Het was de dag na de wedstrijd tussen Duitsland en Ecuador. Jürgen Klinsmann meldt zich in Berlijn plichtsgetrouw aan voor de persconferentie. Hij antwoordt op een aantal obligate vragen. Hoe hij tegenover een eventuele kwartfinale tegen Argentinië staat bijvoorbeeld of hoe hij denkt over de Zweedse spits Zlatan Ibrahimovic. Klinsmann antwoordt beleefd en zakelijk, zonder een spatje emotie.
...

Het was de dag na de wedstrijd tussen Duitsland en Ecuador. Jürgen Klinsmann meldt zich in Berlijn plichtsgetrouw aan voor de persconferentie. Hij antwoordt op een aantal obligate vragen. Hoe hij tegenover een eventuele kwartfinale tegen Argentinië staat bijvoorbeeld of hoe hij denkt over de Zweedse spits Zlatan Ibrahimovic. Klinsmann antwoordt beleefd en zakelijk, zonder een spatje emotie. Plots ontwikkelt een Duitse journalist in een vraag een interessante theorie. Hij zegt dat ploegen gedurende een toernooi normaal de intensiteit van de trainingen niet opdrijven, dat ze verder borduren op het conditionele fundament dat is gemetseld, terwijl Klinsmann juist wel de oefenstof in de loop van het WK opdrijft. Graag wil hij daar meer over horen. De bondscoach veert meteen recht. Je ziet hem denken : eindelijk een interessante vraag. Vol gloed vertelt Klinsmann over het gespecialiseerde team dat hij rond zich heeft verzameld, over de manier waarop de lichamelijke toestand van iedere speler wordt doorgelicht, over de conditionele evolutie en de grotere mentale sterkte die wordt vastgesteld en waargenomen, over de lange gesprekken die hij met zijn medewerkers voor het begin van iedere trainingssessie voert. "Ik heb vastgesteld", zegt Klinsmann, "dat de spelers ook veel rijper zijn geworden sinds de dag dat we in Sardinië met ons trainingskamp zijn begonnen. Dat is een van mijn grootste voldoeningen."De pers noteert het ijverig. Ze komen definitief tot het besef dat er recht tegenover hen een vakman zit. "We mogen blij zijn met onze geniale trainer", zal een krant de dag nadien schrijven. Niet eens drie maanden geleden werd Klinsmann verketterd en verwenst en steeg er in het Westfalenstadion van Dortmund een diabolisch geloei op toen hij voor de vriendschappelijke interland tegen de Verenigde Staten het veld betrad. Na de 4-1-nederlaag in een interland tegen Italië werden er spandoeken gehesen met teksten als 110 procent Anti-Klinsmann en Klinsmann raus. Een parlementslid, bezorgd dat de erbarmelijke prestaties van de Mannschaft negatief op het toernooi zouden afstralen, vroeg zich af of Klinsmann niet ter verantwoording geroepen moest worden naar de Bondsdag, Angela Merkel inviteerde de bondscoach voor een etentje. En Peter Neururer, de trainer van Hannover '96, orakelde : "Als ik zo'n waardeloos werk bij mijn club afleverde, zou ik zelf opstappen." Hij werd op grond van die uitspraak door het kwaliteitsweekblad Die Zeit als een soort columnist aangetrokken voor de WK-periode. Neururer wringt zich in alle bochten om niet helemaal gezichtsverlies op te lopen. Niemand wenst vandaag uiteraard nog herinnerd te worden aan vroegere uitspraken en stellingen. Voor het WK schilderde de boulevardkrant Bild Klinsmann af als een anti-patriot. Omdat zijn kinderen geen Duits paspoort hebben en er bij hem thuis in Californië geen Duits eten op tafel komt. Nu praat Klinsmann openlijk over de nationalistische gevoelens waarvoor het WK in Duitsland zorgt en zegt dat dit hem doet denken aan de onafhankelijkheidsdag die op 4 juli in Amerika wordt gevierd. "De mensen tonen dan dat ze fier zijn op hun land en ik hang die dag de Duitse vlag buiten", zegt hij. Daaruit blijkt, zo schrijven de kranten, verbondenheid met Duitsland en dat valt te prijzen. Van een anti-patriot is geen sprake meer. Voor de achtste finale tegen Zweden liet Theo Zwanziger, een van de twee voorzitters van de Duitse voetbalbond, horen dat het contract met Klinsmann best zo snel mogelijk verlengd kon worden "omdat het nu toch wel heel erg duidelijk is dat we met hem de goede weg hebben ingeslagen". Voor het WK veegde Zwanziger een idee van Klinsmann om de hockeytrainer Bernard Peters als coördinator