Dat de overgang van Jelle Vossen naar Club Brugge zowat eenstemmig werd onthaald als een toptransfer is begrijpelijk. De conclusie dat speler en club perfect bij elkaar passen, is logisch. Daar zijn veel argumenten voor, meer dan bij veel andere transfers.
...

Dat de overgang van Jelle Vossen naar Club Brugge zowat eenstemmig werd onthaald als een toptransfer is begrijpelijk. De conclusie dat speler en club perfect bij elkaar passen, is logisch. Daar zijn veel argumenten voor, meer dan bij veel andere transfers. - Jelle Vossen bewees al dat hij een uitstekende spits is voor de Jupiler Pro League, één met onmiskenbare afwerkerskwaliteiten. Sinds zijn debuut in het seizoen 2006/07 maakte hij in de competitie, de play-offs en de beker samen 93 doelpunten in 225 wedstrijden. In 30 Europese wedstrijden scoorde hij 17 keer, waarvan tweemaal in de Champions League; en ook voor de Rode Duivels trof hij al twee keer raak. Er is in de Belgische competitie geen betere afwerker. - Jelle Vossen weet hoe je in dit land kampioen wordt, en sinds lang al is dat de grote ambitie van zijn nieuwe club - hij werd het zelf in 2011 met Genk. Van de rest van de Brugse A-kern weten alleen Timmy Simons en Sinan Bolat hoe je dat doet. Simons was erbij toen Club in 2005 voor het laatst de titel pakte, Bolat werd in 2009 kampioen met Standard. - Jelle Vossen is een leider, bij Genk was hij aanvoerder. Hij is een harde werker op training en in de wedstrijd, iemand die in moeilijke momenten niet opgeeft en het belang van teamspirit kent om een ploeg boven zichzelf te kunnen laten uitstijgen. 'No sweat no glory', de slogan van Club Brugge, is hem op het lijf geschreven. - Jelle Vossen houdt van Club Brugge - en wat je met liefde doet, doe je beter. Zijn vader, ex-profvoetballer Rudi Vossen, is altijd Clubsupporter geweest. Als kind was Jelle dat ook. Mario Stanic en Robert Spehar inspireerden hem en toen Genk hem rond zijn twaalfde bij SK Tongeren kwam halen, weigerde hij aanvankelijk het shirt van een andere eersteklasser dan Club Brugge aan te trekken. - Jelle Vossen is 26, hij kan nog beter worden dan hij tot nu toe is geweest. Máár: Jelle Vossen is geen speler die voorin alleen zijn plan trekt en individueel het verschil kan maken. Hij is geen spits met een actie, noch is hij een snelle spits die je in de rug van de verdediging of de hoeken in moet laten duiken. Evenmin is hij een grote, krachtige targetspits die je als aanspeelpunt tegen centrale verdedigers kunt laten opboksen. Een spits die voorin op die ene kans blijft loeren, is hij ook al niet. Hij moet in het spel betrokken kunnen worden om zich goed te voelen en echt in de wedstrijd te zitten. Vossen kan een team veel bijbrengen, met zijn werkkracht en zijn scorend vermogen, maar hij is voor zijn rendement ook erg afhankelijk van het team. Hij heeft een moeilijk profiel, zei zijn vader enkele jaren geleden in Sport/Voetbalmagazine, en hijzelf bevestigde dat. Vossen is geen diepe spits, dat verklaarde Jelle zelf al vele malen. In de rug van een diepe spits haalt hij zijn hoogste rendement. Op die manier kan hij zich tussen de linies bewegen en vanuit de tweede lijn in en rond de zestien in de ruimtes opduiken. Behalve zijn conditie en zijn schot is ook zijn feeling om op het juiste moment op de juiste plaats te zijn een van zijn kwaliteiten. Dat moeilijke profiel is ook de reden dat er lang aan Jelle Vossen getwijfeld werd. Van Hugo Broos en zelfs van Ronny Van Geneugden, die ook bij de jeugd met hem werkte, kreeg hij minder kansen dan hij dacht te verdienen. Hein Vanhaezebrouck zou hem intern zelfs een spits voor tweede klasse genoemd hebben en na een uitleenbeurt van een jaar aan Cercle Brugge probeerde Genk hem zelfs van de hand te doen. Maar hij bleef en onder de leiding van Frank Vercauteren brak hij helemaal door. Met Vossen voorin in steun van Marvin Ogunjimi werd Genk dat seizoen zelfs landskampioen. Maar daarna kwam Mario Been en raakte Vossen weer even op de bank. De Nederlandse coach vond hem aanvankelijk te weinig balvast en tekortschieten in de combinatie en koppelde Elyaniv Barda aan Christian Benteke. Maar