Precies één jaar geleden belden we Peter Post voor een interview. Hij was de bereidwilligheid in persoon. "Contacteer me volgende week opnieuw, ik moet eerst naar het ziekenhuis voor een onderzoek, niets ernstigs", zei hij. Maar helaas bleek het allemaal niet zo goed te zijn. We zouden Post nooit meer aan de lijn krijgen. Weken later liet zijn echtgenote weten dat hij vooral veel moest rusten.
...

Precies één jaar geleden belden we Peter Post voor een interview. Hij was de bereidwilligheid in persoon. "Contacteer me volgende week opnieuw, ik moet eerst naar het ziekenhuis voor een onderzoek, niets ernstigs", zei hij. Maar helaas bleek het allemaal niet zo goed te zijn. We zouden Post nooit meer aan de lijn krijgen. Weken later liet zijn echtgenote weten dat hij vooral veel moest rusten. Eén lange namiddag sleten we ooit bij Peter Post in Amstelveen, een jaar of tien geleden. In de hal van zijn villa hing een grote foto die refereerde aan zijn mooiste overwinning (Parijs-Roubaix 1964), het was het enige herkenningspunt van zijn carrière. Post genoot van de rust die af en toe alleen onderbroken werd door het geronk van vliegtuigen die koers zetten naar het naburige Schiphol. Peter Post hield er niet van om over zijn carrière te praten. Dat was een afgesloten hoofdstuk. Maar toen, tijdens die namiddag, wilde hij nog weleens grasduinen in het verleden. Hij vertelde dat hij als amateur 110 kilo woog en alleen wielrenner werd omdat hij niet wilde werken in de slagerij van zijn vader. En omdat hij na een ploegkoers die hij in Gent met de illustere Gerrit Schulte reed op een dusdanige manier door een briesende en brullende Schulte werd vernederd, dat hij diens ongelijk wilde bewijzen. Als baanrenner bouwde Peter Post een onvergelijkbare carrière uit. Hij won 65 zesdaagsen, maar maakte vooral indruk door de manier waarop hij dit wereldje regisseerde. Hij kon verschrikkelijk tekeergaan, werd vaak bejubeld, maar evenveel verguisd. Dat stoorde hem niet: Post hield van het gejoel, hij daagde graag mensen uit. Vooral in Duitsland, waar hij homerische duels uitvocht met Rudi Altig, werd hij vaak verketterd. Maar Peter Post, de eerste renner die een verzorger had, bedreef de sport in zijn meest pure vorm: tijdens een zesdaagse van Keulen, waarin hij met Patrick Sercu reed, zette hij de ploeg Altig- Merckx eens op drie ronden. Peter Post legde nooit de focus op de weg. Hij won in 1964 Parijs-Roubaix, onder de vleugels van Lomme Driessens, een wedstrijd waarvan hij wist dat die bij zijn mogelijkheden paste. Los daarvan vond Post dat hij op de weg geen carrière kon maken omdat het hem aan snelheid ontbrak, aan klimmerscapaciteiten, aan macht en kracht om in de finale alleen weg te gaan. Het kwam er, zo zei hij vaak, op aan om te weten hoe je lichaam in elkaar zit. Het verbaasde hem telkens weer dat het veel renners aan inschattingsvermogen ontbrak. Als ploegleider startte Peter Post in 1974 een tweede carrière. Hij was de aartsvader van de zakelijkheid en gaf dit vak een nieuwe dimensie. Post was een perfectionist die met hart en ziel verknocht raakte aan het vak van sportdirecteur. Het omgaan met renners, hen maximaal laten renderen door op een bepaalde manier te werken, de aandacht voor een goede omkadering, het fascineerde hem veel meer dan de wielersport op zich. In zijn periode bij TI-Raleigh en Panasonic behaalde hij duizend overwinningen. Post trok rechte lijnen en werd hard en meedogenloos genoemd. Het is een beeld dat hij niet kon plaatsen. Post vond zichzelf eerder mild. 'Ik vroeg van mijn renners alleen dat ze voor hun vak leefden. Zoals ik dat zelf deed.' Alles wat Peter Post bereikte, was in wezen zijn eigen verovering. Nog slechts zelden dook Peter Post de afgelopen jaren in het peloton op. Hij zag hoe de wielersport evolueerde, maar die bladzijde had hij omgedraaid. En de belangrijke momenten uit zijn carrière zaten niet echt in zijn geheugen opgeslagen. Tijdens die lange namiddag vroegen we Post of hij nog wist waar hij zijn allereerste zesdaagse won. Hij bleef het antwoord schuldig. En knikte toen we zeiden dat het in Chicago was, aan de zijde van Harm Smits. Hij had na een mooi en rijk leven rust gevonden, Peter Post. Die wilde hij verder koesteren. Tot er bij hem kanker werd ontdekt. Hij vocht ertegen met de wilskracht die hem als renner kenmerkte. Tevergeefs. Peter Post overleed vorige week vrijdag op 77-jarige leeftijd. DOOR JACQUES SYS