Op het einde van de jaren zestig was Celtic Glasgow een grootmacht in het Europese voetbal. Tegen het superdefensieve Inter van trainer Helenio Herrera pakte het in 1967 de Europabeker voor landskampioenen en drie jaar later had Feyenoord verlengingen en een doelpunt van Ove Kindvall nodig om de groen-witten van een herhaling te houden. De Rangers, de protestantse club uit dezelfde stad, konden in eigen land niet tippen aan hun katholieke tegenhanger, die van 1966 tot '74 onafgebroken landskampioen werd en toptalenten voortbracht als Kenny Dalglish (later Liverpool), LouMacari (Manchester United) en Charlie Nicholas (Arsenal). De in 1985 overleden Jock Stein was er de trainer in die hoogdagen.
...

Op het einde van de jaren zestig was Celtic Glasgow een grootmacht in het Europese voetbal. Tegen het superdefensieve Inter van trainer Helenio Herrera pakte het in 1967 de Europabeker voor landskampioenen en drie jaar later had Feyenoord verlengingen en een doelpunt van Ove Kindvall nodig om de groen-witten van een herhaling te houden. De Rangers, de protestantse club uit dezelfde stad, konden in eigen land niet tippen aan hun katholieke tegenhanger, die van 1966 tot '74 onafgebroken landskampioen werd en toptalenten voortbracht als Kenny Dalglish (later Liverpool), LouMacari (Manchester United) en Charlie Nicholas (Arsenal). De in 1985 overleden Jock Stein was er de trainer in die hoogdagen. Celtic werd opgericht in 1888 door Ierse katholieken onder impuls van broeder Walfrid, volgens de overlevering om de soepkeukens voor arme immigranten te versieren. Later werd de voetbalclub een middel om de religieuze minderheid in het land aanzien te geven. Ruim honderd jaar later is dat nog altijd zo. Ondanks een seizoensgemiddelde van ruim 57.000 toeschouwers, wat ruim beter is dan Rangers (bijna 48.000), voelen de supporters, en bij uitbreiding de hele katholieke gemeenschap in het noordelijk deel van het Verenigd Koninkrijk, zich nog steeds achteruitgesteld. Ooit, zo is te lezen in het boek Voetbal tegen de vijand van Simon Kuper, dreef een priester het zo ver dat hij van op de kansel fulmineerde dat iedereen in Schotland tegen de katholieken was : de politici, de administratie, de zakenmensen en zelfs de scheidsrechters... Een paar jaar geleden leek het erop dat de Rangers een definitieve voorsprong hadden genomen. Jaar na jaar speelden ze kampioen en namen deel aan de lucratieve Champions League, zonder daarin evenwel uit te blinken, tenzij op de transfermarkt. Beter management bij de blauwen, waar zelfs de tafeltennistafels en biljartlakens in die clubkleur zijn geschilderd, en een moderner stadion dreven de twee clubs uit elkaar. Celtic moest zich met veel ereplaatsen tevredenstellen. Een decennium geleden balanceerde het zelfs aan de rand van het faillissement. De Duitse socioloog MaxWeber noemde dat een logische zaak : in landen waar katholieken en protestanten samenleven, bleken die laatsten gemiddeld veel rijker te zijn. De Rangers leken hun rivaal definitief dood te willen knijpen door zelf ook katholieke voetballers te engageren, in de hoop zo ook uit dat kamp fans binnen te halen. Manager Graeme Souness trok onder meer Mo Johnston, ex-Celtic, aan. Het leek een brug te ver. De komst van la merde, zoals de katholieken hun ex-idool noemden, zorgde aanvankelijk voor veel protest bij de Rangers-fans. Als Johnston een doelpunt maakte en de ploeg won met 1-0, dan hadden de Rangers in de ogen van sommige fans slechts 0-0 gespeeld. Uit vrees voor vijandige reacties verhuisde John- ston naar Edinburgh, waar zijn