Dat verdient alleen maar mijn waardering. Ik heb daar een zwak voor, net zoals in het verleden voor monumenten als Jan Ceulemans, Franky Van der Elst, Vital Borkelmans en Timmy Simons. De Caje is voor mij de verpersoonlijking van Club Brugge. Iemand die nooit opgaf en altijd de juiste attitude toonde. Dany Verlinden wordt vaak vergeten, maar voor mij blijft ook hij een echt Clubicoon.'Een middag of avond Club Brugge, dat betekent voor mij altijd stress. Ik ben er te veel mee bezig, ontspanning is dat niet voor mij. Ik vloek, ik juich én ik coach. Een goeie vriend is apotheker en samen analyseren we graag en veel. Ik ga erg op in het spel, constant schuif ik over mijn stoel. En als er iemand ambetant wordt voor mij, dan kan ik kregelig worden. Ik leef té sterk mee. 'Ik durf er geen termijn op te zetten, maar één ding weet ik nu al zeker: van zodra ik met pensioen ga, koop ik opnieuw een seizoenskaart. Want ik miste al te veel van mijn club. In mijn wagen ligt ook altijd een laken van Club Brugge. En de vrouw van mijn beste vriend moet altijd blauw-zwarte lingerie aandoen als Club speelt. Echt waar!' ( lacht)