Duidelijke cijfers, al is de Belgische tendens niet uniek. Volgens het CIES is het aantal buitenlanders in de kernen van de clubs uit de topvijfcompetities van Europa gestegen van 42,8 % in 2010/11 naar 46,7 % in 2015/16. Alleen gaat de curve in België iets steiler omhoog. De oorzaken zijn velerlei:
...

Duidelijke cijfers, al is de Belgische tendens niet uniek. Volgens het CIES is het aantal buitenlanders in de kernen van de clubs uit de topvijfcompetities van Europa gestegen van 42,8 % in 2010/11 naar 46,7 % in 2015/16. Alleen gaat de curve in België iets steiler omhoog. De oorzaken zijn velerlei: De over de landsgrenzen veel geprezen Belgische jeugdopleiding leidt niet tot een vlotte doorstroming bij onze eersteklassers. Het CIES Football Observatory telt ook elk jaar, van de seizoensstart tot 1 oktober, onder meer het aantal homegrown spelers (tussen 15 en 21 jaar minimaal drie jaar opgeleid binnen dezelfde competitie). In België bedroeg dat in 2015 slechts 11,8 %, als 25e op 31 onderzochte competities. Véél lager dan in traditionele opleidingslanden als Frankrijk (19,4 %), Nederland (22,8 %) en Spanje (23,7 %). Alleen in Turkije (8,3 %), Italië (8,6 %), Griekenland (10,7 %), Portugal (11,1 %), Cyprus (11,5 %) en Engeland (11,7 %) stoten minder jongeren door tot in de A-kern - dezelfde verhoudingen dus als bij het aantal buitenlanders. Vaak gehoorde oorzaak voor die slechte doorstroming: buitenlandse topclubs plukken onze grootste talenten vroeg weg. De reden waarom binnen de Pro League nu gesproken wordt om de leeftijdsgrens voor een profcontract van zestien naar vijftien jaar te laten zakken, al is de vraag of de Belgische wetgever die uitzonderingsmaatregel zal willen versoepelen. Feit is dat het aantal buitenlandse scouts langs de Belgische jeugdvelden de laatste twee, drie jaar fel gestegen is - niet alleen bij matchen van de U19 en U17, ook al vanaf de U15 en U14. Dat moet tot een talentdrain leiden, zou je denken, de transfers van Francesco Antonucci en Alper Ademoglu (Anderlecht - Ajax, Schalke 04), Xian Emmers en Indy Boonen (KRC Genk - Inter, Man United) en Thibaud Verlinden (Standard - Stoke City) nog vers in het geheugen. Een blik op de laatste nationale jeugdselecties, van de U15 tot en met de beloften, geeft echter een genuanceerder beeld. Het aantal Belgische jongeren actief over de grens is opvallend klein: hóógstens een vierde van elke selectie (waarvan veel bij PSV), bij de U18 zelfs geen. Zelfs al zijn dat de beste spelers en vallen er sowieso talenten af, dan nog schiet er genoeg talent over om naar de A-kern van onze eersteklassers door te stoten. Maar dat gebeurt dus (te) weinig. Ook opvallend: die spelers zijn bijna allemaal aangesloten bij de G5. En daar knelt het schoentje: de subtoppers/kleine ploegen zien hun beste elementen wél in groten getale vertrekken naar Anderlecht, Club of Genk. Blijft over: de 'tweede garnituur' of jongeren die bij de G5 afvallen. Maar die zijn veelal (nog) niet goed genoeg om mee te draaien in de basiself. En zijn ze dat wel, dan kiezen veel coaches onder prestatiedruk toch voor ervaring. Om diezelfde reden blijft ook de doorstroming bij de topclubs vrij beperkt. Alleen de échte toppers - zoals Engels, Dendoncker, Praet, Tielemans bij Club en Anderlecht - steken er hun kop boven water, weliswaar met ups en downs. Willy Reynders, Eddy Cordier, Philippe Bormans: de sportief managers van Lokeren, Zulte Waregem en STVV lieten de voorbije maanden geregeld vallen dat goeie, direct inzetbare Belgen, zelfs uit tweede klasse, voor hun middelgrote budgetten bijna onbetaalbaar geworden zijn. Zowel qua loon - gemiddeld maal anderhalf - als qua transfersom - veel clubs hopen op een buitenlandse club die dat geld wil neerdokken. 