Eddy Snelders is als cocommentator van Sporza Radio en Sporting Telenet al jaren een aandachtige waarnemer van de nationale en internationale voetbalscène. De Antwerpenaar heeft een visie, formuleert helder en soms scherp en moet zich ergeren aan alle voetballers die zichzelf zwaar overschatten. Want in zijn carrière was Snelders de nuchterheid in persoon. Hij bewierookte nooit zijn prestaties, hij verheerlijkte nimmer zichzelf. Toen sommigen vonden dat Snelders een vaste plaats verdiende in de nationale ploeg, lachte hij dat weg. "Daarvoor ben ik gewoon een halve stap te traag", zei hij. Ook voor de absolute top viel Eddy Snelders, zo vond hij, te licht uit "omdat ik ieder seizoen een paar weken in een dal verzeil."
...

Eddy Snelders is als cocommentator van Sporza Radio en Sporting Telenet al jaren een aandachtige waarnemer van de nationale en internationale voetbalscène. De Antwerpenaar heeft een visie, formuleert helder en soms scherp en moet zich ergeren aan alle voetballers die zichzelf zwaar overschatten. Want in zijn carrière was Snelders de nuchterheid in persoon. Hij bewierookte nooit zijn prestaties, hij verheerlijkte nimmer zichzelf. Toen sommigen vonden dat Snelders een vaste plaats verdiende in de nationale ploeg, lachte hij dat weg. "Daarvoor ben ik gewoon een halve stap te traag", zei hij. Ook voor de absolute top viel Eddy Snelders, zo vond hij, te licht uit "omdat ik ieder seizoen een paar weken in een dal verzeil." Snelders werd onpasselijk door welke lofbetuiging dan ook. Hij beschikte nochtans over een uitstekende techniek en het vermogen om een actie vooruit te denken. Snelders was niet snel, maar maakte met zijn intelligentie het spel snel. Hij was eerst middenvelder en later libero waar hij, zo grijnsde hij, met zijn inzicht zijn gebrek aan snelheid beter kon camoufleren. Snelders wilde graag de kaap van de 600 competitiematchen bereiken, maar hij stopte net daarvoor, toen het niet meer ging, toen hij, zoals hij het zelf verwoordde "op het veld niet meer leidde maar alleen leed." Hij vond dat hij het niet kon maken om op de bank de plaats van een jonge belofte in te nemen. En hij wou zichzelf vooral niet beliegen. De tijden zijn veranderd. Zelfkennis is niet de sterkste eigenschap van voetballers en het verhaal gaat dat een verdediger van Antwerp zich ooit liet foppen door zijn ploegmaats die hem hadden verteld dat hij opgeroepen was voor de nationale ploeg. "Eindelijk", riep hij en balde triomfantelijk de vuisten. Een van de meest vreemde interviews die we maakten was, in september 1993, dat met Daniël Maes, toen de rechtsachter van KV Oostende. In de aanloop naar het WK in Amerika had de toenmalige bondscoach Paul Van Himst zich laten ontvallen dat hij Maes voor de vriendschappelijke wedstrijden tegen Gabon en Roemenië zou oproepen en daar begreep de toen 27-jarige verdediger niets van. Hij speelde net op het hoogste niveau nadat hij jaren vastzat aan SK Sint-Niklaas en er voor hem eigenlijk nooit concrete interesse bestond. En bij zichzelf ontdekte Daniël Maes nog veel te veel mankementen: hij vond dat hij te vaak met de kop in de grond voetbalde. En vooral: hij stelde vast dat hij er niet in slaagde de flank af te dweilen en vervolgens in één vloeiende beweging een voorzet te geven. In tweede, zo vertelde hij, had hij de tijd om een actie te maken en voor hij een center verstuurde nog eens rustig te kijken. Nu was die tijd er niet meer. Dat was even aanpassen. En dan zou hij nu Rode Duivel worden? Da-niël Maes, die in 2007 in een auto- ongeluk op 41-jarige leeftijd overleed, begreep er niets van. Toch zou hij effectief worden opgeroepen door Van Himst, al bleef hij geheel volgens zijn eigen verwachtingen op de bank. Spelen zou echt bespottelijk zijn geweest. Tot dat soort zelfanalyses komen voetballers niet meer. Te vaak proberen sommigen carrière te maken met woorden. Eddy Snelders wil er in een bui van nostalgie wel eens over mijmeren. Over al die trainers die tijdens zijn carrière op persconferenties aangaven wat er verkeerd was gelopen, terwijl het er volgens hem om ging vooraf in te calculeren wat er mis kon gaan. Is er wat dat betreft iets veranderd? Nauwelijks. Mensen en dus ook trainers veranderen niet. Tenzij misschien Georges Leekens. Van hem vertelde Snelders nooit met een trainer te hebben gewerkt die zo goed kon bepalen wanneer hij naast of boven de spelersgroep moest staan. Nooit, vertelde Snelders ook, had hij een trainer gekend die zo veel aandacht schonk aan het randgebeuren, die wist dat vooral spelersvrouwen sfeerbepalend waren. Dus betrok Leekens de vrouwen bij een en ander en zorgde hij ervoor dat er geen irritaties ontstonden. Een wijsheid die hij bij Club Brugge al lang was vergeten. ?