Na het failliet van La Louvière had het Tivolistadion, eigendom van de gemeente, geen huurder meer. Aanvankelijk wendde Bruno Sita zich tot US Centre, dat het stadion al twee jaar deelde met La Louvière. "Ik belde met Murat Tacal, de voorzitter van Centre, en ik zei hem dat het stadion vrij was." Maar de gemeente La Louvière zag het niet zitten dat Centre als enige zou profiteren van de situatie. Tussen de clubs uit La Louvière en Haine-Saint-Pierre heerste een oude rivaliteit, die altijd voor beroering heeft gezorgd. Zelfs na het verdwijnen...

Na het failliet van La Louvière had het Tivolistadion, eigendom van de gemeente, geen huurder meer. Aanvankelijk wendde Bruno Sita zich tot US Centre, dat het stadion al twee jaar deelde met La Louvière. "Ik belde met Murat Tacal, de voorzitter van Centre, en ik zei hem dat het stadion vrij was." Maar de gemeente La Louvière zag het niet zitten dat Centre als enige zou profiteren van de situatie. Tussen de clubs uit La Louvière en Haine-Saint-Pierre heerste een oude rivaliteit, die altijd voor beroering heeft gezorgd. Zelfs na het verdwijnen van de Wolven bleven enkele diehardfans in de gemeenteraad stokken in de wielen steken van Centre. De stad zocht ook een oplossing om de jeugdopleiding van La Louvière te redden. En die vond ze in... Charleroi. FC Couillet had namelijk zijn eigen stadionnetje moeten verlaten om in het Neuville van Olympic te gaan spelen, maar het voelde zich daar niet thuis. Voorzitter Roberto Leone zette zich vervolgens rond de tafel met Bruno Sita, die de mogelijkheid bekeek om Couillet te verkassen naar La Louvière. We schrijven dan 2009. "Terugkeren naar Couillet zou onze dood betekend hebben," legt Leone uit, "want dan waren we al onze sponsors kwijt. Na het onderhoud met Sita ben ik met het stamnummer en de eerste ploeg verhuisd naar Tivoli, heb ik onze jeugd in Couillet gelaten en tegelijk de jeugd van La Louvière gered. In ruil kreeg ik een stadion - de huur stelde niks voor - en veranderde ik de clubnaam." Meteen was FC Couillet-La Louvière geboren. Voor de gemeente La Louvière een opluchting, want US Centre - dat als enige huurder was geweigerd - was ondertussen teruggekeerd naar zijn oude Stade Raymong Dienne in Haine-Saint-Pierre en dus dreigde de leegstand voor Tivoli. Maar het avontuur van Couillet in La Louvière duurt slechts twee jaar. "We werden er goed ontvangen," zegt Leone, "maar onze eerste ploeg stelde niks voor. We streden zonder centen tegen de degradatie. Wat sponsoring en ondersteuning betreft, werden we aan ons lot overgelaten." Sita neemt opnieuw contact met Murat Tacal van US Centre om hem te overtuigen terug te keren naar Tivoli. "Leone had te veel ambitie om in bevordering te spelen, maar met ons faillissement in het achterhoofd waren wij iets meer realistisch. Veel sponsors kon Couillet niet aantrekken, terwijl US Centre flink gesteund werd door twee zwaargewichten van de lokale economie: Duferco en NMLK. Twee clubs in dezelfde regio, dat is een handicap..." Leone besluit dan maar in 2011 om zijn stamnummer terug naar Charleroi te halen en er FC Charleroi van te maken. US Centre kon daardoor samensmelten met wat er restte van de jeugd van La Louvière. "Er was nu eenmaal geen plaats voor twee", besluit Leone. "En aangezien ik niet van La Louvière ben, was het logisch dat ik vertrok."