'In die zin zijn wij het 'slachtoffer' van het succes van de Rode Duivels', zegt Bormans. Een voetballende Belg, die móét wel goed zijn, is de redenering. Geholpen door scoutingtools als Wyscout - waardoor je van elke speler ter wereld met één muisklik verschillende matchen op scherm kunt bekijken - zoeken clubs dan ook naar minder prijzige buitenlanders. Daarom haalde Zulte Waregem voor zijn rechtsachterpositie in januari de Deen Henrik Dalsgaard binnen en trekt het ook geregeld richting de lagere Franse afdelingen. 'Spelers kosten er een pak minder dan evenwaardige Belgen', aldus sportief manager Eddy Cordier. Daarom húúrt Essevee ook NikolaStorm (bij Club Brugge) en SteveDe Ridder (bij Kopenhagen). 'Alleen zo kunnen we Belgen van dat kaliber naar hier halen.' Volgens CIES was het verblijf van een eersteklassespeler in de Belgische competitie nooit korter dan in 2015: gemiddeld 2,13 jaar - in 2010 was dat nog 2,47. Ons land staat daarmee 22e op 31 Europese competities. Het gemiddelde aantal nieuwe spelers (van eind juli tot 1 oktober) geeft dezelfde piek weer: 11,3 per club - in 2010 was dat 'slechts' 8,6. Het bevestigt het beeld van de Jupiler Pro League als een doorsluiscompetitie, veelal van goedkope buitenlanders. De in koopjes gespecialiseerde Belgische clubs willen immers aan transfers verdienen - vaak de enige manier om break-even te draaien - en leggen nooit meer op tafel dan wat ze makkelijk kunnen terugkrijgen. Aangezien transfersommen van plus 500.000 euro alleen voor gegarandeerde basisspelers worden neergeteld en de betere, jonge Belgen meer kosten, gaat men over de grens shoppen, om die spelers daarna zo vlug mogelijk met winst te verkopen. Aangetrokken door het (te) lage minimumloon voor niet-EU'ers is dat ook de reden waarom, na het afschaffen van het third party ownership vorige zomer, makelaar Pino Zahavi Mouscron-Péruwelz overnam, en Vincent Tan, eigenaar van Cardiff City, zich inkocht bij KV Kortrijk. Niet toevallig staan beide clubs respectievelijk eerste en vierde in de ranking met de verhouding Belgen/buitenlanders in de kern. Met die nuance dat KV Oostende en Lokeren evenmin Belgisch getint zijn. Vanderhaeghe en Peeters/Leekens stelden tot 9 februari zelfs nog minder Belgen op (respectievelijk 5 en 7) dan Janevski/De Boeck en Walem (9). (zie kaders p. 86)Door de immense impact van de play-offs, voor zowel titelkandidaten als voor teams die POI willen halen, of door de panische angst om te degraderen (zeker in het licht van de competitiehervorming) begeven veel clubs zich ook na de seizoensstart meer dan ooit op de transfermarkt, in de hoop om scheve situaties recht te trekken. Geen toeval dus, de 69 inkomende transfers in de laatste wintermercato, 13 meer dan in 2015 (56), 24 meer dan in 2014 (45). En meer transfers betekent, door de al aangehaalde oorzaken: meer buitenlanders.België al maanden nummer een op de FIFA-ranking, het parcours van AA Gent in de Champions League en Anderlecht/Club Brugge in de Europa League: het krikte de reputatie van de Belgische competitie flink op. Ons land wordt ook meer en meer gezien als een goeie opstap naar een beter kampioenschap. Mede daardoor waren Monaco en Juventus vragende partij om spelers (Diallo, Thiam) aan Zulte Waregem uit te lenen. Onze clubs merken ook dat de betere buitenlanders minder afkerig staan tegenover de Belgische competitie. Wegens het imago van correcte betalers, met dank aan het strenge licentiesysteem. Niet te onderschatten in een voetballandschap waar vooral in Turkije, Griekenland en Spanje steeds meer spelers te laat of zelfs niet betaald worden. Zeker de Belgische topploegen kunnen, dankzij onder meer het verbeterde tv-contract en de gunstige fiscale regels, competitieve(re) salarissen betalen aan de betere buitenlandse spelers. Op dat vlak en qua springplankreputatie heeft ons land de achterstand op Nederland voor een groot stuk ingehaald.