aan de technische staf toe te voegen van tafel. "De hervorming moet niet te ver gaan", vond hij. "Niet alles wat we in het verleden hebben gedaan is slecht." Geen trainer in de geschiedenis van het Duitse voetbal die met zo'n revolutionaire ideeën uitpakte als Klinsmann. Toen hij voor het begin van het WK zei dat de ploeg moest ageren en niet reageren, lachte iedereen dat weg. Nu bracht Klinsmann zijn ideeën in de praktijk. Naarmate het toernooi vorderde, ging hij steeds hogere eisen stellen. De 3-0-overwinning tegen Ecuador onderging Klinsmann heel ingetogen, maar twee dagen voor de wedstrijd tegen Zweden nam hij plots stoere taal in de mond : "Dit toernooi is voor Duitsland alleen geslaagd als we de halve finale halen, een uitschakeling in de kwartfinale is een catastrofe, zelfs tegen Argentinië."Rustig vertelt Jürgen Klinsmann hoe hij het ziet : hij weet dat de voetbalfilosofie die hij predikt, alleen in geval van een succes wordt voortgezet. Hij zegt dat er nog veel intensiever getraind moet worden en dat er bij de spelers meer zelfverantwoordelijkheid gelegd dient te worden, hij geeft ook duidelijke kritiek op clubs en trainers. "Tussen september 2004 en mei 2006 is de conditie verscheidene keren getest en die was niet goed", zegt Klinsmann. En hij begrijpt al evenmin dat een aantal internationals, die nu goed presteren, bij hun club op de bank zitten. Midden in de stress van het toernooi haalt Klinsmann zo rustig de bezem door een aantal scheefgegroeide toestanden binnen het Duitse voetbal. Niemand geeft hem ongelijk. Recht van spreken heb je in Duitsland als je succes haalt. Dan moeten anderen zwijgen. Ook Franz Beckenbauer kan het zich niet veroorloven kanttekeningen te plaatsen bij Jürgen Klinsmann. Vandaar dat hij zich tijdens het WK enigszins op de vlakte houdt als er over de kwaliteiten van Klinsmann wordt gesproken. Insiders weten dat hij tegenover de ideeën van de bondscoach aanvankelijk eerder sceptisch dan nieuwsgierig stond. Beckenbauer was als trainer iemand die vanuit het buikgevoel werkte en dat botst met de wetenschappelijke en gestructureerde aanpak die de autodidact Klinsmann voorschrijft. Eén enkele keer liet Beckenbauer zich ontvallen dat hij zich als trainer voedde aan een oude wijsheid : hij wilde vooral de bal in de ploeg houden "omdat het dan voor de tegenstander moeilijk is om een goal te maken." Van dat soort simplistische taal bedient Klinsmann zich niet. Hij streeft naar verrassing, hij zet helemaal niets van de aanpak van Beckenbauer in de praktijk om. Klinsmann werkte onder Der Kaiser in de nationale ploeg en later bij Bayern München. Bij die club aardde hij absoluut niet en begreep bijvoorbeeld niet dat zijn contract op de redactie van de boulevardkrant Bild belandde. Beckenbauer was en is columnist bij Bild, net zoals de toen ook bij Bayern spelende Lothar Matthäus. Dezelfde Matthaüs die als trainer werd genoemd toen Klinsmann in een manke voorbereidingsperiode ter discussie stond. Onder de vlag van het WK wordt dat allemaal begraven en vergeten. Zo hoeft het bijvoorbeeld niet meer opgerakeld te worden dat Beckenbauer door de kijkers van een televisieprogramma tot de beste Duitse voetballer aller tijden werd uitgeroepen en daar heel erg door aangedaan was. Maar toen bleek dat Klinsmann ook in de eerste tien was geëindigd, zei de organisatiechef van het WK lachend dat dit soort referenda toch niet al te serieus genomen moeten worden. Klinsmann was niet echt een sierlijke voetballer, wel een wroetende spits die lange wegen aflegde en constant naar ruimte zocht. Zijn leiderscapaciteiten vielen toen niet op. Die wendt hij nu wel aan. Klinsmann is overtuigd van dat waarmee hij bezig is. Wat dat betreft is hij een soort avant-gardist binnen het lang te conservatieve en te starre Duitse voetbal. Hij heeft een filosofie, omringt zich door de juiste medewerkers die hij vervolgens ieder in hun domein veel verantwoordelijkheid geeft. Voor het WK werd de trotse Beckenbauer gevraagd of Klinsmann bij hem al raad is komen vragen sinds hij bondscoach werd. Beckenbauer moest daar ontkennend op antwoorden. "Heeft hij