Eén zwaluw maakt de lente niet. Een zege evenmin. Het is niet omdat Antwerp zaterdag met veel grinta en passie een veel te mak Club Brugge opzijzette - Club moest de energie uit zichzelf halen en slaagde daar niet in - dat het vanaf komend weekend ook even vlotjes over de tegenstand zal lopen in de competitie. Het was nog old school, met weinig balbezit, maar veel efficiëntie en snelle uitbraken. Maar: de eerste slag is alvast gewonnen. En dat levert iedereen een pak krediet op.
...

Eén zwaluw maakt de lente niet. Een zege evenmin. Het is niet omdat Antwerp zaterdag met veel grinta en passie een veel te mak Club Brugge opzijzette - Club moest de energie uit zichzelf halen en slaagde daar niet in - dat het vanaf komend weekend ook even vlotjes over de tegenstand zal lopen in de competitie. Het was nog old school, met weinig balbezit, maar veel efficiëntie en snelle uitbraken. Maar: de eerste slag is alvast gewonnen. En dat levert iedereen een pak krediet op. Om te beginnen: de trainer. Na drie jaar László Bölöni was het tijd voor een andere aanpak. Wat georganiseerder, wat gedisciplineerder - niet alleen in de kleedkamer, ook op het veld - wat frivoler. Maar na zijn ervaring bij Club Brugge weet Ivan Leko: je moet niet te snel willen bruuskeren. Leko kwam er na een ander monument, Michel Preud'homme. Hij wilde snel een cultuuromslag, liet zich overtuigen door spelers die twijfelden, haalde bakzeil en slikte Europees onverwacht een uitschakeling die de hele club met een ambetante herfst opzadelde. De nationale zegereeks maakte daarna iets goed. Op Antwerp had Leko een bijkomend probleem: een deel van zijn kern was niet bruikbaar voor deze bekerfinale. Van de spelers die wel bruikbaar waren, vielen er bovendien een aantal weg. Koji Miyoshi kende veel fysieke problemen en was maar net fit, Sander Coopman viel uit met een zwaar knieletsel, Alexis de Sart blesseerde zich ook nog eens. Zo dik was de spoeling uiteindelijk niet. De eerste wissels zaterdag vielen pas rond de 90e minuut, terwijl al vanaf minuut zestig bleek dat Antwerp wat verse adem kon gebruiken. Vandaar ook het super lage blok na de rust, het was allemaal niet meer te belopen. De wapens waarmee Leko Club Brugge bestreed, waren daarom ook de wapens van Bölöni. Antwerp moest teruggrijpen naar de spelers van vorig seizoen, en dus ook naar de strategie van vorig seizoen, tactisch weliswaar in een andere veldbezetting gegoten. Dieumerci Mbokani kreeg, vooral na de rust, ondankbare lange ballen om voor te vechten. De rest waren leeuwen. Passie en strijd, wat onorthodox voetbal. ' Antwerp football', zo omschreef David Okereke het nog in een interview met dit blad. Het is niet waar Ivan Leko voor staat, het is ook niet wat hij over drie à vier maanden wil brengen, maar het paste wel bij het team van zaterdag. De Kroaat is slim genoeg om dat DNA niet te verloochenen. Het voordeel van corona: je hoort als toeschouwer vanop de persbanken haast elke richtlijn. Actief coachend zorgde Leko voor geen moment van verzwakking. Zijn bijkomend voordeel: hij kent blauw-zwart door en door. Hij moest geen nieuw bloed dat kon verrassen, counteren. Daarom speelde Antwerp een nagenoeg perfecte eerste helft. Okereke kreeg geen ruimte, Charles De Ketelaere werd door de reuzen van Antwerp achterin weggeblazen. Laat Abdoulaye Seck uitvoetballen en het wordt lastig, maar in zo'n voetbal blinkt hij uit. Na de rust zocht de Brugse belofte veel meer de ruimte op het middenveld, om Club toch aan het voetballen te krijgen. Slim, maar te laat. Leko wist ook dat Club offensief op één vleugel vliegt. Krepin Diatta lamleggen volstaat om veel gevaar te voorkomen. Simen Juklerød en Martin Hongla kweten zich uitstekend van die taak. Wat Club ook niet graag heeft, is dat Simon Deli en Clinton Mata worden opgejaagd bij het inspelen. Hongla en Didier Lamkel Zé deden dat uitstekend voor de rust, erna minder. Het resulteerde in veel verloren lange ballen van Deli. Dat beterde na de rust, en de herschikkingen die Philippe Clement doorvoerde. Leko belette ook de twee motoren van het team het voetballen. Ruud Vormer kreeg geen ruimte om na een dubbelpas in te duiken, met dank aan een soms stevig ingrijpende Ritchie De Laet, terwijl