Goed een jaar geleden zaten we in een café in Aalst tegenover elkaar. Na nieuwjaar, zei Dimitri de Condé toen, moest hij de mindere periodes die hij bij Standard en Charleroi kende helemaal in de vergetelheid kunnen spelen. Maar Aalst kwam in financiële problemen en van goede sportieve prestaties kon nauwelijks nog sprake zijn. Nu probeert de Condé het bij Lommel, de club waar hij negen jaar geleden, toen óók onder JosHeyligen, in eerste klasse debuteerde.
...

Goed een jaar geleden zaten we in een café in Aalst tegenover elkaar. Na nieuwjaar, zei Dimitri de Condé toen, moest hij de mindere periodes die hij bij Standard en Charleroi kende helemaal in de vergetelheid kunnen spelen. Maar Aalst kwam in financiële problemen en van goede sportieve prestaties kon nauwelijks nog sprake zijn. Nu probeert de Condé het bij Lommel, de club waar hij negen jaar geleden, toen óók onder JosHeyligen, in eerste klasse debuteerde. Dimitri de Condé : Ja, en ik heb het een en ander meegemaakt ondertussen. Daar hebben we het een jaar geleden in Aalst ook over gehad : ook daar is de situatie toen een beetje anders uitgedraaid dan ik verwacht had. Financieel heb ik moeten inleveren, meer dan zes maanden zonder inkomen gezeten. Mijn appartement ginds moeten blijven betalen én de boetes van drie maanden bij het huurcontract. Dat heeft me een pak geld gekost, plus het geld van Charleroi dat ik heb laten vallen om naar Aalst te kunnen. Maar dat betreur ik niet, ik zag dat als een investering in de toekomst. Misschien heb ik de voorbije negen jaren niet echt de verwachtingen ingelost, maar van de andere kant speel ik nog altijd in eerste klasse. Er zijn er veel uit mijn periode die zelfs niet meer spelen, dus ik zie het positief in. Ik denk eerst en vooral dat de verwachtingen héél hoog lagen toen ik hier vertrok. Alles ging natuurlijk goed ook : ik zat zelfs bij de nationale beloften, de kranten spraken van de nieuwe Scifo en zo...Dan ligt de lat heel hoog, dat heb ik natuurlijk ook zelf afgedwongen en misschien is dat wel een beetje een nadeel geweest. Als jongere trok ik daarna naar Standard en begon ik goed, maar zakte ik nadien weg. Vervolgens kwam ik met Charleroi en Aalst bij mindere ploegen terecht. Achteraf bekeken : ja. Ik denk dat ik op dit moment geëvolueerd ben naar een dienende speler. Ik ben niet de man met de echte actie, al kan ik wel een goeie pass geven. Maar het probleem gedurende mijn hele carrière is denk ik geweest dat ik veel van positie wisselde en polyvalent was. Spits, vooraan rechts, noem maar op. Overal deed ik het behoorlijk goed, maar misschien was ik niet goed genóég om die positie volledig op te eisen.Dat kan een van de verklaringen zijn. Mijn sterkste periodes heb ik gekend toen ik in Lommel met VanGeneugden als nummer tien speelde en toen ik bij Standard in de rug van Krupnikovic stond. Momenten dat ik de druk niet alleen op mijn schouders kreeg, maar dat ik in functie van iemand kon spelen, waardoor we allebei beter gingen voetballen. Het vreemde is eigenlijk dat ik niet ben doorgebroken, maar dat ik wel bijna altijd heb gespeeld. Bij Standard 121 wedstrijden in vier jaar, bijvoorbeeld. Ik denk desondanks wel dat ik een creatieve speler ben, maar misschien anders dan ze verwachten. Om een echte nummer tien te zijn, verricht ik, denk ik, te veel arbeid. De meesten in die positie verafschuwen het verdedigende werk. Ik niet. Ondanks mijn polyvalentie speel ik nog altijd het liefst centraal. Ik ben een speler die de bal graag in de voet krijgt en het