Wietse Bosmans: "Cyclocross was eigenlijk niet echt mijn eerste passie. Ik beoefende als kind verschillende sporten, voornamelijk atletiek, zwemmen en voetballen. De omschakeling naar wielrennen kwam er nadat iemand in onze klas de Dikkebandenrace in Nederland kwam voorstellen. Dat was gekoppeld aan een sportweek op school, inclusief een spreekbeurt. Op negenjarige leeftijd kregen we zo Adrie van der Poel op bezoek. Een inschrijving was de eerste stap, bewondering voor de fiets de volgende. Het werd ook meteen veldrijden, door de Kalmthoutse Heide. Zo veel mogelijk door het bos gaan crossen, lang telde er maar één iets. De BMX bleek ideaal om mijn energie kwijt te geraken. Ik volgde intensief het veldrijden: ik kende alle renners, knipte hun foto's uit en reageerde als een bezeten kleine kerel bij tv-beelden. Ik keek enorm op naar vooral Adrie en Sven Nys. Een vrij indrukwekkend parcours als zij realiseren, dat was toen een droom. Adrie was een slanke, lange renner die prachtig op zijn fiets zat. Zijn intensieve manier van rijden, die vechtersmentaliteit die je nu ook terugziet bij zijn zoon Mathieu, dat verdiende n...

Wietse Bosmans: "Cyclocross was eigenlijk niet echt mijn eerste passie. Ik beoefende als kind verschillende sporten, voornamelijk atletiek, zwemmen en voetballen. De omschakeling naar wielrennen kwam er nadat iemand in onze klas de Dikkebandenrace in Nederland kwam voorstellen. Dat was gekoppeld aan een sportweek op school, inclusief een spreekbeurt. Op negenjarige leeftijd kregen we zo Adrie van der Poel op bezoek. Een inschrijving was de eerste stap, bewondering voor de fiets de volgende. Het werd ook meteen veldrijden, door de Kalmthoutse Heide. Zo veel mogelijk door het bos gaan crossen, lang telde er maar één iets. De BMX bleek ideaal om mijn energie kwijt te geraken. Ik volgde intensief het veldrijden: ik kende alle renners, knipte hun foto's uit en reageerde als een bezeten kleine kerel bij tv-beelden. Ik keek enorm op naar vooral Adrie en Sven Nys. Een vrij indrukwekkend parcours als zij realiseren, dat was toen een droom. Adrie was een slanke, lange renner die prachtig op zijn fiets zat. Zijn intensieve manier van rijden, die vechtersmentaliteit die je nu ook terugziet bij zijn zoon Mathieu, dat verdiende navolging. Nys teert op zijn techniek en beheersing: hoe hij over de balkjes springt! Nu nog kijk ik daarnaar op." "De Van der Poels wonen hier maar een paar kilometer vandaan. Ik groeide op met David en Mathieu. We voetbalden vanaf de preminiemen samen bij Kalmthout. Ik was een offensieve middenvelder, de zogenaamde mid-mid, omdat ik rap was. Daarnaast kregen we ook nog specifieke voetballes van Adrie. Tot mijn twaalfde genoot dat voorrang, ook al reden we voor het plezier weleens een wielerwedstrijd op de weg, over de grens. Ik was nergens aangesloten. Mijn eerste kaart tekende ik bij WAC Hoboken, om als eerstejaarsnieuweling aan een aspirantenkoers in Mol te kunnen deelnemen. Ik won die zowaar zelfs. Toen ik zag dat het speelse stilaan verdween, er toch mogelijkheden lagen en ik over bepaalde capaciteiten beschikte, groeide het idee om het te proberen in het veldrijden. Tot mijn vijftiende was het op zondagvoormiddag sjotten. Hadden we geluk en bleek het een thuisduel, dan werd de fiets meteen daarna in de koffer gestoken om nog ergens een cross mee te pikken. Voetbal vormde, achteraf gezien, een goede basis. Ik