"Is dat al dertig jaar geleden ? Amai, dat gaat rap. Dan is het wel serieus tijd dat er nog eens een goeie Belg opstaat", verwoordt oud-renner René Dillen de mening van het volk. Dillen was een coureur zoals er geen meer gemaakt worden. Zelf een groot talent maar hij offerde heel zijn carrière op voor één man, een nog groter talent, Lucien Van Impe. En Dillen, een getogen Schellenaar, vond dat nog vanzelfsprekend ook. Tijdens de weinige koersdagen dat hij eens "zijn goesting mocht doen", won Dillen een etappe in de Ronde van Romandië, een in de Ronde van Zwitserland en een in de Vierdaagse van Duinkerken. Met dat palmares wordt een renner van nu vlot multimiljonair. "Andere tijden hé", zegt de 55-jarige Dillen schouderophalend. "Héél af en toe, in wedstrijden die Lucien niet specifiek interesseerden, mocht ik het ook eens proberen. Maar dan moest er ook gewonnen worden hé, of ik kreeg onder mijn voeten." Achteraf geen spijt dat je niet meer voor eigen rekening hebt gekoerst ? "Dat is een keuze die je op een gegeven moment maakt. Vroeger waren de ploegen anders georganiseerd dan nu. Je had één kopman en negen renners die volledig in zijn dienst reden. Renners tussen kopman en knecht in, zoals nu een Nick Nuyens, bestonden toen niet. Nu mogen de helpers meeschuiven in een ontsnapping, waar ze dan niet mogen werken omdat hun kopman achteraan zit, en daardoor winnen ze soms nog ook ! Vroeger interesseerde dat niemand, een knecht die won. De kopman, de grote naam, die moest strijden voor de overwinning."
...

"Is dat al dertig jaar geleden ? Amai, dat gaat rap. Dan is het wel serieus tijd dat er nog eens een goeie Belg opstaat", verwoordt oud-renner René Dillen de mening van het volk. Dillen was een coureur zoals er geen meer gemaakt worden. Zelf een groot talent maar hij offerde heel zijn carrière op voor één man, een nog groter talent, Lucien Van Impe. En Dillen, een getogen Schellenaar, vond dat nog vanzelfsprekend ook. Tijdens de weinige koersdagen dat hij eens "zijn goesting mocht doen", won Dillen een etappe in de Ronde van Romandië, een in de Ronde van Zwitserland en een in de Vierdaagse van Duinkerken. Met dat palmares wordt een renner van nu vlot multimiljonair. "Andere tijden hé", zegt de 55-jarige Dillen schouderophalend. "Héél af en toe, in wedstrijden die Lucien niet specifiek interesseerden, mocht ik het ook eens proberen. Maar dan moest er ook gewonnen worden hé, of ik kreeg onder mijn voeten." Achteraf geen spijt dat je niet meer voor eigen rekening hebt gekoerst ? "Dat is een keuze die je op een gegeven moment maakt. Vroeger waren de ploegen anders georganiseerd dan nu. Je had één kopman en negen renners die volledig in zijn dienst reden. Renners tussen kopman en knecht in, zoals nu een Nick Nuyens, bestonden toen niet. Nu mogen de helpers meeschuiven in een ontsnapping, waar ze dan niet mogen werken omdat hun kopman achteraan zit, en daardoor winnen ze soms nog ook ! Vroeger interesseerde dat niemand, een knecht die won. De kopman, de grote naam, die moest strijden voor de overwinning." In het huidige wielerpeloton rijdt er niemand die je als rennerstype met hemzelf kan vergelijken, vindt Dillen. Wilfried Peeters, ondertussen ook al gestopt en ploegleider geworden bij Quick-Step-Innergetic, komt nog het dichtst in de buurt. "Dat was zowat de laatste meesterknecht. Iemand die het talent had om grote koersen te winnen, maar ervoor koos om alles op een andere renner te zetten. Ik was ook een Wilfried Peeters." Over naar het hoogtepunt uit de carrière van Van Impe en dus ook automatisch uit die van Dillen, de Tour