Het was een droomscenario voor Sven Kums, nog meer dan voor alle andere betrokkenen van KAA Gent: op de voorlaatste speeldag in de eigen Ghelamco Arena kampioen worden en dan op de laatste speeldag als kampioen op bezoek gaan bij Anderlecht, de club uit de hoofdstad waar hij opgroeide maar niet de kans kreeg om door te breken. Maar Kums zou Kums niet zijn - een intelligente voetballer, maar ook een intelligent man - mocht hij die dag met hoge borst door het Astridpark lopen en tegen oude bekenden zeggen: 'Als je kampioen wil spelen, moet je mij kopen.' Want, zo is zijn analyse in het feestgedruis: 'Je wordt geen ka...

Het was een droomscenario voor Sven Kums, nog meer dan voor alle andere betrokkenen van KAA Gent: op de voorlaatste speeldag in de eigen Ghelamco Arena kampioen worden en dan op de laatste speeldag als kampioen op bezoek gaan bij Anderlecht, de club uit de hoofdstad waar hij opgroeide maar niet de kans kreeg om door te breken. Maar Kums zou Kums niet zijn - een intelligente voetballer, maar ook een intelligent man - mocht hij die dag met hoge borst door het Astridpark lopen en tegen oude bekenden zeggen: 'Als je kampioen wil spelen, moet je mij kopen.' Want, zo is zijn analyse in het feestgedruis: 'Je wordt geen kampioen met één speler, maar met dertig man.' En in die periode was hij ook intens gelukkig waar hij toen zat: bij een mooie club, in een mooie stad, voetballend in een mooi stadion, en met de Champions League in het verschiet. Dat seizoen eindigde prachtig, maar had ook zijn schaduwkanten: knieproblemen hielden hem maanden langs de kant en bleven hem tot op het einde van play-off 1 irriteren. In het tussenseizoen stond zelfs een operatie gepland, maar zover kwam het niet. Oefeningen vermeden snijwerk. Dat overkwam hem al eerder. Bij Kortrijk was er op het einde, net voor hij naar Heerenveen vertrok, sprake van dat hij vanwege een pubalgie geopereerd zou moeten worden, en bij Zulte Waregem kreeg hij te horen dat er een zwevend stukje bot in zijn enkel operatief verwijderd zou moeten worden. Telkens slaagde hij er echter in om door specifieke oefeningen een operatie te vermijden. Voor de training een uur, na de training een halfuur. Zo word je prof, zo blijf je aan de top, ook in combinatie met zijn fanatieke aandacht voor voeding. Als voetballer evolueerde hij. Toen hij Anderlecht inruilde voor KV Kortrijk, wilde hij er op het middenveld spelen, als tien, maar Hein Vanhaezebrouck vond dat hij daar de lichaamsbouw voor miste en te weinig kracht had. Slimme Hein zette hem rechts voorin, een positie waarvan Kums dan weer dacht dat hij er snelheid te kort kwam. Het leidde destijds tot interessante discussies, waarbij de trainer steevast het laatste woord had. Bij Heerenveen zagen ze in Kums een verdedigende middenvelder en speelde hij op zes, met twee offensieve middenvelders voor hem. Maar zijn sterkste positie is eigenlijk op acht, waar zijn overzicht op het spel en zijn baltoets het gebrek aan explosiviteit camoufleren. Echt in de box zie je hem weinig. Goals en assists waren lange tijd een werkpunt, maar dat had meer met tactiek te maken en zijn aandacht voor evenwicht. Kums vindt van zichzelf dat hij zich moet aanpassen aan de spelers rond hem. Het spel verdelen en de voetballer rond hem doen voetballen, is voor hem het belangrijkste. Een echte leider is hij eerder op het veld dan ernaast. Sven Kums, winnaar van de Gouden Schoen in 2015, is géén grote prater. De klik met Anderlecht - hij heeft het er later na een nieuw buitenlands ommetje nog geprobeerd toen Vanhaezebrouck er trainer werd - kwam er nooit. Kums is vooral, zeker nu op zijn 32e, een man die KAA Gent in stilte verder stuwt en stuurt.