Het is dat we vertrouwen uitstralen, want dwalend op weg naar Pacaembu, het stadion van Corinthians en thuisbasis van een prachtig Braziliaans voetbalmuseum, stopt er plots een auto. De chauffeur laat het raampje zakken en vraagt de weg. We glimlachen, zelf dolen we ook al even door de hellende straatjes van deze residentiële wijk. Hoe ze erin slaagden om tussen de avenues en de buildings een stadion onzichtbaar voor de buitenwereld neer te planten, is ons beiden een raadsel. Een oud vrouwtje brengt raad. Ze tovert een smartphone uit haar zak en roept een plannetje van de wijk op. Vijf minuten later duiken we het museum in.
...

Het is dat we vertrouwen uitstralen, want dwalend op weg naar Pacaembu, het stadion van Corinthians en thuisbasis van een prachtig Braziliaans voetbalmuseum, stopt er plots een auto. De chauffeur laat het raampje zakken en vraagt de weg. We glimlachen, zelf dolen we ook al even door de hellende straatjes van deze residentiële wijk. Hoe ze erin slaagden om tussen de avenues en de buildings een stadion onzichtbaar voor de buitenwereld neer te planten, is ons beiden een raadsel. Een oud vrouwtje brengt raad. Ze tovert een smartphone uit haar zak en roept een plannetje van de wijk op. Vijf minuten later duiken we het museum in. We zijn hier op aanraden van Roberto Muylaert. Een Braziliaan, al roept zijn naam andere roots op. Hij heeft Belgische voorvaderen, mailde hij vooraf, al weet hij niet goed waar die vandaan komen. De Muylaerts zijn met veel in ons land, weet hij. Hij spreekt Frans noch Nederlands, was nog nooit in ons land, maar het interesseert hem wel. De Rode Duivels hebben er straks een supporter bij. Roberto schreef een fascinerend boek over een diepe tragedie: Barbosa, een doelpunt dat een land stil kreeg. Letterlijk. Het verhaal van het WK in 1950, de sociale context en vooral de gevolgen staan erin beschreven. Het eerste naoorlogse WK. Inderhaast - pas in 1948 werd de eerste steen gelegd - werd er een immens stadion gebouwd waarin de finale moest plaatsvinden: Maracanã. Het cement was amper droog toen de eerste mensen op de zittribunes plaatsnamen. Er was ruimte voor meer dan 200.000 man, tien procent van het totale aantal inwoners van Rio de Janeiro destijds. Dat moest ook, want voetbal op tv, zegt hij, was er toen niet. "Het eerste WK met rechtstreekse beelden op tv was dat van Mexico '70. In zwart-wit. Pas in 1974, dankzij Telefunken, hadden we kleur." Maar voor we - hij was er zelf ook bij die dag in 1950 - kunnen babbelen over wat hij zich herinnert en over wie Barbosa was, moeten we van hem naar Pacaembu. Om daar te ervaren wat het was, om op 16 juli 1950 tussen het volk te staan. Er is in het museum immers een zaaltje gewijd aan het WK in 1950. In 1962 kreeg ik plots de vraag van Abelardo Franco, iemand die op het ministerie werkte. Of ik twee doelpalen en een lat uit Maracanã naar huis wilde meenemen. Zijn cadeautje. Thuis heb ik, samen met een vriend, de balken in stukken gezaagd. We zijn brandstof gaan halen en hebben er een vuurtje mee gestookt. Daarop hebben we een barbecue gehouden. Getekend: Moacyr BarbosaMet dat rituele afscheid begint Muylaert zijn boek over de tragedie. Het geld dat hij had verdiend bij Vasco voor het verlengen van zijn contract en het behalen van twee titels, investeerde Moacyr Barbosa in de aankoop van een huis in de Zona Norte van Rio. Daar, in de tuin, hield hij op een zonnige dag in 1963 een barbecue voor vrienden. Een ritueel afscheid van een trauma. Een nederlaag op een voetbalveld die de rest van zijn leven vergalde. Zeven seconden slechts had het drama geduurd, de tijd die de Uruguayaanse spits Alcides Ghiggia nodig had om met de bal aan de voet de afstand naar het doel van Brazilië te overbruggen. Het stond toen 1-1 gelijk, een stand die voor Brazilië volstond om zich een eerste keer wereldkampioen te mogen noemen. Maar de buitenspeler deed iets wat later slechts twee anderen ter wereld - de paus en Frank Sinatra - zou lukken: Maracanã stil krijgen. Hij schoot hard richting doel en de bal verdween tussen de eerste paal en de doelman, die aan het anticiperen was op een voorzet. Die dag, tijdens de barbecue, werd die herinnering ritueel verbrand. Tussen de kip, de steaks en de worstjes, in het bijzijn van driehonderd genodigden, met zijn vrouw Clotilde als getuige. Rond zijn nek een kettinkje, met de afbeelding van Onze-Lieve-Vrouw. Hij deed het nooit uit, tenzij om te spelen, want op een dag had hij tijdens een wedstrijd een hard schot op de borst gekregen en had het medaillon een afdruk op zijn huid achtergelaten. Na dertien jaar vond hij nog steeds dat hij geen grote fout had gemaakt bij het tegendoelpunt, maar de goegemeente dacht er anders over. Toen hij de dag na de wedstrijd - Barbosa was toen een gelauwerde kampioen en een onbetwiste titularis - in de stad wandelde en inkopen deed, werd hij aangestaard en zwijgend genegeerd. Voor de ontgoochelde supporter was het zijn schuld dat Brazilië geen wereldkampioen was. Dat kon toen nog zonder problemen. Er waren amper beelden, en de kwaliteit was slecht. Om te weten wat er gebeurde in die ene seconde, waren de mensen nog aangewezen op de mondelinge overlevering, van hen die in het stadion waren of het relaas van de radioverslaggever. Toen de aanwezigen op de barbecue erachter kwamen dat wat ze zagen geen eenvoudig vuurtje was, maar een dichte getuige van het drama, werd het langzaam stil. Zwijgend werd het einde van het vuur gevolgd, tot de laatste vlam doofde. Als je de verhalen over het WK van toen leest - Muylaert documenteert er uitstekend een paar in zijn boek - geloof je amper je ogen. Zo ging de Braziliaanse bondscoach van toen, Flávio Costa, elke dag naar huis om daar te slapen. In zijn eigen bed lukte dat beter. De media waren overdag welkom in het hotel, maar als ze eraan kwamen, werden de spelers snel verwittigd. Zij muisden er dan vanonder en gingen naar het strand, waar knappe meisjes altijd bereid waren om de gespierde helden... intiemer te leren kennen. De dag van de laatste match werd de hele selectie gewekt om zeven uur 's morgens. Om de mis bij te wonen. Georganiseerd door een radiostation. Vervolgens - 1950 was een verkiezingsjaar - kreeg het team een presidentskandidaat op bezoek. Pas om elf (!) uur 's morgens slaagde Barbosa erin te ontbijten. Om dat opnieuw verstoord te zien worden door een reeks andere politici, die allemaal wilden verbroederen met de kampioenen in spe. Dat Brazilië wereldkampioen zou worden, daar twijfelde niemand aan. Zeker niet de hoofdredacteur en de uitgever van de krant O Mundo. Toen Obdulio Varela, de aanvoerder van Uruguay, om vijf uur 's ochtends opstond voor een wandeling om de zenuwen te verdrijven, kwam hij op de weg terug naar het hotel langs een kiosk. Hij vond er op de voorpagina van de krant een foto van de Braziliaanse nationale ploeg, met als bijschrift: dit zijn de wereldkampioenen. Varela geloofde zijn ogen niet, kocht een paar exemplaren, hing de foto op in de toiletten, en vroeg zijn ploegmaats om erop te... plassen. De uren die aan de wedstrijd voorafgingen, bracht de Braziliaanse ploeg door in de club van Barbosa, Vasco da Gama. Socio's van de club liepen in en uit, op zoek naar Ademir, die in de loop van het toernooi al negen keer had gescoord. Allemaal wilden ze hem proficiat wensen of met hem op de foto. En nog een laatste anekdote: zijn ultieme tactische bespreking moest bondscoach Costa voortijdig afbreken, omdat een afgevaardigde van de prefect van Rio wilde bespreken hoe het feest na afloop in de stad zou worden gevierd. Hij kwam uitleg geven over de cabrio's waarmee de voetballers-wereldkampioenen door de stad zouden worden gereden. Daarna mochten de spelers het veld op. Daarmee was hun lijdensweg nog niet ten einde: op het veld moesten ze, in hun witte uitrusting, nog een tijdje stilstaan. Niet alleen voor het luisteren naar