Dinsdag 29 september 2015, Porto. Luciano D'Onofrio stapt binnen in het Sheratonhotel, een mastodont van glas en beton op een boogscheut van de Avenida Boavista. Onder zijn arm draagt hij een blauw dossier. De voormalige sterke man van Standard gaat naar het restaurant en zet zich aan een grote tafel met verder ook nog Nelio Lucas, de chef van het investeringsfonds Doyen Sports, Alexandre Pinto da Costa, de zoon van de eigenaar van FC Porto, en... Marc Wilmots, bondscoach van de Rode Duivels. Lopen ook rond in de gangen van het vijfsterrenhotel: José Mourinho (destijds coach van Chelsea), Vincent Labrune (voorzitter van Olympique Marseille), Flavio Briatore (ex-eigenaar van QPR) en Diego Costa (spits van Chelsea). Het kruim van het Europese voetbal is aanwezig. Enkele uren voor Porto-Chelsea, de topper in groep G van de Champions League, wordt hier in de luxueuze salons over de toekomstige samenstelling van heel wat Europese topclubs onderhandeld.
...

Dinsdag 29 september 2015, Porto. Luciano D'Onofrio stapt binnen in het Sheratonhotel, een mastodont van glas en beton op een boogscheut van de Avenida Boavista. Onder zijn arm draagt hij een blauw dossier. De voormalige sterke man van Standard gaat naar het restaurant en zet zich aan een grote tafel met verder ook nog Nelio Lucas, de chef van het investeringsfonds Doyen Sports, Alexandre Pinto da Costa, de zoon van de eigenaar van FC Porto, en... Marc Wilmots, bondscoach van de Rode Duivels. Lopen ook rond in de gangen van het vijfsterrenhotel: José Mourinho (destijds coach van Chelsea), Vincent Labrune (voorzitter van Olympique Marseille), Flavio Briatore (ex-eigenaar van QPR) en Diego Costa (spits van Chelsea). Het kruim van het Europese voetbal is aanwezig. Enkele uren voor Porto-Chelsea, de topper in groep G van de Champions League, wordt hier in de luxueuze salons over de toekomstige samenstelling van heel wat Europese topclubs onderhandeld. Wilmots is hier voor een ontmoeting met Willy Ndangi, de vader van Giannelli Imbula. De 23-jarige Frans-Congolese middenvelder, die drie maanden eerder voor een recordbedrag van 20 miljoen euro van Marseille naar Porto trok, is geboren in... Vilvoorde. Wilmots zou graag willen dat hij voor de Belgische nationaliteit kiest. D'Onofrio is hier om deals te sluiten. Op een bepaald moment zonderen hij en Nelio Lucas zich even af. Terwijl hij via FaceTime met Axel Witsel spreekt, belt Lucas met het bestuur van AC Milan, een club waar de Rode Duivel wel naartoe wil. Maar het plan gaat niet door: de Italianen kunnen niet én de speler aantrekken én hem een vorstelijk salaris bieden zoals bij Zenit (4 miljoen netto per jaar). De scène wordt beschreven in Libération en bevestigt dat D'Onofrio de makelaar is van Witsel. Vier maanden later volgt een coup de théâtre: Imbula verlaat Porto en tekent voor 24 miljoen euro bij Stoke City. De laatste jaarrekeningen van FC Porto tonen aan dat een postbusbedrijf, Kick International Agency BV, betaald werd als bemiddelaar in die transfer van 1 februari 2016. Heeft Kick drie procent van het transferbedrag (720.000 euro) gekregen? Of misschien vijf procent (1,2 miljoen)? Het is een mysterie, want het bedrag van de commissie is opgenomen in een globale enveloppe van 3.048.638 euro aan 'diverse uitgaven' die met de transfer te maken hebben. Willy Ndangi, de vader van Imbula, is verrast: 'Tijdens de onderhandelingen heb ik alleen met Nelio gesproken. D'Onofrio is nooit opgedoken