Hans Vanaken zich te pletter liep - van links naar rechts en omgekeerd - maar slechts zelden in balbezit kwam met het gezicht naar doel. Wél met de rug, en dan is het moeilijk openingen maken. Resultaat: een eerste kans pas in de 70e minuut. Puik gepareerd door doelman Davor Matijas, die bibberend als een riet in de openingsfase twijfelde of hij op lange ballen moest komen of blijven, maar van Club ruim de tijd kreeg om die zenuwen van zich af te gooien. Krediet voor Leko, ook (nieuw) krediet voor Lamkel Zé. De diverse blessures én zijn profiel, gekoppeld aan een matige oefenwedstrijd tegen Olympique Lyon zonder veel offensieve aansluiting, noopte de ploeg een week voor de bekerfinale tot intens overleg. Leko had Zé niet meegenomen op stage, Zé stond niet op de ploegfoto, Zé zat niet in de A-kern. Zé was weg, in het hoofd van de spelers en de staf. Maar niet in het hoofd van de clubleiding. Die opperde of het geen goed idee was om hem alsnog mee te nemen in aanloop naar de beker. Slim stapte Leko naar de top van de spelersraad op zoek naar een consensus. Zelf beslissen - de directie volgen - kon tot een vroeg conflict met de spelers leiden. De Laet, Faris Haroun en Lior Refaelov, die in interviews de Kameroener een paar keer op de vingers had getikt, aarzelden. Niet weer alle aandacht naar die ene speler. Maar de ego's moesten opzij, alles voor dat ene doel: de bekerwinst en die Europese groepsfase. Uiteindelijk stemde iedereen in. Het gedrag van de Kameroener tijdens de week zou bepalend zijn. Dat gedrag was voorbeeldig. Vandaar zijn start én zijn sterke prestatie. Garanties voor de langere termijn zijn er niet, beseft iedereen, maar dat is werk voor de komende weken. Met een nieuwe kern, waarin hij misschien iets minder onmisbaar is. Door de bekerwinst zit Antwerp verder op koers. Die is? ' If you dream, dream big. ' Je zal Leko niet over de titel horen dromen, dat doet Paul Gheysens in zijn plaats wel. Luciano D'Onofrio is er om met zijn ervaring alles te temperen. De extra inkomsten kunnen het exploitatietekort wat terugdringen, maar zullen ook worden aangewend om de ploeg verder uit te bouwen. D'Onofrio droomt ook groot, maar je zal het hem niet horen zeggen. Zotte miljoenen uitgeven, zoals Anderlecht aan Adrien Trebel deed, wil hij ook niet. Ook daarom slepen onderhandelingen met Edmilson Jr. Junior zo lang aan. Die heeft een ideaal profiel en wil al lang terug naar België, maar zijn loon is een probleem (tot dusver ook voor Club Brugge, die andere kandidaat). Paul Gheysens verhoogde deze zomer nogmaals het kapitaal, maar op de lange termijn kan dat niet de bedoeling blijven. Je mag per drie jaar tot 30 miljoen extra in je ploeg steken. Erboven kom je in het vaarwater van de financial fair play (tenzij je PSG of Manchester City heet en topadvocaten kan betalen om eronderuit te komen). Daar staan boetes op, eventueel zelfs Europese uitsluiting. Investeringen in het stadion en in de jeugd mag je wel aftrekken. Kort door de bocht is dat de beperking op de uitbouw van de ploeg, gesteld dat Gheysens echt nog veel bigger droomt. Antwerp heeft tot nu vooral de centen van Gheysens gebruikt voor het dempen van de schuldenput, en daarna de uitbouw van de ploeg en de Bosuil. Europa brengt de ploeg naar een volgende fase, sportief een aantrekkelijker forum, qua inkomsten ook. Hoeveel extra hangt helaas af van het coronavirus en of er straks fans aanwezig mogen zijn. Waar? Antwerp nam Den Dreef (OH Leuven) op in haar licentieaanvraag voor Europa, maar dat kan nog veranderen. Deze week komt iemand van de UEFA langs, om een en ander te monsteren. De Europese groepsfase start op 22 oktober, er is in principe nog wat tijd voor de afwerking van de nieuwe tribune achter doel. Enige onzekerheid ook hier: de virusgolf in stad en provincie. Dat belet - er werd vorig weekend nog druk gelobbyd - trainen met duels in de hele provincie, maar kan ook de afwerking van het stadion hypothekeren. Hoe lang kunnen arbeiders bij een tweede of derde golf nog werken? Allemaal vraagtekens. Maar feit is wel: zaterdag bracht de bevestiging dat de G5 niet meer is. Antwerp blijft de groten kietelen en is sommige clubs misschien al voorbijgestoken. Dat is straf, na amper drie jaar.