beschik daardoor over een groot volume. Om een goed niveau te halen heb ik in principe vrij weinig training nodig om aan voldoende inhoud te komen. Ik was altijd een bezige bij. Dankzij die variatie aan sporten beschik ik toch over een vrij compleet lichaam. "Ik ging mee in de slipstream van de Van der Poels, want zij combineerden ook lang tennis, voetbal en wielrennen. Die bagage is onbetaalbaar. Het klikt gewoon ongelofelijk goed tussen ons, want ze zijn allemaal stevig gebeten door de sportmicrobe. Adrie nam me vaak mee naar initiaties, ik maakte gewoon deel uit van hun entourage. Mathieu en ik, we spiegelen ons vaak aan elkaar. Beiden zijn we graag de haantjes, we willen altijd over bepaalde grenzen heen gaan. Zelf vinden we dat fantastisch, maar we merken dat ons perfectionisme in trainingen en wedstrijden soms wel leidt tot frustraties bij anderen. Die gedrevenheid, soms té, werd er ingepompt door Adrie. We voelen ons daar goed bij. "Het beste moet duidelijk nog komen. Graag zou ik er het maximale uithalen. (lacht) Ik kan blijkbaar enorm hard trainen, want er zijn weinig andere renners die met mij op stap willen. Mezelf zogezegd eens volledig naar de knoppen rijden, ik kan daar ongelofelijk hard van genieten. Ik heb hier in de buurt natuurlijk de ideale trainingsritten, zowel op de weg, in het bos als door de Nederlandse polders." "Vanaf mijn zestiende kwam de klik er dan definitief dat ik ooit eens wereldkampioen wilde worden. Ik wilde het proberen als veldritprof, stopte in het vijfde middelbaar met Nieuwjaar op school. Een verlossing, letterlijk mijn broek versleet ik daar. Mijn ouders - altijd mijn eerste klankbord - zagen ook in dat het niet langer combineerbaar bleek en gingen uiteindelijk akkoord. Ik kreeg een contract van BKCP-Powerplus. Als eerstejaarsbelofte werd ik onmiddellijk derde op het BK, mijn resultaten gingen gestaag omhoog. Alles werd professioneler, met Guy De Schutter als trainer-begeleider en vertrouwenspersoon sinds vijf jaar. De bekroning was het BK in 2012 in Hooglede. "Sinds vorig jaar - bij de overgang van de beloften naar de profs - verdween die stijgende lijn. Een dom motorongeval waarbij ik mijn knie brak, wat ongelukkige valpartijen en een zitvlakoperatie, een relatiebreuk en recent ook nog de ziekte van Lyme - een constante vermoeidheid, 's nachts niet kunnen slapen en veel humeurigheid - met een vrij recente terugval rond Kerstmis: het kost momenteel meer moeite dan verwacht. Een zoveelste domper, want ik moet een gevecht leveren met mezelf. Vooral die complete machteloosheid weegt zwaar, ik mis de mooiste periode van het seizoen. "Ik ben een optimist en heel opgewekt van aard, maar werd door die voorvallen veel slimmer en mentaal harder. De krijger in mij komt naar boven. Nu weet ik heel goed tot wie ik me moet wenden om weer topniveau te halen. De uitmuntende prestaties van Mathieu vormen daarbij een mooie inspiratiebron. Mijn honger is groot. Op twee jaar tijd zagen de mensen nog niet de echte Wietse aan het werk en dat wringt. Veel pieken zal er dit seizoen jammer genoeg niet meer inzitten. (grijnst) Alles kan beter, hé. Wie weet haal ik ook nog een wereldtitel. Bij de beloften was ik niet voor niks de evenknie van Lars van der Haar. De komende jaren moet dat opnieuw mogelijk zijn." DOOR FRÉDÉRIC VANHEULE"Bij de beloften was ik de evenknie van Lars van der Haar. Dat moet opnieuw mogelijk zijn."