Moordrecht, ten noorden van Rotterdam, ergens tussen de havenstad aan de Maas en Utrecht in. Een naam op een afrit van de A20. Het dorp kan zo op een postkaart van Nederland. Aan de boorden van de Hollandsche IJssel, waar geen brug, maar een pont voor de verbinding met Gouderak zorgt. Een beetje verder ligt Gouda, met zijn verzetsmuseum.
...

Moordrecht, ten noorden van Rotterdam, ergens tussen de havenstad aan de Maas en Utrecht in. Een naam op een afrit van de A20. Het dorp kan zo op een postkaart van Nederland. Aan de boorden van de Hollandsche IJssel, waar geen brug, maar een pont voor de verbinding met Gouderak zorgt. Een beetje verder ligt Gouda, met zijn verzetsmuseum. Moordrecht, waar de tijd niet stilstaat, maar mensen traag leven en genieten van een zonnige lentemiddag. Dicht bij mekaar, in nog een echte kern. Dit is Nederland, al staat her en der wel een wat grotere polderboerderij. Mannen laten hun hond uit, groeten elkaar. Fietsers duiken het wijde landschap in, klaar voor een onbeschermd gevecht met de wind. Een paar meisjes gaan skaten, het is weldra strand- en badpakkentijd, en, zegt eentje luidop, zonder zich te schamen, "mijn billen moeten strakker". Ze lijkt nochtans, in haar korte topje en smalle shortje, klaar voor een badpakkenspecial. Op de tennisclub oefent opa met zijn kleinzoon. Denken we. Als opa even later de kleine wat drop geeft, in zijn auto stapt en over zijn uit het oog verloren tennistas rijdt, komt die klem te zitten onder de wagen. Een paar kinderen die wat rond een sloot hangen, veren recht en helpen de auto tillen. Opa blijkt gewoon de tennisleraar te zijn, die via lessen het lijf fit wil houden en nog een centje bijverdient. Zijn 'kleinzoon' blijkt een leerling, die het goed deed en een snoepje verdiende. De man zet ons op weg, op zoek naar de roots van Memphis. Zo staat het sinds vorig seizoen bij PSV op zijn rug. Memphis, en niet Depay, de achternaam van zijn vader, een Ghanees. Waarom komen we later nog te weten. Eerste stop: het Vleerplein, in de schaduw van de kerk. Net als we de hoek omslaan, passeert een vrouw met haar kindje. Hij draagt een truitje van... Manchester United. Seb heet het jongetje. Van haar mag hij op de foto. Maar met Memphis heeft zijn vestimentaire keuze niks te maken. "Seb was al eerder een fan." In deze buurt woont Ronald, een voetbalmaatje van Memphis, toen die nog een kind was. Hij looft zijn dorp: "Het voordeel is dat dit nog een écht dorp is, en tegelijk ideaal gelegen. Dicht bij Den Haag, Rotterdam, Gouda, Utrecht. Landelijk, je zit zo in de polder, maar toch overal dichtbij. Ik kom eigenlijk uit Rotterdam, maar toen ik een dochter kreeg, zo'n zestien jaar geleden, had ik zoiets van: wil ik haar driehoog in Rotterdam laten opgroeien? Neen. Mijn schoonouders woonden hier al en ik heb er voor geen meter spijt van. Die weidsheid..." Je merkt het aan de huizen, en vooral aan de prijzen. Een beetje huis (115 vierkante meter bewoonbaar op een oppervlakte van 170 vierkante meter) kost je al snel 265.000 euro. Rijtjeswoningen genoeg, die zijn goedkoper, maar wie vrijstaand wil, en een beetje tuin, moet 600.000 tot 800.000 euro ophoesten. Aan de diverse mooie Audi's op sommige opritten blijkt dat er ook te zijn. Huren is al helemaal te gek. Een kamer van 20 vierkante meter, waarbij je keuken en badkamertje moet delen met twee anderen, kost maandelijks 425 euro. De combinatie polderrust en nabijheid van de grote steden kost in dit hart van Nederland handenvol geld. Ronald: "Het weer vandaag maakt het natuurlijk nog extra mooi. Je had vorige dinsdag moeten komen. Toen stonden we in de zeikregen te trainen. Dat was helemaal niks. Rijk zijn we niet, maar tegelijk ook weer wel. In dit dorp kan iedereen zich normaal gezien wel goed bedruipen. België is toch wat smoezeliger, neen? Als ik over een paar weken door Antwerpen richting zuiden rijd, is het toch wat anders. Maar goed, zo zijn bepaalde wijken in Rotterdam ook." Ronald (Opschoor) is jeugdtrainer bij Moordrecht VV, het ploegje waar Memphis met voetballen