Een paar dagen nadat ze zich met het Amerikaanse vrouwenteam tot wereldkampioen 2019 gekroond heeft, verschijnt Megan Rapinoe voor een menigte tegenover het New Yorkse stadhuis. Ze heeft een boodschap te vertellen aan de wereld, voetbal of niet. Na een korte introductie over haar team, dat 'te gek' is, brengt de vleugelspeelster een niet mis te verstane boodschap: 'We hebben roze en paars haar, tatoeages, dreadlocks. In het het team zijn er blanke meisjes, zwarte meisjes en meisjes die tussen de twee zitten. Heteromeisjes en lesbische meisjes. Het is een absolute eer om deze ploeg te mogen leiden op het veld.' Daags voordien had Rapinoe zich al rechtstreeks tot president Trump gericht, die ze een discriminerend discours verweet: 'We hebben allemaal een verantwoordelijkheid. U draagt de een enorme verantwoordelijkheid, als leider van dit land, om zorg te dragen voor eenieder en beter te doen voor allemaal.' Op 118 dagen van de Amerikaanse presidentsverkiezingen zou je je op een eerste campagnemeeting kunnen wanen.
...

Een paar dagen nadat ze zich met het Amerikaanse vrouwenteam tot wereldkampioen 2019 gekroond heeft, verschijnt Megan Rapinoe voor een menigte tegenover het New Yorkse stadhuis. Ze heeft een boodschap te vertellen aan de wereld, voetbal of niet. Na een korte introductie over haar team, dat 'te gek' is, brengt de vleugelspeelster een niet mis te verstane boodschap: 'We hebben roze en paars haar, tatoeages, dreadlocks. In het het team zijn er blanke meisjes, zwarte meisjes en meisjes die tussen de twee zitten. Heteromeisjes en lesbische meisjes. Het is een absolute eer om deze ploeg te mogen leiden op het veld.' Daags voordien had Rapinoe zich al rechtstreeks tot president Trump gericht, die ze een discriminerend discours verweet: 'We hebben allemaal een verantwoordelijkheid. U draagt de een enorme verantwoordelijkheid, als leider van dit land, om zorg te dragen voor eenieder en beter te doen voor allemaal.' Op 118 dagen van de Amerikaanse presidentsverkiezingen zou je je op een eerste campagnemeeting kunnen wanen. 'Alles is aanwezig in dit discours: de Amerikaanse eenheidsgedachte, de achterdochtige keerzijde van de identitaire vragen en de hang naar gelijkheid.' Jean-Baptiste Guégan is de auteur van het boek Géopolitique du sport. Une autre explication du monde ( Geopolitiek van de sport. Een andere verklaring van de wereld). Met haar woorden schaart Rapinoe zich achter de 21e-eeuwse trend om de aanvaarding op te eisen van alle seksuele geaardheden in de sport. Guégan: 'Megan Rapinoe is een een symbool, een spreekbuis en een gezicht. Ze belichaamt alles wat de sport aan de politiek kan bijdragen.' Dé voetbalpersoonlijkheid van de zomer 2019 is niet aan haar proefstuk toe. Drie jaar geleden was ze een van de eerste blanke sporters die op hun knieën gingen zitten bij het Amerikaanse volkslied om de quarterback Colin Kaepernick te steunen. Hij was de eerste die deze symbolische daad stelde om te protesteren tegen het gewelddadige politieoptreden tegen Afro-Amerikanen. 'Voetballers kunnen hun bekendheid beter gebruiken om een goede zaak te verdedigen, om antiracistische standpunten in te nemen of een pedagogische rol op te nemen in plaats van influencers te zijn op Instagram en producten te doen verkopen.' Jean-Michel De Waele, professor aan de faculteit Filosofie en Sociale Wetenschappen van de ULB, vindt dat bepaalde voetballers zich meer zouden kunnen uitspreken in de samenleving. 'Ik vind het bijzonder choquerend dat voetballers soms clausules moeten tekenen die hen verhinderen om politieke standpunten in te nemen.' Meer en meer voetballers zijn zich nochtans bewust van hun rol als opinieleiders. Ze nemen de verantwoordelijkheid op zich op een gladde manier - zoals Messi en Ronaldo - of met passie, zoals Didier Drogba toen hij een oproep deed voor vrede tijdens de burgeroorlog in Ivoorkust. Van een binnenlands conflict is officieel geen sprake wanneer Argentinië in 1978 het WK organiseert, maar in realiteit bestuurt de communistische generaal Jorge Rafael Videla het land met ijzeren hand. Bij de aftrap van het WK schat Amnesty International het aantal executies uitgevoerd door het regime op 6000. Omdat verschillende federaties dreigen met een boycot - die ze uiteindelijk niet zullen hard maken - stelt Videla zich een duidelijk doel: het internationale imago van zijn regering oppoetsen en de moordpartijen, die op enkele honderden meters van bepaalde stadions plaatsvinden, onder de mat vegen. Wanneer Videla op 25 juni 1978 de wereldbeker aan de Argentijnse kapitein Daniel Passarella kan overhandigen, is de lucht zwaar van de symboliek. De eerste wereldtitel van Argentinië geeft het regime aanzien en zorgt zelfs voor een zekere personencultus rond Videla. Heeft de generaal gewonnen? Die dag, misschien. 