Eind juni, op een moment dat nog niemand vermoedt dat hij Bayern zal verlaten, zit Pep Guardiola op het podium van het Münchense Literatuurhuis. Het Goethe Instituut en de Catalaanse cultuurvereniging Ramon Lull hebben hem uitgenodigd voor een poëzieavond ter ere van de in 2003 overleden Catalaanse dichter Miquel Martí i Pol, die goed bevriend was met Guardiola. De zaal zit afgeladen vol met de elite van München, met literatuurliefhebbers en met mensen die hopen via de poëzie ook iets te weten te komen over het voetbal, meer bepaald over zijn voetbal, het systeem-Guardiola. 'De dichter en de spelmaker', zo heet het in de programmabrochure.
...

Eind juni, op een moment dat nog niemand vermoedt dat hij Bayern zal verlaten, zit Pep Guardiola op het podium van het Münchense Literatuurhuis. Het Goethe Instituut en de Catalaanse cultuurvereniging Ramon Lull hebben hem uitgenodigd voor een poëzieavond ter ere van de in 2003 overleden Catalaanse dichter Miquel Martí i Pol, die goed bevriend was met Guardiola. De zaal zit afgeladen vol met de elite van München, met literatuurliefhebbers en met mensen die hopen via de poëzie ook iets te weten te komen over het voetbal, meer bepaald over zijn voetbal, het systeem-Guardiola. 'De dichter en de spelmaker', zo heet het in de programmabrochure. Guardiola leest de gedichten voor in het Catalaans. Het zijn gedichten over liefde en dood. Over erotiek ook, en ze ontlokken de voetbalreporters, die ook aanwezig zijn, een kinderlijk gegniffel. Maar de meeste aanwezigen in de zaal nemen de voordracht ernstig, zij willen ervaren hoe alles samenhangt, de gedichten en het voetbal, de poëzie en Guardiola's werk als coach, zij willen te weten komen of de vermenging van culturen deel uitmaakt van dat systeem-Guardiola. 'Waarin lijkt poëzie op voetbal?', vraagt de moderator aan hem. 'In niets', antwoordt Guardiola. Het publiek is teleurgesteld, daar had men toch meer van verwacht. Sinds Pep Guardiola in München is, projecteert men zowat alles op hem: men noemt hem 'wereldburger' omdat hij in New York heeft gewoond en 'voetbalpoëet' omdat hij vrienden heeft die schrijver zijn. Nu het duidelijk geworden is dat hij aan het einde van het seizoen Bayern München zal verlaten, wordt hij de ene keer als vedette, dan weer als gewone sterveling omschreven, iemand die niet weet wat hij wil. Allemaal nonsens. Pep Guardiola wil maar één ding: voetbal. En steeds meer daarvan. Hij speelde voor FC Barcelona en liet die club nadien schitteren als trainer. Hij bracht Bayern het schone voetbal bij, wat echt niet zo eenvoudig was. Ondertussen wordt de club bewonderd en geëerd. Guardiola heeft zijn taak in München volbracht, zoals een mecanicien. Hij heeft van Bayern het best draaiende team ter wereld gemaakt. Mogelijk winnen ze nog een keer de treble. Guardiola zal evenwel vertrekken, de loodgieter wacht een nieuwe klus, een nieuw project. Misschien Manchester City of Manchester United. Daar zijn ze bereid nog meer geld voor nog betere spelers neer te tellen. Voor een nog beter spel, een dat de perfectie benadert. 'Pep gaat te werk als een kunstenaar', zegt David Trueba. Trueba is schrijver en regisseur en zit in zijn huis aan de rand van Madrid. Sinds twintig jaar behoort hij tot de intieme vriendenkring van Guardiola. 