'Ik hoop dat Olivier rap stopt met voetballen'. Die opmerkelijke kop sierde op 17 december 2011 de sportkatern van een grote Vlaamse sportkrant. Op dat moment was het wishful thinking van Ronny Deschacht. Bijna vijf jaar later zijn de woorden van papa Deschacht pijnlijk actueel. Niet het minst omdat de succesvolle zakenman de gokaccount van zijn zoon op regelmatige basis bevoorraad zou hebben en daarmee de carrière van Oli een zetje in de verkeerde richting gegeven heeft.
...

'Ik hoop dat Olivier rap stopt met voetballen'. Die opmerkelijke kop sierde op 17 december 2011 de sportkatern van een grote Vlaamse sportkrant. Op dat moment was het wishful thinking van Ronny Deschacht. Bijna vijf jaar later zijn de woorden van papa Deschacht pijnlijk actueel. Niet het minst omdat de succesvolle zakenman de gokaccount van zijn zoon op regelmatige basis bevoorraad zou hebben en daarmee de carrière van Oli een zetje in de verkeerde richting gegeven heeft. Ronny heeft er evenwel altijd van gedroomd om zijn twee zonen, Olivier en Xavier, in het organigram van zijn florerende bedrijven op te nemen. Jaren geleden moest de pater familias nog een van zijn zaken sluiten omdat hij handen tekortkwam om alles te runnen. Maar zakendoen zit in de genen van de Oost-Vlaamse clan. De Mega Doe het Zelf Deschacht in Lochristi, het kroonjuweel van het zakenimperium van de Deschachts, is een voltreffer. Samen met onder andere DS Plastics, het vroegere Vecoplast en gespecialiseerd in riolering, afvoer, dak-, gevel- en isolatiewerken, wordt het vermogen van de familie Deschacht op zo'n 14 miljoen euro geschat. Moet het dan verbazen dat Deschacht er graag stijlvol bij loopt? Het liefst met merkkledij van Dolce & Gabbana, Prada, Armani en Offshore Legends, gekocht in twee exclusieve winkels in het Gentse stadscentrum. Voor Deschacht geldt een kledingvoorschrift: hij wil niet dragen wat anderen in hun kleerkast hebben hangen. Het verklaart meteen waarom het imago van rijkeluiszoontje tegen wil en dank aan zijn lijf blijft kleven. Bij de jeugd van Anderlecht doet hij geen enkele moeite om zijn afkomst te verstoppen. 'Toen we Deschacht voor het eerst zagen, dachten we dadelijk: fils à papa', herinnert een oud-ploegmaat bij de UEFA junioren en de U20 zich. 'Wat wil je ook? Terwijl ik naar de training ging met een oude bestelwagen die mijn vader gebruikte voor zijn werk, verplaatste Deschacht zich met een Range Rover. Ik had opgevangen dat hij de Porsche niet meer mocht nemen omdat hij daarmee eens de zot had uitgehangen.' In die tijd gaapt er een immense kloof tussen de Vlamingen en Franstaligen. Het school-Frans van Deschacht is ontoereikend om zich vlotjes te integreren in de overwegend Franstalige kleedkamer en dus houdt hij zich vooral op met twee Vlaamse teamgenoten. Op het veld laat hij zich vooral opmerken als defensieve middenvelder en linksbuiten. 'Soms was het voor ons een raadsel waarom hij speelde', aldus de oud-ploegmaat. 'Maar op training was Deschacht een beest. Hij trainde keihard omdat hij constant voor zijn basisplaats moest knokken. Hij liet niets aan het toeval over: hij volgde toen zelfs een vitaminekuur om spieren te winnen. Hij haalde dan een plastic zakje tevoorschijn en hij kieperde een mengeling van vitamines binnen. Na een tijdje zag je het verschil: van een sprietje veranderde hij in een geblokte vent.' Volgens Daniël De Temmerman, ex-jeugdtrainer op Anderlecht en nu makelaar van Deschacht bij Eleven Management, was zijn poulain niet altijd honderd procent met voetbal bezig. 