Toen hij zijn elftal op het wedstrijdblad van het duel tegen Eupen zette, leek Bernd Hollerbach vooral geïnspireerd door de zwaktes van de Panda's. Tot nu toe had zijn 3-5-2 een zeven op twaalf opgeleverd, maar die bleek plots vervangen te worden door een 4-3-3. Bedoeling was om Eupen, nog euforisch na het gelijkspel op Club Brugge, te verrassen.
...

Toen hij zijn elftal op het wedstrijdblad van het duel tegen Eupen zette, leek Bernd Hollerbach vooral geïnspireerd door de zwaktes van de Panda's. Tot nu toe had zijn 3-5-2 een zeven op twaalf opgeleverd, maar die bleek plots vervangen te worden door een 4-3-3. Bedoeling was om Eupen, nog euforisch na het gelijkspel op Club Brugge, te verrassen. Het gebruik van zijn klassiek systeem had kunnen leiden tot individuele krachtmetingen, vrij dicht aansluitend bij het Duitse voetbal. Door voor een andere tactiek te gaan koos Hollerbach ervoor om met loopbewegingen de tegenstander pijn te doen. Het plan was even eenvoudig als efficiënt: bij het uitvoetballen deed Jean Butez gewoonlijk een beroep op een van zijn centrale verdedigers, gesteund door Frank Boya. Tegelijk rukten op de flanken Joan Campins en Rafal Pietrzak op naar voor, zo ver dat Silas Gnaka en Andreas Beck zich op hen moesten concentreren. Op dat moment verliet de bal de voeten van de verdediging van de thuisploeg. Lang en naar de buitenkanten. Over het hoofd van de flankverdedigers van Eupen, zodat Siebe Blondelle en Jordi Amat in open terrein hun doel moesten verdedigen, tegenover de snelheid van Fabrice Olinga en Jonah Osabutey. Vaak werden die twee vleugels geassisteerd door Marko Bakic, die als opdracht kreeg om mee te duiken richting bal. Het gevolg was dat er vaak kansen waren om voor te zetten, maar dat gebeurde niet precies genoeg. De thuisploeg creëerde met deze tactiek meer corners dan doelkansen. Er was uiteindelijk een spelhervatting nodig om de stand open te breken, toen wat geworstel na een corner leidde tot een strafschop, omgezet door Sami Allagui. Eupen vond zondagavond nooit de sleutel om de aanpak van de thuisploeg te counteren. Op die manier leverde het indirect een nieuw bewijs van het tactische pointillisme van Bernd Hollerbach. De Duitser is een adept van wat we microtactiek noemen, een verzameling van secundaire principes waarmee individuele wedstrijden worden aangevat. Macrotactiek staat daarboven, dat is het speelplan, de grote lijnen zo u wil, waarmee het hele seizoen wordt aangepakt. Een sector waarin zijn voorganger Bernd Storck al het grootste werk heeft gedaan.