'Pep wil iets nieuws creëren in het voetbal, een beetje gek doen, experimenteren', legt Trueba uit. Om zijn ideeën toe te passen heeft hij een club nodig waar alles gesmeerd loopt en spelers die duur zijn, heel duur. Bayern was de geschikte club voor Guardiola, maar is die club hem ondertussen te klein geworden? Trueba heeft Guardiola leren kennen als iemand die bezeten is, die over niks liever praat dan over voetbal. Urenlang. Nachtenlang. Na het einde van zijn voetbalcarrière reisden ze samen naar Argentinië, waar Trueba research deed voor zijn roman Saberperder ('De kunst van verliezen'). Dat boek deed Guardiola later, als trainer van FC Barcelona, cadeau aan zijn spelers. Guardiola ging met Trueba het Estadio Gasómetro van San Lorenzo bezichtigen. Trueba vergezelde Guardiola, die de groten van het Argentijnse voetbal een bezoek wou brengen, naar Ricardo La Volpe, de voormalige nationale doelman van Argentinië, en ook de gewezen bondscoaches Marcelo Bielsa en César Luis Menotti. Urenlang onderhield Guardiola zich met Bielsa in diens villa in Rosario. Ze spraken over anekdotes uit het Spaanse voetbal en met de stoelen bootsten ze spelsituaties na. Het was een van de surrealistische momenten, weet Trueba nog, dat Guardiola niet te stoppen was. Voetbal, voetbal, voetbal, steeds diepgaander. Zijn gelukkigste momenten als trainer, zo heeft Guardiola zelf eens gezegd, beleefde hij niet op het veld, maar alleen aan zijn bureau. Ook daarom verlaat hij soms in allerijl de Allianz Arena. Om voort te werken, dvd's te bekijken, te zoeken naar het volgende idee. Een paar jaar geleden sprak Guardiola over die eenzame sessies in zijn kantoor. 'Ik ga zitten, neem een paar bladen papier en een stift, steek een dvd in de lader en bekijk hoe onze komende tegenstander speelt. Dan begin ik aantekeningen te maken. Wauw, die rechtervleugel is goed! Die rechtermiddenvelder is sterker dan de linker. En dan komt het waarlijk grote en fantastische moment. Soms duurt het een minuut, soms anderhalve, en dan zeg ik bij mezelf: we hebben ze! Morgen winnen we. Vaak lukt het dan, vaak ook niet, maar die momenten geven mijn job zin.' Guardiola's kantoren - eentje in de Allianz Arena, eentje in de Säbener Strasse - zijn heiligdommen die bijna niemand te zien krijgt. Slechts een klein aantal medewerkers mag ze vrij betreden. Eén keer stond er in de krant hoe die kantoren er naar verluidt uitzien. Guardiola zit aan een witte L-vormige schrijftafel. Zijn ideeën pent hij in blauw en rood neer op een bord aan de muur. Sommige woorden zijn dik aangezet, doorgaans Duitse woorden. Verder hangt er nog een kleefbord met magneetjes, ook in rood en blauw, die twee ploegen uitbeelden. Zijn bureau is voor Guardiola een toevluchtsoord. Van zijn werk maakt hij een occulte wetenschap. Anders dan zijn voorganger Jupp Heynckes maakt hij de ploegopstelling niet meer op de vooravond van de wedstrijd bekend. Hij doet dat pas op de ochtend zelf, uit vrees dat ze zou uitlekken. Als de inhoud van zijn bureaugesprekken in de pers verschijnt, dan zoekt hij uit alle macht naar de schuldige. Rond het centrale oefenveld aan de Säbener Strasse liet hij een ondoorzichtige doek spannen, zodat er geen pottenkijkers de training kunnen volgen. Het is een strijd die hij voortdurend moet opvoeren. Journalisten proberen vanop een heuvel over het doek te kijken om de geheime training te volgen of leggen zich op de grond om te bespieden hoe hij traint. Toen een keer, voor een belangrijke wedstrijd, iets over zijn training in de krant verscheen waaruit conclusies te trekken waren over zijn tactiek, liet hij een nieuw, nog hoger doek ophangen. Hij heeft een bepaalde afstand gecreëerd, ook tegenover zijn team. In de kleedkamer komt hij minder vaak dan andere trainers. Hij