Het is zestien juli 2014 en de sfeer is grimmig aan de ingang van het trainingscentrum van Juventus. Er wordt geschreeuwd en geroepen en gefloten. Allemaal in de richting van de man die net is binnengestapt, Massimiliano Allegri. Max voor vrienden, maar die heeft hij op dat moment amper in Turijn. Gezichten staan op onweer; weg met die man! Die Milan kampioen heeft gemaakt, nooit iets aardigs over Juventus heeft gezegd en die nu de troon komt bezetten van de vorst die de Juventini zo adoreerden: Antonio Conte. De trainer met wie ze na magere jaren drie keer achter elkaar kampioen zijn geworden. De laatste keer met Conte had Juventus zelfs 102 punten behaald, een historisch record.
...

Het is zestien juli 2014 en de sfeer is grimmig aan de ingang van het trainingscentrum van Juventus. Er wordt geschreeuwd en geroepen en gefloten. Allemaal in de richting van de man die net is binnengestapt, Massimiliano Allegri. Max voor vrienden, maar die heeft hij op dat moment amper in Turijn. Gezichten staan op onweer; weg met die man! Die Milan kampioen heeft gemaakt, nooit iets aardigs over Juventus heeft gezegd en die nu de troon komt bezetten van de vorst die de Juventini zo adoreerden: Antonio Conte. De trainer met wie ze na magere jaren drie keer achter elkaar kampioen zijn geworden. De laatste keer met Conte had Juventus zelfs 102 punten behaald, een historisch record. Op de tweede dag van de voorbereiding op het nieuwe seizoen was Conte gewoon opgestapt. Woedend en gefrustreerd omdat hij niet de versterkingen kreeg die hij wilde. Bijvoorbeeld de Colombiaan JuanCuadrado. Toen die niet meteen kwam, liet hij iedereen perplex achter. Van de ene op de andere dag moest sportief directeur Giuseppe Marotta zomaar een nieuwe trainer vinden. Allegri dan maar, die na zijn ontslag bij Milan nog zonder club zat. Een trainer van wie zelfs eigenaar/voorzitter Silvio Berlusconi zich luidop had afgevraagd of hij wel een geschikte trainer voor een topclub was, ook al was hij kampioen geworden. Spitsenroeden lopen werd het die eerste dagen voor de nieuwe trainer. Die in één van zijn eerste interviews op een rustige manier duidelijk maakte dat hij geen kloon van zijn voorganger wilde of kon zijn: 'Conte liet me een team na met een echte werkerscultuur, een team dat goed kan omgaan met regels en discipline. Maar hij en ik zijn helemaal verschillend qua voetbalfilosofie, in onze benadering van deze sport. Dat wil niet zeggen dat de één gelijk heeft en de ander niet, maar dat er verschillende benaderingen zijn waarmee je kan winnen. 'Een trainer moet niet autoritair zijn. Het belangrijkste is om gezaghebbend te zijn. Of je schreeuwt of niet, maakt niet uit. Ik heb trainers gehad die aan de zijlijn amper riepen, maar van wie we veel leerden, en anderen die bleven schreeuwen, maar waar je niets van op stak.' Vier jaar later zit Allegri nog altijd bij Juventus, steviger dan ooit in het zadel. Cuadrado, waar Conte zo boos om was, kwam uiteindelijk wel, maar pas twee jaar nadat Conte hem had gewild, in 2016. De grote versterkingen voor Allegri toen waren de Spaanse spits Alvaro Morata en de ervaren Franse verdediger Patrice Evra. Van het basisteam waarmee Allegri aan zijn nieuwe avontuur begon, blijft de komende jaargang niemand over. Alleen Claudio Marchisio was bij de hervatting van de trainingen nog een speler van Turijn. Giorgio Chiellini is er ook nog, maar ontbrak destijds in de basis. Gaandeweg verstomden de kritieken. Allegri vloog niet buiten, maar werd kampioen, en haalde onverwacht de finale van de Champions League, die het verloor van Barcelona. Het was de eerste keer in bijna tien jaar dat Juventus nog eens aanleunde bij de Europese top, en dat leverde de gecontesteerde trainer extra kredietpunten op. Het tweede jaar kreeg Allegri een forse kwaliteitsinjectie. Voor liefst 80 miljoen werd er ingekocht: Alex Sandro, Mario Mandzukic en dé toenmalige revelatie van de Serie A, topscorer Paulo