W aar is dat feestje? Hier is dat feestje! Zoals tegenwoordig overal waar er iets te vieren valt, was het ook in Maaseik te horen toen de nieuwe landskampioen er na de gewonnen vierde finalewedstrijd bij VC Euphony Asse-Lennik arriveerde. Na een "seizoen om nooit meer te vergeten", dixit coach Vital Heynen, pakte Noliko Maaseik de dertiende landstitel uit de clubgeschiedenis. "De zevende in de jaren 2000", zo klonk het bij voorzitter Mathi Raedschelders, om aan te geven dat Maaseik de jongste jaren dé toonaangevende volleybalclub in België is. 13 titels, 13 bekers, 11 supercups, 2 zilveren en 1 bronzen medaille in de Europese beker voor landskampioenen en 3 medailles in de CEV Cup: de palmares die Maaseik kan voorleggen, oogt inderdaad zeer fraai.
...

W aar is dat feestje? Hier is dat feestje! Zoals tegenwoordig overal waar er iets te vieren valt, was het ook in Maaseik te horen toen de nieuwe landskampioen er na de gewonnen vierde finalewedstrijd bij VC Euphony Asse-Lennik arriveerde. Na een "seizoen om nooit meer te vergeten", dixit coach Vital Heynen, pakte Noliko Maaseik de dertiende landstitel uit de clubgeschiedenis. "De zevende in de jaren 2000", zo klonk het bij voorzitter Mathi Raedschelders, om aan te geven dat Maaseik de jongste jaren dé toonaangevende volleybalclub in België is. 13 titels, 13 bekers, 11 supercups, 2 zilveren en 1 bronzen medaille in de Europese beker voor landskampioenen en 3 medailles in de CEV Cup: de palmares die Maaseik kan voorleggen, oogt inderdaad zeer fraai. Ook dit seizoen konden de Limburgers weer een reeksje neerzetten dat cijfermatig indruk maakt. Zonder uitzondering wonnen ze al hun thuiswedstrijden, zowel in de reguliere competitie, de play-offs, de beker als de Champions League. En toch blijft de coach na het seizoen "een beetje zitten met een wrange nasmaak." Heynen doelde uiteraard op de pijnlijke uitschakeling in de Champions League. Samen met de spelersgroep had de geboren en getogen Maaseikenaar immers één groot doel dat al het volleybal op nationaal vlak in de schaduw plaatste. In augustus bij de eerste training stapte Heynen de kleedkamer binnen en schreef hij tien datums op het bord, de datums van de tien wedstrijden die moesten leiden naar de Final Four van de Champions League. Totaal on-Belgisch kwam Maaseik ook openlijk voor zijn ambitie uit. In de poulefase bewees het dat het daarvoor wel degelijk de kwaliteiten in huis had. Teruel en Kragujevac waren op papier niet meteen de meest te vrezen tegenstanders, maar dat Noliko zowel in Spanje als in Servië geen enkel punt liet liggen, was geenszins vanzelfsprekend. Alleen bij de Italiaanse kampioen, het Cuneo van Wout Wijsmans, kreeg het een logische en verwachte 3-0-nederlaag aangesmeerd. Een week later ging het dak van de Lotto Dôme eraf toen Maaseik voor dé stunt van het seizoen zorgde door Cuneo met 3-1 te verslaan en de koppositie te pakken in poule B. Die pole stond Maaseik niet meer af, waardoor het een uitstekende loting afdwong richting de finaleronde. Het vermeed de toppers uit Rusland en Polen en kwam in de play-off met twaalf uit tegen het eerder bescheiden Budva uit Montenegro. Ook de laatste hindernis naar de Final Four in Bolzano was er één die niet onoverkomelijk leek, want was Jastrzebski niet aan het kwakkelen in de eigen competitie? In de heenwedstrijd in Polen kwamen de Limburgers op een 1-2-voorsprong, maar ze verloren alsnog via een tiebreak. Het zou hen een week later bijzonder zuur opbreken. Maaseik speelde Jastrzebski drie sets volledig van het terrein, maar de Polen waren duidelijk maar gekomen voor één set, de allesbeslissende golden set. Daarin zorgden volgens Heynen twee gemiste ballen voor de wrange nasmaak waarover hij het had. Die ene set legde echter vooral bloot dat Maaseik net dat tikkeltje individuele klasse te kort kwam om zich tussen de beste vier