Wie vanaf de E314 de Genkse deelgemeente Winterslag binnen rijdt en de Noordlaan opdraait, moet even in de ogen wrijven. De Cité van Winterslag is er nog, met de Vennestraat als culinair centrum. Wie eens goed wil gaan eten voor niet al te veel geld, moet hier zijn. De namen zijn, op een Turkse en Griekse uitzondering na, Italiaans: Pizzeria L'Amore, Ristorante Gepetto, Da Fausto, La Posta, Circolo Sardo Grazie Deledda...
...

Wie vanaf de E314 de Genkse deelgemeente Winterslag binnen rijdt en de Noordlaan opdraait, moet even in de ogen wrijven. De Cité van Winterslag is er nog, met de Vennestraat als culinair centrum. Wie eens goed wil gaan eten voor niet al te veel geld, moet hier zijn. De namen zijn, op een Turkse en Griekse uitzondering na, Italiaans: Pizzeria L'Amore, Ristorante Gepetto, Da Fausto, La Posta, Circolo Sardo Grazie Deledda... Anderhalve kilometer voorbij C-Mine, de vroegere mijn van Winterslag, ligt aan de linkerkant niet langer het stadionnetje van de Vieze Mannen, waar FC Winterslag tot 1988 speelde en waar KRC Genk de eerste twee jaren van zijn bestaan de thuiswedstrijden afwerkte tot de verbouwingen aan het oude THOR-stadion ten einde waren. In 2004 werd het, helemaal verloederd, afgebroken. Aan beide kanten van de Noordlaan wordt Residentie Voetbalhof gebouwd, een project met 35 woningen en 8 appartementen. Een aantal huizen staat al op de plaats waar ooit Arsenal weggespeeld werd in de UEFA Cup, eentje heeft symbolisch een bal als brievenbus. De Noordlaan werd in Winterslagtijden voor de thuiswedstrijden overgestoken door de spelers van Winterslag, die zich opwarmden op het oefenveld aan de overkant, waar nu ook huizen van het nieuwe project komen. Bij zo'n oversteek voor een competitiematch griste Winterslagdoelman Jean-Paul De Bruyne, bijgenaamd Tarzan,aan een kraampje nog gauw een hamburger mee. Zes kilometer voorbij de plek waar KRC Genk zijn eerste wedstrijden speelde, gaan aan de overzijde van de E314 de Italiaanse accenten over in Turkse snacks en winkels. In Waterschei ligt de Luminus Arena er met haar uitgestrekte parkings mooi bij. Achter die parkings ligt de Jos Vaessen Talent Academy, een van de betere jeugdopleidingscentra in België. Vroeger moesten de betere jonge voetballers al vroeg uit Limburg vertrekken, tegenwoordig komt talent uit andere provincies naar hier om een topopleiding te krijgen, zoals Gentenaar Kevin De Bruyne en Brusselaar Yannick Carrasco. In de academie hangen, niet toevallig, grote foto's van de eigen jongeren die het gemaakt hebben, als voorbeeld voor de spelers die er nu hun opleiding krijgen. Die zien ook tijdens de dagelijkse training in de verte het stadion liggen waar ze ooit hopen te spelen tot ze eventueel klaar zijn voor een stap hoger, naar het voorbeeld van Carrasco, De Bruyne of Thibaut Courtois. Het was van meet af aan een van de bedoelingen van het Genkse voetbalproject: tonen dat in Limburg niet alleen maar afgebroken maar ook opgebouwd werd, en dat Limburgers niet moesten uitwijken om iets te bereiken. Een oud BRT-fragment van 6 januari 1988 meldt dat een voetbalfusie in het Genkse nakend is. Het initiatief komt van KS-baas Thyl Gheyselinck. Die kreeg eind 1986 als opdracht de mijnen te sluiten en voor economische reconversie te zorgen. Gheyselinck bedacht onder meer het ERC-project, wat stond voor Educatie, Recreatie en Cultuur. Een project dat 11.000 banen moest opleveren, maar dat nooit helemaal van de grond kwam. Bij dat plan kon een nieuwe succesvolle voetbalclub in de mijnstreek een positieve injectie geven. Patro Eisden en Hasselt weigerden, Waterschei en Winterslag niet. Zeven jaar eerder had de stad Genk beide clubs al eens samengebracht, maar toen dat uitlekte, liepen de emoties hoog op, hoewel de voorzitters van beide clubs die in 1988 mee in de fusie stapten, Albert Bijnens van Waterschei en Jan Vandermeulen van Winterslag, toen al pro fusie waren. Op de beslissende raad van bestuur bij Waterschei kwam men één stem te kort. Eén bestuurslid aarzelde: 'Ik wil dit niet op mijn geweten hebben.' Waarop de zaak afsprong, tot het water beide clubs tot aan de lippen stond. Gheyselinck had een overtuigend argument pro: er zou een nieuw stadion gebouwd worden, met alleen overdekte zitplaatsen. De fusieclub zou een lening van 140 miljoen frank (3,5 miljoen euro) krijgen. Daarnaast zou KS ook 30 miljoen frank (750.000 euro) vrijmaken om te investeren in nieuwe spelers, loges huren en extra sponsoring betalen. Eén dag voor de laatste speeldag in eerste klasse wordt, op 20 mei 1988, de zaak beklonken. 