Het begin

Dirk Willocx : "Er is geen juiste startdatum. Eigenlijk is het allemaal begonnen in 1880 als omnisportclub, onder de naam Antwerp Athletic Club. In het rijksarchief van de Albert I-bibliotheek stootte ik met veel geluk op een krant, de Belgian News and Continental Advertiser. Een krant voor de Engelse bevolking hier in België, uitgegeven door de ambassade. Geregeld publiceerde men er berichten over de clubwerking. Bij die vereniging waren Engelsen én Belgen aangesloten. Eigenlijk zijn alle clubs zo begonnen, Gent, de Brusselse, ook Beerschot. La Gantoise is opgericht ergens in 1860, maar pas op het einde van de jaren negentig richtten zij een voetbalafdeling op.
...

Dirk Willocx : "Er is geen juiste startdatum. Eigenlijk is het allemaal begonnen in 1880 als omnisportclub, onder de naam Antwerp Athletic Club. In het rijksarchief van de Albert I-bibliotheek stootte ik met veel geluk op een krant, de Belgian News and Continental Advertiser. Een krant voor de Engelse bevolking hier in België, uitgegeven door de ambassade. Geregeld publiceerde men er berichten over de clubwerking. Bij die vereniging waren Engelsen én Belgen aangesloten. Eigenlijk zijn alle clubs zo begonnen, Gent, de Brusselse, ook Beerschot. La Gantoise is opgericht ergens in 1860, maar pas op het einde van de jaren negentig richtten zij een voetbalafdeling op. "De Belgen kozen eerder voor atletiek, de Engelsen voor hun sporten : cricket, rugby en voetbal. Atletiek was populair, er waren in de buurt veel clubs en de meetings bleven dan ook regionaal. Voor de andere sporten moest je wél verplaatsen, naar Brugge, Brussel, Luik et cetera. Daarom had die afdeling nood aan een aparte organisatie, om de kosten en praktische zaken te regelen. In 1887 merkte je dan ook dat de kranten niet meer de naam Antwerp Athletic Club gebruikten, maar Antwerp Football Club. Dat kwam ook door de wedstrijden die men in Nederland ging spelen waar de naam Football Club al langer was ingeburgerd. Zo is de voetbalafdeling geleidelijk weggegroeid van de rest.""Antwerp heeft op een plaats of vijf gespeeld. Eerst waar nu het huidige Bouwcentrum staat. De Wilrijkse Pleinen, één groot open veld waar wekelijks de conditietrainingen voor de burgerwacht werden gegeven. Dat daar wat glasscherven lagen, of resten van buskruitomhulsels, vonden de spelers niet erg. Veel erger was dat er op een gegeven moment moest worden getraind op een veld waarop men loopgrachten had gegraven. "De tweede reden voor de verhuizing was dat er vanaf 1891, 1892 nieuwe clubs in Antwerpen ontstonden en die ook naar daar uitweken. Daarop is Antwerp FC voor het eerst verhuisd, naar een terrein in de buurt van waar nu Berchem Station ligt. Dat was er toen allemaal braakland, op een wielerbaan na. "Een van de stichters van de Antwerp Athletic Club was Emile Van Migem, een fervent wielrenner die in 1882 de Antwerp Bicycle Club oprichtte. Die stichtte in 1884 de velodroom van Zurenborg. Van Migem zag hoe Antwerp drie jaar lang op een terrein naast zijn wielerbaan speelde, tot er daar volop verkaveld werd en de club zonder terrein viel. Daarop nodigde hij hen uit om op het middenplein van de velodroom te komen voetballen. Waarop Van Migem prompt erevoorzitter werd. "In het tweede jaar kwam er dikke miserie met de bond van. De mannen van de wielerbaan wilden hun zaak zo winstgevend mogelijk maken en zetten in de winter hun middenplein onder water, in de hoop dat het zou vastvriezen en ze een ijspiste konden uitbaten. Gevolg : Antwerp FC zat weken zonder veld en voetbal en kreeg miserie inzake uitgestelde wedstrijden. Daarnaast kreeg elke wielermeeting voorrang op het voetbal én was er