van 1976. Hoewel Lucien Van Impe in Parijs al een paar keer dicht was geëindigd, toch stond het niet in de sterren geschreven dat hij de Tour de France zou winnen. "Lucien mikte altijd op de bollen. Daarin was hij bijna onklopbaar. De bergprijs was een gegarandeerde inkomst - uiteindelijk koersten we toch in de eerste plaats voor de centen - en iedereen vond het eigenlijk raar dat hij dat op het spel zette om voor het eindklassement mee te strijden. Maar dat jaar had hij het in zijn kop gekregen om het toch eens te proberen. Omdat ploegleider Cyrille Guimard achter zijn veren zat, schreven veel journalisten. Natuurlijk zal dat er mee te maken hebben gehad, maar ik denk dat je het zo ver niet moet zoeken. Lucien had gewoon een superseizoen, je zag hem iedere koers naar een hoger niveau groeien. Gaandeweg moet hij zichzelf ervan overtuigd hebben dat het erin zat, dat jaar." Van Impe en Dillen koersten in 1976 voor Gitane-Campagnolo, een eerder bescheiden Frans team dat geleid werd door de pas gestopte profrenner Cyrille Guimard. "We hadden al niet de sterkste equipe, erger was dat de samenhang binnen de ploeg niet bijzonder groot was", verhaalt Dillen. "Onze Franse ploegmakkers hadden altijd mal à la tête, mal aux jambes. Ze stopten zich weg, je zag ze alleen als het tijd was om aan de kassa te passeren ( lacht). De helft van de ploeg werkte nooit, tenzij ze er zelf onmiddellijk profijt in zagen, wat de wedstrijd tactisch bijzonder moeilijk te controleren maakte. Het hoogstnodige deden ze, als de ploegleider in de buurt was. Maar anders moest ik ze altijd in het peloton gaan zoeken om ze te overtuigen toch even mee te werken. Alleen op Robert Mintkiewicz, een sterke Nordist van Poolse afkomst, konden we echt rekenen." In een heroïsche rit naar Alpe d'Huez trok Van Impe met Joop Zoetemelk op avontuur. Zoetemelk was te snel voor de Belg in de sprint bergop, maar Van Impe mocht wel de gele trui aantrekken. "Eigenlijk was het veel te vroeg om het geel te pakken. Onze ploeg was niet sterk genoeg om die trui tot in Parijs te verdedigen", zegt René Dillen. "Gelukkig bedacht Guimard een meesterzet. Hij liet Raymond Delisle, normaal gezien geen bedreiging voor Lucien als die echt gas gaf, vijf minuten nemen in een bergrit. Lucien was woedend en schreeuwde tegen Guimard : 'Waarom geven we mijn trui weg ?' Achteraf bekeken denk ik dat Guimard zo Luciens Tour gered heeft. Als we onze ploeg hadden stuk gereden in achtervolging op Delisle, had Zoetemelk ons de volgende dagen dood geslagen. Nu moest de ploeg van Delisle werken en was Zoetemelk verplicht om hém in eerste instantie te bestoken." Vóór de machtsgreep van Delisle zat het echter al grondig fout tussen Van Impe en Guimard wegens het zogenaamde drinkbusincident (zie kader). "Ik heb Guimard altijd een erg lepe ploegdirecteur gevonden, maar wat hem op dat moment bezielde, heb ik nooit begrepen. Het is niet aan de ploegdirecteur om te beslissen wanneer zijn renners moeten drinken, dat voelen zij zelf toch veel beter aan ? Of wou hij Lucien laten voelen dat hij de baas was ? Dan speelde hij toch een gevaarlijk spelletje. Enfin, 's avonds op hotel was het natuurlijk oorlog. Lucien moest zich excuseren van Guimard, wat hij pas gedaan heeft na lang aandringen van zijn vrouw Rita, die speciaal daarvoor was overgekomen. Ik had dat nóóit gedaan. Voor zo'n onnozelheid zeg !" Guimard zou achteraf verklaren dat Van Impe zich moest excuseren omdat hij zich binnen de ploeg onmogelijk aan het maken was. De Franse ploegleider vond dat zijn kopman een dikke nek begon te krijgen en zijn ploegmakkers