Toevalligheden bepalen vaak een voetbalcarrière. Ook bij Fernand Boone, de legendarische doelman van Club Brugge die negentien jaar het doel van blauw-zwart verdedigde en over telepathische gaven leek te beschikken: vanaf de elfmeterstip was hij moeilijk te verslaan, hij stopte in zijn carrière meer strafschoppen dan dat hij er binnenkreeg. Omdat hij de beweging altijd eerst zelf inzette, een fractie van een seconde voor de speler dat deed, omdat hij toen altijd naar links ging en als het moest nog snel de andere kant kon kiezen. Het was een bepaalde gave die Fernand Boone moeilijk kon uitleggen. Hij ontdekte ze toen hij bij provincialer Dosko Sint-Kruis op een gegeven moment in doel belandde omdat de keeper geblesseerd was. Boone, eigenlijk een halfback, verbaasde met zijn reflexen. Omdat juist die match door een delegatie van Cl...

Toevalligheden bepalen vaak een voetbalcarrière. Ook bij Fernand Boone, de legendarische doelman van Club Brugge die negentien jaar het doel van blauw-zwart verdedigde en over telepathische gaven leek te beschikken: vanaf de elfmeterstip was hij moeilijk te verslaan, hij stopte in zijn carrière meer strafschoppen dan dat hij er binnenkreeg. Omdat hij de beweging altijd eerst zelf inzette, een fractie van een seconde voor de speler dat deed, omdat hij toen altijd naar links ging en als het moest nog snel de andere kant kon kiezen. Het was een bepaalde gave die Fernand Boone moeilijk kon uitleggen. Hij ontdekte ze toen hij bij provincialer Dosko Sint-Kruis op een gegeven moment in doel belandde omdat de keeper geblesseerd was. Boone, eigenlijk een halfback, verbaasde met zijn reflexen. Omdat juist die match door een delegatie van Club Brugge werd gevolgd, ontstond de interesse van blauw-zwart, dat hem nog een paar keer scoutte. Zo belandde Fernand Boone in 1954, op zijn negentiende, bij Club Brugge. Tot grote ergernis van zijn vader, een verstokte Cercleman, die deze overstap als verraad beschouwde. Fernand Boone was een trainingsbeest. Hij vond dat hij over weinig talent beschikte en er moest komen door te werken. Boone deed alles mee met de veldspelers en trainde nog drie keer per week individueel, aangedreven door een constante drang om zijn mindere punten weg te werken. Bij het toen in tweede klasse spelende Club Brugge speelde hij het eerste seizoen bij de invallers, hij was tweede man achter Albert Carels, in die tijd een monument. Toch was het juist Carels die op een gegeven moment naar het bestuur stapte met de vraag om Boone op te stellen. Omdat hij vond dat die beter was dan hij. De echte doorbraak voor Boone kwam er twee jaar later toen Norberto Höfling op de Klokke de sportieve lijnen uitzette. De Roemeen, ook een uitmuntende keeperstrainer omdat hij de bal perfect kon plaatsen, wakkerde de ambitie van Boone aan en leerde hem de knepen van het vak. Bij een hoekschop aan de broek van een aanvaller trekken of stiekem je ellebogen in zijn ribben planten, Höfling had in Italië gewerkt en daar zijn ogen goed de kost gegeven. Hij voorspelde dat Boone binnen de zes maanden international zou worden als hij naar hem luisterde. Dat gebeurde dan ook, zij het in eerste instantie voor de nationale B-ploeg. Zijn eerste A-cap kreeg Boone in 1966. Twee jaar later won hij als eerste speler van Club Brugge de Gouden Schoen. Fernand Boone gold als een lijnkee-per, maar als iemand helemaal alleen met de bal aan de voet op hem afstormde, dan kreeg hij er de bal slechts zelden in. De doelman dwong hem gewoon in de richting die hij wilde. Boone werd met Club Brugge nooit kampioen. Zijn eerste trofee pakte hij pas in 1968, in zijn dertiende seizoen in de eerste ploeg. Club won toen de beker tegen Beerschot en dat na een zenuwslopende reeks strafschoppen. Boone stopte de bal vier keer. Tot zijn 38e stond Fernand Boone, die pal tegenover het stadion een café uitbaatte, in de eerste ploeg van Club Brugge. Een blessure beëindigde toen zijn carrière. Eerst liep hij in een wedstrijd tegen Beveren een armbreuk op, vier maanden later brak hij zijn schouder. De mentale veerkracht om terug te knokken ontbrak. Boone ging als trainer van SK Roeselare aan de slag en werkte later nog als vertegenwoordiger voor de brouwerij van Constant Vanden Stock. Zijn relatie met Club Brugge bekoelde. Toen hij eens kaarten vroeg voor een wedstrijd en die niet kreeg, sprak hij over een gebrek aan dankbaarheid. Toch bleef hij de blauw-zwarte kleuren diep in zijn hart dragen en tipte eens een 16-jarige doelman die hij in Dinant had zien spelen. Maar Club Brugge bleek niet geïnteresseerd in Jacky Munaron, die later naar Anderlecht ging. Tijdens zijn carrière had Fernand Boone alle aanbiedingen afgewimpeld. Hij voelde zich goed in wat hij een echte vriendenploeg noemde, hij leefde op te midden van het enthousiasme van de supporters. Vorige week woensdag overleed Fernand Boone op 79-jarige leeftijd. Voor de wedstrijd van afgelopen zaterdag tegen Lierse was er voor hem (en voor de uit het leven gestapte Marek Spilar) een eerbetoon. Het applaus van de supporters was lang en intens.