Graag spreken voorzitters en bestuurders in dit land over collegialiteit en loyaliteit, over respect en begrip, maar vanaf het moment dat ze in het bondsgebouw vergaderen, wentelt iedereen zich in zijn eigen, soms bekrompen wereldje. Dan blijkt eendracht en eenvormigheid een loze kreet te zijn. Helemaal niets zal er van de solidariteit onder de profclubs overblijven nu elf kleinere verenigingen en Standard hebben beslist om de eerste klasse volgend seizoen te hervormen naar achttien ploegen. De vier topclubs, de zogenaamde G4, zijn zwaar ontgoocheld en hebben niet de intentie het hierbij te laten. Er wordt kordate taal gesproken. Pol Jonckheere, de voorzitter van Club Brugge, liet zelfs horen dat ze zullen bekijken of er een afzonderlijke deal gesloten kan worden met de tv-zenders. Tot een slag om...

Graag spreken voorzitters en bestuurders in dit land over collegialiteit en loyaliteit, over respect en begrip, maar vanaf het moment dat ze in het bondsgebouw vergaderen, wentelt iedereen zich in zijn eigen, soms bekrompen wereldje. Dan blijkt eendracht en eenvormigheid een loze kreet te zijn. Helemaal niets zal er van de solidariteit onder de profclubs overblijven nu elf kleinere verenigingen en Standard hebben beslist om de eerste klasse volgend seizoen te hervormen naar achttien ploegen. De vier topclubs, de zogenaamde G4, zijn zwaar ontgoocheld en hebben niet de intentie het hierbij te laten. Er wordt kordate taal gesproken. Pol Jonckheere, de voorzitter van Club Brugge, liet zelfs horen dat ze zullen bekijken of er een afzonderlijke deal gesloten kan worden met de tv-zenders. Tot een slag om televisiegelden is het allemaal uitgegroeid. Anderen haalden een oud idee vanonder het stof: een toenadering tot Nederland voor een BeneLiga. Dat soort ver van het veld uitgevochten polemieken dreigt de komende maanden dus weer de voetbalscène te beheersen. Het idee van de play-offs is wel heel snel afgeschoten. Veel voorbehoud was er toen deze competitie-epiloog boven de doopvont werd gehouden. Tot een gigantisch succes groeide het vorig seizoen niet uit. Play-off 1 bracht niet die zinderende finale omdat de overmacht van Anderlecht veel te groot was en play-off 2 stelde als kijkstuk niet veel voor. Wel zorgde de aanloop naar het slot van de competitie voor meer volk dan ooit tevoren, al had dat voor een deel ook te maken met aantrekkelijke acties. Het ziet ernaar uit dat deze opwaartse lijn tijdens deze voetbaljaargang niet echt zal worden doorgetrokken. Vreemd klinkt het daarom om Herman Van Holsbeeck, de manager van Anderlecht, te horen roepen dat het teruggrijpen naar het oude model een terugkeer is naar de middeleeuwen, terwijl België het enige land is dat deze formule hanteert. In Nederland werden de volgens een iets andere modus afgewerkte play-offs na twee seizoenen afgeschaft, omdat de publieke belangstelling tegenviel, maar vooral ook omdat de trainers massaal klaagden over een te grote belasting. Dat de huidige play-offs nu door de G4 worden verheerlijkt heeft uitsluitend te maken met het televisiecontract, met de macht van het geld. Sportief leidden de play-offs niet echt tot een verhoging van het spektakel, al is het na niet eens twee seizoenen moeilijk om conclusies te trekken en verdiende het geesteskind van Ivan De Witte in die zin wel een nieuwe kans. Bovendien is het volgens specialisten al langer duidelijk dat dit land geen economisch draagvlak heeft voor achttien verenigingen. Ook in een concept zonder play-offs zou het veel beter geweest zijn om het bij zestien clubs te houden. Nu dreigen er volgend seizoen drie tweedeklassers tot de elite toe te treden, drie ploegen uit het vagevuur van ons voetbal. Los van de soms belabberde accommodaties en met de hakbijl van de licentievoorwaarden boven het hoofd zullen ze de eerste klasse niet echt verrijken en allerminst het niveau optrekken. Toch wordt juist in het buitenland getoond dat een kwantitatieve vermindering geen garantie op succes biedt. In Schotland en Oostenrijk constateerden ze destijds dat een rigoureuze afslanking naar tien en twaalf clubs geen effect sorteerde. Er bleek onder meer een overkill aan topmatchen te zijn. In het voetbal gaat het om beleid. Met nieuwe geldbronnen moet op een verstandige manier worden omgegaan, meer inkomsten uit recettes en/of televisiegelden betekenen niet echt een betere strategie. In plaats van te werken aan de infrastructuur en het begeleiden van de jeugd wordt het geld gebruikt om (veelal buitenlandse) spelers aan te trekken. Er is al langer nood aan een betere honorering van de jeugdopleiding, met respect voor de vrijheid van het individu. De explosie van de televisiegelden heeft een kloof veroorzaakt die niet meer te dichten valt. Incidentele successen blijven mogelijk, maar ze zullen nooit meer een structureel karakter hebben. Ongeacht volgens welke formule je de competitie laat verlopen. DOOR JACQUES SYSHet gaat om beleid. Meer dan om de formule.