dan nog iets gevraagd ?" wilde de nog wat aandringende journalist weten. "Nee, echt nooit", zei Beckenbauer en dat zit het voetbalgeweten van Duitsland niet lekker. Het heet dat er tussen Klinsmann en Beckenbauer wederzijds respect bestaat. Niet minder, maar ook niet meer. Met een ongewone rust keek Jürgen Klinsmann afgelopen zaterdag voor de aftrap van de wedstrijd tegen Zweden naar zijn manschappen. De Allianz Arena van München zat barstensvol, Duitsland maakte zich klaar voor een volksfeest en Klinsmann twijfelde geen seconde aan de goede afloop van zijn missie. Vervolgens keek hij hoe zijn ploeg dertig minuten lang een soort voetbal opdiste dat in Duitsland nog nooit is vertoond. De Zweden werden overrompeld. Er was techniek en inventiviteit, kracht en beweging, loopvermogen en engagement. Ook Franz Beckenbauer wreef zich op de tribune verbaasd in de ogen. Net zoals in de voorgaande drie matchen stond Jürgen Klinsmann langs de zijlijn en wees de richting aan waarin de bal moest gaan : naar voren. Toen de centrale verdedigers Christoph Metzelder en Per Mertesacker na een halfuur de bal op de eigen speelhelft rondtikten, gebood hij hen meteen de diepte op te zoeken. Dat Duitsland later terugviel en uit zijn ritme raakte vanaf het moment dat Zweden met tien man viel, verbaasde Klinsmann achteraf wel. Het toont, zei hij, dat deze ploeg nog veel te leren heeft. Het typeert zijn drang naar perfectie. Op de persconferentie na de luid bejubelde 2-0-zege tegen Zweden wilde Klinsmann eigenlijk liever over de progressiemarge van zijn ploeg vertellen dan over de komende kwartfinale tegen Argentinië. Hij betrok, zoals hij dat steeds doet, al zijn assistenten nog eens bij zijn werk, en zei dat de spelers inmiddels helemaal achter zijn filosofie staan. "En die filosofie", zo doceerde hij, "is het fundament. Wij zien dat spelers nu weten wat hun job is. En dat ze weten waarom ze iets moeten doen." Dat was aanvankelijk niet zo evident. Ook vanuit de groep was er veel argwaan en tijdens de voorbereidingsperiode liet Michael Ballack op een gegeven moment horen dat de ploeg te offensief voetbalde. Niemand die hem daar nu nog aan herinnert. Ook Klinsmann niet, die na de zege tegen Zweden nog eens herhaalde ervan overtuigd te zijn dat de ploeg in de kwartfinale Argentinië zou kloppen. Die zelfverzekerdheid slaat duidelijk over op de ploeg. Maar ondanks alle optimisme mag de realiteit niet uit het nog verloren worden. Duitsland speelde op dit toernooi slechts tegen Costa Rica, Polen, Ecuador en nu Zweden, niet echt hoogvliegers binnen het mondiale voetbal. De clash tegen Argentinië zal echt een serieuze indicatie zijn, een test ook voor de wankele verdediging die achteraan niet alleen door een gebrek aan opbouwende kwaliteiten zorgen blijft baren. Maar Jürgen Klinsmann praat niet over dat soort dingen. Hij ziet de ploeg als een blok, als een totaliteit. En zijn werk is : dit collectief stap voor stap verbeteren. Heel positief vond hij daarom het hoge tempo dat de ploeg in de wedstrijd tegen Zweden, zeker in de eerste helft, ontwikkelde. Het sterkt hem in de overtuiging dat de ploeg ook op dat vlak met de Argentijnen kan meegaan. Heel het land heeft zich inmiddels achter de methodiek van Jürgen Klinsmann geschaard. Opvallend ook hoe het wantrouwen waarvan hij aanvankelijk tijdens persconferenties blijk gaf, nu is geweken voor een gezonde dosis zelfvertrouwen. Klinsmann praat graag over voetbal maar moet constateren dat ook in de Duitse pers vaak het randgebeuren primeert. Daarom vaardigde hij voor het WK een opmerkelijke maatregel uit : in het hotel van de spelers in Berlijn mogen geen kranten gelezen worden. Klinsmann wenst niet geconfronteerd te worden met bepaalde uitspraken waarvan hij niet altijd weet hoe ze getaxeerd moeten worden. Via de Duitse voetbalbond verstuurde Jürgen Klinsmann ook een communiqué waarin hij de journalisten vroeg niet langer zijn moeder te willen interviewen. Hij vroeg hen beleefd uit de ouderlijke bakkerij, waarvoor er zich langzamerhand een file had gevormd, te willen wegblijven. Tenzij ze broodjes willen kopen. JACQUES SYS