heeft het gevoel dat hij dan de leraar is die in de klas binnenstormt. Het is een kwestie van respect voor de ploeg, maar ook van afstandelijkheid, van gezag. Guardiola geeft niet meer prijs dan nodig. In München heeft hij daar niet alleen vrienden mee gemaakt. Vooral de journalisten zijn kregelig. Ze verdenken hem er zelfs van dat hij de persconferenties in het Duits houdt omdat hij onder lastige vragen onderuit wil komen, waarbij hij dan doet alsof hij ze niet begrepen heeft. Hij geniet best wel veel aanzien, ook bij de fans, maar zijn voorganger Jupp Heynckes werd in de Allianz Arena echt op handen gedragen. Spreekkoren ten faveure van Pep daarentegen kan niemand zich herinneren. Guardiola omringt zich graag met andere beroemdheden. In New York ontmoette hij niet alleen Woody Allen, hij ging meermaals met oud-wereldkampioen schaken Garry Kasparov eten in een sushirestaurant in de Upper West Side en sprak met hem over motivatiepsychologie. Guardiola hecht veel belang aan een stijlvol leven en goede manieren. Hij ziet er altijd piekfijn uit, een voetbalnerd die zo lijkt weggelopen uit een mannenmodecatalogus. Josep Guardiola i Sala groeide op in Santpedor, een stadje met 7500 inwoners. Zijn moeder werkte als arbeidster in een textielfabriek, zijn vader was metselaar en werkte zich omhoog tot hij, voor hij ging rentenieren, een onderneming had met zeventien medewerkers. Het ouderlijk huis ligt aan de weg naar Manresa, de dichtstbijgelegen grotere stad, waar Pep schoolliep. Zijn vader heeft de woning zelf ontworpen en gebouwd, een familiewoning, groot maar niet protserig, drie verdiepingen hoog, met een oppervlakte van 300 vierkante meter en met het familiewapen in de vloer verwerkt. Daarop staan de geboortedatums van de vier kinderen, onder wie dus Pep. 'Wordt de match uitgezonden op Sky of ZDF?', vraagt Valentí Guardiola en hij neemt de afstandsbediening ter hand om de programma's al eens te testen. Die avond speelt Bayern, de ploeg van Pep, in de Champions League tegen Arsenal. Hij wil straks de wedstrijd bekijken, zoals alle wedstrijden van Bayern. Zo is hij toch een beetje bij zijn zoon. Valentí Guardiola zit in de woonkamer aan een ronde tafel met tegenover hem zijn vrouw, Peps moeder. Uit de koelkast heeft hij een biertje gehaald. Hij heeft ermee ingestemd om over zijn zoon te praten, over het prille begin, de eerste grote momenten die hij meemaakte... Het is een kleine, bezadigde man, kalend en wat struiser dan zijn zoon, maar onmiskenbaar de man van wie Pep Guardiola zijn rigiditeit geërfd heeft en zijn protestantse werkethos. Valentí vertelt alleen maar goeds over zijn zoon. Hij is heel trots op hem, maar hij blijft er wel nuchter en zakelijk bij. 'Wat wil u weten?', vraagt hij. Vader Guardiola is direct, zonder tierlantijntjes. Achter hem in de open kast staan de trofeeën die zijn zoon gewonnen heeft en die zijn parcours beschrijven, van de jongen uit Santpedor tot de meest gesolliciteerde trainer ter wereld. Pep Guardiola is overal aanwezig in dit huis, als een geest. In het grote stenen reliëf dat beneden in de hal staat, in het familiewapen, in de foto's die in de woonkamer hangen... Zijn vader vertelt over hoe het begon: de lange autoritten naar Barcelona door het drukke stadsverkeer, toen het nog niet duidelijk was of er voor Pep wel een carrière in het voetbal was weggelegd en de scouts van FC Barcelona hem altijd alleen maar wilden laten testen. Hij, als drukbezette man, wist dat hij niet eeuwig op en neer naar Barcelona zou kunnen rijden. Nu nog