niet de waardering gaf die ze verdienden. "Dat zal hij achteraf verzonnen hebben om zich in te dekken", vermoedt Dillen. "Lucien was niet iemand die naast zijn schoenen liep. Niemand binnen de ploeg had problemen met hem." Feit is wel dat Guimard zijn renners verbood om Van Impe nog te helpen zolang het drinkbusincident niet was opgelost. "De Fransmannen hielden zich daaraan, die hadden schrik voor Guimard. Ik zat tussen twee vuren ; Guimard was mijn baas, maar Lucien natuurlijk ook. Wanneer Guimard in de buurt was, deed ik alsof ik aan zijn kant stond, maar zodra zijn auto uit het zicht verdwenen was, werkte ik gewoon weer voor Lucien. En als Guimard daar dan over kwam klagen - omdat hij het van anderen gehoord had zeker - dan deed ik alsof ik hem niet begreep. Ik verstond al weinig Frans, en die dagen nog een beetje minder ( lacht)." In de rit naar St Lary Soulan zet Van Impe de puntjes op de i. Hij rijdt Zoetemelk op meer dan drie minuten, Delisle krijgt zelfs twaalf minuten aan zijn broek. De Belg stond nu stevig in het geel en zou het ook niet meer afgeven tot in Parijs. "Achteraf kan je zeggen dat het stomme voorval met die drinkbus Lucien misschien wel geholpen heeft. Hij was in zijn gat gebeten door de houding van Guimard, en gaf er in die rit een formidabele lap op. Hij reed iedereen naar huis en Lucien was praktisch zeker dat de Tour binnen was. Opeens was binnen de ploeg alles vergeven en vergeten, we gingen met de winnaar naar Parijs ! De volgende dagen waren de plezierigste uit mijn rennersbestaan. Die euforie viel met geen pen te beschrijven. En die mensenzee op de Champs Elysées ! Half België was er en iedereen wou met je praten. Dat soort herinneringen blijven je voor altijd bij. Al moet ik erbij zeggen : ik was ook blij dat ik er van af was. Zodra duidelijk werd dat Lucien de Tour ging winnen, liet de pers ons geen moment meer met rust. Stresserend hoor."Een anekdote kan er nog af. "In een zonnige rit een paar dagen voor het einde kreeg Lucien opeens geweldig veel zin in cola. We wisten dat we daar bij Guimard niet voor moesten afkomen, want er hing tussen hem en Lucien nog altijd onweer in de lucht. Dus vond ik er niet beter op om gewoon te stoppen aan het eerste het beste café, tot grote verbazing van Lucien ( lacht). En van de mensen die toen in dat café zaten. Voor iemand wist wat er aan de hand was, had ik drie flesjes cola meegegrist, mijn bidon onder de tapkraan gehouden en een paar Franse francs op de toog gesmeten. Maar toen ik buitenkwam, zag ik de bezemwagen net wegrijden, wat in die tijd in principe betekende dat je uitgesloten werd. Gelukkig vond een van de gendarmen mijn manoeuvre wel sympathiek, en hij loodste mij met zijn moto terug in het peloton. "Na de Tour begon het echte gekkenwerk : 35 criteriums op één maand tijd, van Zuid-Frankrijk tot in Friesland. Ik reed er met de auto naartoe, terwijl Lucien probeerde te slapen. En dan al die recepties tussendoor ! Ik snap nog altijd niet goed hoe we dat overleefd hebben. "Lucien had vaker de Tour kunnen winnen, in 1977 leek hij me even sterk als het jaar daarvoor. Maar we hadden de ploeg niet om die ambitie waar te maken. Lucien reed altijd voor kleinere ploegen, dat is een constante in zijn carrière. Ik heb dat nooit goed begrepen. Waarom informeerden sterke Belgische teams à la IJsboerke niet naar een Belgische Tourwinnaar ? Tegenwoordig zie ik Lucien niet zo veel meer. Zo gaat dat als je ouder wordt hé, je groeit wat uit elkaar. Ik ben toch heel blij dat ik die mooie tijd met hem heb mogen meemaken. Dat pakken ze me niet meer af."JEF VAN BAELEN