's Anderdaags redt Winterslag zich, waardoor de fusieclub in eerste klasse mag starten. Een goeie drie maanden eerder, op 31 maart 1988, werd de mijn van Winterslag gesloten. In september 1987 was die van Waterschei al dichtgegaan. Het project had er niet op een meer symbolisch moment kunnen komen. Er wordt geopteerd voor het oudste stamnummer, dat van Winterslag (322), en voor een nieuwe naam en nieuwe kleuren. Dat is nodig, met een rood-zwarte club van alle gezindtes langs de ene kant en langs de andere de erfgenamen van THOR (wat oorspronkelijk stond voor 'Tot Herstel Onzer Rechten', als protest tegen de Franstalige mijndirectie) die bewust de Vlaamse kleuren geel en zwart droegen. Gekozen wordt voor de naam van de stad Genk en voor de Europese kleuren blauw en wit, met de twaalf gele sterren van de toenmalige lidstaten in het logo. Die sterren zullen er nooit komen. Het is op vrijdagnamiddag 8 juni 1988 nog rustig aan de hoofdingang van het oude André Dumontstadion van THOR Waterschei, genoemd naar de ingenieur die in 1901 steenkool aantrof in het Kempense Bekken, waarna zeven steenkoolmijnen opgestart werden, te beginnen met die van Winterslag in 1917 (Waterschei volgde in 1924). Om vier uur vindt hier de eerste training van het pas boven de doopvont gehouden Racing Genk plaats. Tenminste, dat is de bedoeling. Even na drieën is Gerard Plessers als een van de eersten ter plaatse. Plessers, Rode Duivel op het WK'82, kampioen en Europabekerfinalist met Standard, is de grote naam die de fonkelnieuwe fusieclub gehaald heeft, de locomotief voor het project. De vroegere international had een paar maanden voordien nog zijn contract bij de Duitse topclub Hamburger SV met twee jaar verlengd, op aandringen van clubmanager Felix Magath. Plessers, al vier jaar in Duitse dienst, was net nog verkozen tot Speler van het Seizoen. Maar wanneer HSV, het jaar tevoren nog vicekampioen, pas zesde eindigt en naast Europees voetbal grijpt, stelt de nieuwe penningmeester vast dat de cijfers rood kleuren en dat er dringend bezuinigd moet worden. Een paar zware contracten moeten afvloeien. Plessers heeft de boodschap snel begrepen. Een nieuw avontuur in eigen land zegt hem wel iets, maar waar hij in belandt, weet hij nog niet, die vrijdag: 'Ik ken helemaal niemand van de spelersgroep en heb nooit met de trainer samengewerkt. Maar ik sta rotsvast achter de idee dat een topclub in Limburg mogelijk moet zijn.' Op dat moment is die er niet. Het jaar voor de fusie keerden Winterslag en Sint-Truiden na een lange afwezigheid terug op het hoogste niveau. Het zijn in het seizoen 1987/88 de enige clubs zonder profs, met alleen maar niet-amateurs. Twee jaar eerder voetbalde geen enkele Limburgse club in eerste klasse, na de degradatie van Waterschei in 1986 en FC Beringen in 1984. Limburgs talent moet in die jaren buiten de eigen regio aan de slag, leert een blik door de competitiespecial 1987/88, één jaar voor de fusie. Luc Nilis verhuisde in 1986 van toenmalig tweedeklasser Winterslag naar Anderlecht, waar ook Pier Janssen voetbalt, de man die met Waterschei PSG uitschakelde. KV Mechelen timmert aan de weg naar de top met Lei Clijsters, voordien bij Waterschei, en met Paul Theunis die het bij Beveren haalde, dat de middenvelder net als verdediger Paul Lambrichts had weggehaald bij Winterslag. Waregem pikte daar in de zomer van 1987 topschutter Patrick Teppers weg, nadat het eerder Manu