de nationale hymnes, maar ook naar een speech van de prefect van Rio. De generaal had het over "helden die over enkele uren zouden worden geëerd als kampioenen door miljoenen landgenoten", over "voetballers die in deze hemisfeer geen rivalen hadden" en "jullie winnaars". De speech kwam integraal op de radio, dé informatiebron voor de hele natie. "16 juli 1950", lacht Muylaert, "is wellicht de enige dag in de geschiedenis van Rio dat de stranden leeg bleven op een dag dat het niet regende." Om een misverstand uit de wereld te helpen: een finale was het duel tussen de buurlanden Uruguay en Brazilië niet. Wel de laatste match van een toernooi, waarin voor het eerst de Jules Rimetbeker werd uitgereikt en, op vraag van de FIFA, de spelers een eerste keer met rugnummers voetbalden. In 1942 en 1946 was er geen WK, omdat Europa nog in oorlog was of in volle heropbouw. Duitsland en Japan waren voor hun oorlogsgedrag gestraft en mochten niet deelnemen. Italië wel, als tweevoudig wereldkampioen (1934 en 1938) was het land rechtstreeks geplaatst. De squadra was wel veel minder sterk, geleden als ze had onder de vliegramp die in 1948 AC Torino, hoofdleverancier van de nationale ploeg, trof. Een aantal landen zegde vrijwillig af. België nam niet deel aan de kwalificaties, Schotland wel, maar eenmaal geplaatst trok het zich terug. Portugal en Frankrijk, beiden uitgeschakeld in de kwalificaties, kregen alsnog een uitnodiging. Portugal weigerde, Frankrijk zei eerst toe, maar trok zich na de loting weer terug. Ook op het eigen continent waren er afzeggingen. De belangrijkste afwezige was Argentinië, een land in dispuut met de Braziliaanse (voetbal)autoriteiten. Het gastland slaakte daarbij een grote 'oef'. Officiële wedstrijden tussen beide teams waren er niet meer, maar in alle vriendschappelijke duels maakten de Argentijnen gehakt van de Brazilianen. Conclusie: het pad naar de eindzege lag breed open. Het speelschema zag er door alle afzeggingen raar uit. Dertien landen werden over vier groepen verdeeld. Twee hadden vier deelnemers, eentje drie en Uruguay had in groep 4 alleen Bolivia als tegenstander. Het was het gastland dat het nieuwe format voorstelde, om meer wedstrijden te hebben. Zo konden de investeringen in nieuwe stadions beter renderen. Na de groepsfase zouden de vier winnaars doorgaan naar de eindfase, waarin ze allemaal nóg een keer tegen elkaar moesten spelen. Na al die duels was op de slotspeeldag nog één wedstrijd van belang: Brazilië-Uruguay. Spanje en Zweden, de andere 'finalisten' speelden op hetzelfde uur in São Paulo tegen elkaar, maar beiden waren al uitgeschakeld voor de eindzege. Brazilië, met 7-1 winnaar van Zweden en met 6-1 van Spanje, had aan een gelijkspel voldoende. Uruguay, dat met 3-2 won van Zweden, had tegen Spanje 2-2 gelijk gespeeld en moest winnen. Dat zoiets kon gebeuren, daar hield vooraf niemand rekening mee... Het is, hoe symbolisch, bij een goeie churrasco ofte barbecue dat we met Muylaert afspreken, op een zomeravond in São Paulo. Ook Brazilianen houden van grote steaks en andere hompen vlees op tafel. Om de hoek houdt een sambaschool haar laatste repetities voor het carnaval, opzwepende muziek doet onder- en bovenlijf van de wijkschoonheden trillen. Brazilië op zijn mooist, een vreemd kader voor een tragisch verhaal. Muylaert, zestien toen, zat die middag ook in het stadion. Levendig verhaalt hij de opbouw, het verwachtingspatroon, hoe in de stad al voor de wedstrijd alles in het teken stond van de viering van de onklopbare kampioen. En hoe stil en leeg het achteraf allemaal was, hoe zijn vader en hij nog wat gingen eten, maar alles in stilte. Zoals in het museum, waar in de zaal beelden te zien zijn van die eindstrijd. En het na de goal van Uruguay doodstil wordt. Je hoort alleen nog een hart pompen. Of het klopt, vragen we, dat het de schuld van Barbosa en dat WK is dat jarenlang geen zwarte doelman meer onder de lat stond bij