miserie met de trainingen. Als er wielrenners reden, mocht er niet worden getraind. Dus moesten die mannen voor hun werk trainen, om zes uur 's morgens, en zich omkleden in een barak. De reddende hand kwam dit keer van... Beerschot.""Beerschot was een onafhankelijke club, totaal geen afscheuring van Antwerp, zoals je vaak leest. Ook niet opgericht door dissidenten van Antwerp. Al-fred Grisar had op een gegeven moment terreinen van zijn vader aan het Kiel en zat met de oprichting van een omnisportclub in zijn hoofd. In september 1899 werd Beerschot Atletiek Club opgericht. Direct begonnen op het Kiel en daar altijd gebleven. "Alfred Grisar was een oud-speler van Antwerp, hij had één match voor die ploeg gespeeld. Maar hij kende al die mannen, wist van de problemen, terwijl Beerschot alles had. Terreinen, een atletiekafdeling, een fantastische tennisafdeling met voor die tijd ongekend veel courts. Alleen, ze hadden geen voetbalploeg. Dus begon Grisar in februari 1900 mensen aan te spreken om voor Beerschot te spelen. Met de belofte van fatsoenlijke trainingsuren, kledij en kleedkamers. De mannen van Antwerp speelden het seizoen nog uit, maar stapten in mei in groep over naar Beerschot. "Eigenlijk was dit niet de oorzaak van de jarenlange vete tussen Beerschot en Antwerp. De overstap was zo massaal dat er bij Antwerp niemand overbleef om rancune te hebben. De reden van de vete vinden we in 1902, in het noorden van Frankrijk, bij de Challenge International van Tourcoing, een soort voorloper van de Champions League, met topclubs uit Frankrijk, Zwitserland, Nederland en België. In 1902 speelde Beerschot de finale tegen Antwerp, dat met 4-2 won. Met heel veel incidenten, want het grote Beerschot, dat niet in het zand wilde bijten tegenover wat knapen van 18, 19 jaar, stelde gastspelers op, waarna Antwerp voorbehoud aantekende, de scheidsrechter wraakte et cetera. Daar moet je de vete situeren.""Vanaf 1900 zag je ook gestaag het aantal supporters groeien en dat was nog eens een extra probleem voor de wielerbaan. Dus verhuisde Antwerp opnieuw, naar de Kruisstraat. Vijf jaar later verkaste men weer, naar de Broodstraat, waar de club voor de eerste keer - we schrijven 1908 - eigenaar werd van de grond. De financiers waren spelers en bestuursleden, die allemaal eigenhandig kleedkamers en tribune in mekaar timmerden. Tot Wereldoorlog 1 bleef Antwerp een grijze middenmoter. Alleen de supportersaantallen stegen, tot 8000 ongeveer. "Na WO1 werd voetbal steeds populairder, zeker na de winst van België op de Olympische Spelen van 1920. Het stadion werd opnieuw te klein en Antwerp moest op zoek naar nieuwe grond. Intussen breidde de stad steeds verder uit, de Wilrijkse Pleinen en Berchem, dat was allemaal verstedelijkt gebied, met dure gronden. De ploeg moest dus verder zoeken en kwam in Deurne terecht. "Dat zorgde opnieuw voor problemen, want voor de bond mocht je geen winstgevende activiteiten uitoefenen. Winst was er, vanwege de recettes, en van de bond mocht een club daarvan voor de werking 7 procent houden, maar al de rest moest de club afstaan aan goeie doelen. Toen Antwerp een nieuw stadion zocht, kon het dertig hectaren kopen in Deurne-Noord aan minder dan 1 frank per vierkante meter. Van de bond mocht dat niet. Dertig hectaren was te veel voor een voetbalploeg, de bond vermoedde grondspeculatie. De club bond in en kocht maar acht hectaren. Om die aankoop te financieren schreef Antwerp aandelen uit. Een aandeel kostte toen 500 frank. Leuk is dat zowel Beerschotspelers als beleidsmensen van Beerschot intekenden, net als de bondsvoorzitter, mensen uit Brusselse ploegen én scheidsrechter John Langenus. Op 1 