Karagiannis en Vital Borkelmans op jonge leeftijd uit Limburg had gehaald. De beste Limburgers waren naar het buitenland verhuisd, zoals Erik Gerets (PSV), of keerden er net van terug, zoals Plessers en René Vandereycken (Anderlecht en Gent). Zelfs kleinere eersteklasseclubs recruteerden in Limburg. Zo haalde RC Genk voor zijn debuutseizoen Berto Bosch terug naar huis, na omzwervingen die hem van Tongeren naar Lierse en Charleroi brachten. Een jaar eerder was Rudi Vossen al teruggekeerd van Charleroi naar Winterslag. Niet allemaal geloofden ze in het zaligmakende van het Genkse project. Van de 20 spelers die aan de aftrap zouden komen in het eerste seizoen, gingen er slechts de helft in op het aanbod om prof te worden. Rudi Vossen, bijvoorbeeld, wilde zijn job niet opgeven voor het onzekere bestaan als prof. Pierre Denier, het jaar tevoren kapitein van Winterslag, maakt dezelfde keuze. Het lijstje nieuwkomers voor wat een nieuwe topclub moet worden, is ook al niet echt indrukwekkend. Winterslag redde zich pas op de slotdag, en dat had gevolgen. 'Veel spelers waren geïnteresseerd om naar hier te komen, maar wilden absoluut niet in tweede klasse spelen', zucht trainer Ernst Künnecke. Er moet zeker nog iets bij in de spits. De Noorse aanvaller van Winterslag, Arve Seland, was eigendom van Mulhouse en dat vroeg 200.000 euro. 'Veel te duur voor ons', aldus Künnecke. Daarom test Genk op trainingskamp in het Zwarte Woud vier spelers. De Maltees Carmel Busuttil zal na die stage aangeworven worden en de eerste Genkse vedette worden. Nog later wordt van Willem II de Engelse spits Mike Farrington overgenomen. Net voor de competitiestart komt ook nog een nieuwe doelman: Bobby De Keyser, geboren in Leuven maar na de echtscheiding van zijn ouders uitgeweken naar Duitsland. Genk haalt hem weg bij FC Nürnberg, maar De Keyser zou, omdat hij een Duits paspoort heeft, als vierde buitenlander beschouwd worden en maar twee keer onder de lat staan. Verder komt van Standard nog verdediger Michel Collard. In de winter zal de Joegoslavische keeper Tomislav Ivkovic aangeworven worden. Maar al die namen zijn er op 8 juni nog niet bij. Om vier uur is iedereen aanwezig, op twee Winterslagspelers na: kapitein Pierre Denier en keeper Ronny Gaspercic. Ronny Van Geneugden, de talentvolle spelverdeler van Waterschei, kreeg geen deftig contract en verhuisde naar Antwerp. De voorlopige kern bestaat uit de nieuwkomers Plessers, Bosch en de Hongaar Gyimesi, negen voormalige Winterslagspelers en zes mensen van het net niet naar 3e klasse gezakte Waterschei, op routinier Tony Bialousz na allemaal jonge talenten. Maar er is een praktisch probleem. Gerard Plessers, gewend aan het profniveau uit de Bundesliga, weet niet wat hij hoort. De kledij, de trainingspakken en truitjes van sponsor Diadora zijn nog niet klaar, de logo's van hoofdsponsor Generale Bank evenmin. Dus kan de officiële fotoshoot niet doorgaan en de geplande eerste training evenmin. De ontgoocheling is groot bij de opgedaagde pers en het talrijk opgekomen publiek. Op 1 juli gaat de fusieclub officieel van start. 'We hebben een renteloze lening gekregen, maar voor de uitgaven staat Genk zelf in', zegt Jan Vandermeulen, die zich in afwachting van de komst van een voorzitter als gedelegeerd bestuurder de eerste maanden met de lopende zaken zal bezighouden. Achteraf zal hij toegeven: 'We hebben toen te snel ingekocht, nogal overhaast. Misschien hadden we die twee kernen beter samengebracht zonder nieuwe aankopen. Zelfs een start in tweede was niet desastreus geweest, er was voldoende talent om terug te keren.' Voor de allereerste thuiswedstrijd tegen Anderlecht zijn 13.000 toeschouwers naar de Noordlaan afgezakt om de nieuwe fusieploeg aan het werk te zien. De obers laveren met champagne tussen de smalle tafels in de oude Winterslagkantine, maar wat de thuisploeg op het veld serveert, is geen champagne. Kansloos wordt het new look Genk ingemaakt door de Brusselaars, met 0-3, waaronder twee doelpunten