Vijftien kilo zwaarder dan tijdens zijn actieve loopbaan, heeft hij wat weg van een blonde Diego Maradona. "Ze moeten er dringend af", zucht Ronny Prins, "want binnenkort ga ik met vakantie en ik wil toch in mijn zwembroek kunnen rondlopen. Momenteel kan ik het echter niet opbrengen om dagelijks te gaan joggen, al onderhoud ik mijn conditie nog wel als speler-trainer bij Racing Kiel in het katholiek sportverbond. Daarnaast ben ik door de trainingen van enkele jeugdploegen van Germinal Beerschot zeven dagen op zeven met voetbal bezig."
...

Vijftien kilo zwaarder dan tijdens zijn actieve loopbaan, heeft hij wat weg van een blonde Diego Maradona. "Ze moeten er dringend af", zucht Ronny Prins, "want binnenkort ga ik met vakantie en ik wil toch in mijn zwembroek kunnen rondlopen. Momenteel kan ik het echter niet opbrengen om dagelijks te gaan joggen, al onderhoud ik mijn conditie nog wel als speler-trainer bij Racing Kiel in het katholiek sportverbond. Daarnaast ben ik door de trainingen van enkele jeugdploegen van Germinal Beerschot zeven dagen op zeven met voetbal bezig." En als hij zelf niet op of langs het veld staat, beleeft hij zijn passie via de buis. Prins dweept met de voetbalgoden op de NOS : Hugo Borst, Jack van Gelder, Mart Smeets. "Waarom kan dit niet op de Vlaamse televisie ?" vraagt hij zich luidop af. "Ik volg het Belgische voetbal uiteraard ook wel op tv en jullie hebben de programma's intussen ook wel aardig opgesmukt, maar mijn voorliefde gaat nog altijd naar Nederland. Ik word er beter bediend." Het feit dat Prins zelf Nederlander is, draagt daar uiteraard toe bij. Ronny werd geboren in Amsterdam als zoon van Co Prins, die in de jaren zestig met onder meer Barry Hulshoff de grote jaren van Ajax inluidde en in 1987 overleed. "Ik herinner me nauwelijks wat van de carrière van mijn vader", mijmert hij. "Onlangs bladerde ik bij mijn moeder toevallig door een boek over de Bundesliga en zag ik een foto van hem als speler van Kaiserslautern. Later speelde hij ook nog bij Vitesse en MVV." Als tienjarige verhuisde Ronny Prins met zijn ouders naar België toen vader Co een aanbieding kreeg van Rita Berlaar. " Marcel Scheers, vader van Bart, de man van je weet wel... Betty Biba Binoche, haalde hem destijds naar de Kempen en daar is hij dan wat blijven rondhangen." Zelf kwam de kleine Prins terecht in Turnhout maar als profvoetballer zette hij zijn eerste stappen op de Bosuil onder trainer Arie Haan. "Een supertrainer", zegt Prins, "iemand waar ik echt naar opkeek. Samen met Dirk Van der Linden, de broer van Marc, maakte ik de overstap van de Uefa's naar de A-kern." Een superspeler was Prins zelf niet echt. Hij kende zijn tekortkomingen maar wist zich staande te houden dankzij zijn verbale kwaliteiten. "Ik stond voortdurend te roepen en te schelden naar mijn tegenstanders. 'Jij was een echte rotzak vroeger', hoor ik nu geregeld als ik nog eens iemand uit die tijd ontmoet. Ik heb toen weinig vrienden gemaakt. Elke wedstrijd had ik het wel met één of andere tegenstander aan de stok. Ik stopte ze niet met mijn voeten maar met mijn tong onder het veld. Voor alle duidelijkheid : ik heb nooit iemand bewust pijn gedaan op het veld, maar ik denk dat er weinig spelers waren die graag tegen mij speelden."Voor velen was hij wellicht wel hun 'vervelendste tegenstander'. "Laat me zeggen dat ik een goede tweedeklasser was, in eerste moest ik echt voortdurend op de toppen van mijn tenen lopen en als ik niet meekon, haalde ik mijn verbale wapens boven. Op dat vlak ben ik wel een echte Antwerpenaar, al is het verschil met een Amsterdammer niet zo groot. Die worden ook voor dikke nekken versleten. En zoals elke Hollander, kon ik me overal nogal vlug aanpassen." Of hij alles uit zijn carrière gehaald heeft, weet hij niet. "Misschien had ik vroeger wat meer aan mijn startsnelheid moeten werken. Maar een carrière hangt toch zo vaak van details en geluk af. Toen wij met Beerschot voor de zoveelste keer de eindronde in tweede klasse speelden, trokken we nog maar eens aan het kortste eind en was het Racing Genk dat promoveerde. Maar in feite was Genk met onder meer BesnikHasi en BrankoStrupar, niet beter dan wij. Als niet Genk maar wel Beerschot promoveert, spraken ze misschien nog over mij in plaats van over Hasi." Ondanks het missen van enkele promoties beleefde Ronny Prins heerlijke jaren op het Kiel en werd er aardig wat plezier gemaakt. "Ik had ook een uitstekend contact met de supporters. Ze apprecieerden mij omdat ik er altijd voluit voor ging. Na de wedstrijd, winst of verlies, mengde ik me altijd tussen onze fans. Ik kan ze nog allemaal recht in de ogen kijken. Op mijn manier was ik ook wel een buitenbeentje. Zo maakte ik in de topper tegen Waregem voor tienduizend toeschouwers tijdens een spelonderbreking een plasje op het veld. Geen mens die het zag, enkel mijn ploegmaat NgoyNsumbu. 'Kijk goed naar wat ik nu ga doen', zei ik hem. Hij sloeg, voor zover dat kon, bleek uit ( schaterlach)." door Stefan Van Loock'Ik stopte de tegenstanders niet met mijn voeten maar met mijn tong onder het veld.'