november 1923 werd de Bosuil met een België-Engeland ingehuldigd." "Al in 1928 wilde de NV die eigenaar was van het stadion, dat uitbouwen tot een evenementenplaats, waar ook aan atletiek kon worden gedaan, hondenraces én profvoetbal. Heel dat gedoe van vzw en amateurisme dat de bond oplegde, vond men overdreven. Antwerp FC mocht opkrassen, op de Bosuil ging een profclub spelen. Dat werd een gigantische flop. Het volk bleef weg, want er waren geen sterspelers. De goeie spelers van Antwerp kwamen niet over, want dan speelden ze geen interlands meer en er was op dat moment ook geen echte profcompetitie. Antwerp speelde afwisselend de thuiswedstrijden op Beerschot en Berchem en werd in 1929 voor de eerste keer kampioen. In de pers brak heisa los, de kampioen die niet eens in zijn eigen stadion mocht voetballen ! De stadioneigenaars bonden in en Antwerp keerde naar de Bosuil terug. Met succes, want in 1930 werd het vice-kampioen en in 1931 opnieuw kampioen. Later heeft de vzw zich in de nv kunnen inkopen en nu heeft ze er zelfs een meerderheid. In 1956 vergrootte Antwerp de Bosuil van 40.000 tot 60.000 plaatsen om België-Nederland, dat het pikte van Beerschot, maar verloor aan de Heizel, terug te krijgen.""In 1934 stelde de ploeg een Hongaarse trainer aan, Ignace Molnar. Iemand die met heel andere trainingsmethodes werkte. Tot diep in de jaren vijftig en in sommige clubs nog tot in de jaren zestig, mochten trainers hier enkel trainen. De ploeg werd door een selectiecomité opgesteld. Molnar zag dat anders. Hij lag heel goed bij de spelers, die ging met die mannen naar de film, op restaurant. De vrouwen en kinderen werden bij het voetbal betrokken. Maar met het bestuur had hij ruzie. Gevolg : ondanks een goed resultaat, een derde plaats en 23 op 26 punten in de terugronde, werd de trainer in 1936 gewipt. Waarna de spelers zo mistevreden waren, dat ze wedstrijden gingen boycotten. Het bestuur reageerde met een blaam, die door de voetbalbond werd overgenomen. Gevolg : internationals misten interlands en er kwam nog grotere wrevel met het bestuur. Na een 7-1 tegen Standard suggereerde het bestuur opzet en werden de mannen definitief gewipt. Bij die zeven basispelers waren vier internationals, die de Antwerp Boys oprichtten en in het Vlaams verbond vier keer na mekaar kampioen werden. Voor de club kwam aan die goeie reeks van begin jaren dertig meteen abrupt een einde." "Twee keer werd Antwerp nog kampioen. Eén keer tijdens WO2, toen VicMees zich onder meer manifesteerde en met enige moeite toch nog een paar kampioenschappen werden georganiseerd. Spelers vertrokken soms al om zes uur 's morgens met de trein naar uitwedstrijden, of deden dat de dag voordien, om geen risico te lopen ergens opgehouden te worden door een gebombardeerde spoorweg. In het seizoen 1943/44 veroverde Antwerp zijn derde titel. De vierde kwam er in 1957, toen de hegemonie van Anderlecht, dat al meer de professionele toer opging, kon worden doorbroken. Eddy Wauters, toen nog speler, miste die titel want uitgerekend dat jaar studeerde hij in de States. Wauters was eerder al eens omwille van studieredenen in de problemen gekomen, toen Antwerp, dat in 53 bijna degradeerde, het roer omgooide, massaal talenten uit de Kempen ging halen en een Engelse trainer aanstelde. Harry Game wilde meer trainen, maar Wauters studeerde nog in Leuven en meer dan de helft van het seizoen vloog hij daarvoor naar de reserven. Toch had de ommezwaai succes, want in 1955 won Antwerp de eerste van twee bekers." "Voorzitter Collin was een amateur in hart en nieren, hij wilde niet zoals veel clubs onder tafel betalen om het verbod op het professionalisme te