'Hij liep meestal enkele minuten voor het begin van de training het veld op en hij zat al in de auto toen zijn ploegmaats nog moesten douchen. Het viel mij op dat hij met een horloge trainde. Hij spiekte voortdurend naar dat uurwerk. Wanneer de sessie een beetje uitliep, zag ik hem zo denken: is het nog niet gedaan? Het leek wel alsof hij met andere zaken bezig was.' Het geloof in Deschacht is niet bijster groot op Anderlecht. Zijn manier van lopen werkt argwaan. Toch weet Deschacht zich te onderscheiden in een ploeg met Junior Ngalula, Mark De Man, Yacin Karaça, Xavier Chen, Ben Mbemba en Yannick Vervalle. Geen enkele zou het verder schoppen dan Deschacht. Op Neerpede doen allerlei wilde verhalen de ronde over de manier waarop hij zich heeft opgewerkt: Franky Vercauteren, met wie het goed klikt, zou een rol hebben gespeeld, anderen beweren dat vader Deschacht zijn invloed heeft gebruikt om zijn zoon naar boven te piloteren. De Temmerman doet de geruchten af als indianenverhalen. 'Op het veld maakt het niet uit of je rijk of arm bent. Het is niet alsof Deschacht met brandkasten vol geld aan het voetballen was. Maar dat beeld is hem lang blijven achtervolgen. Mentaal moet je sterk staan om daartegen te strijden.' De roddels over de opmars van Deschacht worden schoorvoetend erkend door een medewerker die toen op Neerpede rondloopt. 'Zijn vader heeft er alles aan gedaan om Olivier bij Anderlecht te krijgen. De ouders waren alomtegenwoordig. Of het nu om een toernooi in Lyon of Italië ging. Zelfs de vriendin ging mee. Als hij wat tijd met dat meisje wilde doorbrengen, werd ons gevraagd om een oogje dicht te knijpen. Maar bij de jeugd waren er nooit problemen met Deschacht. Beleefder dan hem vind je niet meer. Hij was geen grote mond, laat staan dat hij pretentieus is zoals beweerd wordt. Deschacht is niet veranderd: hij is altijd gemotiveerd als er een bal aan te pas komt.' In zijn tennisclub in Destelbergen, waar hij geregeld een balletje slaat wanneer het seizoen stilligt, staat hij bekend als 'de Melker'. Omdat hij alle ballen terugslaat en blijft lopen. Nooit versagen is een levensstijl geworden voor Deschacht. Hij heeft er zelfs zijn carrière op gebouwd. Hij heeft niet alles zomaar cadeau gekregen. Pas op zijn twintigste mag hij zijn eerste profcontract tekenen op Anderlecht en daarna moet hij zijn eigen fans over de streep trekken. Voor het publiek is het wennen aan de no-nonsensespeelstijl van Deschacht. Zij zijn stijlrijke linksachters gewend zoals Henrik Andersen en Celestine Babayaro. Als beschermeling van Aimé Anthuenis schuift Deschacht snel een paar plaatsen op in de hiërarchie, het gros van het werk doet hij zelf. Maxime Colin, van augustus 2014 tot augustus 2015 onder contract bij Anderlecht en nu actief bij Brentford in de Championship, omschrijft zijn ex-ploegmaat als een modelprof. 'Hij stond altijd op het trainingsveld. Hij maakte geen misbruik van zijn status om eens een training over te slaan of om het eens rustiger aan te doen. Twee seizoenen geleden was hij niet toevallig de meest regelmatige speler bij Anderlecht.' In totaal overleeft Deschacht zes trainers voor René Weiler. Honderd keer wordt hij afgeschreven, evenveel keer vecht hij terug. Het lijstje met linkerverdedigers die verondersteld zijn Deschacht uit de ploeg te spelen, dikt jaar na jaar flink aan: Davy Oyen, Marc Hendrikx, Aleksandar Ilic, Michal Zewlakov, Fabrice Ehret, Jelle Van Damme, Felipe, Triguinho, Jan Lecjaks, Diogo, Jordan Lukaku, Behrang Safari en Fabrice N'Sakala. Elke zomer duikt er wel een nieuwe naam op. De een blijft al wat langer in de ring staan dan de andere, maar uiteindelijk worden ze door Deschacht vakkundig knock-out geslagen. Op 31 mei 2011 laat hij zich toch eens gaan op Twitter. 'Anderlecht heeft nu al twee linksbacks gekocht...??!!' Het komt de meest onderschatte Belgische voetballer van de laatste jaren op een reprimande te staan van de club. Voor Deschacht ligt er dan al een carrièreswitch in het verschiet als centrale verdediger. Een handigheidje van Ariël Jacobs om Jelle Van Damme en Deschacht samen te kunnen opstellen. Sporadisch wordt hij nog eens op links gezet, maar eigenlijk heeft hij de benen niet meer om de lijn te doen. Een losbol zal Deschacht nooit worden. Een bezoek aan de Culture Club of de A Propos in Gent is voor hem het ideale excuus om bij te praten met vrienden. Zijn muziekgenre krijgt hij niet verkocht aan zijn ploegmakkers. Of het moet zijn dat ze het Gentse dialect van rockgroep Biezebaaze kunnen pruimen. Oli is niet meteen de patron van de kleedkamer, maar als iets hem niet aanstaat, zal hij dat hardop zeggen. Dan maakt het niet uit of je een medemaat, de trainer of de voorzitter bent. Zijn openhartigheid wordt niet door iedereen geapprecieerd - Anthony Vanden Borre is een van de spelers met wie het botst. Tijdens de week gedraagt Deschacht zich bij voorkeur low profile, maar na een nederlaag aarzelt hij niet om zijn tanden te laten zien. Meestal gutst de adrenaline nog door zijn aderen. 