in het dossier. Hij was er ook niet bij op de dag dat we voor Stoke tekenden, ik kan u de foto's laten zien.' Imbula, Witsel... twee voorbeelden tussen zo vele andere die bevestigen - voor wie er nog aan mocht twijfelen - dat Luciano D'Onofrio nooit gestopt is met achter de schermen op te treden als spelersmakelaar en bemiddelaar tussen clubs. En dat terwijl hij 'verbrand' is. Zowel het oude FIFA-reglement over spelersmakelaars als het nieuwe (2015) op bemiddelaars is glashelder. Een makelaar moet een onberispelijke reputatie hebben en mag niet schuldig bevonden zijn aan enig delict. Welnu, in oktober 2007 is D'Onofrio veroordeeld voor 'heling van vennootschapsgoederen' door het Hof van Beroep in Aix-en-Provence. De reden: zijn centrale rol in een systeem van duistere stortingen gelinkt aan getrukeerde transfers van Olympique Marseille tussen 1997 en 1999. Hij kreeg twee jaar cel waarvan zes maanden effectief, een boete van 200.000 euro en een verbod op alle voetbalactiviteiten in Frankrijk. Die veroordeling werd bekrachtigd op 22 oktober 2008 door het Franse Hof van Cassatie. Vanaf die dag werd Luciano D'Onofrio dus van de grote wereldkaart der makelaars verwijderd. Wekenlang heeft Sport/Voetbalmagazine een onderzoek gevoerd naar zijn geheime en winstgevende activiteiten in de voetbalbusiness sinds zijn veroordeling. We hebben de kwartaalrekeningen van FC Porto en van Benfica uitgeplozen. FC Porto is beursgenoteerd en dus gehouden aan een zekere transparantie. We hebben ook een analyse gemaakt van vertrouwelijke contracten en documenten die voortkomen uit een lek van 500 gigabyte aan gegevens. Die werden openbaar gemaakt op de Portugese website FootLeaks tussen oktober 2015 en april 2016. Die informatie hebben we getoetst bij een vijftiental bronnen. Resultaat: we hebben kunnen vaststellen dat Luciano D'Onofrio betrokken was in een dozijn transfers en TPO's (Third Party Ownership, een constructie die verboden is door de FIFA sinds 1 april 2015). We hebben ook een schatting kunnen maken van hoeveel hij daarbij opgestreken heeft: meer dan tien miljoen euro. Dat komt neer op ongeveer 1,5 miljoen euro per jaar. Ofwel het bedrag van de minnelijke schikking die hij moest betalen in juni 2015 om aan een proces te ontsnappen voor de correctionele rechtbank voor het witwassen van geld in de zaak 'Standard'. Het gerecht zou dus maar beslag gelegd hebben op één jaar inkomsten van de afgelopen zeven jaar. Luciano D'Onofrio zou zo in die periode zes keer meer verdiend hebben dan het bedrag van de minnelijke schikking om 'de bladzijde om te draaien'... Het gaat hier wel om een zeer voorzichtige schatting, want ze is vooral gebaseerd op de informatie van een club die zeer transparant is over haar rekeningen en bovendien ook nog eens het slachtoffer werd van een lek: FC Porto. Nu, het relatienetwerk van Luciano D'Onofrio strekt zich uit van Italië tot Engeland over Spanje en Frankrijk. Onze schatting van zijn winsten is dus maar het topje van de ijsberg. Om gedurende al die jaren zijn identiteit te maskeren deed D'Onofrio een beroep op zaakgelastigden, stromannen en drie dekmantelbedrijven (zie kader). Het eerste dekmantelbedrijfje komt tussen acht maanden na D'Onofrio's definitieve veroordeling. Op 7 juli 2009 wordt de Argentijnse midvoor Lisandro López door Porto aan Olympique Lyon verkocht voor 24 miljoen euro. Voor de Franse club is het de duurste transfer uit haar geschiedenis. Het bedrag is opgenomen