De schuldenlast weegt zwaar op RWDM, luidde de titel van het openingsverhaal in het allereerste nummer van Sport/Voetbalmagazine van 20 maart 1980. RWDM, opgericht in 1973 uit een overname van Daring Molenbeek door toenmalig eersteklasser Racing White, zou al in het tweede seizoen na de fusie kampioen worden.

Wanneer het eerste nummer van dit blad verschijnt, is de Brusselse fusieclub samen met Lokeren, Club Brugge en Standard verwikkeld in de titelstrijd, die in mei 1980 gewonnen wordt door Club. RWDM eindigt als derde. Daarna gaat het sportief geleidelijk bergaf, maar financieel is het al langer kwetsbaar.

De kiemen voor die kwetsbare financiën waren er al bij de fusie, een idee van bouwondernemer Jean-Baptiste L'Ecluse, afkomstig uit het Pajotse Borchtlombeek, maar uitgeweken naar Molenbeek en daar voorzitter van tweedeklasser Daring, dat in die reeks dreigde weg te kwijnen. Hij overtuigt het ook al niet florissante Racing White dat in Woluwe amper publiek of steun kreeg om samen te gaan en stelt zich bij de fusie persoonlijk garant voor de schulden. Die bedroegen bij Racing White 35 miljoen frank (bijna één miljoen euro) en bij de vzw Daring 25 miljoen (een dik half miljoen euro). In 1976 verwerft hij ook drie kwart van de immobiliën van de nv Daring die eigenaar is van de sportgronden en een reeks bouwgronden waar hij wel iets kan mee aanvangen, ook al zijn de vastgoedprijzen op dat moment in Brussel niet zo hoog. Er wordt in Molenbeek geïnvesteerd in een modernisering van het stadion en L'Ecluses boekhouder, Rufin Breynaert, kijkt bij elke thuiswedstrijd of er niet te veel mensen gratis binnen wandelen of abonnementen over de omheining worden doorgeven. Ondanks de schulden investeert RWDM flink. Eerst haalt het nog een toenmalige topper als Odilon Polleunis, een jaar later kosten Benny Nielsen, Willy Wellens en Jan Boskamp samen zestien miljoen frank (400.000 euro), maar dat levert prompt de titel op. Eerst kwijnt het gezin Boskamp weg in de overwegend Franstalige hoofdstad, maar zodra L'Ecluse het gezin een nieuwe woning schenkt in het landelijke Relegem, voelt Boskamp zich helemaal thuis.

In 1976 geeft het opnieuw bijna 400.000 euro uit aan onder meer Paul Van Himst, Guy Léonard en Karl-Heinz Wissmann. Pas in 1977 bespaart de club flink, met de verkoop van de Deen Kresten Bjerre, die niet meer kon opschieten met Boskamp. Een jaar later krijgt RWDM van Standard 250.000 euro voor Wellens en evenveel van Charleroi voor Hubert Cordiez, maar het volstaat niet om de putten te delven. Boskamp en Morten Olsen hebben een contract waarmee ze bij de best betaalde spelers in België horen.

Om zonder verlies te draaien moet RWDM gemiddeld 14.000 toeschouwers lokken, maar dat lukt niet. Het gevolg is een jaarlijks verlies van 125.000 euro, waardoor manager Michel Verschueren de transferpolitiek bijstelt: 'Elders verguisde en niet meer geapprecieerde spelers kunnen nu bij ons terecht.' De gevolgen blijken snel. Een paar maanden na het verhaal in Sport/Voetbalmagazine verhuizen Michel Verschueren en Morten Olsen, een van de sterkhouders op het veld, naar Anderlecht. RWDM mikt voortaan op de inbreng van eigen jeugd, en krijgt daar met Boskamp, die zelf aan de slag gaat als jeugdopleider van de Boskamp Boys, een enthousiaste pleitbezorger.

In totaal staat L'Ecluse in 1980 in zijn eentje borg voor zo'n 2,5 miljoen euro. Op dat moment heeft hij op de gronden van de nv Daring al een appartementsblok van zestig appartementen opgetrokken en zijn er plannen voor nog acht andere blokken, die gebouwd zullen worden langs de Molenbeekse Mettewielaan, niet ver van het stadion.

Uiteindelijk vertoeft RWDM 23 jaar in de hoogste klasse, met als hoogtepunten de landstitel in 1975 en de halve finale van de UEFA Cup (nu de Europa League) in 1977 tegen Athletic Bilbao. In 1984 volgt de eerste degradatie, in 2002 gaat de club met het stamnummer 47 failliet. Ex-speler en bestuurder Johan Vermeersch verhuist dan maar met Strombeek onder de naam FC Brussels naar het Edmond Machtensstadion, maar wanneer dat project niet aanslaat en opvolger White Star Brussel na de promotie in 2016 geen licentie krijgt en zijn plaats in 1A moet afstaan aan KAS Eupen, loopt ook dat spoor dood. In 2015 begint een groep supporters met het stamnummer van Standaard Wetteren (5479) aan een nieuw leven met de naam RWDM. Vandaag staat het nieuwe RWDM in de subtop van de hoogste amateurklasse.

