Het moment waarop we bijna afscheid moeten nemen van Spanjes meest getalenteerde voetballer is aangebroken, want ook met Andrés Iniesta Luján kent de tijd geen genade. Op zijn 34e en na 674 matchen verlaat het genie uit Fuentealbilla wat tweeëntwintig jaar lang zijn tweede thuis was. Een verhaal dat echter bijna eindigde vooraleer het kon beginnen. Na de eerste dagen op La Masía in september 1996 hield heimwee de 12 jaar oude Andrés tot tranen toe in de greep en hij keerde terug naar zijn warme cocon. Gelukkig voor het voetbal overtuigde Iniesta's moeder hem om het een tweede kans te geven. Na te hebben uitgeblonken in de jeugdploegen krijgt hij z'n debuut van Louis van Gaal op 18-jarige leeftijd in de Champions League tegen... Club Brugge! Vanaf de komst van Pep Guardiola in 2009 ontpopte hij zich tot incontournable in misschien wel het beste elftal ooit en heerste samen met Sergio Busquets en Xavi in bijna elke wedstrijd. In het eerste seizoen met Pep als coach won Barça alle mogelijke trofeeën en met Luis Enrique en Ernesto Valverde haalde hij er nog eens een pak binnen. En met Spanje 2 EK's en 1 WK (en wie weet wat dit WK brengt?). Ondanks al die successen liet het leven in 2009 een eeuwig litteken na op zijn ziel: de dood van Espanyolicoon en boezemvriend Dani Jarque aan wie hij het winnende doelpunt in de WK-finale van 2010 opdroeg. Iniesta worstelde zich door een diepe depressie en besloot om sterker dan ooit terug te keren. Andrés was uniek: hij liep niet over het veld, hij gleed erover met een zelden vertoonde elegantie. Hij tikte de bal niet vooruit maar hij streelde hem met de subtiliteit van Velázquez' penseelstreek. Hij was fysiek eerder licht en niet de snelste maar z'n ploeggenoten noemden hem onhoudbaar dankzij zijn balbeheersing en tempoveranderingen. Daarmee liet hij zijn tegenstanders bewegingloos achter als bakstenen van de Sagrada Familia. Korte, snelle combinaties in een tijd, achteloze passes over dertig meter op de favoriete teen van z'n ploegmaat, plaatsballen buiten het bereik van de keeper of kanonskogels vanop afstand, hij kon het allemaal. Gerard Piqué noemde hem 'voetbal in z'n puurste vorm'. Zonder tattoos of vreemde kapsels. Bedankt, Andrés.

Al uw reacties en sportgerelateerde zoekertjes zijn welkom bij Sport/Voetbalmagazine, Raketstraat 50 bus 5, 1130 Brussel of via e-mail : sportmagazine@roularta.be. De redactie behoudt zich het recht voor teksten in te korten of te weigeren. De schrijver moet zijn naam en woonplaats vermelden.

Het moment waarop we bijna afscheid moeten nemen van Spanjes meest getalenteerde voetballer is aangebroken, want ook met Andrés Iniesta Luján kent de tijd geen genade. Op zijn 34e en na 674 matchen verlaat het genie uit Fuentealbilla wat tweeëntwintig jaar lang zijn tweede thuis was. Een verhaal dat echter bijna eindigde vooraleer het kon beginnen. Na de eerste dagen op La Masía in september 1996 hield heimwee de 12 jaar oude Andrés tot tranen toe in de greep en hij keerde terug naar zijn warme cocon. Gelukkig voor het voetbal overtuigde Iniesta's moeder hem om het een tweede kans te geven. Na te hebben uitgeblonken in de jeugdploegen krijgt hij z'n debuut van Louis van Gaal op 18-jarige leeftijd in de Champions League tegen... Club Brugge! Vanaf de komst van Pep Guardiola in 2009 ontpopte hij zich tot incontournable in misschien wel het beste elftal ooit en heerste samen met Sergio Busquets en Xavi in bijna elke wedstrijd. In het eerste seizoen met Pep als coach won Barça alle mogelijke trofeeën en met Luis Enrique en Ernesto Valverde haalde hij er nog eens een pak binnen. En met Spanje 2 EK's en 1 WK (en wie weet wat dit WK brengt?). Ondanks al die successen liet het leven in 2009 een eeuwig litteken na op zijn ziel: de dood van Espanyolicoon en boezemvriend Dani Jarque aan wie hij het winnende doelpunt in de WK-finale van 2010 opdroeg. Iniesta worstelde zich door een diepe depressie en besloot om sterker dan ooit terug te keren. Andrés was uniek: hij liep niet over het veld, hij gleed erover met een zelden vertoonde elegantie. Hij tikte de bal niet vooruit maar hij streelde hem met de subtiliteit van Velázquez' penseelstreek. Hij was fysiek eerder licht en niet de snelste maar z'n ploeggenoten noemden hem onhoudbaar dankzij zijn balbeheersing en tempoveranderingen. Daarmee liet hij zijn tegenstanders bewegingloos achter als bakstenen van de Sagrada Familia. Korte, snelle combinaties in een tijd, achteloze passes over dertig meter op de favoriete teen van z'n ploegmaat, plaatsballen buiten het bereik van de keeper of kanonskogels vanop afstand, hij kon het allemaal. Gerard Piqué noemde hem 'voetbal in z'n puurste vorm'. Zonder tattoos of vreemde kapsels. Bedankt, Andrés.