in de boekhouding van FC Porto, die preciseert dat Robi Plus Ltd voor bemiddeling gezorgd heeft. Dat postbusbedrijf gevestigd in Londen werd op dat moment gerund door Maurizio Delmenico, het 'brein' van D'Onofrio's offshoreconstructies. Robi Plus krijgt een commissie op de transfer van López, die volgens de rekeningen van FC Porto geschat mag worden op 1,2 miljoen euro. Op het ogenblik van die transfer is Luciano D'Onofrio voorzitter van Standard. Maar de FIFA verbiedt het om een bestuursfunctie te cumuleren met die van makelaar. Bovendien is die transfer naar Lyon een activiteit gelinkt aan het Franse voetbal, waar D'Onofrio van uitgesloten is. Eind 2012 duikt Robi Plus op in Lissabon. Dit keer koopt het postbusbedrijf bij Benfica twee 19-jarige voetballers van Guinee-Bissau uit de B-kern. Hun prijs? 250.000 euro per speler. Volgens de jaarrekeningen 2012/13 van Benfica werden de economische rechten van verdedigende middenvelder Luciano Teixeira en midvoor João Mário door Benfica verkocht voor een totaal van een half miljoen euro aan Robi Plus. João Mário speelt momenteel bij de Portugese tweedeklasser GD Chaves en zijn marktwaarde bedroeg van de zomer 350.000 euro volgens Transfermarkt. Luciano Teixeira, jonge international van Guinee-Bissau, tekende voor FC Metz, waar Luciano's broer Dominique destijds sportief directeur was, zes maanden nadat Robi Plus de rechten op hem verworven had. Robi Plus komt voor de eerste keer echt in de spotlights op het einde van 2011. Op 27 december verklaart FC Porto aan de waakhond van de Portugese beurs (de CMVM, Comissão do Mercado de Valores Mobiliários) dat het 33,3 procent van de economische rechten van Steven Defour en Eliaquim Mangala verkocht heeft aan het Maltese investeringsfonds Doyen Sports. Op het einde van het bericht voegt de club ook toe dat ze 10 procent van de spelersrechten afgestaan heeft aan Robi Plus. Dat was in feite de commissie van Luciano D'Onofrio, die de komst van de twee Standardspelers naar Porto geregeld had in augustus 2011. Sinds 31 december legt Le Soir de link tussen Robi Plus en D'Onofrio. Toch duurt het tot de uitzending van Cash Investigation van 11 september 2013 dat er openlijk gesproken wordt van Robi Plus en zijn eigenaar D'Onofrio. Het programma komt in detail terug op de transfer van Mangala en het principe van TPO. Op de vraag van de journalist: 'Deed Luciano D'Onofrio de transfer van Mangala samen met u?', antwoordt Maurizio Delmenico: 'Ja, ja.' Daarna volgt de vraag: 'Dus zijn meneer D'Onofrio en u de eigenaars van Robi Plus?' Delmenico bevestigt: 'Ja, we doen samen zaken.' Een blunder van formaat. Maar vanaf dan is het officieel: Robi Plus, dat is Luciano D'Onofrio. De uitzending wordt goed bekeken, met ongeveer 1,5 miljoen kijkers. De reactie volgt onmiddellijk: Robi Plus staat de tien procent op Mangala af aan een duister, Oostenrijks bedrijf genaamd Danubio. FC Porto wordt op de hoogte gebracht van de operatie op 23 september 2013, twaalf dagen na de uitzending. Dat staat zwart op wit in het transfercontract van Mangala, dat getekend werd op 9 augustus 2014 tussen Manchester City en Porto. Er is geen spoor van Robi Plus. Danubio verdient 3,9 miljoen euro op de transfer van Mangala en iets minder dan 600.000 euro - betaald door Porto - na de komst van Defour naar Anderlecht. Delmenico neemt zijn maatregelen. Op 30 juli 2013, een goeie maand vóór de uitzending maar al ná Delmenico's verklaringen aan de