Mijn stad, mijn stad...
...

Mijn stad, mijn stad...Ej, ej, ...Ni die van AaaaaMijn stad, mijn stad...Ej, ej, ...Ni die van AaaaaVan toen tot na... mijn stadNooit zonder staaad... mijn stadMor altijd blij... mijn stadOem van dees stad te zijn(Tourist LeMC) Gelukkig is er in deze barre tijden Didier Lamkel Zé om je aan op te warmen. Afgelopen zondag toonde hij via allerlei kanalen zijn blijdschap om weer van dees stad en zijn rood-witte voetbalploeg te (kunnen) zijn. Darling op zijn shirt, bedankjes en excuses, lof voor zijn ploegmaats... Het was er bijna over, maar het is duidelijk: zo'n losbol als hij lijkt, is de man niet. Over alles is op voorhand nagedacht. Tot hij scoorde was de Antwerpse derby een saaie wedstrijd die dood ging aan organisatie, waarbij in beide ploegen de verdedigingen baas waren en er op de flanken te weinig creativiteit was om het verschil te maken. En toen kwam Didier Lamkel Zé, met zijn moment. De Kameroener was nochtans bezig aan een zwakke wedstrijd. Niet toevallig gaf Frank Vercauteren aan dat hij overwoog om hem te vervangen. Op de bank zat Felipe Avenatti te popelen om iets te laten zien. Maar bij Avenatti weet je wat je hebt: een gedienstige, wat verlegen spits, een teamspeler, die niet dat onvoorspelbare in de box heeft dat de echte spitsen kenmerken. Lamkel Zé heeft dat wel, die schiet uit alle hoeken, vandaar dat hij tegen Beerschot mocht blijven staan. Voor de camera's van Eleven gaf de Antwerpse diepe spits aan wat de opdracht was: trachten te profiteren van de relatieve traagheid van de verdedigers van Beerschot. Maar Lamkel Zé had zijn dag niet. Niet onlogisch, na een intensieve maand. Je kan niet blijven teren op adrenaline en je lichamelijke reserves. Na een sterke bekerfinale verdween hij eind augustus uit beeld. Te veel problemen voor Ivan Leko die hem begin oktober nog even opviste maar snel weer met hem botste. Over en out leek het: verhuren met aankoopoptie was een uitweg die Antwerp niet nam. Verbannen uit de A-kern en verplicht om te trainen met de beloften was het tijdelijke normaal. Daar gedroeg de Kameroener zich correct, alleen had hij een enorm nadeel dat hem nu parten speelt: door corona speelde de ploeg amper duels. Het was voor Lamkel Zé trainen en nu en dan wat oefenwedstrijden spelen tegen amateurs of ploegen uit 1B. Lastig om in het ritme te blijven, zelfs al heb je een oersterk gestel. Met de trainerswissel begon iedereen opnieuw vanaf nul. De wedstrijd tegen KV Mechelen was de eerste onder het nieuwe regime, maar verliep nog vrij chaotisch. Vercauteren deed zijn besprekingen via Zoom vanuit zijn quarantaine, er was in de technische staf de grote leemte die het vertrek van T2 en duivel-doet-al Edward Still had gelaten, de druk die Ivan Leko vanaf de zijlijn coachend zette was weg, enzovoort. Een zwak Antwerp werd rond het uur binnen de tien minuten knock-out getikt: 3-0. Achterin een zeef, voorin zwak. Rudi Cossey had als interim nog gekozen voor de Leko-continuïteit, met veel techniek: Aurélio Buta op de rechterflank, Koji Miyoshi in punt, Lior Refaelov als tien met Alexis de Sart in steun. Invallers die middag: Cristian Benavente en Simen Juklerød. Een maand later is - mede door omstandigheden (blessure van De Sart en corona voor Buta) - van de helft van die ploeg geen sprake meer. Miyoshi kwam sinds Mechelen geen minuut meer in actie. Benavente mocht nog 1 minuut invallen