Dybala die voor 32 miljoen euro werd gekocht bij Palermo. Het resultaat? Weer een titel. In het derde jaar haalde Juventus bij Napoli Gonzalo Higuaín weg voor het toenmalige recordbedrag van 94 miljoen. Voor de derde opeenvolgende keer pakte Allegri de titel, voor de tweede keer haalde hij de finale van de Champions League. Vorig jaar werd nog eens voor 80 miljoen uitgegeven aan Federico Bernardeschi, Douglas Costa en co. Wéér kampioen, maar in de halve finale blijven steken tegen een briljante Cristiano Ronaldo, die na zijn omhaal van het Juventus Stadium een staande ovatie kreeg van de thuisaanhang. Exact vier jaar nadat Allegri bij zijn aankomst uitgefloten werd, juichten de Turijnse fans (maar niet alleen zij) de komst van de nieuwe voetbal-Messias toe, met een lachende Allegri op de achtergrond. De man die twee maanden eerder een aanbod kreeg om Real Madrid te trainen, nadat Zinédine Zidane afscheid had genomen. De man ook die - nadat hij al Chelsea had afgewezen (één keer Conte opvolgen vond hij blijkbaar al genoeg) - vriendelijk neen zegde toen Florentino Pérez hem opbelde. 'Ik heb hem bedankt voor de belangstelling, maar gezegd dat ik mijn woord al had gegeven aan Juventus en dat ik niet van plan was om een belofte te breken.' Op dat moment besefte Allegri nog niet dat hij een maand later op een andere planeet zou belanden. Toen Higuaín, destijds de duurste Juventusaankoop aller tijden, vanaf het balkon van het clubhuis voorgesteld werd, juichten 500 fans hem toe. Voor Ronaldo waren het er half juli 3.000. In één week tijd steeg het aantal volgers van Juventus op Instagram met 1,5 miljoen: van 10,37 naar 11,92 miljoen. Op de achtergrond glunderde sportief directeur Fabio Paratici, de stille kracht achter de transfer. Op 3 april zou er voor het eerst lachend een opmerking over gemaakt zijn tussen hem en Cristiano's manager Jorge Mendes, nadat de Portugees een staande ovatie kreeg in het Juventus Stadium na de halve finale van de CL. Een staande ovatie op vijandelijk terrein, dat raakte de eergierige en gevoelige sterspeler wel. Toen kreeg Paratici een gek idee, dat hij ter sprake bracht toen hij op 26 juni voor Juventus voor 40 miljoen euro een andere Portugees van Mendez kocht, João Cancelo, tot dan flankspeler bij Valencia. Op dat moment kwam de zaak in een stroomversnelling; het management van de sterspeler bleek open te staan voor een transfer. Niet voor niets gaf Napoli-eigenaar Aurelio De Laurentiis onlangs aan dat er in april telefonisch contact was geweest tussen hem en Mendez, die polste of Napoli interesse had in de komst van CR7. Interesse had ADL zeker, maar een snel rekensommetje deed hem besluiten dat zijn club niet de economische omvang had om zo'n ster binnen te halen. Bij de voorstelling van Ronaldo zaten tweehonderd journalisten en dertig cameraploegen in de Sala Gianni e Umberto Agnelli, de meest prestigieuze plaats in het nieuwe administratieve centrum van de club. Niet alleen Turijn, maar heel Italië sloeg tilt. Alsof God weer op aarde was neergedaald, en daarvoor Italiaanse grond had uitgekozen, net zoals Hij 34 jaar eerder al eens had gedaan. Op 4 juli 1984 ging gans Italië uit het dak toen Napoli 's werelds beste voetballer Diego Armando Maradona voor een recordbedrag presenteerde. Zijn voorstelling vond plaats in het stadion. Liefst tachtigduizend fans daagden op om een kleine geblokte man met een T-shirt en een jeansbroek met een bal kunstjes te zien doen en wat te zwaaien. Even overwoog Juventus een soortgelijke presentatie in het eigen stadion, maar uiteindelijk besliste men dat niet te doen. De waanzin was er dit keer niet minder om, net als de dag toen Real Ronaldo kocht. Op die julidag in 2009 gingen in twee uur tijd liefst twintigduizend truitjes over de toonbank. Nu werd de eerste twee dagen tijdens de openingsuren van de clubshops om de minuut een truitje van de nieuwe nummer 7 verkocht (dat Cuadrado welwillend had afgestaan). Lange