Meer dan 600 man is op zondagmiddag 4 november afgezakt naar het Appelterse Molenveld voor de grote Ninoofse voetbalderby tussen FC Voorde-Appelterre en VK Ninove in de Oost-Vlaamse eerste provinciale. De verse chrysanten op het kerkhof achter de kantine maken duidelijk dat het al november is, maar de toeschouwers staan met korte hemdsmouwen en zonnebrillen langs de omheining. Vorig jaar speelden SV Voorde en Eendracht Appelterre nog de streekderby in eerste provinciale, nu hebben ze de handen in elkaar geslagen. Tegenstander Ninove is net gezakt uit de derde amateurreeks.
...

Meer dan 600 man is op zondagmiddag 4 november afgezakt naar het Appelterse Molenveld voor de grote Ninoofse voetbalderby tussen FC Voorde-Appelterre en VK Ninove in de Oost-Vlaamse eerste provinciale. De verse chrysanten op het kerkhof achter de kantine maken duidelijk dat het al november is, maar de toeschouwers staan met korte hemdsmouwen en zonnebrillen langs de omheining. Vorig jaar speelden SV Voorde en Eendracht Appelterre nog de streekderby in eerste provinciale, nu hebben ze de handen in elkaar geslagen. Tegenstander Ninove is net gezakt uit de derde amateurreeks. De sfeer is ontspannen, ook al heeft de verkiezingsuitslag van twee weken eerder gans België geleerd dat Ninove een verdeelde stad is. Er zijn de aanhangers van Guy D'haeseleer, de sterke man van Forza Ninove, een als stadslijst gepresenteerde afdeling van het Vlaams Belang, die 40 procent van de stemmen haalde, en er is de rest. De oppositie die tegen 'Guyke' stemde, Open Vld, de lijst Samen (CD&V, sp.a en Groen) en de N-VA haalden 60 procent van de stemmen. Op de derby is van de Ninoofse toppolitici alleen ex-burgemeester Michel Casteur (Open VLD) aanwezig. Hij liet drie jaar geleden zijn sjerp over aan zijn partijgenote Tania De Jonge. Casteur, die op zijn 72e een comeback maakte op de Open VLD-lijst, voetbalde begin jaren 70 nog voor Eendracht Appelterre waar hij later ook bestuurder was, tot hij de politiek in gezogen werd. Hij woont op een paar honderd meter van het stadion, precies op de grens tussen de deelgemeenten Voorde en Appelterre. In een recent verleden haalde Voorde, opgeklommen vanaf vierde provinciale, het grotere Appelterre bij in eerste provinciale, waardoor er met ook nog VK Ninove liefst drie clubs uit Groot-Ninove in eerste provinciale speelden. In een pittige derbysfeer, met aan beide kanten spelers die in het verleden ook de kleuren van de tegenstander droegen, wordt er geroepen en gescholden. 'Troeten!', roept sportief directeur Freddy De Tant van de thuisploeg richting scheidsrechter, maar de kans dat die het scheldwoord begrijpt, is klein, tenzij hij uit de streek komt. 'Het zal altijd de strijd tussen het dorp en de stad blijven', lacht een fan van Ninove, tevreden omdat zijn ploeg met 0-1 wint. Een paar weken later staat het scheldwoord van Freddy De Tant uit de derby in het ABN-boek, het Algemieën Bekoest Nienofs dialectenwoordenboek, dat voor een volle zaal in de plaatselijke theaterzaal aan de Ninovieters voorgesteld wordt. ' Nen troeten' is in 't Algemieën Bekoest Nienofs een 'irritant en dom persoon'. Twee maanden later wordt, op 3 januari, de donderdagavondtraining in het Ninoofse voetbalstadion De Kloppers aan de Dender af en toe overstemd door slogans en voetzoekers die een kilometer verderop gelanceerd worden, in het stadscentrum op linkeroever. Aan het nieuwe stadhuis is na een mars een kleine 1300 man samengetroept die bommetjes gooien, met vlaggen wapperen en uit volle borst meezingen met De Vlaamse Leeuw, om de pas beëdigde gemeenteraad te overstemmen. De rest van de stad ligt er nog stiller bij dan op een doordeweekse donderdag, de meeste cafés zijn dicht. Een kilometer verder stapt de laatste passagier van bus 128, die één keer per uur de dertig kilometer aflegt van het centrum van Ninove naar het Brusselse Noordstation. Vroeger voerde bus 128 vooral pendelaars uit de streek naar hun werk in Brussel, terwijl de lager geschoolden uit de regio in de fabrieken in Ninove zelf werkten: bij Fabelta, dat in 2005 dicht ging, of nog eerder de Union Allumettière, de luciferfabriek (Union Match) die in 1973 de deuren sloot. Vandaag vervoert lijn 128 vooral nieuwe Belgen van Afrikaanse oorsprong, voor wie Ninove net als Aalst en Denderleeuw een banlieue van Brussel is, minder dan een uur rijden van de hoofdstad. Een plek met alle faciliteiten: een indoor koopcentrum, verschillende scholen, de grote warenhuizen én woningen aan de helft van de huur- of aankoopprijzen in Brussel. Het maakt dat lijn 128 in sommige kringen de Congo-expres wordt genoemd. In combinatie met veel gepensioneerde inwoners die de randgemeenten hebben ingeruild voor een appartement in de binnenstad en de verarmde laag opgeleide bevolking die moet schrapen om rond te komen, zorgt dat voor