'Zoals bij elk sociaal fenomeen zit een dergelijke recuperatie van het voetbal vol tegenstellingen', nuanceert professor De Waele. 'De dictator is op termijn niet aan de macht kunnen blijven en talloze supporters schreeuwden vanop de tribunes al hun haat naar hem uit. Wanneer dictators het voetbal naar hun hand trachten te zetten, laten de stadions zich nooit gebruiken.' Zelfs niet in Turkije. Hoewel president Recep Tayyip Erdogan er het voetbal controleert, kan hij in 2013 niet beletten dat fans van vier, nochtans rivaliserende, voetbalclubs zich verenigen en fungeren als ordediensten tijdens de massaprotesten tegen zijn beleid. 'De stadions zullen altijd een potentieel gevaar vormen voor leiders die het voetbal willen exploiteren', zegt De Waele. 'Het zijn plaatsen waar mensen samenkomen en ideeën uitwisselen.' Dat had de Spaanse dictator Franco eerder ook al door scha en schande ondervonden. Zuiver uit eigenbelang denkt hij er goed aan te doen Atlétic - destijds de naam - Madrid en vervolgens Real te ondersteunen, want deze teams belichamen volgens hem de eenheid van de Spaanse natie. Bevoordeeld door de sportieve politiek van de nieuwe franquistische staat rijgen de Madrilenen de titels aan elkaar, ten nadele van FC Barcelona, het Catalaanse bastion. Alleen ontwikkelt Camp Nou zich in ijltempo tot 'een nieuwe politieke arena, een symbolisch toevluchtsoord voor het verzet tegen de dictatuur en voor de collectieve Catalaanse identiteit', zegt Mickaël Carreia in zijn boek Une histoire populaire du football. 'Op de tribunes weerklonk vrolijk de ( destijds verboden, nvdr) Catalaanse taal en circuleerden antifranquistische pamfletten.' Ongewild droeg Franco bij tot de versterking van de Catalaanse identiteit. Een mislukking, dus. Dat blijkt vandaag nog maar eens. Toch blijft het politieke spel in het voetbal. Een beeld van drie mannen op het WK 2018 in Rusland blijft meer dan een jaar na de feiten intrigeren. Links zit Mohamed Ben Salmane, de Saudi-Arabische kroonprins. Hij opent zijn handen alsof hij zijn buur iets afsmeekt, terwijl aan de rechterkant de Russische president Vladimir Poetin iets lijkt toe te vertrouwen aan de man tussen hen in, FIFA-voorzitter Gianni Infantino. Het trio woont de openingsmatch bij tussen Rusland en Saudi-Arabië. In de achterhoede speelt zich een heuse politieke campagne af. 'Mohamed Ben Salmane bedient zich van het voetbal om een internationaal imago op te bouwen en zijn rivalen in te halen, met name de Verenigde Arabische Emiraten en Qatar, die al heel wat geïnvesteerd hebben in de sport', zegt Jean-Baptiste Guégan. 'Poetin op zijn beurt wilde door de organisatie van de wereldbeker het negatieve imago van Rusland opkrikken. Hij nam extreme veiligheidsmaatregelen, volledige dorpen ondergingen een facelift.' Naast de voetbalvelden weerklinkt luide kritiek op Rusland en Saudi-Arabië, die ervan beschuldigd worden autoritaire en autocratische regimes te zijn. Voor Jean-Baptiste Guégan lijdt het geen twijfel: het is niet aan het WK om zich op te stellen als de spreekbuis van een dictatuur. 'De grote machten hebben veel te verliezen als ze zich een dergelijk evenement door de neus geboord zien. De FIFA zou daarvan moeten profiteren om een programma op poten te zetten dat gelinkt is aan integriteit en een democratisch lastenboek moeten opstellen. Dat is een onmisbare stap.' De Voetbaloorlog. Met deze naam bedacht Ryszard Kapuscinski, correspondent voor het Poolse persagentschap PAP, het conflict tussen El Salvador en Honduras in juli 1969. Sinds de jaren 30 zijn duizenden Salvadorianen naar buurland Honduras geëmigreerd, aangetrokken door de open ruimte en de kwaliteitsvolle landbouwgrond. Omdat veel Salvadorianen gronden bewerken zonder eigendomsrechten, start Honduras vanaf 1968 met het uitdrijven van de immigranten. In deze woelige context moeten El Salvador en Honduras tegen elkaar spelen in de kwalificatierondes voor de Wereldbeker van 1970. Honduras-El Salvador eindigt op 1-0, nadat Hondurese fans de Salvadoraanse ploeg de hele nacht wakker houden. De Hondurezen verliezen evenwel de terugmatch in El Salvador met 3-0. Ze beleven bange uren na dreigementen en een bomalarm in hun hotel. De beslissende derde match, gespeeld in Mexico-Stad, wordt in het voordeel van El Salvador beslecht (3-2). Vijftien dagen later breekt de oorlog uit. 