tegen Cercle Brugge en zit inmiddels bij Charleroi. Juklerød, bij wie het samenspel met Refaelov zeer goed liep, was einde contract, tekende voor KRC Genk en verdween uit beeld. De Sart en Faris Haroun blesseerden zich, Buta werd ziek. Hun vervangers hebben één ding gemeen: stevig, sterk, met een grote motor. Atleten. Voetballers zoals Luciano D'Onofrio ze verkiest, vandaar diens voorliefde voor Frank Boya, die ook kwam piepen. Atleten die passen bij de huisstijl van Antwerp, in die zin onderschreef Vercauteren de verhaallijn die László Bölöni had uitgezet. En daarin past ook Lamkel Zé, net zoals hij dat deed in zijn eerste jaar onder de Roemeen (en minder in het seizoen daarop). Het is wat je eronder verstaat, maar geniaal is de Kameroener niet in onze ogen. Hij is wél een atleet die goed kan voetballen, met een groot loopvermogen, sterk in de duels, behoorlijk snel in de ruimte en een hard schot. Goeie balbehandeling ook. In zijn register is hij bij de besten van de Jupiler Pro League. En zo gebruikt Vercauteren hem ook. Onder de Brusselaar gaat alle franje overboord. Het moeilijkste voor Antwerp onder de nieuwe T1 is de offensieve omschakeling/dominantie. Daarbij twee pijnpunten: Vercauteren kon nog niet rekenen op Dieumerci Mbokani, vervelend spierscheurtje, en moet Lior Refaelov weer in het spel helpen. Dat de Gouden Schoen op het Kiel niet uit de verf kwam, had niet alleen met het slechte veld te maken. Sinds de Europese campagne is afgelopen, eentje die fysiek veel vroeg van de spelmaker gezien de opeenvolging van wedstrijden, is het zoeken naar een nieuwe adem. Refaelov is ook alle ankers rond zich kwijt. Geen Juklerød links, geen Miyoshi rechts, geen Mbokani voor hem, geen Haroun achter hem. Wel atleten, die soms last hebben van het zogenaamde Peterprincipe: meer doen dan ze aankunnen. Martin Hongla die de opbouw gaat verzorgen, dat lukt niet altijd. Ook Pieter Gerkens kan dat niet; om goed te spelen mag die eigenlijk weinig aan de bal komen. Dat allemaal samen maakt Lamkel Zé zo belangrijk. Niet in het samenspel, maar om iets te forceren. Want dat is het nieuwe Antwerp sinds de winterstop: een georganiseerde ploeg die rekent op iemand die het forceert. Een rol die op het lijf is geschreven de Kameroener: zijn goal bij Beerschot was zijn 14de in de competitie voor Antwerp en al de vierde sinds zijn terugkeer begin januari. Daartegenover staan drie assists in 2,5 jaar Antwerp en nog geen in 2021. De Kameroener bedient de anderen niet, zoals Mbokani dat doet (geregeld aan Refaelov). De Kameroener heeft, anders dan de Congolees, op standaardsituaties in verdedigend opzicht evenmin veel oog voor zijn taken, tot grote woede van De Laet overigens. Maar offensief is Lamkel Zé dus wel voldoende beslissend om al veel te vergeten en vergeven: tegen Cercle (4 schoten op doel, 1 goal), tegen Waasland-Beveren (7 schoten, 2 goals), en nu weer op Beerschot (2 schoten, 1 goal). Een match waarin hij, na weken drijvend op de adrenaline, duidelijk aan zijn (fysieke) limiet zat. Eigenlijk is dat verrassend laat gezien zijn trainingsintensiteit dit najaar. Maar Lamkel Zé is dan ook uitzonderlijk als atleet. Tom Pietermaat en Frédéric Frans pakten hem afwisselend stevig aan, of gaven hem geen ruimte. 85 minuten moest hij in het duel spelen. Tot dat ene moment. Toen mocht hij alsnog op zijn troon, dat zitje in de tribune. De koning van Antwerpen.