let Valentí erop dat hij het bijwonen van een wedstrijd van Barça in Camp Nou verbindt met iets anders: een boodschap, een museumbezoek of een avondje theater. Efficiëntie om de beperkte tijd goed te benutten, ook dat heeft hij Pep bijgebracht. In veel dingen is zijn zoon zoals hijzelf, maar Pep heeft natuurlijk ook heel eigen trekjes. Zijn lievelingsgerecht, vertelt zijn moeder, zijn escargots. Telkens als hij langskomt, maakt ze dat voor hem klaar, maar ze walgt er zelf zodanig van dat ze aan haar man vraagt om het af te kruiden. In La Masía, de voetbalschool van FC Barcelona waar Guardiola op zijn dertiende terechtkwam, stond hij bekend als Guardi, het kind met de spillebenen, slungelachtig, weinig gespierd, maar met een sterke wil. Josep Maria Fusté, kapitein van Barça in de jaren zestig en destijds een tweede vader voor Guardiola, wekte aanvankelijk de interesse voor hem met de woorden: 'Daar loopt een jongen rond, die heeft alleen een hoofd en geen lijf.' In 1994 leerde Pep Guardiola zijn latere echtgenote Cristina Serra kennen. Zij was de dochter van een modeondernemer. De glamour fascineerde hem, vanwege het contrast met de wereld van zijn ouders. Eén keer waagde hij zich daar te ver in. Ontwerper Antonio Miró vroeg Guardiola eens of hij voor hem op de catwalk wou lopen en de voetballer stemde daarmee in. Spot was zijn deel: een voetballer die als mannequin optrad, dat rook naar vervrouwelijking van de mannelijke sport. De Spaanse schrijver Javier Marías verdedigde hem: 'Hij wordt belachelijk gemaakt omdat hij op een beschaafde manier met zijn succes omgaat. Sommigen kunnen het zich blijkbaar niet voorstellen dat iemand onberispelijk is.' De toon was niettemin gezet. 'Guardiola plast eau de cologne', viel te lezen. Het was een les voor hem. Te veel schijnwerperlicht is schadelijk. Hij wil gek doen, dingen uitproberen, experimenteren. Maar hij merkt dat hij daarbij telkens weer op hindernissen stoot, op de grenzen van dat grote voetbalcircus, die grote Hollywoodshow. 'Het probleem is dat men door een grote blockbuster uit Hollywood nooit echt overrompeld kan zijn.' Trueba is zelf goed vertrouwd met dat dilemma, de tegenstelling tussen kunst en commercie. Zijn werk moet voor zichzelf spreken. Wanneer hij het moet duiden, heeft hij in feite al gefaald. 'Ik spreek ook niet over mijn romans', zegt Trueba. 'Dat zou zijn alsof men uit een flesje frisdrank het koolzuur laat ontsnappen.' Om zijn ideeën uit te voeren heeft Guardiola nood aan goede spelers en die zijn duur. Hij moet dus kunnen beschikken over het budget van een grote Hollywoodproductie en dat komt er niet zonder wat show, zonder persconferenties. Perfect voetbal alleen is niet voldoende, uiteindelijk is voetbal maar triviaal. Er blijft alleen de hang naar de zege, naar het happy end. Er verschijnen tegenwoordig lyrische biografieën over Guardiola. Hij wordt tot 'voetbalfilosoof' uitgeroepen, als iemand die zich onderscheidt omdat hij boeken leest en zich voor verhalen en kunst interesseert. 'Hij wil geen intellectueel zijn', zegt Trueba. 'Voor Pep zijn literatuur en kunst datgene wat voetbal is voor een kantoorbediende: een verzetje.' Wat Guardiola werkelijk is: een bijna krankzinnige perfectionist. 'Hebt u weleens golf met hem gespeeld?', vraagt Lluís Bassat. Bassat, een gezonde ouweheer met een volle witte haardos en een stem als een klok, zit in zijn kantoor in de binnenstad van Barcelona, in de moderne building van zijn reclamebureau. Ooit wilde hij voorzitter van FC Barcelona worden, met Pep Guardiola als sportdirecteur. Ze verloren de verkiezingen evenwel nipt tegen Joan Laporta, die had beloofd dat David Beckham naar Barça zou komen. Bassat en Guardiola wilden geen valse beloftes doen, en Beckham kwam niet naar Barcelona, maar Laporta won de voorzittersverkiezingen. 