In het lieflijke landschap van Mondercange, niet ver van Esch-sur-Alzette, heeft de Luxemburgse voetbalfederatie haar nationaal opleidingscentrum geïnstalleerd. Vroeger was de hoofdzetel van de bond gelegen in de rue de Strasbourg, op twee stappen van het station van de stad Luxemburg. Het nieuwe complex is een lang gekoesterde droom van bondsvoorzitter Paul Philipp (voordien bondscoach en in een nog eerder leven speler van Union Sint-Gillis, Standard en Sporting Charleroi) en zijn voorganger, Henri Roemer. Op 10 februari 2003 werd het centrum ingewijd in het bijzijn van onder meer groothertog Hendrik en FIFA-voorzitter Sepp Blatter.
...

In het lieflijke landschap van Mondercange, niet ver van Esch-sur-Alzette, heeft de Luxemburgse voetbalfederatie haar nationaal opleidingscentrum geïnstalleerd. Vroeger was de hoofdzetel van de bond gelegen in de rue de Strasbourg, op twee stappen van het station van de stad Luxemburg. Het nieuwe complex is een lang gekoesterde droom van bondsvoorzitter Paul Philipp (voordien bondscoach en in een nog eerder leven speler van Union Sint-Gillis, Standard en Sporting Charleroi) en zijn voorganger, Henri Roemer. Op 10 februari 2003 werd het centrum ingewijd in het bijzijn van onder meer groothertog Hendrik en FIFA-voorzitter Sepp Blatter. "Er is nog veel werk aan de winkel, maar onvermijdelijk zullen we de vruchten plukken van de geleverde investering", zegt bondscoach Guy Hellers. "Ik beweer niet dat Luxemburg ooit de wereldbeker zal winnen. Maar wél kunnen we voor een herhaling zorgen van de mooie momenten in het begin van de jaren negentig. Ik herinner me dat we toen eens tien punten pakten in een kwalificatiecampagne." Guy Hellers : "De tijd vliegt voorbij, nietwaar ? Zeventien jaar van mijn leven heb ik aan Standard besteed. Van 1983 tot 2000 speelde ik 383 wedstrijden voor de Rouches. Sinds mijn vertrek uit Luik ben ik er niet meer teruggekeerd. Toch bewaar ik heerlijke herinneringen aan Standard. Ik geloof niet dat ik voor een andere club had kunnen voetballen. Ik identificeerde me met Standard. Als speler had ik een andere ploeg niets meer te bieden. In een andere functie daarentegen had ik wel veel te bieden. Meteen na mijn carrière spitste ik me toe op de jeugd en op de opleiding van voetballers : die keuze was de logica zelf. In Luxemburg moest alles opnieuw worden opgebouwd, van a tot z. Paul Philipp deed dan ook niet vergeefs een beroep op me. Vanaf 1 juli 2000 ontfermde ik me over de Luxemburgse jongeren. In januari 2005 stapte ik in de positie van bondscoach van het A-team. "Met plezier zal ik straks René Vandereycken begroeten. Onze wegen hebben elkaar dikwijls gekruist op een voetbalveld. In oktober 1993 volgde hij bij Standard Arie Haan op als trainer. Dat was geen geschenk. Na de thuisnederlaag tegen Anderlecht was de ploeg diep weggezakt in de stront. Arsenal profiteerde ervan om ons uit de Europese Beker voor Bekerwinnaars te kegelen en ons tot in onze ziel te vernederen. 0-7 alstublieft. René Vandereycken was toen pas op Sclessin aangekomen en kon op zo'n korte tijd de dingen niet rechttrekken. Nadien heb ik hem leren kennen als een listige trainer, ongemeen sterk in zijn tactische benadering van wedstrijden. Het was een plezier om met hem te werken, ook al heeft het slechts zes maanden geduurd." "Voor mij waren Robert Waseige en Michel Pavic de compleetste coaches. Zij beheersten alle aspecten van het vak. Wedstrijdanalyse, fysieke en mentale voorbereiding, discipline, omgang met de spelersgroep, zin voor verantwoordelijkheid : die twee waren op geen enkel vlak in verlegenheid te brengen. "Twee andere trainers staken er dan weer in tactisch opzicht ver bovenuit : Arie Haan en Tomislav Ivic. Toch verschilde hun uitgangspunt grondig. Haan koos voor een offensieve aanpak. Onder hem ging Standard