Als blessures geen roet meer in het eten strooien in Madrid en Turijn en de twee finalisten dus het gras van Cardiff kunnen betreden met hun beste elftal, dan zal Brazilië het best vertegenwoordigde land zijn onder de tweeentwintig acteurs in de finale van de Champions League. En dan zal Casemiro, als verdedigende middenvelder, de uitzondering zijn, want de kolonie auriverdes zal verder bestaan uit Marcelo, Dani Alves en Alex Sandro - allemaal flankverdedigers. Daar komt misschien ook nog Danilo bij, als de race tegen de klok om Daniel Carvajal tijdig fit te krijgen zou mislukken. De flankverdediger is dus duidelijk een Braziliaanse specialiteit.
...

Als blessures geen roet meer in het eten strooien in Madrid en Turijn en de twee finalisten dus het gras van Cardiff kunnen betreden met hun beste elftal, dan zal Brazilië het best vertegenwoordigde land zijn onder de tweeentwintig acteurs in de finale van de Champions League. En dan zal Casemiro, als verdedigende middenvelder, de uitzondering zijn, want de kolonie auriverdes zal verder bestaan uit Marcelo, Dani Alves en Alex Sandro - allemaal flankverdedigers. Daar komt misschien ook nog Danilo bij, als de race tegen de klok om Daniel Carvajal tijdig fit te krijgen zou mislukken. De flankverdediger is dus duidelijk een Braziliaanse specialiteit. Pep Guardiola mag dan al verklaren dat 'backs essentiële spelers zijn', de positie blijft hoe dan ook het ondergeschoven kindje in een elftal. Het telegenieke voetbal van Marcelo, Dani Alves of David Alaba volstaat niet om het sexappeal van de positie te verhogen. De linksachter van Real Madrid gaf dat trouwens grif toe aan het Spaanse voetbaltijdschrift Panenka: 'Ik zou liever op de 10 spelen, maar de concurrentie is daar veel groter. Op die positie zijn er veel meer getalenteerde spelers dan op de backpositie, want daarvoor zijn minder spelers gemotiveerd.' Een vaststelling die beaamd wordt door Sir Alex Ferguson, die in zijn autobiografie vertelt dat 'goeie flankverdedigers vinden zoiets is als een zeldzame vogelsoort ontdekken'. En het is duidelijk: de grootste volière bevindt zich in Brazilië, waar Roberto Carlos en Cafú opgevolgd werden door Marcelo, Dani Alves en Maicon. En achter hen heb je nog Filipe Luis, de onhoudbare linksachter van de Colchoneros, maar ook de Romeinse backs Bruno Peres en Emerson. Dat is allemaal wat veel om toeval te zijn, zeker omdat de eersten uit de reeks toch al van een tijd terug dateren. Gaan we bijvoorbeeld terug naar 23 oktober 1963, toen Wembley het strijdtoneel was van een voetbalmatch tussen de Engelse nationale ploeg en de rest van de wereld, om het honderdjarige bestaan van de sport te vieren. Aan de zijde van Raymond Kopa, Ferenc Puskás, Alfredo Di Stéfano, Lev Jasjin en Eusébio was de enige Braziliaan die op Engelse bodem mocht meedoen Djalma Santos. Een flankverdediger, uiteraard. Ook tradities hebben een geboortedatum. In het voetbal valt de bevalling vaak samen met een trofee. De Braziliaanse back stoot zijn eerste levenskreet uit in Zweden, ter gelegenheid van het wereldkampioenschap in 1958. De gynaecoloog is een Hongaar, Béla Guttmann, die de geschiedenis ingegaan is als de man die een vervloeking uitsprak over Benfica ('Vanaf vandaag zal Benfica de eerste honderd jaar geen Europacup meer winnen', zei hij 55 jaar geleden en dat klopt nog steeds). Guttmann speelt een belangrijke rol bij het schrijven van het scenario voor het Braziliaanse voetbal. Hij komt in 1957 naar São Paulo en introduceert er bij de Tricolor zijn fameuze 4-2-4, het systeem waarmee Hongarije drie jaar eerder op het WK in Zwitserland de Brazilianen uitschakelde. De Hongaar beïnvloedt meteen de Braziliaanse nationale ploeg, want het is zijn medewerker Vicente Feola die de Seleção naar Zweden leidt. In een 4-2-4 uiteraard, een systeem dat als bijzonder kenmerk heeft dat het veel ruimte laat vallen tussen de flankverdediger en de (zeer offensieve) flankaanvaller en die eerste dus uitnodigt om op avontuur te trekken. Vanaf de eerste wedstrijd, tegen Oostenrijk, is het Nilton Santos die op de uitnodiging ingaat. 'In die tijd hadden de backs amper het recht om de middellijn te overschrijden', herinnerde de betrokkene zich enkele jaren geleden nog, toen hij in 1998 door de FIFA verkozen werd tot beste flankverdediger van de twintigste eeuw. Nilton liep die lijn over, hoorde het geschreeuw van Feola niet, die hem aanmaande om zijn positie te houden, en deed de Oostenrijkse netten trillen. De geschiedenis samengebald in één uitbraak. Een fenomeen dat beschreven wordt door Paco Seirul-lo, oud-verantwoordelijke van de methodologie van Barça, in het boek Pep Guardiola, de metamorfose: 'De minst gedisciplineerde spelers liggen aan de basis van de evoluties in het voetbal. Zij hebben door dat gebrek aan discipline aan hun trainers getoond dat je ook andere dingen kunt doen. En dankzij die andere dingen hebben de trainers voor bepaalde evoluties kunnen zorgen.' En aangezien successen steeds een excuus zijn voor de waanzin van de nieuwigheid, gaat