Vossen bleef knokken en zijn werkkracht en scorend vermogen hielpen hem weer in de basis. Ook met Benji De Ceulaer zou hij een goed aanvalsduo vormen. Het was, verklaarde hij in die tijd, zijn bedoeling om op een dag in het buitenland zijn grenzen verder af te tasten. Zijn Europese ervaringen bij Genk en in de nationale ploeg sterkten hem in zijn overtuiging dat hij op zijn manier ook in het internationale voetbal belangrijk kan zijn. Dat de juiste buitenlandse club niet kwam, lag ook weer mee aan zijn moeilijk profiel. Het moest een ploeg zijn die 4-3-3 speelt, waarin hij vóór twee verdedigende middenvelders en achter een targetspits en twee hoge flankspelers zou kunnen opereren. Of het moest er één zijn die 4-4-2 speelt, waarin hij in de rug van een diepe spits zou kunnen opereren. Het moest ook een ploeg zijn die voldoende dominant voetbalt, zodat hij vaak genoeg in de zestien meter zou kunnen komen. Bij Genk trok hij in nood wel af en toe zijn plan diep in de spits, op voorwaarde dat hij niet op een eiland kwam te staan. Maar wie naar het buitenland trekt om zich er aan een hoger niveau te wagen, moet er op zijn beste positie kunnen staan om kans op slagen te maken. Dat het lang duurde alvorens hij de stap zette, lag ook aan zijn nuchterheid en het besef dat hij bij Racing Genk niet slecht zat. En: aan de te hoge transferprijs die voor hem gevraagd werd. Op het einde dreigde hij in de Cristal Arena verzuurd te raken en werd het hoog tijd om te vertrekken. Hij voelde zich niet meer zo goed in de kleedkamer en in het team. Daar leden zijn prestaties onder en zo kon hij naar zijn gevoel zijn kansen op een WK-selectie onvoldoende verdedigen. Maar Jelle Vossen kan je ook niet in eender welke competitie neerzetten. Velen getuigden dat zijn lichaam niet zo geschikt is voor het fysieke geweld in het Engelse voetbal. Dat deed hijzelf trouwens ook. Zijn persoonlijke top drie van buitenlandse competities waarin hij zichzelf zag functioneren, was: 1. Duitsland, 2. Italië, 3. Nederland. Meer dan eens sprak hij zijn voorkeur voor de Bundesliga uit. Toch ging hij vorig seizoen op de laatste dag van de zomertransferperiode naar Engeland: Genk verhuurde hem voor een jaar aan Middlesbrough FC in de Football League Championship. Een voorafgaand gesprek met hoofdtrainer Aitor Karanka, ex-speler van Real Madrid,overtuigde hem om er te tekenen. Daaruit bleek dat de Spanjaard een voorstander was van 'de voetballende oplossing' en dat hij op zoek was naar iemand die hard werkt voor de ploeg in steun van een diepe spits. Vossen kwam niettemin in een keiharde competitie terecht en moest wennen aan het tempo en de duels. Hij stond niet altijd in de ploeg, scoorde pas voor het eerst op 6 december en deed dat toen (tegen Milwall FC) meteen drie keer. Uiteindelijk zou hij in veertig officiële wedstrijden negen goals maken. De aankoopoptie werd niet gelicht en op 7 juli tekende hij voor drie jaar bij Burnley FC, dat net uit de Premier League was gezakt. Maar al snel werd duidelijk dat het daar een nog moeilijker verhaal zou worden. Met een zware interne concurrentiestrijd en het kick-and-rushvoetbal dat er gespeeld bleek te worden, viel het te betwijfelen of er het pas gehuwde koppel in Lancashire wel een fijne tijd te wachten stond. Als Club Brugge dan bereid is om je daar met een mooi aanbod te komen weghalen, kan dat best een opluchting zijn. Maar de grote vraag is: hoe kan hij daar in het team op zijn beste positie en in de beste omstandigheden ingepast worden? Want feit is en blijft dat Jelle Vossen het best rendeert in een tweespitsensysteem met een bliksemafleider voor zich: een balvast aanspeelpunt met duelkracht, ook in de lucht; iemand die hem, de schaduwspits, de vrijheid geeft om op plaatsen op te duiken waar hij het moeilijkst af te stoppen is en waar hij zijn torinstinct kan benutten. Dat is heel belangrijk voor hem, voorin een duo te kunnen vormen met iemand met wie het klikt. Uiteindelijk was dat op het einde een van de problemen bij Genk en een van de redenen dat hij er gefrustreerd raakte. Het is daarom merkwaardig links en rechts te horen dat Vossen