journalist van Cash Investigation, tekent Sinan Bolat voor vijf jaar bij Porto na een bleek seizoen bij Standard, waar zijn contract in juni afloopt. Een vrije transfer dus, die Porto niets kost. Een gouden zaak voor de Portugezen, want ondanks zijn gebrek aan matchritme heeft de doelman volgens Transfermarkt een waarde van 2,2 miljoen euro. Om Luciano D'Onofrio te bedanken, die alles achter de schermen geregeld heeft, biedt Porto hem twintig procent van de economische rechten op Bolat aan. Kismet Eris, destijds de officiële makelaar van Bolat, laat zich zo door D'Onofrio dribbelen: hoewel hij aanwezig was bij de onderhandelingen met Porto, vangt hij geen geld. Op 2 september 2013 verlaat de Belgische belofte Joris Kayembe de U19 van Standard om te tekenen bij FC Porto. Op Sclessin wil men niet dat hij vertrekt: Jean-François de Sart, dan sportief directeur van de Rouches, stelt hem per e-mail een contract voor. Er komst niks van. 'Joris is uit zichzelf vertrokken, maar de details vraag je beter aan D'Onofrio, hij heeft alles gearrangeerd!', zegt De Sart bitter. Bij Porto houdt Kayembe in het seizoen 2013/14 de bank warm. Hij doet maar één keer mee met de A-ploeg, 45 minuten, op 4 mei 2014 tegen Olhanense. Die dag stelt Porto een speler op op wie het geen economische rechten bezit, die zijn voor 100 procent in handen van Danubio. Dat zet de deur open voor mogelijke belangenconflicten en wedstrijdvervalsing. Het is om die redenen dat de FIFA dat soort TPO (third party ownership) enkele maanden later zal verbieden. Volgens de jaarrekeningen van FC Porto heeft de club van Danubio 85 procent van de economische rechten op Kayembe overgekocht op het einde van het seizoen: 'juni 2014'. Het bedrag van die transactie: 2.615.000 euro! 'Dat slaat nergens op', zegt De Sart. 'Voor een onbekende speler die uit een opleidingscentrum komt, is dat een veel te hoog bedrag.' Is de transactie misschien een compensatie van Porto aan D'Onofrio als beloning voor andere diensten, die met deze speler niks te maken hebben? Niet eens zo'n bizarre vraag. Emmanuel Kayembe, de vader van Joris, is stomverbaasd: 'Ik heb Luciano D'Onofrio nooit gecontacteerd. Mijn zoon is gratis vertrokken bij Standard en heeft niks verdiend door naar FC Porto te gaan, ook zijn familie niet. En dan gaat zo'n duister bedrijfje met zo veel geld lopen...' Eind 2014 zal Standard trouwens bij de FIFA klacht indienen tegen FC Porto om de opleidingsvergoeding te eisen die de Portugezen weigeren te betalen. Die som moet de club vergoeden waar de speler is opgeleid, als die voor zijn 21e wordt getransfereerd. In september 2016 krijgt Standard gelijk en recupereert het 190.000 euro van Porto. Momenteel is de geschatte waarde van Joris Kayembe 1,5 miljoen euro. De economische rechten die nog in het bezit zijn van Danubio, zouden zo'n 225.000 euro waard zijn. Maar laten we terugkeren naar de transferperiode in de zomer van 2013. Tussen de overstap van Bolat (30 juli) en die van Kayembe (2 september) vindt men bij Danubio nog de tijd om ook Generoso Correia te laten tekenen (6 augustus). Die jonge Portugese belofte-international, geboren in Guinee-Bissau, komt van tweedeklasser Chaves. Hij is amper veertien jaar en acht maanden wanneer hij een 'opleidingscontract' tekent bij Porto, daartoe aangezet door Danubio. De tegenprestaties die Porto aan Danubio toekent voor die piepjonge aanwinst, zijn verbluffend. Ze staan zwart op wit in een overeenkomst die