van ex-Winterslagspeler Nilis. Gerard Plessers loopt overal, maar kan de gaten niet dichten. Genk schiet sportief tekort. Het zal het beeld van het hele seizoen worden, dat Genk troosteloos als laatste afsluit. Voor een van de laatste thuiswedstrijden dagen tegen Club Brugge nog amper 4000 toeschouwers op. Dat de Engelse spits Mike Farrington, die na het seizoen vertrekt naar Fortuna Sittard, clubtopschutter wordt met amper vijf goals, zegt genoeg. Na één jaar al zakt het nieuwe Genk. Het project is veel te snel doorgevoerd en de verdeeldheid tussen de twee vroegere clubs werkt nog een paar jaar na, in de bestuurskamer en de tribunes. De revelaties van het eerste seizoen zijn, naast Busuttil, twee jonge Limburgers. Loonsverhoging zit er echter niet in voor Rudi Janssens en Dirk Medved, wel een transfer naar AA Gent. De zoveelste druppel die de emmer doet overlopen voor voormalig Waterscheivoorzitter Bijnens, die uit onvrede met het gevoerde beleid opstapt. 'Waterschei beschikte over talentvolle jongeren. In plaats van die met het vrijgekomen geld opslag te geven, wilde men van hen af om buitenlandse vedetten te halen.'Vreemd genoeg overleeft Genk de twee degradaties naar tweede klasse. In 1994 wordt het even spannend omdat de NV Mijnen, de opvolger van KS, niet bereid is nog verder geld in de club te pompen en de samenwerking met Genk opnieuw wil bekijken. Tot men beseft dat het doorknippen van de band het failliet van de net opnieuw naar tweede klasse gezakte club inhoudt, en dat de 230 miljoen frank (bijna 6 miljoen euro) die KS tot 1993 in de club zou gepompt hebben, dan helemaal verloren zijn. Er volgen nieuwe afspraken en in maart 1995 worden de banden tussen de NV Mijnen en de club doorgeknipt. Vanaf nu staat Racing Genk voor de verdere verbouwing van het stadion op eigen benen. Dertig jaar na de mislukte start geldt KRC Genk als een zeldzaam voorbeeld van een geslaagde fusie. Het is een club geleid door Genkenaars, met een voorzitter die aan de hand van zijn vader, ex-Winterslagbestuurslid, naar de wedstrijden kwam kijken, en een algemeen directeur die in Genk opgroeide en van vrijwillig medewerker opklom tot CEO. Een club waar ex-spelers als Philippe Clement, Domenico Olivieri en Pierre Denier de technische staf en de ploegomkadering vormen. Kortom: een voorbeeld van hoe lokale verankering ook succesvol kan zijn. Bij de viering van zo'n geslaagd project is iedereen vergeten dat de bestuurders de eerste jaren net niet vechtend over het tapijt rolden. 'Een aantal mensen halen de begrippen algemeen belang en eigen belang door mekaar', sneerde Hans Saris, journalist bij Het Belang van Limburg die een jaar aan de slag mocht als manager maar snel werd bedankt. De ommekeer kwam exact tien jaar na de fusie, wanneer onder impuls van Oost-Vlaming Aimé Anthuenis de beker werd gewonnen, de allereerste prijs, en Genk in de competitie ook nog eens tweede werd. Een jaar later werd de eerste titel gevierd en was de trein voorgoed vertrokken. Vandaag is Genk de locomotief van een regio die twee zware economische klappen, de mijnsluitingen uit de jaren 80 en de sluiting van Ford Genk vijf jaar geleden, heeft overleefd en qua tewerkstelling weer uit het dal aan het klimmen is. Het sportieve palmares dat het in die 30 jaar heeft opgebouwd, is indrukwekkend, zeker omdat Genk in de moeilijke aanvangsjaren toch drie jaar in tweede klasse doorbracht. Uiteindelijk werd het drie keer kampioen, twee keer vicekampioen en twee keer derde. Dat zijn alleen al in competitieverband zeven podiumplaatsen. Elf keer eindigt de Trots van Limburg bij de eerste vijf. Twee keer haalt het de groepsfases van de CL, vorig jaar bereikte het de kwartfinales van de EL. Ook naast het veld boeren de Limburgers goed. Steeds vaker legt de club dankzij lucratieve uitgaande transfers riante jaarcijfers voor. Afgelopen jaar was het de rijkste club van België, en is het niet eens verplicht om een speler te verkopen om het budget in evenwicht te houden. Wat een luxe.