Het was op een gure dag in december. Op de grens tussen 2005 en 2006 filosofeerde Michel D'Hooghe in een restaurant in de Brugse binnenstad voor het eerst openlijk over een nieuw stadion. Buiten regende en stormde het, binnen knetterde de haard en onder het genot van een typisch Vlaams gerecht (stoofvlees met frieten) stelde D'Hooghe vast dat Club Brugge kraakte in zijn voegen. Binnen de huidige structuur van het Jan Breydelstadion was alles uitgebuit en uitgebaat. Alle loges zijn volzet, iedere meter publicitaire ruimte ingenomen, qua catering waren de mogelijkheden beperkt, het zou trouwens ook dit seizoen in de Champions League blijken : 5000 aanvragen voor 650 plaatsen. Club Brugge, zo stelde D'Hooghe toen vast, voelde zich versmacht, ook op het vlak van de abonnementen was de grens bereikt, omdat de plaatsen die in de hoeken nog overbleven niet overdekt zijn. Het was de overtuiging van Michel D'Hooghe dat meer comfort zal leiden tot een uitbreiding van het abonnementenbestand.
...

Het was op een gure dag in december. Op de grens tussen 2005 en 2006 filosofeerde Michel D'Hooghe in een restaurant in de Brugse binnenstad voor het eerst openlijk over een nieuw stadion. Buiten regende en stormde het, binnen knetterde de haard en onder het genot van een typisch Vlaams gerecht (stoofvlees met frieten) stelde D'Hooghe vast dat Club Brugge kraakte in zijn voegen. Binnen de huidige structuur van het Jan Breydelstadion was alles uitgebuit en uitgebaat. Alle loges zijn volzet, iedere meter publicitaire ruimte ingenomen, qua catering waren de mogelijkheden beperkt, het zou trouwens ook dit seizoen in de Champions League blijken : 5000 aanvragen voor 650 plaatsen. Club Brugge, zo stelde D'Hooghe toen vast, voelde zich versmacht, ook op het vlak van de abonnementen was de grens bereikt, omdat de plaatsen die in de hoeken nog overbleven niet overdekt zijn. Het was de overtuiging van Michel D'Hooghe dat meer comfort zal leiden tot een uitbreiding van het abonnementenbestand. Ruim een jaar later hebben de plannen van Club Brugge voor de bouw van een nieuw stadion vaste vorm gekregen. Donderdag licht Michel D'Hooghe dat op een persconferentie toe. Hij spreekt over een project waarvoor er nog geen definitief plan bestaat, maar het zal een duidelijke richtingaanwijzer zijn voor de toekomst : een gloednieuwe voetbaltempel die plaats biedt aan 40.000 toeschouwers, op het grondgebied van Loppem, op 200 meter van de grens met Sint-Michiels-Brugge. In een landelijke omgeving moet daar tegen 2010 een nieuwe accommodatie verrijzen, met winkelcomplex en 8000 parkeerplaatsen. Club Brugge wil daarbij een financieringstechniek toepassen die het moet mogelijk maken om voor de bouw van het nieuwe stadion geen cent uit het spelersbudget te halen. Dat zal allemaal op 11 januari uit de doeken worden gedaan. Net zoals dan wellicht ook het protest ter sprake komt dat in Loppem tegen deze plannen is gerezen. Op vrijwel alle huizen die in de buurt staan, hangt voor het raam een affiche : Neen aan het stadion, ja voor gezond verstand. En op de gronden staat en groot bord : Megaproject ? Spaar ons dorp. Op een op 4 december geopende en inmiddels al door meer dan 8000 mensen bezochte website (www.wittepioen.be) regent het klachten. Voorzichtig en diplomatisch zegt D'Hooghe op de vooravond van de persconferentie dan ook dat er nog veel water door de zee moet vloeien voor het nieuwe stadion er is. Club Brugge staat voor een ommekeer, voor een nieuw kruispunt in de geschiedenis. Het speelde lang op de Klokke, een Brits ogende arena waar de spelers de adem van de toeschouwers in hun nek voelden. Het publiek zat zo dicht tegen de zijlijn geplakt dat er bij topmatchen een koord moest gespannen worden zodat de supporters niet op het veld vielen. Nergens in dit land heerste er een meer geladen ambiance dan op de Klokke, het was een hel voor ieder bezoekende ploeg. In 1976 week Club Brugge uit naar het later in Jan Breydelstadion omgedoopte Olympiastadion en kon zo de capaciteit optrekken van 18.000 plaatsen naar 30.000. De sfeer bleek er aanvankelijk minder vurig, maar de herinnering aan de Klokke vervaagde snel, zeker toen club onder