Brazilië in die Zweedse zomer helemaal tot het einde, met Nilton op de ene en Djalma op de andere vleugel. Het land dat in 1950 nog in diepe droefenis gedompeld werd door het dramatische verlies tegen Uruguay in de laatste wedstrijd van 'zijn' Mundial, wint acht jaar later zijn eerste WK. Vervolgens doet het dat nog eens over in 1962 en zo schreef het een verhaal waarin de backs niet langer bang zijn om over de middellijn te komen. Het pilootproject lost de verwachtingen in en maakt dus school. De positieve kritiek blijft komen wanneer rechtsachter Carlos Alberto in Mexico '70 een van de mooiste goals ooit op een WK maakt en zo het Brazilië van coach Zagallo mee aan een 4-1-overwinning helpt in de finale tegen Italië. Veertien dagen voor die finale wordt Cafú geboren, hij zal opgroeien met Carlos Alberto als idool. Het is het recept van Brazilië, dat het eerste land ter wereld wordt waar op de backpositie spelen geen straf is. Marcelo beaamt: 'Voor mij is Roberto Carlos een referentiepunt. Als kind keek ik naar video's van zijn goals en zijn acties.' Na winst van de Champions League en het WK in het jaar 2002 hijst de beroemdste linksachter van het begin van de twintigste eeuw zich zelfs op het podium van de Ballon d'Or, waar hij alleen zijn landgenoot Ronaldo een trapje hoger moet dulden. Een verdediger die men vooral herinnert wegens zijn knallende vrijschoppen van halverwege de vijandelijke speelhelft. De Braziliaan is immers geen back zoals de andere. 'Mijn doel is om de rollen om te draaien,' zo praatte Cafú hem graag na, 'zodat mijn rechtstreekse tegenstander de verdediger wordt. Idem voor Dani Alves, zo vertelde die aan The Guardian in 2012: 'In de Braziliaanse school legt men het accent op het offensieve. Maar dat wil niet zeggen dat ik geen flankverdediger ben. In Europa is men nogal eens bang en laat men offensieve backs op de positie van flankaanvaller spelen. Ze denken dat ze meer zullen aanvallen, maar vaak is het zo dat ze net minder en minder goed aanvallen. Dat is er gebeurd met Roberto Carlos, die er eigenlijk nood aan had dat hij zijn loopacties lager op het veld kon starten.' Ondanks de evolutie van het voetbal, die de heerschappij van de Brazilianen in vele sectoren van het veld heeft doen verdwijnen - met name de rol van nummer 9, die nogal zwak werd vertolkt door Fred op het recentste WK - lijken de backs van de Seleção nog altijd een stapje voor te hebben op de concurrentie. Ze worden vaak verguisd wegens hun gebrek aan defensieve standvastigheid, maar zijn kostbare wapens in grote clubs, zeker nu in topmatchen de hoge pressing algemeen wordt toegepast. In het voetbal van de jaren 2010 wordt de pressing over het algemeen in gang gezet wanneer de flankverdediger de bal krijgt. Aangespeeld door zijn centrale verdediger of zijn verdedigende middenvelder, geraakt de flankverdediger al snel in de knel tussen de zijlijn en de tegenstanders die op hem af vliegen om de bal zo hoog mogelijk te heroveren. Precies daar maakt de techniek van de Brazilianen het verschil. Als de prooi namelijk in staat is om zijn belagers te dribbelen, dan creëert hij een belangrijk numeriek voordeel voor zijn ploeg. En de dribbel is uiteraard een erg Braziliaanse kunst: Alex Sandro (1,8 dribbels per match) is na Paulo Dybala de beste dribbelaar van Juventus in de Serie A. Aan de andere zijde acteert Dani Alves eerder als een middenvelder: qua aantal verstuurde passes doet bij de bianconeri alleen Leonardo Bonucci beter. En in Spanje? Marcelo behoort samen met Luka Modric en Isco tot de beste dribbelaars van Real Madrid. En bij Atlético voert zelfs niemand meer dribbels uit dan Filipe Luis. Meer nog dan in de statistieken imponeert Marcelo voor de camera's. Geen enkele pressing lijkt hem immers angst in te boezemen. Denken we een jaar terug, aan het Giuseppe Meazzastadion waar de finale van de Champions League wordt gespeeld. De linksachter gooit in en Casemiro geeft een linke bal terug. Saúl, Antoine Griezmann en Fernando Torres zijn al klaar om de val te laten dichtklappen, maar met één beweging komt de Braziliaan onder de druk uit: een vleugelverandering met een volley die meer dan vijftig meter verderop pal in de voeten van Carvajal eindigt. Een Braziliaan zet je niet ongestraft onder druk. Omdat men in het land van de samba niet op een paradox meer of minder kijkt, is het een verdedigende middenvelder die het laatste woord krijgt om het paranormale verschijnsel van de Braziliaanse back te verklaren. De uitspraak komt van Zito, wereldkampioen met de auriverdes in 1958 en 1962, en is initieel bedoeld als hommage aan Nilton Santos, de oervader van een lange reeks Braziliaanse flankverdedigers: 'Wanneer men zijn talent heeft, dan doet de positie er niet toe. Want als puntje bij paaltje kwam, was Nilton geen verdediger, geen back. Hij was gewoon een fantastische voetballer.' DOOR GUILLAUME GAUTIER - FOTO'S BELGAIMAGEDe Braziliaanse back stoot zijn eerste levenskreet uit in Zweden, ter gelegenheid van het WK'58. De gynaecoloog is een Hongaar.