altijd uit van de eigen sterkte en voetbalde voortdurend op de helft van de tegenstander. Ivic predikte vooral voorzichtigheid. Hij vertrok vanuit een perfecte defensieve organisatie. Het offensieve kwam voor hem pas op de tweede plaats. "Haan heeft bij Standard een enorme stommiteit begaan. Hij was louter en alleen begaan met de veldbezetting. Met de conditionele voorbereiding hield hij zich niet bezig. Hij stuurde zelfs fysiektrainer Roger Lespagnard de laan uit. Dat ontslag is de ploeg zeer zuur opgebroken. Wat een kemel !" "Overdrijven ? Helemaal niet. Het ontslag van Lespagnard heeft Standard minstens één landstitel gekost. Er werd nadien gewoon niet hard genoeg gewerkt op Sclessin. Ik had nog nooit zoveel talent bij de club zien rondlopen : Bodart, Genaux, Rednic, Demol, Cruz, Radanovic, Léonard, Vervoort, Bettagno, Lashaf, Van Rooij, Pister, Asselman, Vos, Goossens, Wilmots, Bisconti en laat ik niet te onbescheiden zijn en dus ook maar mezelf vermelden. Met zulke ploeg moest je toch prijzen kunnen veroveren ? Welke club beschikte nu over zo'n spelerskern ? Maar Standard pakte er meestal naast. Er heerste een regelrechte chaos op de club. "Niettemin is het onder Arie Haan dat ik de enige trofee uit mijn carrière wegkaapte : in 1993 won Standard de beker van België. In de finale klopten we Charleroi met 2-0. Maar orde en discipline, dat interesseerde Haan totaal niet. De avond voor die finale vroeg een speler in het restaurant frieten met mayonaise. Dat was voor Haan geen enkel probleem. De speler in kwestie mocht er zelfs een pintje bier bij drinken. En dat is maar één voorbeeld, ik zou er zo duizend kunnen geven. Mocht die groep echt voor het voetbal hebben geleefd, dan had ik hier een kast vol prijzen staan.""Met terugwerkende kracht kan ik de beslissing van Luciano D'Onofrio perfect begrijpen. Mijn vriend Ljubomir Radanovic had me nochtans gewaarschuwd, hij zei : 'Ivic is als een vader voor Lucien D'Onofrio. Als je aan Ivic raakt, lig je buiten.' Tot twee keer toe heb ik in de kleedkamer de gemoederen bedaard. Bij de volgende opstand ben ik met de klachten van de spelers naar D'Onofrio gestapt. Hij koos de kant van zijn coach en in mijn hoedanigheid van kapitein heb ik de rekening betaald. D'Onofrio kon moeilijk de hele groep op straat gooien. "Standard leefde scrupuleus mijn contract na. Ach, dat is zo ver weg, dat is allemaal zo lang geleden. Ik leef niet in het verleden. Ik leef in 2006 en ik amuseer me geweldig in mijn huidige job. Is dat niet het belangrijkste ?""Zeker. Op verzoek van Paul Philipp ontfermde ik me vanaf juli 2000 over de Luxemburgse jeugdinternationals van twaalf tot zeventien jaar. 's Morgens knapte ik een boel administratief werk op : planningen, trainingsprogramma's, contacten met de clubs en met de scholen. 's Namiddags stond ik dan met die jeugd op het veld. Ik kan nog altijd niet zonder een voetbalveld. "Het Luxemburgse voetbal was heel diep gevallen. Het nationaal centrum van Mondercange was een absolute noodzaak. Er moest weer van nul begonnen worden. Paul Philipp en Henri Roemer hebben dat goed begrepen. Zelf heb ik hen uitgelegd waar we stonden en wat er ons te doen stond. Er moest een mentaliteitswijziging komen. En er moest hard gewerkt worden. Liechtenstein behaalt prima resultaten met z'n jeugdselecties en dat land is nog tien keer kleiner dan Luxemburg. Alleen focussen ze daar al tien jaar op de jongeren. Gelukkig is dat nu ook in Luxemburg de prioriteit geworden. "In Mondercange werken we op dagelijkse basis met zeven groepen van 25 spelers, variërend in leeftijd van tien tot negentien jaar. 