getekend wordt op 16 augustus door Danubio en FC Porto. Volg even goed mee, want het is ingewikkeld. Ten eerste: als Generoso een profcontract tekent bij Porto, krijgt Danubio 50 procent van de economische rechten op de speler. Vervolgens: als Porto hem vijf officiële matchen laat spelen, dan verplicht het zich ertoe om 30 procent van de rechten terug te kopen voor 2,5 miljoen euro. Dan blijven er dus nog 20 procent in handen van Danubio. Ten slotte: als Porto een transferbod ontvangt van ten minste 15 miljoen, is de club verplicht dat te accepteren en verdient Danubio 20 procent op de transfer, dus minstens 3 miljoen euro. Porto kan ook weigeren, maar is dan verplicht om 10 procent van de rechten van Danubio op de speler terug te kopen voor een bedrag dat 10 procent is van het voorgestelde transferbedrag. In het geval van een bod van exact 15 miljoen (geweigerd door Porto) zou Danubio dus 1,5 miljoen krijgen en nog 10 procent van de rechten overhouden. Een intern document van FC Porto met daarin alle spelers die op 31 december 2014 onder TPO vallen, geeft aan dat de club 50 procent van de economische rechten op Generoso aan Danubio heeft afgestaan. Er zou dus een profcontract getekend zijn. De overeenkomst tussen Danubio en FC Porto leert ons dat Paul Stefani, de makelaar van Steven Defour en vriend van Luciano D'Onofrio, optreedt in naam van Danubio. Daar staat dat Stefani 'een bemiddelende rol heeft gespeeld voor de club door een contractvoorstel over te maken aan de speler' en dat hij 'de speler heeft overtuigd om de voorwaarden van de club te accepteren in plaats van de andere pistes te volgen die voor hem openlagen'. Maar het is niet de handtekening van Stefani die eronder staat, wel die van Susanna Gemeiner, gedelegeerd bestuurder van Danubio in Wenen. Wanneer we het document voorleggen aan Paul Stefani in een restaurant in Maasmechelen, valt die uit de lucht: 'Generoso? Ik weet niet wie dat is. Danubio? Daar heb ik nog nooit van gehoord. Kan je me het contract laten zien? (we tonen het hem, nvdr) Staat daar dat ik een commissie gekregen heb?' Stefani vraagt ons of hij een kopie van het contract mag meenemen. Als hij de waarheid spreekt - en zijn verbazing leek oprecht - dan zou Danubio dus makelaars ten onrechte vermelden als 'bemiddelaars'. Nog twee overeenkomsten tussen FC Porto en Danubio lijken die hypothese te bevestigen. Op 16 mei 2014 worden de broers Djim getransfereerd van Standard naar Porto. Tony (17) en zijn oudere broer Célestin (19) tekenen een profcontract van twee jaar. Drie dagen later worden twee makelaarsovereenkomsten afgesloten tussen Danubio en Porto. Dit keer is het Maurizio Delmenico, erkend makelaar en rechterhand van Luciano D'Onofrio, die Danubio vertegenwoordigt. Maar opnieuw is het Susanna Gemeiner die tekent. De twee contracten zijn identiek en bevatten drie punten. Primo: voor het transfereren van de twee broers naar FC Porto ontvangt Danubio 50 procent van hun economische rechten. Secundo: als een speler vijf officiële matchen speelt in de A-ploeg, dan verbindt de club zich ertoe om 20 procent van die rechten terug te kopen van Danubio voor 1,5 miljoen euro. Tertio: als Porto het contract van een speler verlengt (na die twee jaar), dan is de club verplicht om 10 procent van de economische rechten van Danubio terug te kopen voor 1 miljoen euro. Begin 2015, na de winterse transferperiode, worden de familiebanden uitgerokken. Tony wordt bij de A-kern van