Tussen het debuut van Eric Van Meir in de eerste ploeg van Berchem Sport in 1985 en zijn stille terugkeer naar het Rooi afgelopen zomer, als T1 dit keer, zijn er maar liefst dertig jaren verstreken. Met hoogtepunten, zoals de landstitel met Lierse in 1997, maar ook dieptepunten, zoals zijn ontslag vorig jaar bij datzelfde Lierse omdat het niet meer klikte met sportief directeur Tomasz Radzinski.
...

Tussen het debuut van Eric Van Meir in de eerste ploeg van Berchem Sport in 1985 en zijn stille terugkeer naar het Rooi afgelopen zomer, als T1 dit keer, zijn er maar liefst dertig jaren verstreken. Met hoogtepunten, zoals de landstitel met Lierse in 1997, maar ook dieptepunten, zoals zijn ontslag vorig jaar bij datzelfde Lierse omdat het niet meer klikte met sportief directeur Tomasz Radzinski. "Alles welbeschouwd ben ik tot de conclusie gekomen dat een job als assistent me het best ligt", vertelt de 47-jarige ex-Rode Duivel. "Bij mijn laatste opdracht als hoofdcoach, bij de club waar ik destijds debuteerde, ben ik echt op mijn honger blijven zitten. In het tussenseizoen werden mij allerlei beloftes gedaan, maar zodra de competitie begonnen was, kwamen de versterkingen er toch niet. Gezien het beschikbare spelerspotentieel kon Berchem Sport al bij voorbaat niet hoger mikken dan een plaats in de middenmoot. Voor iemand die altijd op het hoogste niveau heeft gewerkt zoals ik was dat niet iets om warm van te worden... In overleg met het bestuur van Berchem heb ik de samenwerking stopgezet. En dan heb ik twee duidelijke besluiten genomen: geen job als T1 meer ambiëren en zeker niet meer in de lagere afdelingen. Daarom heb ik even gepolst bij Standard, toen José Riga een assistent zocht. Maar ik begrijp het wel dat Roland Duchâtelet uiteindelijk voor Etienne Delangre koos. Het is logisch dat een oud-speler die het huis kent en alle nodige competenties heeft, de voorkeur krijgt. Zo was dat ook voor mij bij Lierse. Gezien de veranderingen die er nu zitten aan te komen in de trainersstaf van verschillende eersteklassers, zeg ik bij mezelf: misschien denken ze hier of daar wel aan mij." In afwachting van een nieuwe sportieve uitdaging volgt Van Meir het voetbal al iets meer dan een jaar als analist voor Sporting Telenet. "Ik doe dat vier tot zes keer per maand, al naargelang er boven op de klassieke competities nog Europees voetbal komt of niet", zegt hij. "Daar kruipt telkens drie à vier uur voorbereiding in, want ik wil absoluut zo veel mogelijk informatie hebben over de ploegen die spelen. Het is wel een beetje een omgekeerde wereld voor mij: terwijl de meeste mensen in de week werken en in het weekend van welverdiende rust genieten, is dat bij mij net andersom. Vandaar dat ik geen neen zeg tegen een job als T2, die complementair is met mijn huidige bezigheden. Al heb ik me hier echt flink ingewerkt. Overhoor me maar over eender welke ploeg, zelfs Guingamp: ik weet alles!", lacht hij. Los daarvan fungeert Eric Van Meir ook als secretaris van de vriendenkliek van Lierse-anciens. "We hadden onlangs onze jaarlijkse bijeenkomst en bij die gelegenheid zaten we met niet minder dan 77 aan tafel", merkt hij op. "Het is altijd een plezier om je oud-ploeggenoten terug te zien, al heb je met sommigen natuurlijk meer affiniteit dan met anderen. Ik houd zelf nauw contact met Stanley Menzo, Pascal Bovri en Dirk Huysmans. En tijdens Lierse-OHL zat ik op de tribune nog met twee andere oudgedienden van Lier: Bart De Roover en Nico Van Kerckhoven. Ondanks mijn ontslag hier, wegens onverzoenbaarheid met je-weet-wel-wie, blijft Lierse voor altijd de club van mijn hart. Daarom ook dat ik wou dat we dit gesprek in het Themacafé van het Lisp hielden." Eenmaal Pallieter, altijd Pallieter. DOOR BRUNO GOVERS