rijen stonden aan de fanshops, in Turijn maar ook in andere grote steden. De eerste ochtend al lag de verkoop even stil omdat de letter 'o' op was, die moest inderhaast aangevoerd worden vanuit de hoofdzetel van Adidas. Niet dat je zo'n truitje zomaar even mee pakt: een officieel truitje voor volwassenen kost toch 104,05 euro. Terwijl de concurrenten binnensmonds mompelen (Inter had net een stevig team uitgebouwd om een gooi naar de titel te doen, Napoli had Carlo Ancelotti gehaald om beter te doen dan de tweede plaats van afgelopen seizoen) juicht het ganse land. Plots is de Serie A niet meer het lelijke eendje dat ze de afgelopen tien jaar was, toen de grote vedetten naar Engeland uitweken, maar zoals in de jaren tachtig en negentig The Place To Be, waar de spotlights in het voetbal op gericht staan. Even hebben ze er in Italië al spijt van gehad dat ze net voor Ronaldo's komst de TV-rechten hebben toegekend, weliswaar met een fikse winst, maar in elk geval onder het haalbare cijfer dat nu mogelijk was geweest, met de nieuwe vedette. Bij Juventus komt Ronaldo in een omgeving terecht die volledig bij hem past. Winnen is het enige dat telt. Het is wat voorzitter Andrea Agnelli een jaar geleden vertelde, toen hij in juli een bezoek bracht aan het Italiaanse parlement. 'Voor Juventus telt maar één ding, waarvoor wij leven: winnen. We gaan in competitie om te winnen, wetende dat het verschil gemaakt wordt door mensen. In groep maak je het verschil. Een groep die als eenheid functioneert.' Sinds 1923 heersen de Agnelli's, de familie die het Fiat-imperium uitbouwde, over de club. Toen was Juve nog een gewone club, een meeloper in Italië, in eigen stad stond het zelfs in de schaduw van de chique stadsploeg FC Torino. Dat veranderde snel, en de Agnelli's ontwikkelden een zwak voor voetballers die het verschil maakten. Toen de amper 22-jarige voorzitter Umberto Agnelli in 1957 de toekomstige topspeler Omar Sivori verwelkomde met de woorden: 'We hebben twee jaar op u gewacht', repliceerde die gevat: 'Ik droomde er al vijf jaar van om bij Juventus te voetballen.' Gianni Agnelli's favoriet was Michel Platini. 'We hebben hem gekocht voor de waarde van een stuk brood, en hij legde er foie gras op', liet Gianni optekenen. Op de vraag wat hem gelukkig maakte in het leven was zijn antwoord: 'Tien minuten Platini zien spelen.' Toen hij zich eens zorgen maakte omdat hij de Franse spelverdeler tijdens de rust van een wedstrijd aan de ingang van de kleedkamer een sigaret zag opsteken, en Platini daarop attendeerde, antwoordde die laconiek: 'Het belangrijkste is dat Bonini niet rookt.' Massimo Bonini was de toenmalige sterkhouder op het middenveld. 'Die moet lopen, ik niet. Ik ben Platini.' Dat vond de eigengereide Agnelli dan weer een goed antwoord. Toen Andrea Agnelli na de moeizame jaren van het voetbalschandaal en de degradatie naar de Serie B in 2010 voorzitter werd, voerde hij de club de moderne tijd in. Onder het bewind van zijn vader en zijn oom had Juventus naast de sportieve kern acht werknemers, die zich vooral om de spelers bekommerden. Vandaag zijn dat er vierhonderd, spelers en technische staf inbegrepen. In vijf jaar verdubbelde Andrea de omzet van de club, dankzij de inkomsten van het Juventus Stadium, de eerste moderne voetbaltempel in Italië. Met 422 miljoen euro omzet had Juventus in 2016-2017 een budget dat ruim 100 miljoen euro meer bedroeg dan dat van de andere concurrenten bovenin (Inter had 274 miljoen, Napoli en AC Milan 204 miljoen). Als enige kon het in 2016-2017 317 miljoen spenderen aan de lonen van spelers, trainers en werknemers. Desondanks maakte het de afgelopen drie jaar nog winst, dankzij de inkomsten van de Champions League. De volgende balans zal Juventus in het rood gaan, omdat het zwaar investeerde in de mercato (Higuain), en omdat het in Europa minder winst maakte (uitgeschakeld in de halve finale en de Italiaanse pot moest bovendien gedeeld worden met AS Roma). Toen hij voorzitter werd, vreesde Andrea Agnelli dat hij het palmares van zijn vader en zijn oom nooit zou evenaren. Dat is niet langer nodig, met zeven titels in acht jaar. Met Ronaldo moet Andrea Agnelli, zelf een verstokt roker, niet bang zijn dat hij tijdens de rust van een wedstrijd een sigaret opsteekt, of zich aan andere uitspattingen overgeeft. Dat bleek ook uit een opgemerkt interview dat Evra, ex-verdediger van Juventus, een paar weken geleden gaf, op basis van zijn ervaringen met Ronaldo bij Manchester United. Zijn raad? 