Porto gehaald (maar speelt niet), terwijl Célestin wordt uitgeleend aan de Portugese tweedeklasser Freamunde en nadien voor het seizoen 2015/16 aan FC Metz (dat naar de Ligue 2 is gezakt). In april 2016 lopen de contracten van de broers Djim bijna af. Dat van Célestin wordt niet vernieuwd. Hij zal uiteindelijk op 3 november bij Roda JC in de Nederlandse Eredivisie tekenen voor twee jaar. Het contract van Tony wordt door Porto wél verlengd, tot in 2020. Jackpot voor Danubio! Eén miljoen euro. Volgens de overeenkomst heeft Danubio een eerste schijf van 500.000 euro moeten ontvangen halverwege juni en een tweede halverwege oktober. En dat is ongetwijfeld maar een begin: Porto heeft de vrijkoopclausule voor Tony Djim bepaald op... 30 miljoen euro. Danubio kan nu hopen dat hij vijf matchen speelt, zodat de tweede jackpot van 1,5 miljoen binnen is. Wanneer we die overeenkomst voorleggen aan Luciano Djim, de vader van Tony, is die in shock. 'Danubio? Nooit van gehoord. Maurizio Delmenico? Ik ken die meneer niet.' Het staat nochtans zwart op wit, ondertekend door FC Porto: Maurizio Delmenico heeft persoonlijk een contractvoorstel gedaan aan Tony en Célestin voor rekening van de club en hij heeft hen overtuigd om bij Porto te tekenen. 'Daar klopt niks van!', roept Luciano Djim uit. 'Ik heb de transfers van mijn zoon zelf onderhandeld, rechtstreeks met Porto.' Het is nochtans in ruil voor die 'diensten' van Delmenico dat Danubio een miljoen euro opgestreken zou hebben. 'Ik ga contact opnemen met de juridische dienst van FC Porto om uitleg te krijgen. Ik heb niet de gewoonte van over mij heen te laten lopen. Als het bevestigd wordt dat mensen of bedrijven geld verdiend hebben op de kap van mijn kinderen, dan dien ik een klacht in! En dan neem ik niet de eerste de beste advocaat...', waarschuwt Luciano Djim. Zijn naam is nergens te vinden, maar toch is hij overal. Luciano D'Onofrio is ook de man achter de transfer van Daniel Opare. Eind contract bij Standard tekent de Ghanese verdediger voor vier jaar bij FC Porto, in mei 2014, samen met de broers Djim. Danubio krijgt 25 procent van de economische rechten van Opare als commissie. Die rechten waren toen 750.000 euro waard, vandaag is dat nog de helft. Net zoals met de transfer van Bolat heeft D'Onofrio de officiële makelaar van de speler, met name Capstone Sports (een agentschap uit Londen) een hak gezet. Die was eigenaar van de portretrechten van Opare. 'Blijkbaar heeft Porto hem rechtstreeks benaderd om een deal af te sluiten', doet Samuel Okoronkwo, aandeelhouder van Capstone, zijn beklag in de Portugese pers. 'Dat soort praktijken kunnen we niet aanvaarden. We hebben de FIFA gecontacteerd om samen met Daniel en FC Porto rond de tafel te gaan zitten om een compensatie te vragen.' Er werd een klacht neergelegd. Toen Sport/Voetbalmagazine zich bij de advocaat van Capstone wilde informeren over het resultaat hiervan, wilde die niet reageren. Luciano D'Onofrio en Maurizio Delmenico wensten niet te reageren op onze vragen. DOOR DAVID LELOUP EN THOMAS BRICMONT - FOTO'S BELGAIMAGEOm gedurende al die jaren zijn identiteit te maskeren, deed D'Onofrio een beroep op zaakgelastigden, stromannen en drie dekmantelbedrijven. De tegenprestaties die FC Porto aan Danubio toekent voor de 14-jarige Generoso Correia, zijn verbluffend. 'Als het bevestigd wordt dat mensen of bedrijven geld verdiend hebben op de kap van mijn kinderen, dan dien ik een klacht in!' LUCIANO DJIM