bij Brugge de vervanger is van de naar het Turkse Bursaspor vertrokken Tom De Sutter, terwijl De Sutter destijds geregeld werd genoemd als de diepe spits die Genk moest aantrekken als ideaal complement voor Vossen. Ook de grote en sterke Obbi Oulare is intussen weg - naar de Premier League (Watford FC). Of Leandro Pereira, de nieuwe Braziliaanse spits, de 'nieuwe De Sutter' en het ideale compliment van Vossen wordt, moet worden afgewacht. Vossen is wel iemand die als hij in steun van een goeie diepe spits kan spelen zich aan hem kan aanpassen. Zo rendeerde hij ook al achter explosieve aanvallers als Marvin Ogunjimi en Steeven Joseph-Monrose, die met hun snelheid openingen voor hem konden creëren. Dus bij Club zou het ook met Abdoulaye Diaby kunnen klikken. Maar gesteld dat zich bij Club voorin het ideale vaste duo vormt, zoals Jelle Vossen het graag wil, dan stelt er zich een ander probleem: de samenstelling van het middenveld. Want in 4-3-3 of 4-2-3-1 staat Vossen als hangende spits op de positie van offensieve middenvelder. Dat is de positie waarop Víctor Vázquez, vorig seizoen verkozen tot beste voetballer van de Belgische competitie, het best rendeert. En in 4-4-2, een systeem met maar twee centrale middenvelders, is er in het centrum geen plaats voor Vázquez. Dat is het systeem waarmee Genk onder Frank Vercauteren kampioen werd en waarin Kevin De Bruyne op de flank stond en Vossen bij balverlies steun verleende aan de twee centrale middenvelders. Vázquez is geen speler met een groot volume en veel defensieve capaciteiten, hij functioneert het best in een driehoek op het middenveld met twee man achter zich. Een tweespitsensysteem met een driehoek centraal op het middenveld? Dan kom je bij 3-5-2/5-3-2 uit, een spelsysteem met enkel bezette flanken. Gesteld dat Michel Preud'homme daarvoor zou kiezen, dan is de volgende vraag: waar zet je dan Hans Vanaken, een andere dure zomertransfer van Club Brugge? In elk geval niet op zijn beste plaats, want daar staat dan de Profvoetballer van het Jaar. Op de flank is in dat concept geen optie, want die zijn enkel bezet en dat vergt specifieke kwaliteiten die niet een sterkte zijn van Vanaken. In de rug van Vázquez? Daar zijn Ruud Vormer en Timmy Simons de beste opties. Dus: Vossen, Vázquez en Vanaken op hun beste positie in hetzelfde elftal krijgen lijkt onmogelijk. Want de beste positie van Vossen is ook die van Vázquez én die van Vanaken, zij het op een andere manier ingevuld. Benieuwd hoe de coach dat gaat oplossen en of het team er beter van zal worden. Als hij tactisch in het spel ingepast kan worden op een manier waarop hij optimaal rendeert, is Club Brugge voor Jelle Vossen een mooie opportuniteit. Ook omdat hij nog altijd maar 26 is en zijn topjaren in principe nog moeten komen. Een nieuwe succesrijke periode in eigen land kan voor zijn loopbaan nieuwe perspectieven openen. Marc Wilmots beschouwt de Belgische competitie dan wel niet als de beste biotoop voor Rode Duivels, maar hij verklaarde ook al dat hij voor internationals en kandidaat-internationals een Europees spelende Belgische topclub verkiest boven de Engelse tweede klasse. Bij Club zal Vossen dit seizoen al zeker aan de poulefase van de Europa League kunnen deelnemen. En, niet te vergeten: de bondscoach en zijn assistent noemden hem ooit de beste afwerker in de Belgische selectie. Hoe dan ook lonkt voor een topspeler in de Jupiler Pro League altijd het buitenland. Misschien kan Vossen binnen een jaar of twee weer een poging wagen om over de grens zijn financiële en/of sportieve grenzen af te tasten en bieden er zich dan interessantere opties aan. Mocht dat niet gebeuren, al dan niet vanwege zijn moeilijke profiel of omdat de zin in een buitenlands avontuur hem vergaan is, dan geldt voor Club Brugge ongetwijfeld wat hij bij Racing Genk geregeld zei: 'Als ik de rest van mijn carrière hier speel, zal ik ook tevreden zijn.' Aan Michel Preud'homme en zijn staf om de moeilijke puzzel te maken. DOOR CHRISTIAN VANDENABEELE - FOTO PHOTONEWSDe beste positie van Vossen is ook die van Vázquez én die van Vanaken, zij het op een andere manier ingevuld.