's Weekends staan we die voetballers af aan hun club. In de week lopen ze school van acht uur 's morgens tot twee uur 's middags. Met busjes worden ze van school naar het trainingscentrum gebracht en na de training naar het station of gewoon naar huis. Voor de trainingen kunnen ze hier onder begeleiding van een leraar hun huiswerk maken en hun lessen leren. "Dit centrum beschikt over moderne faciliteiten : medische kabinetten, zalen voor kinesitherapie, kleedkamers, krachthonken, vergaderzalen, kantoren, tv-kamers, velden, oefenterreinen in kunstgras, washokken. Het is grote luxe. "Alles is in Mondercange samengebracht, zowel de administratieve als de sportieve dienstverlening. De jongens van min vijftien en min zeventien jaar trainen hier dagelijks. Eén training op maandag, een wedstrijd op dinsdag, twee trainingen op woensdag en één training op donderdag en vrijdag. Die matchen van de dinsdag zijn belangrijk, want daarin ontmoeten ze buitenlandse ploegen. Zo leren ze spelen aan een hoger ritme dan in het eigen kampioenschap. "Het is niet uitgesloten dat we het stadion van Mondercange, dat naast het complex ligt, uitbreiden en moderniseren. Dan zouden we daar onze interlands kunnen afhandelen.""Ik doe dit werk ontzettend graag. En deze aanpak is nodig. Anders kan er van vernieuwing geen sprake zijn. Later wil ik dat ook de A-internationals op regelmatige basis in Mondercange komen trainen. Ik wil hun werkvolume verhogen, het ritme optrekken, vooruitgang boeken. Momenteel roep ik mijn internationals acht dagen voor een match samen. Dat is te weinig. Bij de Luxemburgse clubs wordt niet op een internationaal niveau gewerkt. De spelers zijn amateurs en uit tests is gebleken dat ze over het algemeen over een fysieke conditie beschikken die je terugvindt in de Duitse derde klasse. Om maar te zeggen dat we nog een lange weg af te leggen hebben. De gewezen bondscoach Alan Simonsen heeft hier voortreffelijk werk verricht, maar hij vergenoegde zich met een rol van selectieheer. Hij deed de ronde van de clubs, volgde competitiewedstrijden en koos zijn spelers. En daarmee was voor hem de kous af. "Luxemburg had een radicale omkeer in de mentaliteit nodig. In december polste Paul Philipp me voor de positie van bondscoach voor de A-ploeg. In januari 2005 heb ik getekend onder één voorwaarde : dat ik het contact met de jongeren mocht behouden. Want dat heb ik nodig en bovendien is mijn werk met de jeugd nog niet gedaan. Ideaal zou zijn mochten jaarlijks vijf jongere spelers aansluiten bij de A-kern. Beloftevolle Luxemburgse voetballers werden binnengehaald bij Metz, Freiburg, Mönchengladbach. Bij Kelmis hebben we een Luxemburgs talent ontdekt : Mario Mutsch. Kortom, werk genoeg, maar ik zou het niet anders willen." "Het was nog veel te vroeg voor dergelijke plannen. Het Luxemburgse voetbal is daar nog niet klaar voor. Er boden zich anders voldoende sponsors aan om dit initiatief te ondersteunen. Het probleem was dat die Luxemburgse club te veel buitenlanders zou moeten aantrekken om zich in het Belgische voetbal staande te kunnen houden. Voor de commerciële partners was dat geen punt, integendeel zelfs. Maar wat zou dit hebben bijgebracht voor het Luxemburgse voetbal ? Deze investeringen zouden niet veel return opleveren. Dan kies ik liever voor investeren in opleiding. Als de tijd rijp is, kunnen we dit project nog altijd uit de lade halen. Ik fixeer me op een termijn van drie jaar. Tegen dan zou het Groothertogdom Luxemburg over een ploeg van Belgisch niveau moeten beschikken. We hebben nog twee jaar te gaan.""Ik weet het, alleen San Marino deed even slecht. Met heimwee denk ik terug aan de jaren negentig. In 1996, bijvoorbeeld, konden we ons weliswaar niet plaatsen voor het EK in Engeland, maar we behaalden wel tien punten en dat in een groep met onder meer Nederland en Tsjechië. "Nu, ik denk niet in termen van kwalificatie. Ik ben geen dromer. Ik denk liever in termen van mentaliteit. De mentaliteit in het Luxemburgse voetbal veranderen, dat is mijn ambitie."PIERRE BILIC