omzeilen. Maar idealen als voetballen voor de sport en een gezonde geest, volstonden niet maar als alle andere clubs betalen. Dus begon Antwerp in de jaren zestig weg te zakken. De club trainde nog altijd 's avonds, terwijl de meeste ploegen dat in de namiddag deden. Overal stopten de voetballers met werken, die van Antwerp deden dat wel. Logisch gevolg : een degradatie in 1968 en een voorzitter die zijn conclusies trok. Hij werd heel even opgevolgd door Jos Lahou, componist van het bekende clublied rood en wit, liefdevolle kleuren. Maar toen Lahou drie maanden later overleed, polste men Eddy Wauters, die aanvankelijk weigerde, maar na lang aandringen toch accepteerde." "In de jaren zeventig kwam er weer een succesperiode, toen Antwerp Guy Thys weghaalde bij Beveren en twee keer vice-kampioen werd, voor hij naar de Belgische voetbalbond trok. Toen begon ook de buitenlandersperiode, met Riedl, Lund, Kodat. In 1976 kwam Louis De Vries als commercial manager, die in het seizoen 1979/80 overal adverteerde met de slogan : Antwerp, de ploeg van 't stad. Het grappige is dat hij later naar Beerschot overstapte en dat die club probeerde die slogan officieel te deponeren. Helaas voor hem bestaan er foto's van die affiches." "Lang een zegen, nu een probleem. George Kessler, die de gave van het woord bezat, kwam in 86 de club redden en bracht een nieuwe dynamiek. Hij kon Lehnhoff naar Antwerp lokken en ontvouwde plannen voor de bouw van een nieuw stadion. Iedereen was enthousiast, alleen duurde het allemaal veel te lang. Toen de resultaten bergaf gingen en de kracht van het woord tegenover de spelers was uitgewerkt, moest Kessler gaan en verdwenen ook de plannen. Nadien was er nog eens een heleboel te doen over het Eurostadion, maar ook dat kwam er niet." ( De Bosuil is op dit moment inzet van een juridisch kluwen tussen de vzw, die de meerderheid heeft in de NV stadion, en zakenman Tony Gram, die de club anderhalf miljoen euro leende om een lening af te betalen. De waarborg voor die lening was een hypotheek op gronden en gebouwen, de NV heeft op dit moment iets minder dan de oorspronkelijke 8 ha in haar bezit. Antwerp kon door de degradatie naar tweede Gram niet terugbetalen en die legde beslag op de gronden. De club zoekt momenteel naar een oplossing.) "Wellicht had het met het bankwezen te maken, maar de dada van de voorzitter was kopen en verkopen en dat lukte hem jaren lang heel goed. Hij zat in het kader van de affaire-Bellemans zelfs even in de cel, maar onterecht, zoals achteraf bleek. Wauters is vier jaar later buiten vervolging gesteld. Toen kwam Bosman en zakte de markt in mekaar. Pijnlijk voor een club die van kopen en verkopen leefde. "Antwerp is een club met een patriarch, zoals Standard onder Petit en Anderlecht onder Vanden Stock. Dat heeft voor- en nadelen. Het voordeel is dat de voorzitter alles door en door kent, hem maak je niks wijs. Het nadeel is dat je loopt in een vast stramien en dat je in dit geval vastloopt. Misschien moet de club doen wat Jos Verhaegen overweegt : andere, grote zakenmannen van buiten de club proberen te benaderen, mensen van de diverse grote naties in de haven. Dat is op Antwerp spijtig genoeg niet het geval." Het gulden boek over de geschiedenis van Antwerp verschijnt dit najaar. Samen met Jean Fraiponts werkt Dirk Willocx ook aan een Kroniek van het Belgisch voetbal. Jaarlijks verschijnt een deel. U kan die standaardwerken vinden bij de Standaard Boekhandel of bestellen bij de bvba Assoc. Be. Meer informatie op www.voetbalkroniek.be door Peter T'Kint'In 1929 werd Antwerp voor de eerste keer kampioen. Een kampioen die niet eens in zijn eigen stadion mocht voetballen !'