ploegen van Europa te scharen. Een maand eerder greep Maaseik ook al naast de eerste mogelijkheid om een prijs te pakken. Hoewel vooraf wat smalend gedaan werd over het belang van de bekerfinale, deed het verlies in het prestigeduel met Knack Randstad Roeselare ongetwijfeld pijn. Hoe dan ook, na het missen van de Final Four verhoogde de druk voor de recordkampioen om de titel te grijpen en niet volledig met lege handen achter te blijven na een sterk seizoen. Het bestuur 'eiste' voor aanvang van het seizoen alvast op zijn minst een finaleplaats in de play-offs, lees: zekerheid om de komende campagne opnieuw de Champions League te spelen. Met het recht op twee Belgische deelnemers is het kampioenenbal missen voor de twee clubs die het vaderlandse volleybal al jarenlang domineren immers een kleine catastrofe. Maaseik ontsnapte daaraan, de concurrent uit de andere uithoek van Vlaanderen niet. Na de play-offs, waarin Knack Randstad, dat de reguliere competitie als eerste had afgesloten met twaalf punten voorsprong op nummer drie, Asse-Lennik, zwaar teleurstelde en onder zijn niveau bleef, putte men zich bij Roeselare uit in het schrijven van uitgebreide persberichten en het organiseren van perscomités om iedereen toch maar te doen geloven dat het allemaal zo erg niet was om zich eens een jaartje te bezinnen zonder Champions League. Maar of supporters en, in profsport nog belangrijker, potentiële geldschieters er ook zo over denken, is een heel andere vraag. Dat Roeselare bij de CEV een wildcard aanvroeg in de hoop alsnog aan de voornaamste Europese bekercompetitie te kunnen deelnemen, geeft daarop indirect een antwoord. Geen dergelijk rampscenario dus voor Maaseik, waar de spelers zich net op tijd over de mentale opdoffer van de Europese uitschakeling zetten om de confrontatie aan te gaan met het licht euforische Euphony Asse-Lennik. Na de, wegens het uitstekende volleybal in de play-offs verdiende, kwalificatie leefde het team van de afscheidnemende coach Alain Dardenne op een wolk, maar in de eerste finalewedstrijd tuimelde het daar snel weer af. Zoals ook luidop de vraag gesteld werd (en wordt) of Asse-Lennik in de Champions League een even waardige vertegenwoordiger van ons land zal zijn als Knack Roeselare dat in het verleden altijd is geweest, vroeg men zich na deel één van de finale af of er voor het niveau en de spanning niet beter een vijftiende uitgave van Roeselare-Maaseik was gekomen. Die 'analyse' zette kwaad bloed bij Dardenne en zijn spelers. Gedreven door enthousiasme maakten ze het Maaseik nog knap lastig met winst in de tweede wedstrijd gevolgd door een 0-2-voorsprong in de derde. Maar op het einde van de rit gaf de brede kern van Maaseik, de allerbelangrijkste kwaliteit van Noliko, de doorslag. Geheel volgens de trainersfilosofie van Vital Heynen was op libero Bert Derkoningen na geen enkele speler dit seizoen zeker van een basisplaats. De Nederlanders Yannick Van Harskamp en Jelte Maan waren net als Kevin Klinkenberg en Jo Van Decraen (voor diens blessure) steunpilaren, maar ook zij werden meermaals aan de kant gezet of gehouden voor vervangers die het team zelden minder deden draaien. Dennis Deroey, Andre Eloi, Niels Klapwijk, Dragan Radovic, Mory Sidibé, Simon Van De Voorde en Nathan Wounembaina: ook zij hadden elk hun aandeel in het succes van Maaseik. De namen zullen de volgende jaargang niet allemaal dezelfde zijn, maar het concept en de visie van Vital Heynen ongetwijfeld wel. Maaseik mag begin juni alvast als reekshoofd naar de Champions Leagueloting in Wenen. De eerste 'stap' in een nieuwe jacht naar de Final Four? Heynen alludeerde er alvast op vlak na de kampioenswedstrijd. "Ik droom van perfectie, maar dat zal voor een ander seizoen zijn." Misschien het volgende? DOOR ROEL VAN DEN BROECK"Ik droom van perfectie, maar dat zal voor een ander seizoen zijn." Vital Heynen