huis met molotovcocktails werd bekogeld. Zijn vader werd aangevallen door Celtic-fanatici en een krant herdoopte hem tot 'de Salman Rushdie van het Schotse voetbal'. De storm luwde snel en na Johnston kwamen er nóg katholieken, maar vanaf de terraces werd wel nog een tijdje no to the pope geschreeuwd. Tot 1998 duurde het voor Celtic, tien jaar na de laatste titel, nog eens landskampioen werd. Dat gebeurde onder leiding van de Nederlander Wim Jansen. Intussen had de Canadese zakenman Fergus McCann zijn schouders onder de club gezet. Hij renoveerde Parkhead, genereerde meer inkomsten en haalde drie jaar geleden de Noord-Ierse coach Martin O'Neill naar het noorden. Zag Schotland steevast zijn beste eigen coaches uitwijken naar het rijkere zuiden, nu haalde het daar zelf een toptrainer in wording weg. O'Neill, gegeerd door Manchester United als opvolger van Alex Ferguson (een Schot !), moest het gestuntel, na het ontslag van Jansen, van Josef Venglos, John Barnes en Kenny Dalglish doen vergeten. En dat lukte. O'Neill zorgde onmiddellijk voor een stunt door landskampioen te worden en de twee nationale bekers te winnen. Vorig seizoen bezorgde hij de club opnieuw de titel. Dit seizoen vocht de ploeg van Joos Valgaeren vanuit een vrijwel kansloze positie - enkele weken geleden lag ze nog acht punten achter op de Rangers - nog sterk terug. Na de voorlaatste speeldag vorige week hadden beide ploegen evenveel punten en scheidden slechts twee doelpunten in het voordeel van de Rangers Celtic van een nieuwe titel. De wedstrijdvoorbereiding bij Celtic is eenvoudig. Niet te veel drama vooraf, cd's en ontspanning in de kleedkamer, en pas een paar minuten voor de aftrap stilte, concentratie en een beetje peptalk van de manager. Daarna er op zijn Brits tegen aan. Drie centrale verdedigers houden het centrum goed dicht en blijven vooral achterin. Als ze de bal recupereren, proberen ze zo snel mogelijk de diepte te zoeken, daar waar de aanvallers Hartson (een Welshman) en Larsson (een Zweed) de zaak moeten afmaken. Zij worden gesteund door opkomende mensen vanuit het middenveld, waar onder andere de Bulgaar Petrov een sterk seizoen kent. Met ook nog de Guineeër Sylla (of de Fransman Agathe) en een defensie die bestaat uit een Fransman ( Balde, die overigens naar Roma wil/kan), een Zweed ( Mjallby) en een Belg (Valgaeren), is het trouwens een erg heterogeen gezelschap dat hoopt de Uefabeker in de wacht te slepen. Vanuit de positie van underdog wellicht, iets wat Celtic, in de kwalificaties voor de Champions League uitgeschakeld door de latere revelatie Bazel, wel moet liggen. In de vorige rondes schakelde het op die manier onder meer Liverpool, Blackburn Rovers, Stuttgart en Celta de Vigo uit, bepaald geen doetjes. Porto is nu de laatste hindernis. Sevilla zal ongetwijfeld groen-wit kleuren en vanwege de Portugese tegenstander zal de herinnering aan Lissabon en 1967, stad en jaar waarin Celtic zoals gezegd de toenmalige beker voor landskampioenen won, niet ver weg zijn. Het leverde de jongens van Jock Stein de bijnaam Lisbon Lions op, de leeuwen van Lissabon. Voor de inwoners van Porto zijn dat de grote rivalen. Uitblinker bij Celtic is ongetwijfeld Henrik Henke Larsson. Vorig seizoen goed voor 29 doelpunten in 34 wedstrijden, dit seizoen alweer aan 27 treffers na 36 matchen. Op zijn schouders rust straks veel hoop. Sinds de Zweedse god medio 1997 van Feyenoord naar Celtic kwam, scoort hij er aan de lopende band. Afwachten of hem dat vanavond in Sevilla ook lukt. door Peter T'KintCeltic houdt ervan in de underdogrol te kruipen.