'Het is al eens gebeurd dat hij de kleedkamer bij elkaar schreeuwt. Met het gewenste effect', verklapt Colin. Of hij stelt zich nederig op. Zelfs kwetsbaar. Zoals na een 4-2-nederlaag bij Excel Mouscron in 2014. 'Silvio Proto heeft toen de groep toegesproken, maar het was de tussenkomst van Deschacht die indruk maakte', aldus Colin. 'Hij zei: 'Luister mannen, we zullen nog harder moeten werken om onze doelen te bereiken. Ik voorop. Ik verdiende vandaag een nul over de hele lijn.' Deschacht weet wat hij kan en vooral waarin hij minder beslagen is.' Vaak wordt zijn afstandelijkheid geïnterpreteerd als arrogantie. Deschacht is nu eenmaal niet het type dat de nieuwe spelers zal gidsen of meteen op hun gemak zal stellen. Als ancien heeft hij zo zijn gewoontes: tot vorig seizoen ging hij voor elke training biljarten met zijn maatjes Proto en Guillaume Gillet. Nu zijn twee kompanen weg zijn, doet hij meer moeite om de kleedkamer beter te leren kennen. 'Ik heb Olivier in positieve zin zien veranderen', vindt Fabrice N'Sakala. 'Hij lacht meer, hij kan nu ook echt genieten van het spelletje. Vergelijk de foto's van enkele jaren geleden met nu. Zijn recente operatie heeft hem wellicht aan het denken gezet. Vroeger kon hij uren aan een stuk met een lang gezicht rondlopen op het trainingscentrum, nu dolt hij al eens met de jongeren. Hoe vaak heb ik hem niet gezegd: de mensen houden van jou, maar je boezemt hen tegelijk vrees in.' Tot nader orde is Deschacht nog altijd op recordkoers. Voor Nieuwjaar moet het record van 566 duels van Paul Van Himst eraan. Zijn entourage is stomverbaasd over zo veel loyaliteit. Of is het zelfonderschatting? Misschien zelfs koudwatervrees voor een buitenlands avontuur. Een vertrek komt één keer akelig dichtbij. Espanyol, de tweede club in Catalonië, flirt erop los. Begin april 2008 laat Deschacht in Het Nieuwsblad noteren dat het geen kwestie van geld is, maar wel hoe graag Espanyol hem wil. Deschacht schat de slaagkansen hoog in, tot een transfer komt het uiteindelijk niet. Zijn vader, die in Málaga persoonlijk heeft onderhandeld met de Periquitos, beweerde jaren later dat Anderlecht in laatste instantie de overgang blokkeerde. In een interview in Sport/Voetbalmagazine vorig seizoen komt Deschacht met een andere verklaring: 'Als de juiste club niet langskomt, blijf je beter waar je bent. Om familiale redenen wilde ik niet eender waar mijn handtekening zetten. Ik ben de eerste om te beseffen dat ik niets te zoeken heb bij een Europese topclub. Blijven dus over: clubs die een plek in de buik van het klassement ambiëren of degradatiekandidaten. Waarom Anderlecht verruilen, waar ik elk seizoen voor de titel kan strijden, voor een club waar winnen geen deel uitmaakt van de clubcultuur?' Zeven titels - een minder dan Van Himst - een beker en zes supercups liggen er intussen in de lade bij Deschacht. Kortom: hij is nu al een icoon in het Vanden Stockstadion. Als een modale verdediger zoals Marcin Wasilewski om de veertien dagen wordt toegezongen in minuut 27 - zijn rugnummer bij Anderlecht - dan verdient Deschacht minstens een beleefd applaus voor zijn vijftien succesvolle dienstjaren in Brussel. De puriteinen onder de Anderlechtsupporters moeten dan maar de andere kant opkijken. DOOR ALAIN ELIASY - FOTO'S BELGAIMAGE'Hij maakte geen misbruik van zijn status om eens een training over te slaan.' MAXIME COLIN 'Hoe vaak heb ik hem niet gezegd: de mensen houden van jou, maar je boezemt hen tegelijk vrees in.' FABRICE N'SAKALA