'Als Cristiano je uitnodigt om bij hem thuis te gaan eten, ga dan niet. Ik nam een keer zo'n uitnodiging aan, na een training. Aan tafel was er sla en wat kip. Met plat water. Ik dacht dat dat het voorgerecht was, maar het bleek de volledige maaltijd. Mijn eten was nog niet op of hij daagde me al uit voor een wedstrijdje voetbal, één tegen één. En daarna wou hij een wedstrijdje zwemmen. Cristiano is een machine die nooit stopt met trainen. Een andere keer verloor hij een partijtje tafeltennis tegen Rio Ferdinand. Hij was zo woest dat hij zijn neef om een pingpongtafel stuurde, twee weken niets anders deed dan oefenen en toen Rio Ferdinand uitnodigde voor een revanche waar alle ploegmaats bij waren, en hem klopte. Zo'n competitiebeest is Ronaldo.' Juventus haalde een man binnen die op en naast het veld niet alleen de beste, maar ook een voorbeeld wil zijn. Die vijf dagen op zeven in de fitness bezig is, die nauwlettend op zijn voeding let, voldoende rust inbouwt (rustfases van 90 minuten, zoals een wedstrijd, die 90 minuten voor het slapengaan alle prikkels via tablets en smartphones bant), die naast de gewone trainingen nog eens een half uur extra gaat lopen en in zijn huis in Madrid in zijn privézwembad een uur zwom, puur als ontspanning. Resultaten van de laatste metingen in april bij Real? Een vetgehalte van 7 % (10 % gemiddeld bij de andere spelers), een spiermassa van 50 % (46 % bij de anderen). Een man die, als hij meende dat iemand hem iets kon bijleren, luisterde en vragen stelde. Zoals de Nederlander René Meulensteen die lange tijd assistent-trainer was bij Manchester United en individuele training gaf aan de spitsen. Ooit vond die dat de lichaamstaal van het jonge talent hem niet beviel. 'Cristiano was de hele tijd aan het zeuren wanneer er een fout op hem gemaakt werd. Ik vroeg hem: 'Hou je van tennis?' 'Ja', zei hij, 'heel veel.' RogerFederer was zijn favoriet. Dus zei ik hem: 'Speel dan ook als Federer, die controleert zijn emoties. Als de verdedigers zien dat je niet reageert op hun fouten, verliezen ze hun vertrouwen.' Hij pikte dat meteen op.' Sinds 30 juli traint Cristiano Ronaldo met een aantal andere WK-gangers in Turijn. Op 9 augustus traint de groep een eerste keer samen, wanneer de kern terugkeert van de tournee in de VS, precies tien dagen voor de competitiestart. Op 12 augustus trekt de nieuwe Messias voor het eerst het truitje van zijn nieuwe ploeg aan, voor de jaarlijkse openingswedstrijd tussen Juventus A en Juventus B in Vilar Perosa in de Val Chisone, waar de familie Agnelli een riante villa heeft, met een voetbalveld. Er is plaats voor vierduizend kijkers. U hoeft niet meer te bellen of te mailen voor een plaatsje, maar dat had u ongetwijfeld al lang begrepen. Gauw een abonnementje kopen om elke twee weken live te kunnen genieten van CR7 lukt ook al niet meer. De abonnementenverkoop in het Allianz Stadium startte op 4 juli, maar werd al in de namiddag van donderdag 19 juli afgesloten, met 29.300 abonnementen, waarvan 95 % fans waren die hun vorige abonnement hadden verlengd. Ook de weinige beschikbare jaarkaarten voor de jongeren waren in een paar uur de deur uit. Kortom: wie vorig jaar geen abonnee was van Juventus, komt er komend seizoen niet in, tenzij hij of zij aan één van de schaarse dagtickets geraakt die nog in de losse verkoop aangeboden worden. Want de Allianz Arena telt maar 40.000 plaatsen.