J osé Riga, de speler. "Een gentleman, je bent het of je bent het niet. Hij was het van nature." ( Paul Henry, oud-trainer bij Visé) "Ik vergelijk hem, op het niveau van bevordering, met Zetterberg : ik hoefde hem als rechtsachter de bal maar te geven en hij wist er wat mee aan te vangen vanop rechts. Hij zag het spel, speelde opbouwend, naar voren gericht, begreep snel wat de bedoeling van de trainer was, was een goeie distributeur, aangenaam in de omgang en benaderbaar." ( Jacomino Quaranta, oud-ploegmaat bij Visé)
...

J osé Riga, de speler. "Een gentleman, je bent het of je bent het niet. Hij was het van nature." ( Paul Henry, oud-trainer bij Visé) "Ik vergelijk hem, op het niveau van bevordering, met Zetterberg : ik hoefde hem als rechtsachter de bal maar te geven en hij wist er wat mee aan te vangen vanop rechts. Hij zag het spel, speelde opbouwend, naar voren gericht, begreep snel wat de bedoeling van de trainer was, was een goeie distributeur, aangenaam in de omgang en benaderbaar." ( Jacomino Quaranta, oud-ploegmaat bij Visé) "Hij was de metronoom van ons spel." ( Patrick Guillaume, oud-ploegmaat bij Haccourt en Visé) "Hij was, op zijn niveau, het soort speler van wie er nu te weinig zijn in de eerste klasse, zoals Boussoufa. Hij was notre pièce maîtresse. De tegenstanders wisten dat ze hém lam moesten leggen." ( Jean-Piere Philippens, oud-ploegmaat bij Visé) "Hij luisterde." ( Joseph Geelen, oud-trainer bij Visé) "Je hebt er die erin vliegen en je hebt er die analyseren. Ik denk niet dat hij de kleur van kaarten kende. Hij wist zijn emoties te onderdrukken." ( Joseph Thomassen, oud-ploegmaat bij Visé) José Riga speelde als creatieve centrale of rechtermiddenvelder. Eerst bij Haccourt in tweede provinciale, dan bij Visé in bevordering en vervolgens weer bij Haccourt in tweede provinciale. "De centrale boodschap die ik over hem als speler kwijt wil, is er een van elegantie in de omgang en plezier in het spel", zegt Paul Henry, die hem bij Visé trainde. "Hij voetbalde zéér technisch, maar hij miste wat karakter in zijn spel. Hij teerde op zijn talent, eerder dan op zijn fysiek engagement. Hij verdedigde mee, hij begreep de paradox van het voetbal : dat je jezelf ten dienste van het collectief moet stellen om zelf beter te presteren, maar je moest hem soms stimuleren om gezond agressief te voetballen. Dat heeft hij in bevordering moeten leren. Hij verenigde de vier noodzakelijke basiskwaliteiten in zich : techniek, fysiek, waar hij dus moeite voor moest doen, lemoral - hij had discipline en respect - en de intelligentie. Alleen bleek hij niet altijd even constant. Soms was hij in een wedstrijd periodes afwezig en, meer dan andere spelers, periodes minder rendabel in de competitie. "Hij kon met zijn dribbels, een tegenstander uit balans brengen, maar wel met relatief kort spel : ik herinner me niet bij hem le vista paronamique gezien te hebben. Hij ging geen speler op dertig meter zoeken om naar te passen. Hij speelde eerder een soort minivoetbal ( lachje). Mede daardoor heeft hij nooit op een hoger niveau gespeeld. Het ging ook allemaal meer op positiespel dan op snelheid. "Ik had toen niet gedacht dat hij later aanleg zou krijgen om meneur d'hommes te worden. Een sergeant-majoor zag ik er niet in ( lacht). Hij was een beetje gereserveerd, máár wel altijd iemand die deelnam aan de groep en die gerespecteerd werd. Hij is altijd zichzelf gebleven en als je dat doet, blijven mensen ook altijd naar je luisteren. Hij is een goeie psycholoog en diplomaat en van een trainer zijn het altijd die menselijke kwaliteiten die de spelers achteraf bijblijven." SVolgende week: Henk Houwaart (Sint-Truiden) & Herman Helleputte (Westerlo) door raoul de groote