zure oprispingen in een stad waar twintig jaar geleden nog maar amper vreemdelingen woonden. Plots komt de hele wereld binnen, en daar heeft een aantal Ninovieters het moeilijk mee. De enige man bij wie ze vinden dat ze terecht kunnen met hun misnoegen, is Guy D'haeseleer. Hij wordt door een groot deel van de bevolking op handen gedragen vanwege zijn luisterbereidheid én benaderbaarheid. Maar een nog groter deel van de bevolking schaamt zich om het weinig verbindend discours van D'haeseleer, die mensen op basis van taal en afkomst uitsluit. Zo ontstaat in de buitenwereld een bepaald beeld van de stad, betreurt de meerderheid van de inwoners. Dat alles maakt van Ninove een verdeelde stad, met amper evenementen die de tegenstellingen overstijgen, op het nakende jaarlijkse carnaval na, kleiner dan dat van Aalst, maar even intens. Tot 2011 kon Ninove ook nog trots zijn op de aankomst van de Ronde van Vlaanderen, in 1973 naar deelgemeente Meerbeke gehaald door toenmalig Meerbeeks burgemeester Etienne Cosyns. Cosyns, die de aankomststreep tweehonderd meter voor zijn villa liet leggen, werd na de fusiebeweging in 1975 ook de allereerste burgemeester van Groot-Ninove. Ook de lokale voetbalclub heeft de stad niet op de kaart kunnen zetten, sinds ze in 1936 opgericht werd onder de naam FC Ninove, met als clubkleuren het groen en zwart van het wapenschild van de oude middeleeuwse vestingstad aan de Dender. Het groen van het voetbalveld, en het zwart van het roet dat de plaatselijke vervuilende fabrieken in die tijd uitspuwden. Begin jaren 80 bonkte VK Ninove een paar keer bijna de poort van tweede klasse open, herinnert Jean-Pierre Vande Velde zich, bij een koffie in taverne Den Doorn. Tot 1972 lag achter het café aan de expresweg naar Aalst het plaatselijke voetbalstadion. Toen moest de club verhuizen omdat de nieuwe weg naar Aalst werd aangelegd over het veld. Het was de tijd van de beste Ninoofse voetballer aller tijden op Wesley Sonck na. Local heroMarc Van Petegem speelde tussen 1960 en 1977 meer dan vijfhonderd wedstrijden voor VK in eerste provinciale en bevordering. In zijn gloriedagen eind jaren zestig waren Daring Molenbeek (later RWDM) en Lierse de meest geïnteresseerde eersteklassers, maar Marc koos om in Ninove te blijven wonen en voetballen. Vande Velde was als technisch vaardige middenvelder ooit een beloftevol jeugdproduct van Anderlecht. Na een jaar Union in derde klasse verhuisde hij naar eersteklasser La Louvière, maar in 1977 belandde hij na een deal tussen La Louvièremanager Jef Jurion en Ninoofs sterke man Gaston Van Rossom in plaats van in eerste in vierde klasse. In 1981/82 hielp hij VK eindelijk aan een promotie naar derde klasse. Negen jaar lang duurde het Ninoofse voetbalsprookje, met tegenstanders als Germinal Ekeren, KV Oostende, RAEC Mons, La Louvière en Moeskroen. Eén keer was VK erg dicht bij tweede klasse, toen het op de 24e speeldag in het seizoen 1983/84 naar Union trok voor de beslissende match. Het had in de heenmatch voor 4500 man Union geklopt, en speelde de terugmatch in het Dudenpark voor bijna 10.000 man. Maar Union won met 1-0, en trapte de Ninoofse droom om iets te betekenen in het Belgische voetbal definitief aan diggelen. In jaren tijd speelde groen-zwart zijn thuiswedstrijden voor 1500 tot 3000 man in het veel te kleine stadionnetje tussen de Dender en het kruispunt van de Brusselse Steenweg en de expresweg naar Aalst. Het is ook het antwoord op de vraag wat Ninove miste om hogerop te geraken, zegt Vande Velde: 'Onze accommodatie volstond niet. We hadden maar één veld dat er goed bij lag, een veel te kleine kantine en een gammele noodzittribune. Daarmee creëer je geen extra inkomsten.' Na negen jaar zakte Ninove in 1991 uit derde klasse. In 2003 degradeerde het voor het eerst sinds 1975 uit de nationale reeksen. Vandaag staat het in eerste provinciale achter KRC Bambrugge en SK Lochristi. Jean-Pierre Vande Velde kent de beperkingen van zijn kern. Hij, die destijds de gloriejaren mee beleefde, nam vorig seizoen over toen de club zieltogend was. Hij haalde de nieuwe sterke man, Patrick De Doncker, voorheen de drijvende kracht achter de opgang van FCV Dender van derde naar eerste klasse, naar Ninove, maar de transferperiode was al voorbij. Dus mist Ninove de brede kern van bijvoorbeeld Bambrugge. Op zijn hoogdagen als voetballer speelde Vande Velde in Ninove voor 1500 tot 3000 toeschouwers, maar nu dagen op de zaterdagavondwedstrijden zelden meer dan 150 à 200 mensen op. Alleen Bambrugge doet in die reeks beter. En Guy D'haeseleer natuurlijk, die zijn aantal voorkeursstemmen zag stijgen van 3222 in 2006 naar 4981 in 2012 en 8173 nu. Het bracht hem even in de nationale schijnwerpers, maar de komende jaren wacht hem, net als de voetbalclub van Ninove, een bestaan in de schaduw. Het lot van een provinciestad.