In de lente van 2012 forceerde Dirk Geeraerd de doorbraak naar eerste klasse voor fusieclub Waasland-Beveren. Hij overleefde 16 wedstrijden en werd dan opgevolgd door Glen De Boeck. Die mocht 32 wedstrijden coachen, vooraleer te worden opgevolgd door Bob Peeters. Bob gooide, na 21 matchen, zelf de handdoek en verkoos een avontuur bij Charlton. Volgende die het probeerde: Ronny Van Geneugden. Doorgestuurd na 21 wedstrijden. Opgevolgd door Guido Brepoels, die het 15 matchen uitzong. Toen kwam Stijn Vreven, die het uiteindelijk 48 matchen zou volhouden. In het nieuwe systeem speelt Waasland-Beveren...

In de lente van 2012 forceerde Dirk Geeraerd de doorbraak naar eerste klasse voor fusieclub Waasland-Beveren. Hij overleefde 16 wedstrijden en werd dan opgevolgd door Glen De Boeck. Die mocht 32 wedstrijden coachen, vooraleer te worden opgevolgd door Bob Peeters. Bob gooide, na 21 matchen, zelf de handdoek en verkoos een avontuur bij Charlton. Volgende die het probeerde: Ronny Van Geneugden. Doorgestuurd na 21 wedstrijden. Opgevolgd door Guido Brepoels, die het 15 matchen uitzong. Toen kwam Stijn Vreven, die het uiteindelijk 48 matchen zou volhouden. In het nieuwe systeem speelt Waasland-Beveren in één jaar 36 wedstrijden. Op Vreven na haalde geen enkele coach die 36. Stof tot nadenken. Hielpen die trainerswissels? Geeraerd en Brepoels vallen een beetje buiten de norm. Geeraerd promoveerde met materiaal dat niet echt geschikt was voor eerste klasse en haalde 11 op 48 (22,9 procent). Brepoels' enige missie was het behoud, en dat lukte, met een kern die evenmin overliep van talent. PO 2 was een ramp (één punt) en hij bleef steken op 7 op 45 (15,5 procent). Maar de rest haalde zeer gelijkaardige resultaten. Vangeneugden: 20 op 63 (31,74 procent). De Boeck: 32 op 96 (33,3 procent). Peeters: 26 op 63 (41,2 procent). Vreven plaatste zich in dit rijtje, met een 47 op 144 (32,6 procent). De Limburger heeft dus slechter noch beter gepresteerd dan zijn voorgangers, hij hoeft zich weinig te verwijten. Het voetbal dat hij bracht, was evenmin beter noch slechter. Wel moest hij het met andere spelers doen: voornamelijk jongeren, zeker dit seizoen, na de verkoop van Langil, Moulin en Coulibaly. Waarom dan toch het ontslag? Om juist dezelfde redenen waarom hij werd aangesteld: Vreven zit in het rijtje Preud'homme, Dury, Maes... Vermoeiende trainers voor zij die het liever wat op het gemak doen. Vreven moest in Beveren werken met een veel te grote kern zonder individuele uitschieters. Veel van zijn spelers zijn jong en (nog) niet klaar voor eerste klasse. Zijn aanstelling kwam er omdat hij wilde werken aan tekortkomingen. Dus werd er voortdurend gewezen op fouten, werd constante aandacht geëist, gevijld aan slechte punten. Wie wint, heeft punten (en premies) als beloning, wie verliest, oogst kritiek voor zijn gezaag en is te weinig positief. Idem voor de werkomstandigheden. De oefenvelden worden door de gemeente onderhouden, je bent dus afhankelijk van hun goodwill. Veel gezaag werkt ook daar contraproductief, in een ploeg die financieel afhangt van een goeie band met de overheid. Koppel dat aan weinig rotatie, zodat zeer veel jongens geen perspectief zien en gaan morren. En tactische koppigheid helpt ook al niet als je de punten niet pakt. Maken de spitsen de kansen niet af, dan krijg je het etiket: 'te defensief'. Het waren allemaal druppels, die uiteindelijk het vat deden overlopen. Het gelijkspel tegen Excel Mouscron was de laatste druppel. In de bezoekende dug-out zat Glen De Boeck, wiens hoofd ook al eens rolde op de Freethiel. Trainer, een onmogelijke job. DOOR PETER T'KINT