De transfer van Vadis Odjidja Ofoe naar Hamburg legt nog maar eens het absolute pijnpunt van het Belgisch voetbal bloot: clubs verwaarlozen op een schromelijke manier hun patrimonium. De achttienjarige middenvelder raakte vorig seizoen nog gedesillusioneerd bij Anderlecht omdat hij geen kansen kreeg. Nu kondigt Hamburg Vadis aan als een technisch sterke voetballer met speloverzicht en duelkracht.
...

De transfer van Vadis Odjidja Ofoe naar Hamburg legt nog maar eens het absolute pijnpunt van het Belgisch voetbal bloot: clubs verwaarlozen op een schromelijke manier hun patrimonium. De achttienjarige middenvelder raakte vorig seizoen nog gedesillusioneerd bij Anderlecht omdat hij geen kansen kreeg. Nu kondigt Hamburg Vadis aan als een technisch sterke voetballer met speloverzicht en duelkracht. Het is alsof voetballers uit de eigen jeugd zich altijd dubbel moeten waarmaken. Club Brugge, om maar één voorbeeld te noemen, zoekt al een tijdje naar goeie flank- verdedigers maar had er destijds wel twee in eigen huis. Rechtsachter Davy De Fauw mocht naar Nederland vertrekken en is bij Roda JC een van de betere verdedigers uit de Nederlandse competitie. En Nicolas Lombaerts bracht zijn ontwikkeling bij AA Gent in een stroom- versnelling. Er schort bij onze clubs zowel iets aan het begeleiden als aan het inschatten van voetballers. Steeds weer laten bestuurders de eigen kweekvijver onaangeroerd om buitenlanders van inferieure kwaliteit aan te trekken. Het blijkt ook tijdens deze transferperiode waarin er vooral over de grenzen wordt gezocht om hiaten op te vullen. Zeventien nieuwe buitenlanders zijn er de afgelopen weken al vastgelegd. Ze komen niet echt van swingende clubs. Intussen blijft het opvallend hoe weinig voetballers uit de lagere afdelingen naar eerste doorstomen. Toen de competitie begin augustus startte, waren er 117 transfers gedaan. Daar hoorden slechts veertien spelers bij uit een lagere reeks. Dat is amper twaalf procent. Vaak moeten clubs een inhaalbeweging maken om talenten uit de lagere afdelingen te strikken. Guillaume Gillet was 20 jaar toen hij medio 2006 van AS Eupen naar AA Gent kwam. Georges Leekens vormde hem om van rechtshalf tot een moderne rechtsachter. Nu zou Gillet bij Anderlecht een buitenlander ( Marcin Wasilewski) moeten vervangen. Het is de omgekeerde wereld. Het vraagt kennis en vakmanschap om spelers te vormen en in de juiste richting te sturen. Dat Gillet bij AA Gent zo kon openbloeien, heeft vooral te maken met de aanpak van Georges Leekens. Wat er van de huidige trainer van Lokeren ook gezegd mag worden, hij bezit een kwaliteit die zeldzaam is bij Belgische trainers: hij maakt spelers beter. Net zoals Glen De Boeck dat ook bij Cercle Brugge doet. Tom De Sutter, ooit bij Club Brugge maar op zijn negentiende naar Torhout doorgesluisd, is onder zijn regie uitgegroeid tot de meest productieve spits van het land. De Sutter scoorde acht doelpunten en gaf zes assists. Hij staat nu op de verlanglijst van Anderlecht. Het is frappant dat vele Belgisch voetballers pas openbloeien als ze naar het buitenland gaan. Ze verleggen daar hun grenzen, geholpen door een betere (individuele) begeleiding en een hogere trainingsintensiteit. Het is onwaarschijnlijk dat bijvoorbeeld iemand als Moussa Dembélé, die op zijn zestiende wel door Marc Brys in de eerste ploeg van Beerschot werd gedropt, even ver zou staan indien hij in België was gebleven. Voor jonge voetballers ontbreekt in hun weg naar de top vaak de laatste schakel. Ze stagneren en hebben andere lucht nodig om open te bloeien. Dat heeft te maken met het niveau van de trainersstaf. Dat alle spelers die naar het buitenland gaan, praten over een andere aanpak en een andere beleving, toont dat we ook op dat domein achterop blijven hinken. Zelfs een voetballer als Roland Lamah, die door Anderlecht aan Roda JC is uitgeleend en daar tot een openbaring uitgroeide, blijkt zo enthousiast dat hij niet meer naar Brussel wil terugkeren. Juist alle talenten die in het buitenland spelen, moeten de exponenten zijn van een nieuwe nationale ploeg. Maar het valt af te wachten of René Vandereycken, die opvallend snel een mondelinge contractovereenkomst bereikte, zo snel de restauratiewerken van de Rode Duivels zal kunnen voortzetten. Belgen in het buitenland spelen doorgaans in een dienende rol. Bij de nationale ploeg worden ze plots hoekstenen van het elftal. Ook dat is de omgekeerde wereld. Het zal voor Vandereycken niet gemakkelijk zijn om daar de juiste accenten te leggen en het juiste evenwicht te vinden. S door Jacques Sys