spel naar links en rechts probeert te verdelen. Op de flank ben je meer afhankelijk ván.Een 4-4-2 is de bedoeling, maar ik denk dat het systeem afhangt van de resultaten, zoals dat de eerste ronde ook het geval was. Toen is er heel veel gewisseld, want als je niet wint, is het moeilijker te verantwoorden om bij een spelconcept te blijven. Dus dat blijft afwachten. Misschien vindt de trainer Stijn ( Haeldermans, nvdr) en mij samen centraal wat te veel van het goede. Het zal ook van de vorm van de spelers afhangen, denk ik. Kijk, alle wedstrijden die we wonnen, kreeg ik positieve kritieken, maar ook uit het verleden heb ik geleerd dat ik door mijn manier van spelen enorm afhankelijk ben van de ploeg. Draait die goed, dan ben ik beter dan de meesten; gaat het minder, dan heb ik het moeilijk om echt mijn stempel te drukken. En dat is iets dat misschien ook wel wat in mijn karakter ligt, namelijk dat ik me te weinig laat gelden. Hoewel ik qua karakter toch redelijk op hem lijk : we zijn allebei soms iets te goed. Maar hij zingt wel beter dan ik ( lachje), waardoor hij zich op dat vlak wel wat meer laat gelden. Ik ben rustiger. Plus dat ik soms te veel nadenk bij de dingen en alles te nuchter bekijk. Ik kan mij soms zaken aantrekken en dat komt dan mijn spel niet ten goede. Al vind ik dat ik daar met ouder worden wel in geëvolueerd ben. Met de leeftijd en de veranderde tijden in het voetbal hecht je op den duur ook minder belang aan materiële zaken. Vroeger kocht je een grote sportwagen, wat in mijn jonge tijd vanzelfsprekend leek, maar nu koop je een wagen in functie van je gezin en je budget. Bij Standard werd alles stipt betaald en bij Aalst leerde ik dat het niet zo evident is als je soms wel denkt. Dat is een goede leerschool geweest. Ik denk het wel, ja. Ook het feit dat je een gezin hebt, natuurlijk. Maar als je al die problemen met betalingen zag bij Aalst, dan sta je toch met de voetjes op de grond. Ik besef nu meer dan vroeger hoe relatief de voetbalwereld is. Je mag op dit moment al blij zijn dat je een werkgever hebt die betaalt. Daarom is Lommel nu heel belangrijk voor mij.Uit het feit dat ik gewoon graag voetbal, al was dat niet altijd even gemakkelijk. Van bij Standard was ik niet gewend veel te verliezen en dat heb ik daarna weer moeten leren aanvaarden. Maar dat is tot op vandaag meer gebeurd dan mij lief is. Voldoening haal ik ook uit het feit dat ik mezelf niet mag verwijten dat het er niet is uitgekomen. Over een gebrek aan inzet en mentaliteit kunnen ze van mij niet klagen. Daar krijg ik op training nog altijd complimenten voor. Maar ik hoop nog altijd op dat ene moment dat het omslaat op het veld. Dat is een beetje mijn doel en dat van de club : dat we collectief een serie kunnen neerzetten. Ik ben nog altijd heel ambitieus, maar nu misschien op een andere manier dan tien jaar geleden. Mijn ambitie is nu dat de club goed draait. Dat is superbelangrijk, te meer omdat ik een man van de streek ben. Hoewel het voetbal zo geëvolueerd is dat het steeds minder voor komt, ben ik eigenlijk een clubspeler. Zo voel ik me ook het beste in m'n vel, als ik het ploegbelang boven het eigen belang kan zetten. Want ik heb op dit moment helemaal niks te eisen.Dat knaagt zeker, maar ik heb toch 250 wedstrijden gespeeld, wat redelijk veel is voor iemand van 28. Maar op het vlak van eisen zal mijn tijd ook wel komen. Als de ouderen weg zijn, zal het aan mij zijn om die rol ook in te lossen.door Raoul De Groote'Ik hoop nog altijd op dat ene moment dat het omslaat.'