Van de zestien clubs die één jaar geleden in eerste klasse A aan de competitie begonnen, wisselt meer dan de helft straks van trainer. Een nieuwe trainersdans gaat de komende weken en maanden beheersen, met de daarbij horende speculaties. Wie volgt Michel Preud'homme op bij Club Brugge? Zou het kunnen dat Francky Dury daar weer in beeld is, ook al werd hij eerder al door de supporters uitgespuwd? Waar ligt het plafond van de ambitieuze maar in Charleroi met behoudend voetbal uitpakkende Felice Mazzu? Wat gaat er gebeuren bij Standard, dat een veertiende trainerswissel in tien jaar zal doorvoeren? En waarom aarzelen sommige clubs (Waasland-Beveren, STVV) zo lang om het contract met hun huidige coach te verlengen?
...

Van de zestien clubs die één jaar geleden in eerste klasse A aan de competitie begonnen, wisselt meer dan de helft straks van trainer. Een nieuwe trainersdans gaat de komende weken en maanden beheersen, met de daarbij horende speculaties. Wie volgt Michel Preud'homme op bij Club Brugge? Zou het kunnen dat Francky Dury daar weer in beeld is, ook al werd hij eerder al door de supporters uitgespuwd? Waar ligt het plafond van de ambitieuze maar in Charleroi met behoudend voetbal uitpakkende Felice Mazzu? Wat gaat er gebeuren bij Standard, dat een veertiende trainerswissel in tien jaar zal doorvoeren? En waarom aarzelen sommige clubs (Waasland-Beveren, STVV) zo lang om het contract met hun huidige coach te verlengen? Soms is het de omgekeerde wereld: eerst een spelersgroep samenstellen en dan de trainer aantrekken. Vervolgens betaalt die wel het gelag als het verkeerd loopt. En als diens opvolger het niet goed doet, mag die ook weer opkrassen. Zou Aleksandar Jankovic, ook al heeft hij geen palmares, nu echt zo'n slechte trainer zijn? En wat denken ze nu in Luik van Yannick Ferrera? Zou Waasland-Beveren zich met Stijn Vreven, wiens contract bij NAC Breda intussen is verlengd, ook niet hebben gered? Voetbalclubs willen zich graag profileren als bedrijven, maar ze blijven opportunistisch denken en handelen. Tot voor kort leek Hein Vanhaezebrouck de meest begeerde man op de trainersmarkt. Zijn naam werd zelfs gekoppeld aan VfL Wolfsburg, net zoals die van Dury trouwens, maar dat hoort ook bij het spelletje dat makelaars opvoeren. Veel meer leek Vanhaezebrouck een man voor Anderlecht. Hij past met zijn voetbalfilosofie in het Astridpark, met zijn streven om overal dominant voetbal te brengen, iets waar René Weiler voorlopig niet in slaagt. Vanhaezebrouck heeft eigenlijk ook het profiel voor Club Brugge, een passionele en werkkrachtige West-Vlaming wiens temperament verankerd zit in de ziel van blauw-zwart. Maar er is iets dat zo'n overgang kennelijk niet mogelijk maakt. Het kadert ook in de rivaliteit tussen Club en AA Gent, die groeide nadat de Buffalo's kampioen werden. Niet overal heeft Hein Vanhaezebrouck vrienden. Zijn attitude roept hier en daar weerstand op. Zijn betweterigheid bijvoorbeeld, zijn kritiek op scheidsrechters of de manier waarop hij tegen de pers reageert als die zijn Grote Gelijk in twijfel zou trekken. Echt groot zijn die trainers die daarboven staan en zich beperken tot de essentie. Er is niets mis met mensen die heilig in zichzelf geloven, op voorwaarde dat ze ook in staat zijn zichzelf in een onbewaakt moment, ver van de buitenwereld, te analyseren. Maar het niveau van trainers wordt in de eerste plaats toch bepaald door hun werk op het veld. Daar valt bij Vanhaezebrouck niets op af te dingen. Hij is een voorbeeld qua inzet en beleving. Vanhaezebrouck stelt hoge eisen aan zijn groep en aan zichzelf. Dat hij zich in moeilijke momenten al eens verdrinkt in zijn emotie, is eigen aan de Belgische trainer: die heeft het heel moeilijk om met extreme druk om te gaan. Daar blijkt René Weiler geen probleem mee te hebben. In tegenstelling tot Anderlechttrainers uit het verleden zie je bij hem amper tekenen van stress. Weiler heeft de neutraliteit die bij een Zwitser past. De supporters scanderen nooit zijn naam, maar ze keren zich ook niet tegen hem. Als Anderlecht kampioen wordt, zal dat niet aan Weiler worden toegeschreven. En als de titel wordt gemist, is hij gegarandeerd niet de zondebok. Het blijft een vreemd personage, René Weiler. Ooit zei hij dat hij met deze ploeg niet in staat is het champagnevoetbal te spelen dat bij deze club hoort. Terwijl Anderlecht, zeker op Belgisch niveau, bulkt van het offensieve talent. Intern leek deze uitspraak achteloos te passeren. Wat telt is de titel. En wie weet straks een mirakel op Old Trafford. DOOR JACQUES SYSBelgische trainers hebben het moeilijk om met extreme druk om te gaan.