'Maar het idee van 'voetbaloorlog' is fout', zegt Jean-Michel De Waele. 'Dat conflict werd niet veroorzaakt door voetbal, dat was slechts een voorwendsel om het conflict op de spits te drijven. Al waren die matchen niet gespeeld, dan zou het conflict nog hebben plaatsgevonden.' Hetzelfde geldt voor de gevechten bij de match tussen de Kroaten van Dynamo Zagreb en de Serviërs van Rode Ster Belgrado in mei 1990, vaak beschouwd als de vonk in het kruitvat van de Joegoslavische burgeroorlog. Lokt het voetbal geen oorlog uit, voor vrede zorgt de sport ook niet. 'Dat is de interpretatie die de maatschappij eraan geeft, ' zegt Jean-Michel De Waele, 'maar voetbal creëert niets: geen racisme, geen homofobie, noch nationalisme. Het is niet omdat Les Bleus in 2018 wereldkampioen werden dat de polemiek over hun etnische achtergrond ineens verdween.' De ULB-professor is evenmin verdediger van het idee dat voetbal - en sport in het algemeen - alle problemen kan oplossen, zoals de officiële mededelingen van het Olympisch Comité of de FIFA ons willen doen geloven: 'Sport kan positieve waarden uitdragen, maar heeft ook zijn slechte kanten.' Cyprus is sinds 1974 opgesplitst. Dat jaar viel het Turkse leger het noorden van het eiland binnen, wat enkele jaren later leidde tot de oprichting van de Turkse Republiek Noord-Cyprus. Internationaal wordt de republiek slechts door een handvol naties erkend, wat niet tot vlotte diplomatieke relaties leidt, laat staan een bloeiende economie. En dus probeert Noord-Cyprus zich op andere manieren te doen gelden. Toerisme is er één van, voetbal is een andere. In de zomer van 2017 organiseerde Noord-Cyprus het Europees Kampioenschap van ConIFA, een federatie die de staten, regio's en volkeren verenigt die niet erkend worden door de FIFA. 'Door de organisatie van een toernooi kunnen we tonen hoe prachtig ons land is', zei Firat Canova, destijds bondscoach. 'Voetbal is meer dan voetbal. Het is een manier om ons open te stellen voor anderen. We zijn een klein land met een kleine geschiedenis, maar we willen verbonden zijn met de rest van de wereld.' Voetbal als middel om politieke besluiteloosheid te legitimeren is niet nieuw. De Palestijnen weten er alles van. In 1998 is de FIFA de eerste internationale organisatie die overweegt om Palestina als een onafhankelijke staat te erkennen. 'Palestina wilde Israël laten veroordelen voor het niet naleven van de internationale regels', zegt Jean-Baptiste Guégan. 'De FIFA is eigenlijk strikter dan de Verenigde Naties. Israël is dus al meermaals op de vingers getikt, voornamelijk omdat Palestijnse spelers niet aan de nodige visa geraakten.' Zonder direct verband verleende de VN Palestina in 2012 het statuut van waarnemersstaat. In België hadden voetbalclubs historisch gezien altijd politieke of religieuze banden. Zo was Club Brugge gelieerd met het Koninklijk Atheneum, Cercle met het katholieke college van de Xaverianen. Oud-premier Jean-Luc Dehaene vertelde graag over de straffen die hem als leerling van het het katholieke college in Brugge te beurt vielen wanneer hij in het Jan Breydelstadion gesignaleerd werd. 'Vandaag willen de clubs liever zoveel mogelijk shirtjes verkopen in plaats van hun supporters uit elkaar te drijven. Ze verankeren zich liever lokaal, of verkiezen een identiteit die gebaseerd is op speelstijl boven een politieke identiteit. Want politiek verdeelt, ' zegt professor De Waele. 'Het gevolg is een soort gelatenheid: men gelooft dat er geen enkel alternatief is voor de huidige competitieformules. Maar net zoals je de samenleving kunt hervormen, kun je ook het voetbal hervormen.' De Waele haalt het voorbeeld van de NBA aan, dat er te midden van het Amerikaanse kapitalisme in geslaagd is een economisch systeem op poten te zetten waarin het voor eenzelfde ploeg vrijwel onmogelijk is om acht keer op rij kampioen te worden. 'Die hervormingen zijn voor een groot deel opgelegd door de nood aan spanning, en dus vanuit financiële overwegingen, maar het is wel een bewijs dat de dingen kunnen veranderen. We hoeven niet onrealistisch te worden, maar we kunnen ons wel de vraag stellen: wat zou voetbal voor ons kunnen zijn? Een herstructurering is noodzakelijk, maar ze moet niet van een grote externe firma komen. We moeten naar de supporters luisteren, maar ook aan opvoeding doen, uitleggen waarom antisemitische spreekkoren niet acceptabel zijn... Kortweg: een sociaal weefsel creëren!'