leiding van de memorabele Ernst Happel aan het mooiste luik uit zijn geschiedenis begon. Sfeer moet ook het nieuwe voetbalstadion uitademen, het is de uitdaging waarvoor Club Brugge in een tweede fase staat : moderne architectuur combineren met ambiance. Niet toevallig bezochten gespecialiseerde mensen de voorbije maanden een paar stadions in Europa en dat zal ook in de toekomst nog gebeuren. Club wil zijn volkse karakter behouden en intussen zijn eigen product commercialiseren. Tot welke budgettaire verhoging dit nog kan leiden is onduidelijk. Club werkt op dit moment met een budget van om en nabij de 20 miljoen euro. Vier jaar geleden moesten uitgaande transfers en Europees voetbal nog compenseren wat er in de competitie werd verloren. In wezen leefde Club toen op een tijdbom. Nu is er gesaneerd en oogt de situatie gezonder, zonder dat er financiële weelde is. Maar wil Club in Europa een rol van betekenis spelen, dan moet het budget worden verdubbeld. In een land met karige televisie-inkomsten (voor Club Brugge bedragen die net geen drie miljoen euro) kunnen die meeropbrengsten er alleen maar komen via andere kanalen. De bouw van een nieuw stadion is hierbij een absolute noodzaak. Sommigen vinden het waanzinnig dat Club uitgaat van een capaciteit van 40.000 plaatsen, maar vergelijkingen met het buitenland tonen dat meer comfort inderdaad leidt tot een forse verhoging van het aantal toeschouwers. In een interview met het Brugsch Handelsblad berekende professor Norbert Van Hove, economist en ooit zetelend in de beheerraad van Cercle Brugge, dat Club gemiddeld 15.000 toeschouwers meer moet hebben om de operationele- en onderhoudskosten van het stadion - hij gaat uit van een bedrag tussen 50 en 75 miljoen euro - rendabel te maken. Dat lijkt onhaalbaar, maar de meerwaarde aan commerciële en publicitaire inkomsten zal niet onaanzienlijk zijn, al valt die moeilijk te becijferen. Hoe dan ook gaat het gemiddelde aantal toeschouwers bij Club Brugge de afgelopen jaren in opwaartse lijn : van 14.005 toeschouwers (1996/97) over 18.123 (2001/02) tot vorig seizoen 25.365 toeschouwers. Dat nieuwe stadions tot meer financiële armslag leiden, ervaren ze in Nederland. AZ bijvoorbeeld speelt sinds dit seizoen in een nieuw stadion voor een gemiddelde van 17.000 toeschouwers, dat is een verdubbeling tegenover vorig seizoen. Eerder zagen, om het bij recente voorbeelden te houden, ook Heerenveen (+ 35 procent) en FC Groningen (+ 30 procent) meer toeschouwers naar het stadion stromen vanaf het moment dat ze een betere accommodatie aanboden. Maar nergens heeft de bouw van een nieuw stadion voor zo'n boom gezorgd als in Duitsland. Vorig seizoen kwamen gemiddeld 38.191 toeschouwers naar de Bundesligawedstrijden, een absoluut wereldrecord. Vijf jaar daarvoor bedroeg de moyenne 28.421 toeschouwers. Die klim van 35 procent kwam er in een periode dat steeds meer Duitse topvoetballers naar het buitenland uitzwermden en de kwaliteit van de matchen zienderogen achteruitging. Een vreemde paradox die toont dat mensen die naar een voetbalwedstrijd gaan andere prioriteiten stellen. Het is jammer dat de inhaalbeweging in België wat dat betreft zo laat is gemaakt. Toen George Kessler in het begin van de jaren tachtig bij Antwerp kwam, stelde hij de bouw van een nieuw stadion voor, naar het model van de Amsterdam ArenA, maar dan wel met een capaciteit van 32.000 plaatsen. Het project zou 1,2 miljard Belgische frank kosten. Kessler, die in zijn periode bij het toenmalige PEC Zwolle ooit een nieuwe tribune liet neerzetten met sponsorgelden, had gedetailleerd berekend hoe de club het geld kon terugwinnen. Er zou jaarlijks 50 miljoen frank verdiend worden aan tickets van mensen die het stadion gewoon eens wilden komen bezoeken. Antwerp durfde de gok niet aan. Vooruitzien was Kessler overigens niet vreemd. Als trainer van Anderlecht kreeg hij in 1971 een hoogoplopende ruzie met Constant Vanden Stock. Kessler stelde toen een project voor om loges te bouwen. Zelden was Vanden Stock zo kwaad als op dat moment. Maar twaalf jaar later waren de loges er wel degelijk. Nu nog klopt Michel Verschueren zich op de borst als hij dat vertelt. JACQUES SYS