In de loop der jaren is de 4-2-3-1 van Francky Dury in het Regenboogstadion quasi een handelsmerk geworden: vleugelspelers die naar binnen kunnen komen, een nummer 8 die infiltreert om meer volk in de grote rechthoek te krijgen en backs die mee oprukken, combineren in driehoekjes en een goede voorzet afleveren.

De coach van Essevee werd begin dit seizoen in verlegenheid gebracht en probeerde verschillende manieren uit om zijn ploeg weer op de rails te krijgen. In de derby tegen het Kortrijk van Glen De Boeck greep hij terug naar zijn geliefkoosde 4-2-3-1. Die opstelling bracht de mankementen van de Waregemse kern aan het licht, waarin op sleutelposities de profielen ontbreken met de kwaliteiten die nodig zijn voor het spel van Dury.

Zulte Waregem wist altijd uit te blinken dankzij een goed georganiseerd middenveld. Toen het in 2013 met de titel flirtte, rekende het op Jonathan Delaplace als waakhond voor de verdediging, terwijl Junior Malanda infiltreerde en Franck Berrier voor de laatste pass zorgde, in het veldspel of bij stilstaande fases. Op de flanken zorgde Jens Naessens voor diepgang en Thorgan Hazard trok naar binnen om daar te combineren. Vier jaar nadien werd de beker gewonnen met Soualiho Meïté voor de defensie, Lukas Lerager als infiltrerende speler, Onur Kaya en Sander Coopman als spelmakers en Nill De Pauw om diep te gaan. Spelers pasten zich in dat schema in zoals de stukjes van een puzzel.

Dit seizoen lijken de stukjes niet te passen. Bij afwezigheid van Damien Marcq, die nog altijd moeilijk kan overtuigen, stelde Francky Dury voor de verdediging de creatieve Hicham Faik naast de hyperactieve Florian Tardieu op. Omdat ze de counters niet konden afstoppen wegens een duidelijk tekort aan kracht, verloren beiden het centrale gevecht tegen Hannes Van Der Bruggen en Julien de Sart. Daardoor werd de druk te groot op de verdedigingslinie, die door Dury vaak wordt uitgedund om een overtal te creëren in de offensieve zone. Faik als achteruitgeschoven spelmaker, dat kan zeker functioneren, maar dan in een ploeg die met vertrouwen voetbalt en niet in een groep die na een halfuur spelen nog geen 40 procent balbezit heeft.

'Ik zie te weinig automatismen', klaagde Dury na de wedstrijd. Als nummer 10 kon Nill De Pauw niet voor de diepgang zorgen die zijn handelsmerk is. Essevee leek wanhopig te wachten op een individuele actie van Théo Bongonda om een goal te maken. Tevergeefs, de goal viel niet.

In de loop der jaren is de 4-2-3-1 van Francky Dury in het Regenboogstadion quasi een handelsmerk geworden: vleugelspelers die naar binnen kunnen komen, een nummer 8 die infiltreert om meer volk in de grote rechthoek te krijgen en backs die mee oprukken, combineren in driehoekjes en een goede voorzet afleveren. De coach van Essevee werd begin dit seizoen in verlegenheid gebracht en probeerde verschillende manieren uit om zijn ploeg weer op de rails te krijgen. In de derby tegen het Kortrijk van Glen De Boeck greep hij terug naar zijn geliefkoosde 4-2-3-1. Die opstelling bracht de mankementen van de Waregemse kern aan het licht, waarin op sleutelposities de profielen ontbreken met de kwaliteiten die nodig zijn voor het spel van Dury. Zulte Waregem wist altijd uit te blinken dankzij een goed georganiseerd middenveld. Toen het in 2013 met de titel flirtte, rekende het op Jonathan Delaplace als waakhond voor de verdediging, terwijl Junior Malanda infiltreerde en Franck Berrier voor de laatste pass zorgde, in het veldspel of bij stilstaande fases. Op de flanken zorgde Jens Naessens voor diepgang en Thorgan Hazard trok naar binnen om daar te combineren. Vier jaar nadien werd de beker gewonnen met Soualiho Meïté voor de defensie, Lukas Lerager als infiltrerende speler, Onur Kaya en Sander Coopman als spelmakers en Nill De Pauw om diep te gaan. Spelers pasten zich in dat schema in zoals de stukjes van een puzzel. Dit seizoen lijken de stukjes niet te passen. Bij afwezigheid van Damien Marcq, die nog altijd moeilijk kan overtuigen, stelde Francky Dury voor de verdediging de creatieve Hicham Faik naast de hyperactieve Florian Tardieu op. Omdat ze de counters niet konden afstoppen wegens een duidelijk tekort aan kracht, verloren beiden het centrale gevecht tegen Hannes Van Der Bruggen en Julien de Sart. Daardoor werd de druk te groot op de verdedigingslinie, die door Dury vaak wordt uitgedund om een overtal te creëren in de offensieve zone. Faik als achteruitgeschoven spelmaker, dat kan zeker functioneren, maar dan in een ploeg die met vertrouwen voetbalt en niet in een groep die na een halfuur spelen nog geen 40 procent balbezit heeft. 'Ik zie te weinig automatismen', klaagde Dury na de wedstrijd. Als nummer 10 kon Nill De Pauw niet voor de diepgang zorgen die zijn handelsmerk is. Essevee leek wanhopig te wachten op een individuele actie van Théo Bongonda om een goal te maken. Tevergeefs, de goal viel niet.