Brazilië? Muylaert: "Dat is moeilijk zo hard te stellen. Feit is dat Dida in 1995 de eerste gekleurde doelman van Brazilië werd sinds Barbosa. Heeft dat met ras te maken of met talent? Had Barbosa zijn been niet gebroken, vlak voor het WK in 1954, dan had hij daar misschien óók onder de lat gestaan. Hij was in die periode onze beste doelman. Voor de buitenlandse journalisten was hij dat ook op het WK. Maar ergens hebt u een punt: het waren vooral de donkere spelers - Barbosa, Juvenal, Bigode - die de nederlaag in 1950 in de schoenen kregen geschoven. Het team dat in 1958 op het WK Oostenrijk verpletterde, bestond uit nagenoeg allemaal blanken. Daarom was de doorbraak van Pelé zo belangrijk, ook op dat vlak." Barbosa, zegt Muylaert, vertelde hem hoe hij een paar dagen na de nederlaag wegvluchtte van Rio met de trein. Toen hij een groepje medereizigers hoorde nakaarten over de match, verborg hij zijn gezicht achter een krant en luisterde hij mee. Eentje zei toen, tot Muylaerts afgrijzen: "Die Barbosa - ik weet het niet, hé, maar als ik nu tegenover een crioulo (iemand met Afrikaanse roots, nvdr)zou staan, ik weet echt niet wat ik met hem zou doen." Je moet het, zegt Muylaert, kaderen in de algemene context. De jaren vijftig waren de jaren van de dreiging van het communisme. Getúlio Vargas, die later dat jaar als president zou worden verkozen, was toen nog in vrijwillige ballingschap, na vijftien jaar dictatuur. Brazilië was een staat die van het WK wilde profiteren om zich op zijn mooist te tonen. Zo waren appelsienverkopers niet toegelaten in het stadion - omdat men vreesde dat supporters met fruit zouden kunnen gooien - en drukte Costa zijn spelers op het hart om fair play te tonen. Aan de andere kant was Brazilië ook een staat die pas als allerlaatste ter wereld - in 1888 - de slavernij officieel had afgeschaft. De nazaten van die slaven, ingevoerd uit West-Afrika, moesten nog hun plaats in de gemeenschap zoeken. Ook voor de uitrusting van de nationale ploeg - Brazilië speelde die finale in witte shirts - had de nederlaag gevolgen. Nooit meer zou Brazilië in het wit spelen, zwoeren ze bij de bond, waar ze een wedstrijd uitschreven voor het ontwerp van een nieuw shirt. Een zuiderling, nota bene een supporter van Uruguay, won die wedstrijd. Aldyr Schlee gebruikte geel, blauw en groen als nieuwe kleuren. Het wit zou later wel het handelsmerk worden van het succesrijke Santos van Pelé, dat in de jaren zestig het wereldvoetbal domineerde. En Barbosa, hoe verging het hem? Muylaert: "Ik vroeg me dat ook af en zocht hem op. Hij vond dat hij zich niks te verwijten had bij het doelpunt. Integendeel, hij vond dat hij alles correct had gedaan. Het was Ghiggia die in zijn ogen alles fout deed. Wie schiet er nu vanuit zo'n scherpe hoek? Toen ik hem ontmoette, toonde hij maar weinig emoties meer. Ik vroeg hem: wat voelde je, toen de bal binnenging? Hij antwoordde: 'Ik heb dat niet gezien.' Verder wilde hij niet gaan. Hij minimaliseerde alles, ik vond het heel moeilijk om emoties bij hem los te maken." Het verhaal van Barbosa eindigt triest. Muylaert: "Toen ik hem opzocht, zat hij aan de grond. Hij leefde van het geld dat de voorzitter van Vasco hem uitkeerde. Clotilde, zijn vrouw, was lang ziek geweest en al zijn geld was naar haar verzorging gegaan." Barbosa stierf in april 2000. Net voor zijn dood dacht hij nog een laatste keer terug aan het WK van 1950. Muylaert: "En viel hem dit op. De zwaarste straf die je in Brazilië kan krijgen voor een misdaad is dertig jaar. Maar mijn straf, zei Barbosa, duurt al vijftig jaar." DOOR PETER T'KINT IN SãO PAULO - BEELDEN BELGAIMAGEOp de ochtend van de finale publiceerde een krant een foto van de Braziliaanse nationale ploeg, met als bijschrift: dit zijn de wereldkampioenen. "Feit is dat Dida in 1995 de eerste gekleurde doelman van Brazilië werd sinds Barbosa." Roberto Muylaert Na de finale van het WK 1950 zou Brazilië nooit meer in het wit spelen.