De schuldenlast weegt zwaar op RWDM, luidde de titel van het openingsverhaal in het allereerste nummer van Sport/Voetbalmagazine van 20 maart 1980. RWDM, opgericht in 1973 uit een overname van Daring Molenbeek door toenmalig eersteklasser Racing White, zou al in het tweede seizoen na de fusie kampioen worden. Wanneer het eerste nummer van dit blad verschijnt, is de Brusselse fusieclub samen met Lokeren, Club Brugge en Standard verwikkeld in de titelstrijd, die in mei 1980 gewonnen wordt door Club. RWDM eindigt als derde. Daarna gaat het sportief geleidelijk bergaf, maar financieel is het al langer kwetsbaar. De kiemen voor die kwetsbare financiën waren er al bij de fusie, een idee van bouwondernemer Jean-Baptiste L'Ecluse, afkomstig uit het Pajotse Borchtlombeek, maar uitgeweken naar Molenbeek en daar voorzitter van tweedeklasser Daring, dat in die reeks dreigde weg te kwijnen. Hij overtuigt het ook al niet florissante Racing White dat in Woluwe amper publiek of steun kreeg om samen te gaan en stelt zich bij de fusie persoonlijk garant voor de schulden. Die bedroegen bij Racing White 35 miljoen frank (bijna één miljoen euro) en bij de vzw Daring 25 miljoen (een dik half miljoen euro). In 1976 verwerft hij ook drie kwart van de immobiliën van de nv Daring die eigenaar is van de sportgronden en een reeks bouwgronden waar hij wel iets kan mee aanvangen, ook al zijn de vastgoedprijzen op dat moment in Brussel niet zo hoog. Er wordt in Molenbeek geïnvesteerd in een modernisering van het stadion en L'Ecluses boekhouder, Rufin Breynaert, kijkt bij elke thuiswedstrijd of er niet te veel mensen gratis binnen wandelen of abonnementen over de omheining worden doorgeven. Ondanks de schulden investeert RWDM flink. Eerst haalt het nog een toenmalige topper als Odilon Polleunis, een jaar later kosten Benny Nielsen, Willy Wellens en Jan Boskamp samen zestien miljoen frank (400.000 euro), maar dat levert prompt de titel op. Eerst kwijnt het gezin Boskamp weg in de overwegend Franstalige hoofdstad, maar zodra L'Ecluse het gezin een nieuwe woning schenkt in het landelijke Relegem, voelt Boskamp zich helemaal thuis. In 1976 geeft het opnieuw bijna 400.000 euro uit aan onder meer Paul Van Himst, Guy Léonard en Karl-Heinz Wissmann. Pas in 1977 bespaart de club flink, met de verkoop van de Deen Kresten Bjerre, die niet meer kon opschieten met Boskamp. Een jaar later krijgt RWDM van Standard 250.000 euro voor Wellens en evenveel van Charleroi voor Hubert Cordiez, maar het volstaat niet om de putten te delven. Boskamp en Morten Olsen hebben een contract waarmee ze bij de best betaalde spelers in België horen. Om zonder verlies te draaien moet RWDM gemiddeld 14.000 toeschouwers lokken, maar dat lukt niet. Het gevolg is een jaarlijks verlies van 125.000 euro, waardoor manager Michel Verschueren de transferpolitiek bijstelt: 'Elders verguisde en niet meer geapprecieerde spelers kunnen nu bij ons terecht.' De gevolgen blijken snel. Een paar maanden na het verhaal in Sport/Voetbalmagazine verhuizen Michel Verschueren en Morten Olsen, een van de sterkhouders op het veld, naar Anderlecht. RWDM mikt voortaan op de inbreng van eigen jeugd, en krijgt daar met Boskamp, die zelf aan de slag gaat als jeugdopleider van de Boskamp Boys, een enthousiaste pleitbezorger. In totaal staat L'Ecluse in 1980 in zijn eentje borg voor zo'n 2,5 miljoen euro. Op dat moment heeft hij op de gronden van de nv Daring al een appartementsblok van zestig appartementen opgetrokken en zijn er plannen voor nog acht andere blokken, die gebouwd zullen worden langs de Molenbeekse Mettewielaan, niet ver van het stadion. Uiteindelijk vertoeft RWDM 23 jaar in de hoogste klasse, met als hoogtepunten de landstitel in 1975 en de halve finale van de UEFA Cup (nu de Europa League) in 1977 tegen Athletic Bilbao. In 1984 volgt de eerste degradatie, in 2002 gaat de club met het stamnummer 47 failliet. Ex-speler en bestuurder Johan Vermeersch verhuist dan maar met Strombeek onder de naam FC Brussels naar het Edmond Machtensstadion, maar wanneer dat project niet aanslaat en opvolger White Star Brussel na de promotie in 2016 geen licentie krijgt en zijn plaats in 1A moet afstaan aan KAS Eupen, loopt ook dat spoor dood. In 2015 begint een groep supporters met het stamnummer van Standaard Wetteren (5479) aan een nieuw leven met de naam RWDM. Vandaag staat het nieuwe RWDM in de subtop van de hoogste amateurklasse.