In de verkiezingsprogramma's van de politieke partijen kwam het woord sport een half jaar terug nauwelijks voor. Na de culturele wereld heeft de politiek plots ontdekt dat ook in het voetbal te besparen valt. Dat is op zichzelf geen probleem, er is op deze plek al vaker voor gepleit, wel dat men dreigt van het ene in het andere uiterste te vervallen.
...

In de verkiezingsprogramma's van de politieke partijen kwam het woord sport een half jaar terug nauwelijks voor. Na de culturele wereld heeft de politiek plots ontdekt dat ook in het voetbal te besparen valt. Dat is op zichzelf geen probleem, er is op deze plek al vaker voor gepleit, wel dat men dreigt van het ene in het andere uiterste te vervallen.Het is al langer bekend dat er een consensus bestaat om te kabbelen aan de fiscale voordelen van de voetbalclubs. Logisch, want de maatregel was vooral bedoeld om hen middelen te geven om in de jeugd te investeren, maar dat wordt overal hyandig omzeild.Nieuw is dat zowat alle Vlaamse partijen het minimumloon van de niet-EU-spelers fors willen optrekken: van 80.000 naar 400.000 euro. Terecht, want op Cyprus na is er geen land in Europa dat meer niet-EU-spelers op de loonlijsten heeft staan. De maatregel zal niet alleen gevolg hebben dat meer eigen jeugd kansen krijgt, maar ook dat er minder buitenlandse spelers aangetrokken worden. Nu is een niet-EU-speler relatief zo goedkoop dat er risico's worden genomen. Bij elke transfer wordt immers gehoopt dat de hoofdvogel wordt afgeschoten. Wat overigens zelden het geval is, waardoor veel clubs met een veel te brede keren opgezadeld zitten.De topclubs halen zelden jongens binnen met een minimumcontract. Het zullen dus vooral de kleinere clubs zijn die het slachtoffer worden van de plannen van de politiek. Ruim de helft van die ploegen hebben buitenlandse eigenaars. De kans is dus groot dat die hun biezen pakken.Buitenlandse investeerders komen niet naar de Jupiler Pro League vanwege hun liefde voor of betrokkenheid met een club of ons voetbal. Zij willen goedkope spelers in het uitstalraam zetten in de hoop hen voor een fortuin te verpatsen. De gevolgen voor ons voetbal zullen dus enorm zijn. Daarom moet de politiek een overgangsperiode incalculeren en niet van de ene dag op de andere de minimumsalarissen van de niet-EU-spelers vervijfvoudigen. Maar ook dan zullen op middellange termijn veel clubs in de problemen geraken. De verschillen in kwaliteit tussen de grote jongens en de rest zal serieus toenemen. Het is dan ook niet onbegrijpelijk dat 'de kleintjes' zich willen vastklampen aan de toppers. De K11, de verzameling van de elf kleinste teams van 1A, willen terugkeren naar een eerste klasse met twintig teams. Een onzalig idee. Niet omdat dan de play-offs zouden verdwijnen, maar omdat het niveau zal verminderen. Er komen immers vier ploegen bij die minder sterk zijn. Hoe meer teams, hoe meer middelmaat. Zeker als de ingrepen van de politiek werkelijkheid worden. Als de K11 zijn zin krijgt, wordt België het eerste Europese voetballand van enig niveau zonder professionele tweede klasse. Wat gebeurt er dan met de vier ploegen van 1B die niet naar 1A mogen? Terug naar het amateurvoetbal, waar de inkomsten nog veel lager zijn dan nu in de Proximus League? En wat met de ploegen die onderin eindigen in de hoogste klasse? Een gesloten competitie wordt verboden door de UEFA. Uit de eerste divisie tuimelen staat dan gelijk met een verbanning naar het amateurvoetbal met alle gevolgen van dien. Het voetbalkerkhof zal nog voller geraken. De pogingen om aan degradatie te ontkomen nog kwalijker. De kans is gelukkig klein dat de K11 aan een tweederdemeerderheid geraakt. Clubs als Charleroi en vooral Antwerp horen intussen bij 'de groten'. Veel clubs met een budget tussen vijf en tien miljoen euro moeten stilaan tot het besef komen dat hun toekomst twijfelachtig is in een competitie met clubs die tien keer meer per seizoen incasseren. Het wordt dus tijd dat ons voetbalbestel zich ernstig bezint over de toekomst en naar oplossingen zoekt die iedereen een toekomstperspectief biedt. De politiek kan daarbij helpen. Er moet regelgeving kunnen komen die kleinere clubs minder lasten oplegt dan de zogenaamde G5 en clubs van dat (financieel) niveau. De groten redden het wel op eigen kracht, ook al zullen ze misschien aan kwaliteit inboeten. Dat moeten we erbij nemen, niets is zo belangrijk als een gezond voetbal.