'Pep speelt golf als een prof', zegt Bassat. 'Wanneer hij zelf niet aan slag is, oefent hij zijn bewegingen, om nog beter te worden. Ik vind van mezelf dat ik ook een perfectionist ben - op zoek naar het juiste idee voor een reclamespot werk ik zo nodig de hele nacht door - maar wanneer ik golf speel, is dat om te ontspannen.' Er zijn vrienden van Guardiola die zelfs een dinertje met hem vermoeiend vinden omdat hij zich ook aan tafel formeel gedraagt. Het kan intimiderend werken, die goede manieren, het feit dat hij zelfs bij het eten van een salade niets van zijn vork laat glijden, dat zijn lach er zo vlot uit rolt. Ook dan is Pep Guardiola een perfectionist. Een perfectionist sluit niet graag compromissen, Guardiola al zeker niet in het voetbal. Niettemin moet hij dat, naar zijn aanvoelen, bij Bayern nogal vaak doen. 'Als hij een notitieblok nodig had, lag dat onmiddellijk voor hem klaar', zegt Trueba. 'Pep waardeert de vlekkeloze organisatie van Bayern.' Maar hij kreeg niet altijd de spelers die hij wilde. Oké, hij kreeg Thiago Alcántara, Robert Lewandowski en Xabi Alonso, maar niet Neymar. Twijfelde de voetbalgekke Guardiola op den duur aan het Duitse verstand? Een van de voornaamste lessen die Guardiola getrokken heeft uit zijn tijd als trainer bij Barcelona, is het feit dat hij daar in zijn vierde seizoen zijn magie verloor, zijn mythe, zijn autoriteit. Dat heeft te maken met de intensiteit waarmee hij eisen stelt aan zijn spelers, met zijn gedetailleerde tactische richtlijnen, het voortdurend wisselende spelconcept, de talloze toespraken voor en na de wedstrijd en de aanwijzingen langs de lijn. Vernieuwing werd voor Guardiola een grondregel, en niet alleen wat betreft de basiself - hij koos in 134 wedstrijden voor 132 verschillende opstellingen. Hij heeft mogelijkerwijs volgens zijn eigen principe ook zichzelf ingeruild, voor het te laat was. Na de laatste match voor de winterstop verliet Guardiola München. Zoals te verwachten viel: zonder commentaar. Hij ging op bezoek bij zijn ouders, in dat grote huis in Santpedor. Zijn vader had daar graag een soort museum ingericht om de talloze memorabilia uit te stallen die hij in de loop van de 26-jarige profcarrière van zijn zoon verzameld heeft. Er waren vrienden die zich voor dat project wilden engageren, maar Pep wou het niet. Het zou veel te veel ophef geven, hij wil geen fantoerisme in zijn geboortestad. Zijn vader behelpt zich. Hij is voorbereid op bezoekers die iets over zijn zoon willen weten. Die avond in de herfst, toen Bayern tegen Arsenal speelde in de Champions League, ging hij naar zijn werkkamer en kwam hij terug met een foldertje, een amateuristisch werkstukje dat hij met zijn aftandse printer heeft afgedrukt. Er staat de handtekening van zijn zoon op en de verschillende etappes van zijn loopbaan, die iedereen kent. Dat is alles. Meer devotie staat Pep niet toe. DOOR MARC HUJER - FOTO'S BELGAIMAGE'Pep gaat te werk als een kunstenaar. Hij wil iets nieuws creëren in het voetbal, een beetje gek doen, experimenteren.' - DAVID TRUEBA 'Guardiola wordt belachelijk gemaakt omdat hij op een beschaafde manier met zijn succes omgaat. Sommigen kunnen het zich blijkbaar niet voorstellen dat iemand onberispelijk is.' - JAVIER MARÍAS