begon. Hij draagt een shirtje van Feyenoord, maar dat is uit sympathie, de Rotterdammers hebben geen samenwerkingsakkoord met deze amateurclub. Moordrecht VV is nog écht amateur, in de juiste zin van het woord. Ronald: "We zijn een klein clubje. Toen Memphis begon, hadden we twee elftallen E'tjes, dat is de leeftijdscategorie van 9 tot 11, zeg maar. En twee F'jes, jongens van zes tot acht. Inmiddels zijn we onderin wel wat groter geworden, en nu gaan we dat bovenin ook merken." Moordrecht is een dorp van 8200 mensen. Multicultureel, met mensen van Marokkaanse en Molukse afkomst. Ronald: "Iedereen kent hier iedereen, dat gevoel krijg je hier wel op straat, neen? Veel gebeurt hier, in deze buurt. Sportactiviteit wordt in Nederland héél erg gepromoot, en wij doen daar ook in mee. We zijn heel laagdrempelig, zodat iedereen teamsporten kan gaan doen. Bij ons betaal je 110 euro per jaar. Daarvoor krijg je twee trainingen per week en op zaterdag een wedstrijd. De duurdere verenigingen kosten 180 tot 200 euro." Training gaf Ronald nooit aan Memphis, tenminste niet op de club. "Ik woonde bij hem op het plein. Dertien jaar geleden ben ik hier ingestroomd als jeugdtrainer, maar bij de oudste jeugd: A1, A2. Daar haalde ik niet zoveel voldoening uit, zodat ik heel langzaam naar beneden gleed. Nu coach ik de jongetjes van 9 tot 11. Dat is het mooiste. Hun enthousiasme, onbevangenheid, leergierigheid,... Dat had Memphis ook altijd. Er was ooit een wedstrijdje, waarin hij een bal achterin veroverde, vijf, zes man dribbelde, en hem er dan vanaf vijftien meter inschoot. Fysiek was hij zo sterk, die zat nog bij de F'jes terwijl hij eigenlijk al bij de D'tjes meekon. Makkelijk drie jaar hogerop. Technisch heel sterk, en altijd de wil om te winnen." Ronald woonde naast hem, op het pleintje. "Toen was hij zes, zeven jaar. Iedere avond trapten we een balletje. Dan zetten we ergens een prullenbak neer en probeerden we daar de bal in te schieten. Hij was zeven jaar en hij schoot ze er constant in. Of het voetbal hem gered heeft, weet ik niet, maar hij heeft wel het geluk gehad dat hij via Sparta bij PSV is terechtgekomen, bij een goed gastgezin, en dat hij daar goed is begeleid. Dat was zijn 'redding'. Voor het ventje was dat alleen maar hartstikke mooi. Maar door wat hij allemaal meemaakte in zijn jeugd, heeft hij zich gevormd tot de jongen die hij nu is. Talent alleen is niet altijd voldoende, je hebt ook wil nodig. Doorzettingsvermogen. Memphis heeft veel uit eigen kracht gedaan. Dat is mooi. Al kan het ook anders. We hebben ook een jongen aan ADO Den Haag geleverd en die gaat het wellicht ook redden. En hij komt wél uit een stabiele thuissituatie." Komt Memphis nog weleens terug? Ronald: "In het dorp regelmatig. Op de vereniging heel af en toe. Ik wil zo snel mogelijk in de kantine naast het shirt van PSV eentje van Manchester United en als het kan van het Nederlandse elftal. Met handtekening. Absoluut!" Een misser van Feyenoord? Ronald: "Feyenoord komt hier niet zo snel, Sparta iets meer. Die hebben een samenwerkingsverband met clubs waar wij ook wel wat spelertjes aan leveren. Ploegen uit Gouda die net een niveautje hoger spelen. Ajax komt hier niet kijken, die kijken meer in eigen stad en richting Den Haag. Feyenoord kijkt hier wel, maar dan moeten het al hele goeie zijn. Wij zijn maar een dorpsclubje, met twee veldjes." Kassa kassa - met bonussen kan de 27 miljoen euro die Manchester United betaalde, oplopen tot 32 - is het echter niet. Ronald: "Bij ons is het zo: als spelers in de D-jeugd van een club hebben gevoetbald, heb je recht op een opleidingsvergoeding. Worden ze weggehaald bij de E'tjes, krijg je niks. Dus scouten de clubs daar al, in E of zelfs in F. Aan Memphis verdienen wij als club niks, tenzij de naam en de uitstraling. We hebben ooit wel eens wat gehad van PSV, maar dat was peanuts. Dan is het bij Groningen anders gelopen voor ArjenRobben. Daar hebben ze een kantine en nieuwe kleedkamers kunnen bouwen van het geld dat de transfers van die gozer opleverde." Tweede stop: de Koningin Julianastraat. Hier woont mama Cora. In een, zelfs naar Belgische normen, zeer bescheiden woning. Een tweewoonst in een rij, aan de achterkant. Je bent er zo voorbij. Aanbellen hoeft niet, Cora komt net buiten. Lang praten wil ze niet. "Ik wil wel, maar het mag niet. Nog niet alles is in orde met Manchester." Haar zoon heeft het ook niet graag, mensen uit zijn entourage zwijgen. Maar omdat we helemaal uit België komen, blijft ze toch even staan en vat ze kort haar levensverhaal samen. Weinig bleef haar bespaard. Memphis is de vrucht van haar relatie met een Ghanese man, die uit een ander huwelijk al een zoontje had. Dat kind woonde ook een tijd bij hen in, maar ontspoorde later. Ongeveer zijn halve leven bracht hij al achter tralies door. Als hij dan weer even vrij was, wilde hij soms bij zijn halfbroer logeren. Of vroeg hij hem om geld. Geld dat dan, hoewel het behoorlijk veel was, na een paar dagen al op was... Zo is het tot dusver hun hele leven gegaan. Altijd opletten, jezelf wegcijferen. Soms was er geen geld voor de bakker. "Ik heb alles voor Memphis gedaan, ik heb hem op mijn eentje grootgebracht", vertelt ze fier. Haar zoon is er haar dankbaar voor. In de straat staat haar Mercedes. Op zijn Facebookpagina staat een filmpje van het moment dat ze de wagen cadeau krijgt. Ze is er duidelijk verrast en erg ontroerd. De boodschap erbij: "Je werkte tot heel laat, om de lichten aan te kunnen houden. Je kocht me hulpwieltjes, om op mijn fiets te kunnen blijven zitten. En je hebt nooit een man boven mij gezet. Daarvoor hou ik van je. Ik hoop dat je trots bent op me." Is ze dat? Ze lacht breeduit. Ja, roept haar hart, zegt haar blik. Makkelijk was het niet. Haar Ghanese man liet haar in de steek, een volgende vriend ook. Met Memphis' vader heeft ze nog contact, hij woont ergens in Amsterdam, in de Bijlmer. Maar zoonlief draagt zijn naam niet meer. Hij kan amper met hem praten. De man zag zijn zoon één keer spelen, nog bij Sparta, in de D'tjes. Het gevoel van: hij blijft toch je vader, is bij Memphis "even uitgeschakeld", zei hij in een interview. Mama stuurt ons naar de Molukse wijk, de buurt waar oma en opa woonden. Daar moeten we zeker langs, want aan die mensen heeft haar zoon ook veel gehad. Als het thuis even te lastig werd, verbleef hij hier veel. Oma Jans en opa Kees vingen hem dan op. Opa bracht hem ook naar de training. Hier woonden de vrienden van de lagere school. Als Memphis scoort, wijst hij altijd naar boven. Daar zit Kees ergens, onverwacht overleden in 2008. Een zware klap. Ooit zei Memphis tegen zijn opa: "Later, als ik groot ben, kijkt u ook naar mij op televisie als ik voetbal." Dat zal niet meer lukken, maar in gedachten is hij er wel bij. Om het hoekje vinden we een pannaveldje, in een wijk waar alle huizen identiek zijn en de straten allemaal genoemd naar leden van de Nederlandse koninklijke familie, om de uitstraling te vergroten. Weontmoeten er ome Dikkie, alias Dirk Lainsamputty. Hij kende Memphis goed. "Af en toe belt hij nog." Hier, in deze buurt, voelde Memphis zich thuis. Voetballend met de Molukse vrienden. "We zijn een heel hechte gemeenschap," zegt ome Dikkie, "zo'n 140 gezinnen. Een gezin bestaat uit gemiddeld zes tot acht leden. Best wel wat volk, reken maar uit. Hier is Depay grootgebracht. Dáár, op dat pleintje, heeft hij leren voetballen. We speelden hier altijd vijf tegen vijf. Het jammere voor onze jongens is dat zij er niet doorheen komen. Hij deed dat wel. 's Avonds voetbalden ze hier de hele tijd. Hij had mentaliteit, onze jongens niet. En spieren... Eigenlijk zijn wij te licht. Memphis niet, die had brede schouders, stevige spieren. Wij zijn goed voor zaalvoetbal, zonder lichamelijk contact. Als alleen techniek telt. Vandaar ook dat onze jongens Nederlands kampioen zaalvoetbal geworden zijn." DOOR PETER T'KINT IN MOORDRECHTAls het thuis even te lastig werd, verbleef Memphis veel bij oma en opa. "Memphis heeft het geluk gehad dat hij bij PSV is terecht-gekomen, bij een goed gastgezin. Dat was zijn 'redding'." Ronald